id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.5 Rolnummer: C.24.0001.N Zaak: BOUWKANTOOR G.D. NV c. JDS CONSTRUCTION BV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-09-17 Raadplegingen: 529 - laatst gezien 2026-06-18 21:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.5 Fiches 1 - 2 In geval van niet-nakoming van een contractuele verbintenis heeft de schuldeiser, indien de prestatie zich hiertoe leent, het recht zich door de rechter te laten machtigen om de verbintenis te laten uitvoeren door een derde op kosten van de schuldenaar
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Uitvoering door een derde - Machtiging rechter Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Uitvoering door een derde - Machtiging rechter Fiches 3 - 4 In uitzonderlijke omstandigheden, zoals bij hoogdringendheid, kan de schuldeiser hiertoe op kennisgeving overgaan zonder rechterlijke machtiging op eigen kosten en op eigen risico en deze kosten verhalen op de schuldenaar, waarbij zijn handelwijze achteraf kan worden getoetst door de rechter; in beide gevallen dient de schuldeiser de redelijke belangen van de schuldenaar in acht te nemen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Buitengerechtelijke vervanging - Uitvoering door een derde - Voorwaarden - Toetsing achteraf door de rechter Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Buitengerechtelijke vervanging - Uitvoering door een derde - Voorwaarden - Toetsing achteraf door de rechter Fiches 5 - 6 Wanneer de schuldeiser de verbintenis zonder voorafgaandelijke rechterlijke machtiging laat uitvoeren door een derde, zonder dat daartoe grond bestaat of op een onzorgvuldige wijze, kan de schuldeiser de gemaakte kosten niet verhalen op de schuldenaar, maar heeft hij slechts recht op vergoeding van de schade die het gevolg is van de wanprestatie
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Ongegronde of onzorgvuldige buitengerechtelijke vervanging - Gevolgen Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Ongegronde of onzorgvuldige buitengerechtelijke vervanging - Gevolgen Fiches 7 - 8 De rechter die het bestaan aanneemt van schade, veroorzaakt door een fout, kan de vordering tot vergoeding van die schade niet afwijzen op de enkele grond dat de benadeelde het gevorderde bedrag niet bewijst. In dat geval staat het de rechter de geldwaarde ervan te ramen op een met die schade overeenstemmend bedrag
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANNEMING VAN WERK Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Schade - Algemeen - Bestaan van de schade - Geen bewijs van de omvang - Taak van de rechter Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Niet-nakoming van een contractuele verbintenis - Schade - Algemeen - Bestaan van de schade - Geen bewijs van de omvang - Taak van de rechter Tekst van de conclusie C.24.0001.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering. 1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres aannemer is en beroep doet op de verweerster als onderaannemer bij verschillende werven. In een afrekeningsgeschil werpt de eiseres op dat de verweerster de ramen niet goed had afgedekt waardoor deze beschadigd geraakten. De eiseres doet beroep op een andere onderaannemer om deze schade te herstellen. De eiseres richt vervolgens de factuur van deze herstellingswerken aan de verweerster tot vergoeding van de herstellingskosten. De verweerster weigert deze factuur te betalen en dagvaardt de eiseres en de bouwheer tot betaling van de openstaande facturen. De eiseres stelt een tegenvordering in tot veroordeling van de verweerster tot betaling van de herstellingskosten. Nadat de eerste rechter deze vordering niet ontvankelijk
(1)verklaart, wijst het bestreden arrest de vordering af als ongegrond. De appelrechter oordeelt dat de eiseres de voorwaarden van de buitengerechtelijke vervanging niet heeft gerespecteerd, waardoor zij geen aanspraak kan maken op enige schadevergoeding lastens de verweerster.
- De eiseres komt met één middel op tegen dit arrest. 2 Bespreking.
- De eiseres vat haar middel als volgt samen: door, na te hebben vastgesteld dat de fout van verweerster schade heeft berokkend aan eiseres, te oordelen dat eiseres niet voldaan heeft aan de voorwaarden om tot buitengerechtelijke vervanging over te gaan en te beslissen dat eiseres hierdoor geen schadevergoeding kan eisen van verweerster, terwijl de schuldeiser die de verbintenis zonder voorafgaandelijke rechterlijke machtiging laat uitvoeren door een derde, zonder dat daartoe grond bestaat of op een onzorgvuldige wijze, recht heeft op vergoeding van de schade die het gevolg is van de wanprestatie, schendt de appelrechter de artikelen 1134, 1143, 1144, 1146, 1147, 1149, 1150, 1151 en 1315 van het oud Burgerlijk Wetboek en het artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek.
- Het middel voert in wezen aan dat de appelrechter, na te hebben vastgesteld dat er schade is ingevolge de fout van de verweerster, niet wettig kon oordelen dat geen schadevergoeding is verschuldigd, zelfs al zouden de voorwaarden van de gerechtelijke vervanging niet zijn nageleefd.
- Het middel lijkt aldus geen betrekking te hebben op de (al dan niet naleving van de voorwaarden van de) buitengerechtelijke uitvoering, maar wel louter op de beslissing dat geen schadevergoeding wordt toegekend hoewel is vastgesteld dat een fout schade heeft veroorzaakt.
- Bij arrest van 18 juni 2020 oordeelde het Hof dat wanneer de schuldeiser de verbintenis zonder voorafgaandelijke rechterlijke machtiging laat uitvoeren door een derde, zonder dat daartoe grond bestaat of op een onzorgvuldige wijze, de schuldeiser de gemaakte kosten niet kan verhalen op de schuldenaar, maar hij slechts recht heeft op vergoeding van de schade die het gevolg is van de wanprestatie
(2). Wat het verschil is tussen de “gemaakte kosten” en de “vergoeding van de schade”, maakt echter niet het voorwerp uit van het middel. 7. Wat betreft de vraag of er wel sprake is van een vastgestelde fout en schade, heeft de appelrechter het volgende overwogen
(3): - “Op 3 november 2015 had [de eiseres] overigens al een opmerking gemaakt aan [de verweerster] dat het afdekken van de ramen niet goed werd uitgevoerd (dossier/ DEDEYNE, stuk IX 2), wat door deze op zich nooit werd betwist of geprotesteerd”. - “Het is duidelijk dat er sprake was van door [de verweerster] niet goed uitgevoerd afdekken van de ramen wat redelijkerwijs de kwestieuze lasinslagen op 2L3 of 39 van de glasramen mogelijk heeft gemaakt”. - “Waar het in de gegeven omstandigheden voorkomt dat de kwestieuze lasinslagen op 2/3 of 39 van de glasramen te wijten zijn aan het door [de verweerster] niet goed uitgevoerd afdekken van de ramen, zijnde in haren hoofde een repetitieve lichte fout, nl. die gewoonlijk voorkomt en die een normaal aandachtig persoon niet zou begaan …”. (eigen onderlijning) 8. Deze overwegingen later er mijns inziens geen twijfel over bestaan dat de appelrechter vaststelt dat de verweerster een (“repetitieve lichte”)
(4)fout heeft begaan door de ramen niet voldoende af te dekken waardoor er lasinslagen zijn op glasramen. Daarmee heeft de appelrechter een wanprestatie, de schade en het oorzakelijk verband vastgesteld. Daar waar de appelrechter verder in het bestreden arrest daarop lijkt terug te komen door gebruik van de volgende overwegingen: “beweerde schade”, “evenmin sprake van een vaststaande ernstige tekortkoming of erkend in gebreke blijven”, “geen enkele kans meer tot enige tegensprekelijke vaststelling” en “volkomen oncontroleerbaar”
(5), blijkt dat deze overwegingen betrekking hebben op de (niet naleving van de juridische voorwaarden van de aldus onregelmatige) buitengerechtelijke vervanging. Die overwegingen zijn mijns inziens niet tegenstrijdig met, of doen geen afbreuk aan de (voordien) vastgestelde fout, schade en oorzakelijk verband. 9. Indien er sprake is van een wanprestatie vanwege een contractpartij, met een zekere bestaande schade voor de andere contractpartij, kan de eventuele onmogelijkheid van een concrete begroting van de schade niet worden gebruikt als argument om de schadevergoeding af te wijzen. De rechter die het bestaan aanneemt van schade, veroorzaakt door een fout, kan de vordering tot vergoeding van die schade niet afwijzen op de enkele grond dat de benadeelde het gevorderde bedrag niet bewijst
(6). 10. Door het bestaan van schade, veroorzaakt door een wanprestatie aan te nemen, kon de appelrechter de vordering tot vergoeding van die schade niet afwijzen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de buitengerechtelijke vervanging. De beslissing lijkt niet naar recht verantwoord; het middel komt gegrond voor. Besluit: cassatie. _________________________________________________________________
(1)Omdat de herstellingskosten betrekking hadden op een andere werf.
(2)Cass. 18 juni 2020, AR C.18.0357.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.9, AC 2020, nr. 411, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.9; P. WÉRY, “Le remplacement extrajudiciaire du débiteur défaillant, enfin admis par la Cour de cassation”, RCJB 2021,
(461)499-500; S. DE REY, “Wat u zelf doet, doet u beter? De buitengerechtelijke vervanging van de schuldenaar erkend door het Hof van Cassatie”, TBBR 2020,
(539)556 e.v., nr. 45; zie ook S. DE REY en S. DECLERCQ, “Ontbinding en vervanging op kennisgeving in het oud en nieuw BW: het onderscheid op scherp” (noot onder Antwerpen 14 februari 2022), Limb. Rechtsl. 2022,
(295)312 e.v.; S. DE REY en S. STIJNS, “Sancties wegens wanprestatie: kroniek van de recentste evoluties”, TBBR 2022,
(2)15-16, nr. 21; C.-E. LAMBERT, “Le remplacement extrajudiciaire enfin reconnu par la Cour de cassation”, TBH 2021,
(1059)1066, nr. 36; Y. NINANE en R. THÜNGEN, “L’inexécution du contrat imputable au débiteur” in Le livre 5 du Code civil et le nouveau droit des contrats, Brussel, Larcier 2022,
(219)235-236; Y. NINANE en J.-F. GERMAIN, “L’inexécution du contrat imputable au débiteur” in La réforme du droit des obligations, Brussel, Larcier 2023,
(435)455-456.
(3)Arrest, p. 6.
(4)Deze nuanceringen lijken mij van geen belang te zijn; het blijft een vastgestelde fout (nl. een onzorgvuldigheid).
(5)Arrest, p. 7 en 8.
(6)Cass. 5 maart 2021, AR C.20.0166.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210305.1N.3; Cass. 18 september 2020, AR C.20.0104.N, AC 2020, nr. 556, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200918.1N.2; Cass. 15 januari 2008, AR P.07.1247.N, AC 2008, nr. 27, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080115.2. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.5 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080115.2 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.9 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200918.1N.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210305.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div