← België

ORDE VAN ARCHITECTEN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 13 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.8 Rolnummer: C.23.0423.N Zaak: ORDE VAN ARCHITECTEN contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-09-17 Raadplegingen: 335 - laatst gezien 2026-06-16 13:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.8 Fiches 1 - 2 De Orde van Architecten die een stedenbouwkundige vergunning voorziet van een visum, dient zich ervan te vergewissen dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen; als voorwaarde om het beroep te mogen uitoefenen, dient de Orde van Architecten hierbij bijgevolg na te gaan of de aanvragende architect voldoet aan zijn verzekeringsverplichting

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) Vrije woorden: Verzekeringsplicht - Orde van architecten - Visum Stedenbouwkundige aanvraag - Aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1963 tot instelling van een Orde der Architecten - 26-06-1963 - Art. 5 - 30 ELI link Pub nr 1963062602 Thesaurus CAS: HUUR VAN DIENSTEN Vrije woorden: Architect - Verzekeringsplicht - Orde van architecten - Visum Stedenbouwkundige aanvraag - Aansprakelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 26 juni 1963 tot instelling van een Orde der Architecten - 26-06-1963 - Art. 5 - 30 ELI link Pub nr 1963062602 Tekst van de conclusie C.23.0423.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE: 1 Situering.
  1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerders een overeenkomst sluiten met architect W. die in uitvoering daarvan een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning indient waaraan de eiseres haar visum verleent. Naar aanleiding van het stilvallen van de werken en het faillissement van de aannemer, ontdekken de verweerders dat architect W. op het moment van het visum van de eiseres niet was verzekerd. De (vennootschap van de) architect (en de architect zelf) worden nadien wegens ernstige contractuele fouten veroordeeld tot betaling van de door de verweerders opgelopen schade. De verweerders dagvaarden vervolgens de eiseres. Volgens de verweerders heeft de eiseres een fout begaan door het visum aan de bouwaanvraag te verlenen, terwijl architect W. niet was verzekerd. Zij stelden dat indien de eiseres geen visum had verleend, zij het bouwproject niet aan de voormelde architect zouden hebben toevertrouwd en zij zich niet in de situatie van een niet verzekerde aansprakelijkheid zouden hebben bevonden. Zowel de eerste rechter als de appelrechter in het bestreden arrest stellen de verweerders grotendeels in het gelijk en veroordelen de eiseres tot betaling van een schadevergoeding aan de verweerders.
  2. De eiseres komt met één middel op tegen dit arrest. 2 Bespreking.
  3. Artikel 5 van de Wet van 26 juni 1963 tot instelling van de Orde van Architecten
(1)bepaalt dat niemand in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven. Artikel 4 van deze wet bepaalt dat niemand op een tabel van de Orde of op een lijst van stagiairs mag worden ingeschreven als hij niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect. Artikel 1, § 1, van de Wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect, bepaalt dat niemand de titel mag voeren van architect, indien hij niet in het bezit is van een diploma, waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de examenproeven heeft afgelegd, welke vereist zijn voor het verkrijgen van dit diploma. Artikel 2, § 4, van de voormelde wet van 20 februari 1939
(2), bepaalt dat niemand het beroep van architect mag uitoefenen zonder door een verzekering te zijn gedekt, overeenkomstig artikel 9, met uitzondering van de architecten bedoeld in het artikel 9, § 2. Artikel 9, § 1, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 bepaalt dat alle natuurlijke personen of rechtspersonen die ertoe gemachtigd werden overeenkomstig deze wet het beroep van architect uit te oefenen en van wie de aansprakelijkheid, met inbegrip van de tienjarige aansprakelijkheid, kan worden verbonden wegens de handelingen die zij beroepshalve stellen of de handelingen van hun aangestelden, door een verzekering dienen te zijn gedekt. Deze verzekering kan kaderen in een globale verzekering voor alle partijen die in de bouwakte voorkomen. Artikel 7, § 1, van het koninklijk besluit van 25 april 2007 betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939
(3), stelt de verzekeringsonderneming ten laatste op 31 maart van elk jaar aan de Raad van de Orde van Architecten een elektronische lijst ter beschikking van de architecten die bij haar een verzekeringsovereenkomst hebben gesloten met vermelding van het ondernemingsnummer en de naam van de architect, het nummer van de verzekeringspolis en de begin- en einddatum van de verzekeringsdekking. De verzekeringsonderneming of de architect kan een verzekeringsovereenkomst niet ontbinden zonder hiervan de bevoegde Raad van de Orde van Architecten per aangetekende brief of op gelijkwaardige elektronische wijze te hebben verwittigd, ten laatste 15 dagen voor de inwerkingtreding van de opzegging waarvan hij tegelijkertijd de datum meedeelt. De verzekeringsonderneming stelt trimestrieel de Raad van de Orde van architecten via een elektronische lijst in kennis van de verzekeringsovereenkomsten die zijn opgezegd of geschorst, of waarvan de dekking werd geschorst. Artikel 38, 9°, Architectenwet bepaalt dat de nationale raad tot opdracht heeft het publiceren op haar internetsite van de lijst van architecten ingeschreven in de tabellen van de Orde en de lijst van de stagiairs die in de regel zijn met hun bijdrage en die gerechtigd zijn het beroep van architect uit te oefenen. 4. Het vereiste visum van de Orde wordt geregeld door het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning. Punt 13 van Bijlage III van dit besluit
(4)bepaalt dat op het formulier zich een visum van de bevoegde raad van de Orde van Architecten bevindt waarbij het visum bewijst dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen.
  1. Uit deze wetsbepalingen blijkt dat de Orde van Architecten niemand mag inschrijven op een tabel van de Orde van Architecten die niet voldoet aan de voorwaarden gesteld bij de voormelde wet van 20 februari
  2. Één van die voorwaarden is dat de architect een verzekering moet hebben. Uit de geciteerde bepalingen blijkt dat de bevoegde Raad van de Orde van Architecten periodiek doorlopend kennis krijgt van de naleving van de verzekeringsplicht, waardoor ze de naleving van die voorwaarde kan nagaan. De verplichting tot publiceren van de lijst op haar internetsite lijkt de Orde ertoe te verplichten constant na te gaan of een architect al dan niet is verzekerd. De Orde moet de architect van de lijst op haar internetsite verwijderen wanneer deze niet (meer) is verzekerd, hetgeen niet dezelfde lijst is als de officiële tabel en de lijst van de stagiairs.
  3. Uit een zinvolle samenlezing van deze voldoende duidelijke bepalingen volgt dat indien een architect die geen ofwel niet meer een verzekering heeft, daardoor niet of niet meer gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen en niet (meer) voldoet aan de voorwaarden om te worden of te zijn ingeschreven op de tabel van de Orde van Architecten.
  4. In een arrest van 12 mei 2023 oordeelde het Hof dat de raden de inschrijving kunnen weigeren op grond van niet-naleving van de voorwaarden inzake diploma, op grond van het bestaan van een onverenigbaarheid in hoofde van de aanvrager of op grond van zijn onwaardigheid of onbekwaamheid om het beroep van architect uit te oefenen, zonder de vermelding van de verzekeringsplicht
(5). Uit dit arrest kan worden opgemaakt dat een onderscheid bestaat tussen de voorwaarden om te worden toegelaten tot het beroep en de voorwaarden die betrekking hebben op de uitoefening van het beroep, waaronder de verzekeringsplicht en ingeschreven zijn op de tabel. 8. De wettelijke verzekeringsplicht is één van de vijf pijlers van de bescherming van de titel en het beroep van architect
(6). Sedert de zogenaamde wet Laruelle van 15 februari 2006 is de verzekering geëvolueerd van een louter deontologische naar een wettelijke voorwaarde voor de uitoefening van het beroep van architect
(7).
  1. Zelfs al laten de voormelde wetbepalingen toe een onderscheid te maken tussen enerzijds de voorwaarden die betrekking hebben op de toelating tot het beroep en de inschrijving op de tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en, anderzijds, de voorwaarden die betrekking hebben op het gerechtigd zijn tot het uitoefenen van het beroep van architect, en zelfs indien de wettelijke verzekeringsplicht niet geldt als een voorwaarde wordt om toegelaten te worden tot het beroep van architect, is het een wettelijke voorwaarde tot het gerechtigd zijn om het beroep van architect uit te oefenen.
  2. Het voormelde besluit van 28 mei 2004 stelt dat het visum van de Orde van Architecten bewijst dat de architect is ingeschreven op een tabel van de Orde van Architecten of op de lijst van stagiairs en gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen (eigen onderlijning). Door het verlenen van het visum op een stedenbouwkundige vergunning verklaart de Orde van Architecten dat de aanvragende architect gerechtigd is het beroep van architect uit te oefenen omdat hij (onder meer) voldoet aan zijn wettelijke verzekeringsverplichting. Indien de Orde het visum verleent wanneer de architect niet is gerechtigd om het beroep van architect uit te oefenen, bijvoorbeeld omdat niet is voldaan aan de wettelijke verzekeringsplicht, overtreedt de Orde deze wettelijke norm.
  3. In de praktijk blijkt echter dat een overtreding van de verzekeringsplicht niet evident kan worden vastgesteld. Architecten kunnen ervoor kiezen enkel activiteiten uit te oefenen die niet verzekerd dienen te worden of zich niet te verzekeren door middel van een individuele loopbaanpolis maar door middel van een globale polis per project
(8). Er kunnen zich problemen voordien met de informatiedoorstroming vanwege de verzekeringsinstellingen
(9). Feitelijke vaststelling kunnen het aannemelijk maken dat de Orde zich beroept op onoverwinnelijke dwaling of overmacht omdat bepaalde wijzigingen laattijdig of niet werden doorgegeven of omdat bepaalde polissen niet worden doorgegeven. Het komt de Orde toe de naleving van de uitoefeningsvoorwaarden op te volgen en de architecten aan te spreken en een tuchtprocedure op te starten om een architect te kunnen schrappen van de tabel als tuchtmaatregel
(10). 12. Daarnaast is het verlenen van een visum aan een stedenbouwkundige vergunning een actieve daad vanwege de Orde waarmee ze verklaart dat de architect gerechtigd is het beroep uit te oefenen en dus onder meer voldoet aan de verzekeringsplicht. De Orde mag het visum pas verlenen indien de verzekeringsplicht in orde is, hetgeen de Orde dient na te gaan
(11). Wat betreft de bijzondere polissen, zal de Orde allicht de architect zelf moeten contacteren en vragen om bewijs van verzekering
(12). 13. De appelrechter maakte mijns inziens een juiste toepassing van de toepasselijke bepalingen. Hij wees er ook terecht op dat de verplichting om voor de uitvoering van bepaalde werken beroep te doen op een architect, de openbare orde en openbare veiligheid aanbelangt. Het is niet alleen in het belang van de bouwheer, maar ook in het algemeen belang dat de gebouwen veilig zijn. Hij wijst ook op de doelstellingen van de verplichting onder architectuur te bouwen zijn, waaronder de bescherming van het kapitaal dat de bouwheer in het gebouw heeft belegd
(13). 3 Eerste onderdeel.
  1. Het eerste onderdeel bevat verschillende grieven, die als volgt kunnen worden samengevat, namelijk aan dat de appelrechter, door te oordelen dat - de verzekeringsplicht van de architect een voorwaarde is om te worden toegelaten tot het beroep van architect, terwijl die verplichting betrekking heeft op de uitoefening van het beroep of, met andere woorden, op de wijze waarop de tot het beroep toegelaten architect zijn beroepsplichten nakomt, in het bijzonder de volgende bepalingen schendt: artikelen 4 en 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten, 2, §§ 1 en 4, en 9, § 1, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, en 3 van het Koninklijk Besluit van 25 april 2017 betreffende de verplichte verzekering voorzien door de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect (eerste grief); - de bevoegde raad van de orde geen andere maatregel dan een weglating van de tabel of lijst van stagiairs kan nemen bij niet-nakoming door de architect van zijn verzekeringsverplichting, terwijl die niet-naleving niet automatisch leidt tot weglating maar slechts via een tuchtprocedure kan worden gesanctioneerd met één van de wettelijk voorziene tuchtstraffen, in het bijzonder de volgende bepalingen schendt: de artikelen 2, 17, 19, 20, 21, 23 t/m 26, 31, 32 en 38,3° van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een orde van architecten en 6 EVRM, zoals nader in het middel gepreciseerd (tweede grief); - de eiseres een fout beging door het visum te verlenen zonder voorafgaand na te gaan of de architect gedekt was door een aansprakelijkheidsverzekering, terwijl het doel van het visum er enkel toe strekt te attesteren dat de architect die de aanvraag voor een stedenbouwkundige aanvraag ondertekent, is ingeschreven op de tabel of lijst van stagiairs en geen voorwerp uitmaakt van enige tuchtsanctie die hem al dan niet tijdelijk het recht ontneemt om het beroep van architect uit te oefenen, in het bijzonder de volgende bepalingen schendt: artikel 16, 1° van het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2004 betreffende de samenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, en punt 8 van bijlage III bij dat besluit, zoals nader in het middel gepreciseerd (derde grief), en bij wijze van gevolg, de artikelen 1382 en 1383 van het oud Burgerlijk Wetboek (vierde grief).
  2. Deze grieven kunnen als volgt worden beantwoord.
  3. Eerste grief. De appelrechter stelt uitdrukkelijk dat de verzekeringsplicht een voorwaarde is om het beroep van architect te mogen uitoefenen. De grief die ervan uitgaat dat de appelrechter heeft geoordeeld dat de verzekeringsplicht van de architect een voorwaarde is om te worden toegelaten tot het beroep van architect, berust op een verkeerde lezing.
  4. Tweede grief. De appelrechter steunt de bestreden beslissing op de zelfstandige reden dat de eiseres onzorgvuldig heeft gehandeld door voor het aanbrengen van het visum op het aanvraagformulier voor een stedenbouwkundige vergunning louter voort te gaan op de verklaring van de architect en geen controle te verrichten, terwijl zij beschikte over de lijsten met de verzekerde architecten die haar jaarlijks worden overgemaakt door de verzekeringsondernemingen
(14). In zoverre de grief deze overweging niet bekritiseert, kan deze niet tot cassatie leiden en is de grief niet ontvankelijk. Met de voormelde reden geeft de appelrechter te kennen dat de Orde geen visum aan de stedenbouwkundige vergunning had mogen verlenen. In zoverre de grief ervan uitgaat dat de appelrechter beslist dat de bevoegde raad van de orde geen andere maatregel kan nemen dan een weglating van de tabel of lijst van stagiairs bij niet-nakoming van de verzekeringsverplichting, berust deze op een verkeerde lezing. In zoverre de grief ervan uitgaat dat de bevoegde raad van de orde geen andere maatregel kan nemen dan een weglating van de tabel of lijst van stagiairs bij niet-nakoming van de verzekeringsverplichting, faalt het naar recht.
  1. De derde grief. De appelrechter die oordeelt dat de verzekeringsplicht van de architect een voorwaarde is om het beroep te mogen uitoefenen waarvan de vervulling moet worden nagegaan vooraleer visum te verlenen, verantwoordt zijn beslissing naar recht. De grief die uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.
  2. De vierde grief. De appelrechter die oordeelt dat de eiseres onzorgvuldig heeft gehandeld door voor het aanbrengen van het visum op het aanvraagformulier voor een stedenbouwkundige vergunning louter voort te gaan op de verklaring van de architect en geen controle te verrichten, terwijl zij beschikte over de lijsten met de verzekerde architecten die haar jaarlijks worden overgemaakt door de verzekeringsondernemingen, verantwoordt zijn beslissing naar recht. De grief kan niet worden aangenomen. (…) Besluit: verwerping. _________________________________________________________________
(1)Hierna met citeertitel Architectenwet.
(2)Zoals van toepassing voor de wijziging bij wet van 31 mei 2017.
(3)Voor de opheffing ervan bij koninklijk besluit van 4 februari 2020.
(4)Na wijziging bij besluit van 29 mei 2009 en voor opheffing bij besluit van 27 november 2015.
(5)Cass. 12 mei 2023, AR D.21.0004.N, AC 2023, nr. 360, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.3, met concl. van eerste advocaat-generaal MORTIER, ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.3.
(6)Sedert de inwerkingtreding van de wet van 15 februari 2006 betreffende de uitoefening van het beroep van architect in het kader van een rechtspersoon; D. DE BUYST, “Taak, statuut, aansprakelijkheid en deontologie van de (ingenieur-)architect 2024”, die Keure 2024, 48.
(7)Cass. 4 februari 2015, AR P.14.1148.F, AC 2015, nr. 84, ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150204.3; J. ALBERT, “L’assurance de la responsabilité civile de l’architecte” in La mission de l’architecte, Anthemis 2022,
(141)142; R. DE BRIEY, “La loi du 15 février 2006: évolution ou révolution de la profession d’architecte”, Revue pratique de l’immobilier 2008,
(7)22-23 en 42; S. DE COSTER, “Handhavingsregeling” in Verzekeringen in de bouw, Brussel, Intersentia 2021, 243; D. DESSARD, “Aannemingscontact” in Rép. Not., D. IX, Contracten, Boek 8, Brussel, Larcier 2015, 75, nr. 41; I. DURANT en R. DE BRIEY, “L’exercice de la profession d’architecte”, Brussel, Larcier 2010, 315; M. HAMERYCK en K. UYTTERHOEVEN, “Actuele ontwikkelingen inzake de taken en de aansprakelijkheden van de architect (2000-2007), Jaarboek Bouwrecht 2006-2007, Brugge, die Keure 2007, nr. 71; J.-F. HENROTTE en L.O. HENROTTE, “Titre 1 - Conditions d’exercice de la profession d’architecte “ in L’architecte, Brussel, Larcier 2013,
(13)13 en 18; P. HENRY en B. DEVOS, “La profession d’architecte – Exercice en société et assurance: la nouvelle donne”, JT 2008,
(325)326; P. HENRY, “L’assurance de la responsabilité professionnelle de l’architecte” in L’exercice de la profession d’architecte, Brussel, Larcier 2010,
(215)220; B. KOHL, “L’assurance obligatoire de la responsabilité des architectes et le principe constitutionnel d’égalité”, TBBR 2008,
(394)396; B. KOHL, “Section 1. - L’architecte” in Contrat d'entreprise, Brussel, Bruylant 2016, 818; C. MEMMI en J. BERISHA, “L’assurance RC professionnelle des architectes” in Assurances de la construction et responsabilités, Anthemis 2014,
(81)83; K. UYTTERHOEVEN en S. SCHOENMAEKERS, “De architect”, Brussel, Intersentia 2013, 32 en 77: K. UYTTERHOEVEN, “De architectenovereenkomst, de taken en aansprakelijkheid van de architect in het licht van het statuut en de deontologie van de architect” in Bouwrecht in al zijn facetten, Brussel, Larcier 2006,
(179)207-208; K. UYTTERHOEVEN, “De aansprakelijkheidsverzekeringen in de bouwsector” in T. VANSWEEVELT en B. WEYTS (eds.), De aansprakelijkheidsverzekering in ontwikkeling, Brussel, Intersentia 2016,
(159)169-170; M. VAN DONGEN, “Geen discriminatie tussen architecten en aannemers wat betreft hun verzekeringsplicht ingevolge de wet Peeters-Ducarme”, Verzekeringsnieuws 2021,
(1)2.
(8)B. KOHL, “L’assurance obligatoire de la responsabilité des architectes et le principe constitutionnel d’égalité”, TBBR 2008,
(394)395; K. UYTTERHOEVEN, “De aansprakelijkheidsverzekeringen in de bouwsector” in T. VANSWEEVELT en B. WEYTS (eds.), De aansprakelijkheidsverzekering in ontwikkeling, Brussel, Intersentia 2016,
(159)187 e.v.
(9)I. DURANT en R. DE BRIEY, “L’exercice de la profession d’architecte”, Brussel, Larcier 2010, 318.
(10)R. DE BRIEY, “La loi du 15 février 2006: évolution ou révolution de la profession d’architecte”, Revue pratique de l’immobilier 2008,
(7)56; I. DURANT en R. DE BRIEY, “L’exercice de la profession d’architecte”, Brussel, Larcier 2010, 321-322.
(11)J. ALBERT, “L’assurance de la responsabilité civile de l’architecte” in La mission de l’architecte, Anthemis 2022,
(141)143; K. DEHING, “Beroepsaansprakelijkheid Verzekering architect beschermt bouwheer niet steeds onbeperkt”, Verzekeringsnieuws 2013,
(1)1; D. DESSARD, “Aannemingscontact” in Rép. Not., D. IX, Contracten, Boek 8, Brussel, Larcier 2015, 84, nr. 51in fine; A. LEROUGE, “Le visa par l’Ordre des architectes”, Forum de l’immobilier 2016, 2-4; A LEROUGE, “La suppression du visa de l’Ordre des architectes”, Forum de l’immobilier 2016, 4-5; zie evenwel S. DE COSTER, “Handhavingsregeling” in Verzekeringen in de bouw, Brussel, Intersentia 2021, 244.
(12)Zoals een kopie van een individuele loopbaan verzekering of een verzekering per project of een globale verzekering voor het desbetreffende project.
(13)Met verwijzing in het arrest naar: G. BAERT, W. GOOSSENS en W. NEVEN, “Het statuut van de architect”, in X., Bestendig Handboek Privaatrechtelijk Bouwrecht, Mechelen, Wolters Kluwer Belgium 2021, (IV.1-1) IV.1-7, waarin wordt verwezen naar M.v.T., Parl. St. Kamer 1936-37, nr. 236.
(14)Arrest, p. 11, tweede alinea van randnummer 15. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250613.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250613.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150204.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230512.1N.3 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230512.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.