id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.7 Rolnummer: F.24.0043.N Zaak: ORANGE BELGIUM nv contra Gemeente Zwalm Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-07-11 Raadplegingen: 413 - laatst gezien 2026-06-18 17:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.7 Fiche De openbare domeingoederen van de publiekrechtelijke rechtspersonen en hun private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang zijn, uit hun aard, niet aan belasting onderworpen; dit beginsel beperkt de gemeentelijke belastingbevoegdheid
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Gemeentebelasting - Beginsel van belastingvrijdom openbare domeingoederen - Draagwijdte Tekst van de conclusie F.24.0043.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN:
- Situering. De gemeenteraad van verweerster heeft op 28 maart 2019 een belastingreglement op masten en pylonen voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 goedgekeurd. Op 17 oktober 2019 vestigde verweerster op naam van eiseres voor het aanslagjaar 2019 een aanslag in de gemeentebelasting op masten en pylonen onder kohierartikel 3 voor een bedrag van € 5000 wegens de aanwezigheid van twee pylonen op het grondgebied van de gemeente. De gerechtelijke betwisting van die aanslag leidde tot een arrest van het hof van beroep te Gent dd. 17 oktober 2023 waarbij de vordering van eiseres, onder meer strekkende tot vernietiging van de bestreden aanslag, ontvankelijk maar ongegrond werd verklaard. Eiseres komt op tegen dit arrest met twee middelen tot cassatie. (…)
- Bespreking van het tweede middel. 3.
- Eiseres voert aan dat de appelrechter, door het bestaan ervan te ontkennen, het algemeen rechtsbeginsel schendt dat de openbare domeingoederen van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang, uit hun aard, niet aan belasting onderworpen zijn. Door, op grond van de overweging dat er geen enkele wettelijke bepaling bestaat die stelt dat overheidsgoederen gebruikt in de uitoefening van een openbare dienst onttrokken moeten worden aan gemeentebelastingen en dat eiseres niet aantoont dat er een beginsel bestaat met die strekking, eveneens de door eiseres aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel te verwerpen, zou de appelrechter volgens eiseres zijn beslissing evenmin naar recht verantwoorden. (schending van de artikelen 10, 11, 159 en 172 van de Grondwet evenals het algemeen rechtsbeginsel dat de openbare domeingoederen van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang, uit hun aard, niet aan belasting onderworpen zijn). 3.
- Het Hof oordeelde reeds dat de openbare domeingoederen van de publiekrechtelijke rechtspersonen en de private domeingoederen die bestemd zijn voor een openbare dienst of een dienst van algemeen belang, uit hun aard, niet aan belasting zijn onderworpen
(1). Goederen die bestemd zijn voor de openbare dienstverlening kunnen m.a.w. niet getroffen worden door belastingen die juist de financiering van diezelfde openbare dienstverlening beogen. Dit beginsel, dat de gemeentelijke belastingbevoegdheid beperkt, is echter niet steeds onverkort van toepassing
(2). Het lijkt er mij niet aan in de weg te staan dat een gemeente een gemeentebelasting op masten en pylonen kan vestigen ten laste van commerciële ondernemingen zoals de verschillende gsm-operatoren. Goederen die nuttig of dienstig zijn voor dienstverlening die algemeen nut heeft, kunnen naast dat nut ook lasten veroorzaken en het lijkt mij op grond van de fiscale autonomie waarover gemeenten beschikken mogelijk dat er belastingen worden geheven die ertoe strekken de onredelijkheid van die last te compenseren. In zoverre het middel van het tegendeel uitgaat, faalt het m.i. naar recht. 3.
- De artikelen 10 en 11 van de Grondwet waarborgen het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Artikel 172 van de Grondwet is een bijzondere toepassing van dat beginsel in fiscale aangelegenheden. Het gelijkheidsbeginsel in fiscale zaken verbiedt de regelgever niet om sommige belastingplichtigen verschillend te behandelen, op voorwaarde dat het aldus ingevoerde verschil in behandeling redelijk kan worden verantwoord. Zoals verweerster terecht aanhaalt, is het onderscheid dat wordt gemaakt tussen de goederen die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen en gebruikt worden voor een openbare dienst (vrijgesteld van belasting) enerzijds, en de goederen die toebehoren aan privaatrechtelijke commerciële rechtspersonen en gebruikt worden voor een openbare dienst (niet vrijgesteld van belasting) anderzijds, redelijk en objectief verantwoord, aangezien over het algemeen kan worden aangenomen dat de financiering van een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt verzekerd door de opbrengst van de belastingen, terwijl de financiering van een privaatrechtelijke rechtspersoon afkomstig is uit verschillende bronnen
- In zoverre het middel er van uitgaat dat de onder 3.
- beschreven invulling van het “beginsel van belastingvrijdom” leidt tot een schending van het gelijkheidsbeginsel kan het m.i. niet worden aangenomen.
- Besluit: Verwerping. ___________________________________________________
(1)Cass. 10 september 2020, AR F.18.0168.F, AC 2020, nr. 520 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200910.1F.1; Cass. 23 februari 2018, AR F.16.0102.F, AC 2018, nr. 120 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180223.2.
(2)Vergelijk bijvb. met Cass. 25 november 2021, AR F.19.0139.N, AC 2021, nr. 744 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.73, waarin de vrijstelling van onroerende voorheffing wordt gekoppeld aan de voorwaarde van improductiviteit.
(3)Vgl. GwH 23 mei 2019, nr. 74/2019, ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.074. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180223.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200910.1F.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211125.1N.73 ECLI:BE:GHCC:2019:ARR.074 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div