← België

BELGISCHE STAAT, FINANCIEN c NGData Products nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 09 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.5 Rolnummer: F.24.0002.N Zaak: BELGISCHE STAAT, FINANCIEN c NGData Products nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-07-04 Raadplegingen: 290 - laatst gezien 2026-06-15 04:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.5 Fiche Artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 schrijft de loutere voorafgaande aanmelding van het project of programma voor, met identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing; zij voorziet niet in de vereiste van actualisatie van de aanmelding en wijkt evenmin af van de vennootschapsrechtelijke regels met betrekking tot de tegenwerpelijkheid van een herstructurering

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Vrije woorden: Bedrijfsvoorheffing - Vrijstelling van doorstorting - Onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten - Aanmeldingsvereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 275
(3)Tekst van de conclusie F.24.0002.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN:
  1. Situering. Het geschil heeft betrekking op de elektronische aanmelding van het O&O-programma 'Big Data Lily Software Development' bij de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid ("BELSPO") op 11 december 2014 overeenkomstig artikel 2753, § 3, vierde lid WIB92 en artikel 952 § 4, en bijlage IIIter, III, h) KB/WIB92, waarbij BVBA NGDATA EUROPE (rechtsvoorgangster van verweerster) als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing werd geïdentificeerd. Het gaat concreet om het voldaan zijn van de aanmeldingsvoorwaarde voor de toepassing van de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling zoals voorzien in artikel 2753 WIB92 voor de aanslagjaren 2015 t.e.m.
  2. Eiser komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent dd. 20 juni 2023, waarbij werd geoordeeld dat de aanmelding door NGDATA EUROPE BVBA voor het betreffende O&O-programma, als een tijdige, wettige aanmelding voor de vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing gold op grond van dat programma in hoofde van verweerster. Eiser voert tegen dit arrest één middel tot cassatie aan.
  3. Bespreking van het enig middel. 2.
  4. Eiser voert aan dat de appelrechters artikel 2753, § 3 WIB92 in samenhang met artikel 270 WIB92 schenden door, na te hebben vastgesteld dat verweerster voor de betrokken tijdvakken (juni 2015 tot juli 2017) de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing is (in de zin van artikel 270 WIB92) met betrekking tot de bezoldigingen toegekend aan de onderzoekers in het O&O-programma 'Big Data Lily Software Development', niettemin te oordelen dat de aanmelding door BVBA NGDATA EUROPE op 11 december 2014 voor het O&O-programma 'Big Data Lily Software Development' (met identificatie van de BVBA NGDATA EUROPE als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing) gold als tijdige, wettige aanmelding voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing op grond van dat programma in hoofde van verweerster voor de voormelde tijdvakken (juni 2015 tot juli 2017). Volgens eiser moet de aanmelding bij BELSPO uitdrukkelijk de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing omvatten, zodat de aanmelding slechts geldig kan zijn indien die identificatie correct is gebeurd. Dit betekent volgens eiser dat de in artikel 270 WIB92 bedoelde belastingplichtige in de aanmelding dient te worden geïdentificeerd als de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing, en dat kan alleen diegene zijn die in de tijdvakken waarvoor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt gevraagd, de bezoldigingen van de onderzoekers is verschuldigd en betaalt of toekent. Een in gevolge de overdracht van een bedrijfstak onjuist geworden identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing in de aanmelding bij BELSPO kan niet worden rechtgezet door het vermelden van de identiteit van de opvolgende werkgever in de periodieke aangiften in de bedrijfsvoorheffing die worden ingediend bij de belastingadministratie; aldus eiser. 2.
  5. Krachtens het toepasselijke artikel 275³, § 1, derde lid, 3°, WIB92 wordt aan ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma’s en die een in artikel 275³, § 2, WIB92 bedoeld diploma hebben, een vrijstelling toegekend van het storten aan de Schatkist van 80 pct. van de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op die bezoldigingen, op voorwaarde dat ze op die bezoldigingen 100 pct. van die bedrijfsvoorheffing inhouden. Krachtens artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 komen de projecten of programma’s als bedoeld in het eerste lid van deze wetsbepaling enkel in aanmerking voor de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing wanneer ze zijn aangemeld bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid met opgave van: 1° de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing; 2° de beschrijving van het project of programma waarbij wordt aangetoond dat het fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot doel heeft; 3° de verwachte aanvangsdatum en de vooropgestelde einddatum van het project of programma. 2.
  6. Het enig middel kan m.i. om meerdere redenen niet worden aangenomen. 2.3.
  7. Uit de tekst van artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 blijkt dat de aanmelding het project of programma betreft, en dus niet de onderneming op zich (ook al maakt de identificatie van de schuldenaar één van de te verstrekken gegevens uit). Dit blijkt verder uit bijlage IIIter, III, h), KB WIB92, volgens dewelke de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing het bewijs van aanmelding “van de projecten of programma’s” ter beschikking van de administratie moet houden
(1). 2.3.
  1. Noch het WIB92 noch het KB WIB92 voorzien in een geldigheidsduur m.b.t. de aanmelding van een O&O-programma, andere dan diegene die volgt uit het feit dat bij de aanmelding opgave moet worden gedaan van de verwachte aanvangsdatum alsook van de vooropgestelde einddatum van het project of programma, zodat de aanmelding m.i. haar geldigheid behoudt voor de aangegeven duurtijd. 2.3.
  2. Het WIB92 en het KB WIB92 voorzagen niet, voor de hier relevante aanslagjaren, gedurende de looptijd in een actualiseringsverplichting van de aanmelding van een tijdig, volledig en geldig aangemeld O&O-programma, en dit tot de vooropgestelde einddatum ervan
(2). Dit impliceert dat de situatie tijdens een betrokken aanslagjaar kan verschillen van wat initieel werd aangemeld. Op zich creëert dit vanuit een controleperspectief trouwens geen probleem, aangezien uit het WIB92 en het KB WIB92 blijkt dat de ‘geactualiseerde’ identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing volgt uit de verplichting tot het indienen van maandelijkse aangiften in de bedrijfsvoorheffing
(3). In deze context oordelen de appelrechters m.i. terecht: “Het feit dat de (eiser) de voorwaarden voor het genieten van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing moet kunnen controleren, wordt niet belet, noch belemmerd door het feit dat de identiteit van de werkgever na de inbreng van de bedrijfstak niet meer dezelfde is als deze van de werkgever die voordien de aanmelding heeft gedaan. Bij elke periodieke aangifte van de bedrijfsvoorheffing moet de identiteit van de werkgever vermeld worden. De (nieuwe) identiteit van de opvolgende werkgever (…) is op die manier gekend en wordt in de aangifte in verband gebracht met het betreffende O&O-programma. Afgezien van het feit dat de (eiser) de gevolgen moet erkennen van de inbreng van de bedrijfstak ingevolge de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, beschikt de administratie van de (eiser) op die manier over alle informatie die toelaat de nodige controles uit te voeren”
(4). 2.3.
  1. In een reeks arresten van 6 januari 2023 (F.20.0149.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.5, F.21.0184.N en F.21.0185.N) oordeelde het Hof dat de aanmelding voorafgaand aan de aanvang van het project dient te gebeuren. Verweerster merkt terecht op in haar memorie dat de stelling van eiser zou impliceren dat men als inbreng genietende vennootschap nooit gebruik zou kunnen maken van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling. Immers, wanneer men een reeds lopend project verkrijgt ingevolge de overdracht van een bedrijfstak (in juridische, fiscale en boekhoudkundige continuïteit; in casu werd de procedure van (oud) art. 760 W.Venn. toegepast) en indien de stelling van eiser wordt gevolgd, zou een aanmelding nooit een voorafgaand karakter kunnen hebben. 2.3.
  2. In voorliggend geval situeert de aanmeldingsvereiste zich in de context van een overdracht van het O&O-programma in het kader van een overdracht van een algemeenheid of een bedrijfstak, die, overeenkomstig artikel 770 W.Venn., aan de regeling m.b.t. de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak kan worden onderworpen, in welk geval de overdracht de gevolgen bedoeld in artikel 763 W.Venn. heeft (de inbreng van een bedrijfstak heeft van rechtswege tot gevolg dat de daaraan verbonden activa en passiva worden overgedragen aan de verkrijgende vennootschap). Gelet op de primauteit van het vennootschapsrecht gelden de principes van het vennootschapsrecht voor de toepassing van het fiscaal recht, in zover dit laatste er niet van afwijkt
(5). Het is bijgevolg mogelijk dat een specifieke fiscale bepaling afwijkt van de algemene rechtsopvolging, die een overdracht van een bedrijfstak in continuïteit kenmerkt. Eiser voert aan dat artikel 275³, § 3, WIB92 dergelijke specifieke regeling bevat inzake de aanmeldingsvereisten van O&O-programma’s bij BELSPO, en daarbij niet voorziet in een gelijkstelling van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing met de vorige werkgever in geval van inbreng of overdracht van het programma als bedrijfstak
(6). Deze lezing van artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92 overtuigt echter niet. Verweerster voert terecht aan dat hoewel kan worden aangenomen dat een specifieke fiscale bepaling kan afwijken van de algemene rechtsopvolging die een overdracht van een bedrijfstak in continuïteit kenmerkt, door bijvoorbeeld alsnog een bepaalde formaliteit op te leggen, dit niet kan worden aangenomen voor wat betreft artikel 2753, § 3, vierde lid WIB
  1. Zoals eerder werd opgemerkt, voorziet dit artikel in de loutere voorafgaande aanmelding van het ontwikkelingsproject of -programma, met identificatie van de schuldenaar (op dat ogenblik) van de bedrijfsvoorheffing. Deze bepaling voorziet niet in de vereiste van een actualisatie van de aanmelding en voorziet in ieder geval niet in een specifieke tegenwerpelijkheidsvoorwaarde in het geval van een overdracht in continuïteit. 2.3.
  2. Eiser bouwt ten slotte een argument op aan de hand van het verschil tussen artikel 275³ WIB92 enerzijds en de artikelen 2758, § 1, negende lid, WIB92 en 2759, § 1, tiende lid, WIB92, zoals ingevoegd door de artikelen 6, i), en 7, i), van de Wet van 30 juli 2018 houdende optimalisatie van de steun aan werkgevers die investeren in een zone in moeilijkheden
(7), anderzijds. In laatstgenoemde bepalingen, m.b.t. de vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing wat steunzones betreft, wordt wél expliciet vermeld dat de overnemende vennootschap (o.a.) bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid, wordt gelijkgesteld met de werkgever die vrijstelling van bedrijfsvoorheffing kan genieten. Met deze precisering, toegevoegd nadat amendementen in die zin werden neergelegd
(8)wou de wetgever verzekeren dat de steunmaatregel ingevolge de transactie niet zou moeten worden terugbetaald en door de ‘nieuwe werkgever’ opnieuw zou moeten worden aangevraagd
(9). Dit argument kan m.i. evenmin overtuigen. De omstandigheid dat de wetgever, wat steunzones betreft, de regeling nader preciseert, neemt niet weg dat artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92, wel degelijk niet voorziet in de vereiste van een actualisatie van de aanmelding en zeker niet in een specifieke tegenwerpelijkheidsvoorwaarde in het geval van een overdracht in continuïteit. De appelrechters oordelen m.i. dan ook terecht: “De wetgever heeft hier kennelijk willen veilig spelen; er werd in elk geval geen juridisch inhoudelijk debat gevoerd en al zeker niet de vraag gesteld (en dus ook niet beantwoord) of de continuïteit bij de bedoelde overdrachten een algemene rechtsopvolging inhield die tegenstelbaar was waardoor de overnemende vennootschap automatisch in de rechten trad van de rechtsvoorganger. De amendementen werden bovendien bekritiseerd omdat ze zo laat werden ingediend waardoor de Raad van State er geen advies kon over geven (verslag 54-3148/3, p. 9)”. In dezelfde zin oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in deze zaak, eveneens terecht: “De vrijstelling inzake steunzones ligt niet ter beoordeling voor en dateert bovendien van (veel) latere datum. Uit de parlementaire voorbereidende werken bij artikel 275³ WIB92 blijkt nergens dat de wetgever de toepassing van de vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing heeft willen uitsluiten in geval van dergelijke intra-groepsherstructureringen”. 2.4. Slotsom lijkt mij dan ook dat de appelrechters hun beslissing naar recht verantwoorden door te doordelen dat “de aanmelding door NGData europe bvba voor het betreffende O&O-programma, dus als een tijdige, wettige aanmelding voor de vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing [gold] op grond van dat programma in hoofde van de [verweerster]”. 3. Besluit: Verwerping. __________________________________________________________
(1)Zie in die zin ook G. VANDENBOSSCHE, "3, 2, 1, Belspo-aanmelding... Start!", noot onder Cass. 6 januari 2023, AR F.20.0149.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.5, AC 2023, nr. 14, TFR 2024, afl. 654,
(96)117, nr. 37.
(2)Vgl. art. 9 Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende de procedure van aanmelding door ondernemingen van onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma’s voor de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing, Parl.St. Kamer 2022-23, nr. 55-3577/001, p. 24 (https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/55/3577/55K3577001.pdf), dat de verplichting zou invoeren om, indien de verwachte of daadwerkelijke looptijd van het aangemelde project of programma een langere periode bestrijkt dan één jaar, de onderneming ten minste jaarlijks zijn aanmelding bij de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid op de door Koning bepaalde wijze te laten actualiseren.
(3)Cfr. art. 95², § 1, KB WIB92, overeenkomstig hetwelk de ondernemingen bedoeld in artikel 275³, § 1, WIB92 die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s, voor de periode waarin zij bezoldigingen hebben toegekend waarvoor zij een deel of het geheel van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing niet in de Schatkist moeten storten, twee afzonderlijke aangiften in de bedrijfsvoorheffing moeten overleggen volgens het in §§ 2 en 3 vermelde onderscheid.
(4)Bestreden arrest, p. 9, derde alinea.
(5)Zie hierover M. WYCKAERT, “Het vennootschaps- en het fiscaal recht: een gedwongen huwelijk of natuurlijke bondgenoten?”, Liber Amicorum Frans Vanistendael, Herentals, Knops Publishing, 2007, 567.
(6)Voorziening, p. 9, 4de alinea.
(7)BS 10 augustus 2018.
(8)https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/3148/54K3148002.pdf.
(9)https://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/3148/54K3148003.pdf. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230106.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.