← België

P. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 Rolnummer: P.25.0771.N Zaak: P. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2025-10-21 Raadplegingen: 534 - laatst gezien 2026-06-16 13:39 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.3 Fiches 1 - 9 Uit de samenhang tussen de artikelen 23, §1, 3°, 30, §1, 4°, 38, eerste lid, 42 en 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet volgt dat het door artikel 48, eerste lid, 1°, Wegverkeerswet strafrechtelijk gesanctioneerde verbod om tijdens de periode van vervallenverklaring van het recht een motorvoertuig te besturen, geldt voor alle motorvoertuigen, ongeacht of voor het besturen ervan een rijbewijs is vereist; het begrip motorvoertuig of voertuig is niet omschreven in de Wegverkeerswet, voor de invulling van dat begrip met het oog op de toepassing van de Wegverkeerswet kan niet worden gesteund op de in artikel 2 Wegverkeersreglement opgenomen definities, aangezien die volgens de aanhef van die bepaling slechts gelden voor de toepassing van het Wegverkeersreglement zelf; evenmin kan daarvoor worden gesteund op definities opgenomen in andere wetgeving met een eigen finaliteit, zoals de WAM-wetgeving of de wetgeving inzake het rijbewijs; bijgevolg moet dat begrip voor de toepassing van de vermelde wetsbepalingen worden gebruikt in zijn gewone betekenis; een motorvoertuig begrepen in zijn gewone betekenis is elk voertuig dat wordt voortgestuwd door enkel een mechanische kracht, geleverd door een verbrandingsmotor of een elektrische motor, dit wil zeggen door een mechanische kracht die het voertuig autonoom kan laten bewegen zonder het gebruik van spierkracht door de bestuurder ervan, met uitsluiting evenwel van een mechanische kracht die enkel trapondersteuning of een meeloop- of wegrijhulpfunctie biedt; of voor het besturen van dat voertuig een rijbewijs vereist is, heeft geen belang; evenmin is van belang of het starten van de gemotoriseerde aandrijfkracht, buiten het manipuleren van een hendel, pedaal of knop, een fysieke inspanning zoals een duw of een stap vereist; hieruit volgt dat een elektrische step een motorvoertuig of voertuig is zoals hier bedoeld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 23 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 2 - Artikel 2.15 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 2 - Artikel 2.16 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiches 10 - 11 Dwaling kan slechts schulduitsluitend zijn als ze onoverkomelijk is, wat betekent dat uit de omstandigheden kan worden afgeleid dat de persoon die zich op de dwaling beroept, heeft gehandeld zoals ieder redelijk en voorzichtig persoon in dezelfde situatie zou hebben gehandeld; de rechter beoordeelt onaantastbaar of de beklaagde zich in een toestand van onoverkomelijke dwaling bevond; het Hof gaat wel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten kan afleiden dat er sprake is van onoverkomelijke dwaling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 12 - 17 Degene aan wie een verval van het besturen van alle motorvoertuigen is opgelegd en die zich in het verkeer wil begeven met een voertuig dat beschikt over een autonome aandrijvingskracht, dient zich op voorhand ervan te vergewissen of dat voertuig al dan niet valt onder het hem opgelegde verval en hij moet daarover zo nodig de juiste informatie inwinnen; hij dient zich bovendien rekenschap ervan te geven dat het begrip motorvoertuig of voertuig, zoals vermeld in de Wegverkeerswet, niet beperkt is tot begripsbepalingen voorkomend in andere regelgeving met een eigen finaliteit, zoals het Wegverkeersreglement, de WAM of de wetgeving inzake het rijbewijs; het enkele feit dat het begrip motorvoertuig of voertuig in onderscheiden wetgevingen verschillend wordt gedefinieerd of dat rechtspraak en rechtsleer verdeeld lijken te zijn over de juiste invulling van de onderscheiden begripsbepalingen, doet daaraan geen afbreuk; ook staat twijfel bij een rechter, die moet oordelen over de concrete invulling van het begrip motorvoertuig of voertuig in een bepaald hem voorgelegd geval, niet gelijk met het bestaan van onoverwinnelijke rechtsdwaling bij een beklaagde
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 23 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 30 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 48 Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 71 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, § 1, 3° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 30, § 1, 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 48, eerste lid, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 15.2.2° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2.16 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 4 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de conclusie P.25.0771.N Conclusie van advocaat-generaal Bart DE SMET: “De draagwijdte van het verbod om een motorvoertuig te besturen terwijl men daarvoor ongeschikt is of men een verval van het recht tot sturen als straf of veiligheidsmaatregel moet naleven. Geldt dit verbod ook voor het besturen van een elektrische step (art. 30, 38, 42 en 48 Wegverkeerswet)?” 1. Bestreden vonnis. 1. Op 14 juli 2023 vond een verkeersongeval met gewonden plaats te Destelbergen tussen een personenvoertuig bestuurd door verweerster V. en een elektrische step bestuurd door verweerder G. Mevr. V. verklaarde dat zij rechts afsloeg om de parking van een supermarkt op te rijden en zij bij die rijbeweging met gebruik van de richtingaanwijzer Dhr. G. niet had opgemerkt. G. reed op dat moment op het fietspad, naar eigen zeggen tegen een snelheid van ongeveer 20 km/u. 2. Eerste beklaagde V. (verweerster) wordt vervolgd wegens A) onopzettelijke slagen en verwoningen (art. 418 en 420 Sw. 1867), B) het niet kunnen stoppen van een voertuig voor een voorzienbare hindernis (art. 10.1.3° Wegverkeersreglement en art. 29, § 1, lid 3 Wegverkeerswet) en C) geen voorrang verlenen aan weggebruikers bij het van richting veranderen van het voertuig (art. 19.4 Wegverkeersreglement en art. 19, § 1, lid 2 Wegverkeerswet). Het bestreden vonnis acht de feiten bewezen en kent aan verweerster V. de gunst van de opschorting toe. Eiser stelde tegen deze beschikkingen cassatieberoep in, maar voert daarover geen middelen aan. 3. Tweede beklaagde G. (verweerder) wordt vervolgd wegens D) een voertuig te hebben bestuurd op een openbare plaats, namelijk een ‘personenauto’ terwijl hem een levenslang rijverbod was opgelegd voor het besturen van alle motorvoertuigen ingevolge een definitief vonnis van de politierechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde van 4 juni 2021 (art. 48, lid 1, 1° Wegverkeerswet) en E) het op de openbare weg besturen van een motorvoertuig terwijl hij leed aan een lichaamsgebrek of aandoening of hij niet voldeed aan een geneeskundig onderzoek, met de omstandigheid dat de betrokkene ongeschikt is bevonden tot het sturen van een motorvoertuig (art. 30, § 1, 4° Wegverkeerswet). Er is in deze zaak geen betwisting over het feit dat het verval van het recht tot sturen opgelegd in 2021 gold voor alle motorvoertuigen. Ook de kennis van het rijverbod op het moment van de feiten wordt niet betwist. 4. De politierechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft verweerder voor deze feiten veroordeeld, met de omstandigheid van herhaling binnen de drie jaar na een eerdere veroordeling op 26 mei 2023 (art. 38, § 6 Wegverkeerswet), en hem een geldboete opgelegd van 4.000 euro en een rijverbod van één jaar, waarvan het herstel afhankelijk is van de herstelexamens en herstelproeven. Het beroepen vonnis legde ook een rijverbod op wegens ongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet). In zijn grievenschrift voerde verweerder aan, in de rubriek ‘schuld’ dat hij geen inbreuk beging op zijn levenslang verval van het recht tot sturen. 5. Op hoger beroep van verweerder en van het Openbaar Ministerie heeft de correctionele rechtbank van Oost-Vlaanderen, afd. Gent, verweerder op 8 april 2025 vrijgesproken voor de feiten D en E. De appelrechters hebben vooreerst telastlegging verbeterd door de term “namelijk een personenauto” te vervangen door “namelijk een elektrische step”. Het gaat volgens het vonnis om een Ninebot KickScooter model F25E, met een maximumsnelheid van 25 km/u en een vermogen van 250 W (0.25kW), “waarbij het toestel in beweging wordt gezet door fysiek “te steppen”, door zich fysiek af te duwen of te trappen, waarna de gashendel kan bediend worden om de snelheid te verhogen of te verlagen”. 6. De vrijspraak voor feiten D en E steunt in hoofdzaak op de reden dat de elektrische step van eiser te beschouwen is als een elektrische fiets, niet als een bromfiets, en het de bedoeling was van de wetgever om “de bestuurder van een motorvoertuig die lichamelijk of geestelijk rijongeschikt is om een motorvoertuig te besturen, alsnog toe te laten zich te verplaatsen met voertuigen die niet in aanmerking komen voor een vervallenverklaring”. Daarvoor haalt de correctionele rechtbank volgende redenen aan: -De Wegverkeerswet (KB 16 maart 1968) bevat geen definitie van de begrippen ‘voertuig’ en ‘motorvoertuig’; -Artikel 2.15.2, 2°c Wegverkeersreglement (Wegcode) bepaalt dat gemotoriseerde voortbewegingstoestellen niet gelijkgesteld worden met motorvoertuigen; -Het KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs beschouwt de elektrische step met een maximaal vermogen van 0.25 kW niet als een motorvoertuig; -De e-step van eiser is niet te beschouwen als een voertuig in de zin van de EG-Richtlijn 2009/103 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorvoertuigen aanleiding kan geven en in de zin van de Wet Aansprakelijkheid Motorvoertuigen (WAM), omdat het voortbewegen van het voertuig pas mogelijk is na het uitoefenen van spierkracht; -Artikel 38, § 7 Wegverkeerswet, zoals geïnterpreteerd door het Grondwettelijk Hof op 4 oktober 2018 (arrest 129/2018), laat te rechter toe geen rijverbod op te leggen aan een bestuurder van een voertuig waarop geen verval van het recht tot sturen kan worden toegepast, zoals een elektrische fiets. -Het valt niet te begrijpen dat in eenzelfde wet wordt gesteld dat er sprake is van voertuigen die niet in aanmerking komen voor vervallenverklaring (zie art. 38, § 7 Wegverkeerswet) om vervolgens te besluiten dat bij inbreuk op de vervallenverklaring dezelfde voertuigen wél in aanmerking komen om bestraft te worden wegens de miskenning van het verval (zie artikel 30, § 1, 4° of 48 Wegverkeerswet). Het bestreden vonnis besluit dat de elektrische step Ninebot KickScooter model F25E niet beantwoordt aan het begrip “voertuig” van art. 48 Wegverkeerswet en aan het begrip “motorvoertuig” vermeld in de artikelen 30, § 1, 4° en 42 Wegverkeerswet. Het was volgens het vonnis de intentie van de wetgever om een elektrische step met een maximumsnelheid van 25 km/u “ook in de Wegverkeerswet niet te beschouwen als een motorvoertuig”. Tegen deze vrijspraken brengt eiser in cassatie twee middelen aan. 2. Rijden ondanks een rijverbod (feit D). 2.1. Toepassing van de Wegverkeerswet. 7. De elektronische step wordt vooral in stedelijke gebieden al enige tijd frequent gebruikt als transportmiddel. Toch is het niet duidelijk of een bestuurder die een rijverbod ondergaat zich nog kan verplaatsen met een e-step waarvan de snelheid is begrensd op 25km/u
(1). De vraag rijst of de e-step met een vermogen tot 0,25 kW onder de noemer valt van een voertuig of motorvoertuig in de zin van de Wegverkeerswet, en op die manier uitgesloten is van gebruik door een bestuurder aan wie de strafrechter een rijverbod heeft opgelegd, als bijkomende straf (art. 38) of als beveiligingsmaatregel (art. 42). In de Wegverkeerswet worden de begrippen ‘voertuig’ en ‘motorvoertuig’ immers niet toegelicht. 8. De procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, voert in zijn eerste middel over de artikelen 30, § 1, 4°, 38, § 1, 42 en 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet aan dat de term ‘voertuig’ alleen mag worden geïnterpreteerd volgens de bepalingen van de Wegverkeerswet, en de term ‘motorvoertuig’ in zijn gewone betekenis moet worden gebruikt. Hij meent dat het besturen van een e-step in de periode van verval van het recht tot sturen strafbaar is op basis van artikel 48 Wegverkeerswet. Artikel 38, § 1 Wegverkeerswet bepaalt de gevallen waarin de rechter het verval van het recht tot het besturen van een “motorvoertuig” kan uitspreken, als bijkomende straf. Deze bepaling maakt volgens het Hof geen onderscheid tussen motorvoertuigen waarvoor een rijbewijs vereist is en motorvoertuigen waarvoor dat niet is vereist
(2). Artikel 42, eerste lid, Wegverkeerswet, over het rijverbod als beveiligingsmaatregel, bepaalt: “Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig”. Artikel 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet bestraft hij die een voertuig of een luchtschip bestuurt, een rijdier geleidt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, spijts het tegen hem uitgesproken verval
(3). Deze strafbepaling is ook van toepassing op een bestuurder aan wie het rijverbod als beveiligingsmaatregel is opgelegd
(4), zoals tweede verweerder in cassatie.
  1. De eerste vraag is te weten of de term ‘voertuig’ van art. 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet ruimer is dan de term ‘motorvoertuig’ van art. 42 Wegverkeerswet. Deze strafbaarstelling van artikel 48 VW is niet gericht op het besturen van een voertuig in een gevaarlijke toestand, zoals intoxicatie, maar op het besturen van een voertuig nadat een rijverbod is opgelegd. Aangezien een rijverbod ertoe strekt de veroordeelde te verbieden een motorvoertuig te besturen (art. 38, § 1 Wegverkeerswet), is het logisch dat alleen het besturen van een “motorvoertuig” tijdens de periode van het verval strafbaar is. Verweerder G. is vooraf aan feit D ongeschikt verklaard om een motorvoertuig te besturen, niet om zich te verplaatsen met een niet-gemotoriseerd voertuig, zoals een skateboard of een gewone fiets. Uit de samenhang van de artikelen 38, § 1, 42 en 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet komt naar voor dat de term “voertuig” bestuurd tijdens het verval van het recht tot sturen op te vatten is als een “motorvoertuig”, zoals het bestreden vonnis en de memorie van eiser aangeven.
  2. De tweede vraag is of het moet gaan om het besturen van een motorvoertuig waarvoor de strafrechter specifiek het verval van het recht tot sturen kan uitspreken. Overeenkomstig artikel 45 Wegverkeerswet kan de strafrechter het verval van het recht tot sturen beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft
(5). Wanneer de rechter een beperkt rijverbod wil opleggen, houdt hij rekening met de categorie van voertuigen waartoe het verval van sturen wordt beperkt overeenkomstig artikel 26 Wegverkeerswet en artikel 2 KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, onder de rubriek “Indeling van de motorvoertuigen in categorieën voor de toepassing van de bepalingen betreffende het recht tot sturen”
(6). Deze regels over de categorieën van motorvoertuigen zijn te onderscheiden van de regels over de vrijstelling van een rijbewijs (art. 4 KB Rijbewijs). Tot de categorie AM behoren volgende voertuigen:
  1. a)bromfietsen met een maximumsnelheid van meer dan 25 km/uur,
  2. b)lichte vierwielers en
  3. c)speedpedelecs (art. 2, § 1.1 KB Rijbewijs). Opmerkelijk is dat voor toepassing van de vervallenverklaring van het recht tot sturen de bromfiets klasse A, met een snelheid tot 25 km/u, behoort tot de categorie AM, terwijl daarvoor geen rijbewijs is vereist volgens artikel 4.11 KB Rijbewijs. Tijdens de periode van het verval mag de veroordeelde dus geen enkele bromfiets besturen
(7). 11. Art. 48 Wegverkeerswet stelt niet dat alleen het besturen van een bepaald type van motorvoertuigen tijdens de periode van verval strafbaar is, zoals een bromfiets klasse B of een speedpedelec, waarvoor een rijbewijs nodig is. Op 25 mei 2021 oordeelde het Hof dat het verbod om tijdens de periode van vervallenverklaring een (motor)voertuig te besturen geldt “voor alle motorvoertuigen en dit ongeacht of voor het besturen ervan een rijbewijs is vereist”
(8). In die zaak had de beklaagde een bromfiets klasse A bestuurd tijdens de periode van verval van het recht tot sturen dat gold voor alle motorvoertuigen
(9).
  1. Er zijn gelijkenissen tussen een e-step met een vermogen van 0.25 kW en een bromfiets klasse A. Beide voertuigen halen een snelheid van 25 km/u, kunnen worden bestuurd zonder rijbewijs, vanaf de leeftijd van 16 jaar, en hebben een motor die de bestuurder toelaat om zonder enige fysieke inspanning van trappen/steppen een snelheid van 25km/u te bereiken en aan te houden. Op dat laatste punt verschilt de e-step van de meeste elektrische fietsen (e-bikes), waarbij de motor alleen trapondersteuning biedt, en de gebruiker moet blijven trappen om de snelheid van 25 km/u aan te houden. Daarbij komt dat als iemand ongeschikt is verklaard om een motorvoertuig te besturen, hij zowel met een bromfiets klasse A als met een e-step of zelfs met een e-bike aan een snelheid van 25 km/u ernstige schade kan toebrengen aan zwakke weggebruikers. Ik ben van mening dat net als een bromfiets klasse A het besturen van een e-step met een vermogen tot 0.25 kW tijdens een periode van rijverbod strafbaar is op grond van art. 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet, en het eerste middel gegrond is.
  2. De derde vraag is of de term ‘motorvoertuig’ in de Wegverkeerswet niet beperkt moet worden geïnterpreteerd als een voertuig dat alleen door aandrijving van de motor in beweging komt en blijft. Bij een enige interpretatie zijn enkele modellen van een e-step niet op te vatten als een motorvoertuig (zoals de bromfiets klasse A), omdat er voor de start enige spierkracht voor nodig is. De gebruiker dient immers de e-step eerst in gang te duwen (vanuit kick-off-modus), tot een snelheid als voetganger is bereikt van ongeveer 5 km/u, alvorens de motor aanslaat en de step aandrijft tot een snelheid van maximaal 25km/u (door gebruik van een gashendel of boostfunctie op een display). Een bijkomend aspect is dat de gebruiker de hendel of knop die de elektrische motor bedient niet voor elk model van e-step moet gebruiken om zich voort te bewegen. Hij kan zich ook verplaatsen door fysiek in beweging te blijven, te steppen met één been terwijl het andere op de plank van de step blijft, zonder enige elektrische ondersteuning.
  3. Bij gebrek aan enige verduidelijking van de termen ‘voertuig’ en ‘motorvoertuig’ in de Verkeerswet zelf, past het om deze termen uit te leggen in hun gewone betekenis. Op 30 april 2024 nam het Hof aan dat een ‘voertuig’ in de zin van artikel 34, § 2, 1° Wegverkeerswet (op een openbare plaats besturen van een voertuig terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie aangeeft van minstens 0,35mg per uitgeademde liter alveolaire lucht) een voertuig is voor vervoer over land van personen of goederen en dat een elektrische step een voertuig is in de zin van deze wetsbepaling
(10). Daarbij stelde het Hof dat hij die al stappend een elektrische step voortduwt en eraan richting geeft, een bestuurder is van een voertuig en de begrippen ‘voertuig’ en ‘besturen’ in hun gewone betekenis moeten gebruikt worden
(11). 15. De uitlegging volgens de gewone betekenis is m.i. ook aan de orde voor het begrip ‘motorvoertuig’, wat van belang is voor toepassing van art. 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet. Volgens Van Dale, Grootwoordenboek van de Nederlandse taal, is een motorvoertuig een “door een motor voortbewogen, niet langs rails geleid voertuig” (ed. 2019, p. 2476). Volgens I. BRUGGEMAN is een motorvoertuig voor toepassing van de Wegverkeerswet op te vatten als “elk voertuig dat met een motor is uitgerust”
(12).
  1. Mij komt voor dat voor toepassing van de Verkeerswetgeving elk voertuig dat wordt voortgestuwd door alleen mechanische kracht, geleverd door een motor op brandstof of een elektrische motor, te beschouwen is als een motorvoertuig. Het maakt daarbij geen verschil uit of een rijbewijs is vereist voor het besturen van het voertuig en of de motor zoals bij een personenwagen aandrijfkracht levert vanuit stilstand zonder enige fysieke inspanning, buiten het indrukken van een knop of hendel. Van belang is m.i. wel dat de motor het voertuig autonoom kan doen bewegen, los van enige spierkracht van de bestuurder, en dus niet alleen trapondersteuning biedt. Een e-step die bij het opstarten een eenmalige lichte fysieke inspanning vergt, namelijk een ‘kort duwtje’ om de step in beweging te krijgen, en vervolgens autonoom beweegt door een hendel of een knop te bedienen voor de snelheid, kan m.i. worden opgevat als een motorvoertuig, in de zin van de Wegverkeerswet. Op dit punt lijkt mij het eerste middel eveneens gegrond. 2.
  2. Toepassing van het Wegwerkeersreglement.
  3. Het bestreden vonnis verwijst naar volgende bepalingen uit het Wegverkeersreglement van 1 december 1975 (ook gekend als Wegcode): Artikel 2.14 definieert “Voertuig” als: “elk middel van vervoer te land, alsmede alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel”
(13). Een “motorvoertuig " is volgens artikel 2.16 elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden
(14). Artikel 2.15.2.2° Wegcode definieert het “gemotoriseerd voortbewegingstoestel" als “elk motorvoertuig met één of meer wielen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 25 km per uur, onder meer:
  1. a)elektrische rolstoelen;
  2. b)elektrische rolwagens voor personen met verminderde mobiliteit;
  3. c)gemotoriseerde autopeds en
  4. d)zelf balancerende een- of tweewielige elektrische toestellen. Voor de toepassing van dit besluit worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen niet gelijkgesteld met motorvoertuigen (art. 2.15.2.2°, in fine, Wegverkeersreglement)
(15). Verder stelt artikel 7bis, derde lid, Wegverkeersreglement dat de gebruikers van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen worden gelijkgesteld met fietsers
(16). Volgens het bestreden vonnis volgt uit deze bepalingen dat “de gebruiker van een elektrische step te beschouwen is als een fietser” (p. 13). 18. Er is in de rechtspraak onduidelijkheid over de vraag tot welke categorie van voertuigen (volgens het Wegverkeersreglement) de e-step met een vermogen van 0,25 kW behoort
(17). Eiser voert aan dat vermelde bepalingen alleen gelden bij toepassing van de Wegcode en van andere besluiten waarin uitdrukkelijk naar de Wegcode verwezen wordt. Reden is de aanhef van art 2 Wegcode die stelt: “voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement wordt verstaan onder…”
(18). 19. Dit standpunt in het eerste middel komt mij eveneens gegrond voor. In de Verkeerswet (KB 16 maart 1968) is niet bepaald dat de erin vermelde termen zoals een ‘motorvoertuig’ moeten worden uitgelegd overeenkomstig de begrippen van het Wegverkeersreglement (KB 1 december 1975, ook gekend als ‘Wegcode’). Omgekeerd wordt in het Verslag aan de Koning van 13 februari 2007 betreffende de voortbewegingstoestellen (BS 23 februari 2007) geen melding gemaakt van de juridische kwalificatie van de e-step voor toepassing van (alleen) de Wegverkeerswet. De categorie van de voortbewegingstoestellen met twee subcategorieën, de gemotoriseerde (zoals een elektrische autoped) en de niet-gemotoriseerde (zoals een skateboard of een step zonder motor), werd toegevoegd om de bestuurders van die toestellen voor toepassing van het Wegverkeersreglement “volledig onder te brengen bij twee bestaande categorieën van gebruikers”, te weten de fietsers en voetgangers. Het KB van 13 februari 2007 heeft de regels van de Wegcode aangepast voor gebruikers van o.a. e-steps, zoals de verlichting van het voertuig bij gebruik (art. 30) en het volgen van de rijbaan (art. 42.2). Eén van de redenen voor een apart juridisch statuut voor e-steps met een geringe snelheid was om duidelijk te maken dat daarvoor geen rijbewijs nodig is, daar de bestuurder wordt gelijk gesteld met een fietser
(19). 20. De Wet van 15 mei 2022 (BS 15 juni 2022) behoudt de aparte categorie van de ‘voortbewegingstoestellen’, verschillend van bromfietsen klasse A of B, speedpedelecs of motorfietsen. Het doel van de wet was vooral om duidelijk te maken dat de bestuurders van een e-step het fietspad moeten gebruiken en zich aan bepaalde verkeersregels moeten houden (art. 7bis Wegcode), zoals het verbod van rijden onder invloed onder invloed van alcohol of drugs
(20). Verder heeft de wet voor het gebruik van een e-step, ook één met een vermogen van 0.25km/u, de minimale leeftijd ingevoerd van 16 jaar, behalve in o.a. woonerven en speelstraten (art. 8.4.7 Wegcode). Aan de definities van voertuig en motorvoertuig in de Wegverkeerswet werd in de Wet van 15 mei 2022 niet geraakt.
  1. Het feit dat het besturen van een e-step met een vermogen van 0.25 kW toegelaten is voor een persoon zonder rijbewijs betekent niet dat iedereen het recht heeft met dit toestel rond te rijden op de openbare weg. Er lijkt mij geen reden te zijn om het verbod een motorvoertuig te besturen tijdens het verval van het recht tot sturen (art. 48 Wegverkeerswet) zo te interpreteren dat het verbod niet zou gelden voor het besturen van een e-step met een vermogen van hoogstens 0,25kW. Het gaat immers om een toestel dat wordt aangedreven door een motor en een snelheid van 25 km/u kan bereiken en houden zonder fysieke inspanning van de bestuurder, buiten het bedienen van een gashendel of knop.
  2. Het bestreden vonnis geeft m.i. een te ruime interpretatie aan artikel 7bis Wegverkeersreglement over de gelijkstelling van de bestuurder van een e-step met een fietser. Deze gelijkstelling geldt slechts voor de voorschriften in het Wegverkeersreglement zelf, zoals voor de plaats van de weggebruiker op de rijweg of op het fietspad, maar niet voor het naleven van een verbod om een motorvoertuig te besturen na een rechterlijke beslissing die een rijverbod oplegt of de rijongeschiktheid vaststelt (art. 38, 42 en 48 Wegverkeerswet).
  3. Een tweede probleem, niet aangehaald in het middel van eiser, is dat artikel 2 Wegverkeersreglement niet alleen een onderscheid maakt tussen een motorvoertuig en een voorbewegingstoestel. Er zijn nog de categorieën van het rijwiel (zeg maar fiets) en de bromfiets. Onder “rijwiel” wordt verstaan elk voertuig met twee of meer wielen dat wordt voortbewogen door middel van pedalen of van handgrepen door één of meer van de gebruikers en niet met een motor is uitgerust, zoals een fiets of driewieler (art. 2.15.1 Wegverkeersreglement)
(21). De bevestiging van een elektrische hulpmotor met een continu vermogen van maximaal 0,25kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en ten slotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25km/u bereikt of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, brengt geen wijziging mee in de classificatie als rijwiel (art. 2.15.1 Wegverkeersreglement). Is een “gemotoriseerd rijwiel” elk voertuig met 2, 3 of 4 wielen en pedalen dat is uitgerust met een motor die trapondersteuning biedt tot 25 km/u en een nominaal continu maximumvermogen heeft van ten hoogste 1 kW. (art. 2.15.3 Wegverkeersreglement), zoals een ‘cargo-ebike”. 24. Voor ‘bromfietsen’ maakt art. 2.17 Wegverkeersreglement een onderscheid tussen voertuigen uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektrische motor in klassen A en B, naar gelang de snelheid en vermogen. Een e-step met een zadel op een hoogte van min 54 cm is te beschouwen als een bromfiets, ook al is de maximale snelheid 25 km/u
(22). Een speedpedelec met aan aandrijfkracht tot 45km/u is eveneens een bromfiets (art. 2.17.c). 25. Het bestreden vonnis haalt geen reglementsbepalingen aan over de elektrische fiets (p. 11), maar maakt voor de e-step bestuurd door verweerder wel “de analogie met een elektrische fiets” (p. 13). Daarbij wordt niet aangegeven welk type van e-bike best overeenstemt met de e-step van verweerder. Indien er al een gelijkenis zou zijn, meen ik dat de e-step van verweerder, die een gashendel heeft om de snelheid op te drijven en 25 km/u kan halen zonder fysieke beweging tijdens die versnelling, de meeste gelijkenis vertoont met een e-bike met een gashendel en een motor die niet alleen trapondersteuning biedt. Men zou bijgevolg evengoed de e-step van verweerder qua bediening en snelheid kunnen vergelijken met een bromfiets klasse A die is uitgerust met een elektrische (autonome) motor (zoals een e-bike van klasse L1e-A en de meeste ‘fatbikes). In die optiek is er reden om de e-step van verweerder voor toepassing van de Wegverkeerswet op te vatten als een motorvoertuig in de zin van de Wegverkeerswet (art. 38, 42 en 48). Er bestaan weliswaar e-steps met een hulpmotor, die alleen maar trapondersteuning biedt, waarbij de bestuurder dus in beweging moet blijven (door te steppen)
(23), en eerder gelijkenis vertonen met een e-bike met trapondersteuning.
  1. De kern van het probleem is dat de Wegverkeerswet alleen een onderscheid maakt tussen motorvoertuigen en andere voertuigen, en het Wegverkeersreglement de voertuigen met een elektrische motor indeelt in de categorieën van ‘rijwielen met hulpmotor’, ‘gemotoriseerde voortbewegingstoestellen’, ‘gemotoriseerde rijwielen’ en ‘bromfietsen’. De vraag rijst dan ook of een toestel dat volgens het Wegverkeersreglement een ‘gemotoriseerd voortbewegingstoestel’ is voor toepassing van het misdrijf van rijden spijts rijverbod (art. 48 Wegverkeerswet) een motorvoertuig is of niet.
  2. Het lijkt mij logisch de e-step voor toepassing van de Verkeerswet te beschouwen als een type van motorvoertuig, zelfs al zou de motor pas werken na een lichte duw of één step als fysieke beweging van de gebruiker. Het bestreden vonnis geeft immers aan dat de e-step door bediening van de gashendel een snelheid van 25 km/u kan bereiken, zonder enige trap- of stepbeweging van de gebruiker. Als het een veroordeelde bestuurder niet toegestaan is ‘alle motorvoertuigen’ te besturen, mag hij in de periode van verval of vastgestelde rijongeschiktheid geen enkel voertuig besturen dat door een motor wordt aangedreven, los van een fysieke inspanning van de bestuurder. Het is ook niet duidelijk, anders dan het bestreden vonnis aangeeft, of de wetgever de bedoeling had om een bestuurder die een rijverbod moet naleven toe te laten zich op de openbare weg te verplaatsen met een e-step als gemotoriseerd voortbewegingstoestel in de zin van de Wegcode. Ook om die reden lijkt mij de vrijspraak van verweerder wegens feit D niet naar recht verantwoord en is het eerste middel gegrond. 2.
  3. Toepassing van de regels inzake verzekering.
  4. Krachtens artikel 1, eerste zin, WAM (wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen) wordt voor de toepassing van deze wet verstaan onder motorrijtuigen: “rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, zonder aan spoorstaven te zijn gebonden”
(24). Deze omschrijving stemt overeen met de definitie van ‘voertuig’ in art. 1.1 EG-Richtlijn 2009/103 van 16 september 2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid (Publ. 7 oktober 2009). Uitgangspunt is dat een aansprakelijkheidsverzekering vereist is voor het besturen van voertuigen die niet zelfstandig, zonder gebruik van spierkracht, kunnen rijden
(25). Volgens art. 2bis WAM, ingevoerd door art. 4 Wet 17 maart 2024 (BS 2 april 2024) zijn thans verschillende motorvoertuigen vrijgesteld van de verzekeringsplicht, waaronder voertuigen die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/u, en die een maximale massa hebben van niet meer dan 25 kg. 29. In zijn arrest van 12 oktober 2023 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat (al. 40-41): - vervoermiddelen die niet uitsluitend door mechanische kracht worden aangedreven en die zich dus niet over de grond kunnen voortbewegen zonder dat er spierkracht wordt gebruikt (zoals een elektrische fiets die zonder trappen een snelheid van 20 km/u kan bereiken), kunnen derden geen lichamelijke of materiële schade berokkenen die qua ernst of omvang vergelijkbaar is met de schade die kan worden veroorzaakt door motorfietsen, auto’s, vrachtwagens of andere voertuigen die op de grond rijden en die uitsluitend door een mechanische kracht worden aangedreven, waarbij laatstgenoemde vervoermiddelen een zekere snelheid kunnen bereiken die aanzienlijk hoger is dan die welke met eerstbedoelde vervoermiddelen kan worden bereikt, en thans nog steeds het overgrote deel van het verkeer uitmaken; - artikel 1, punt 1, Richtlijn 2009/103/EG aldus moet worden uitgelegd dat een fiets waarvan de elektrische motor uitsluitend trapondersteuning biedt en die beschikt over een functie waarmee de fiets zonder trappen versnelt tot een snelheid van 20 km/u, die echter pas kan worden geactiveerd nadat er spierkracht is gebruikt, geen “voertuig” is in de zin van deze bepaling
(26). 30. Hieruit volgt volgens uw Hof (kamer 1N) dat, om te beoordelen of een elektrische fiets al dan niet een voertuig is in de zin van artikel 1, punt 1, Richtlijn 2009/103/EG en bij uitbreiding een motorrijtuig in de zin van artikel 1 WAM, het van belang is of deze fiets zich al dan niet uitsluitend door een mechanische kracht kan voortbewegen. Een elektrische fiets is geen motorrijtuig in de zin van voormelde bepalingen indien het voortbewegen ervan slechts geactiveerd kan worden na het uitoefenen van spierkracht
(27).
  1. Het bestreden vonnis neemt op basis van deze wetsbepalingen en rechtspraak aan dat de elektrische step bestuurd door verweerder G. niet te beschouwen is als een motorvoertuig, omdat het voortbewegen ervan slechts kan geactiveerd worden na het uitoefenen van spierkracht. De bestuurder die een rijverbod moet naleven mag zich bijgevolg nog verplaatsen met een e-step met een vermogen van 0.25 kW.
  2. Tegen dit standpunt brengt eiser in cassatie volgende argumenten aan: -De bepalingen van de WAM zijn alleen van toepassing voor toepassing van deze wet over de verzekeringsplicht (art. 1 WAM) en gelden dus niet voor toepassing van de Wegverkeerswet. Een elektrische step met een vermogen van 0.25 kW is vrijgesteld van verzekeringsplicht, maar is en blijft een ‘motorrijtuig’ in de zin van art. 48 Wegverkeerswet. -Het Hof van Justitie sprak zich op 12 oktober 2023 uit over het begrip ‘motorrijtuig’ in de zin van (alleen) artikel 1.1 EG-Richtlijn 2009/103 in het kader van een burgerlijke zaak over verzekering van voertuigen, waarbij die richtlijn als doelstelling heeft om slachtoffers van door motorvoertuigen veroorzaakte verkeersongevallen te beschermen (§ 40 arrest HvJ). -Zelfs als men aanneemt dat de e-step van verweerder spierkracht vereist in de vorm van een eerste ‘duwtje’ om te vertrekken vanuit stilstand, moet worden vastgesteld dat deze e-step zich vervolgens exclusief voortbeweegt door mechanische kracht. Het is door deze werking van de motor, het doen rijden zonder spierkracht, dat een voertuig te beschouwen is als een motorvoertuig, waarbij een initieel duwtje niet per se als spierkracht moet worden opgevat.
  3. Ik kan mij aansluiten bij deze redenen en meen dat het middel (met twee onderdelen) gegrond is. Uit de rechtspraak aangehaald in het bestreden vonnis volgt niet dat de lidstaten die strafsancties verbinden aan de miskenning van een rijverbod (opgelegd als straf of beveiligingsmaatregel) die sancties moeten uitsluiten als de bestuurder een e-step gebruikt die is uitgerust met een motor die eens in gang getrapt of geduwd de spierkracht overneemt (met een hendel of ‘boostfunctie’) en continu rijden toelaat tegen een snelheid van 25 km/u. Daaraan kan men toevoegen dat het HvJ-arrest van 12 oktober 2023 betrekking had op een elektrische fiets uitgerust met een motor die na het op gang trappen en bediening van een ‘boostknop’ versnelt tot een snelheid van 20 km/u, zonder verder te trappen. In deze zaak gaat het om een e-step met een motor die aanslaat na één fysieke beweging (step/duw) en een snelheid kan halen van 25 km/u, eveneens zonder verdere fysieke inspanning. Het is niet omdat een e-step met een vermogen van 0.25 kW vrijgesteld is van de WAM-verzekeringsplicht, dat een bestuurder die zich moet houden aan een rijverbod daarmee op de openbare weg mag rijden. 2.
  4. Het KB Rijbewijs en facultatieve straf van het rijverbod.
  5. Het KB Rijbewijs van 23 maart 1998 definieert een “motorvoertuig” als “elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen (art. 1, 3°)
(28). Evenwel bepaalt artikel 1.3° dat volgende toestellen geen motorvoertuigen zijn:
  1. a)rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een normaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen en
  2. b)de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen bedoeld in artikel 2.15.2° en de gemotoriseerde rijwielen bedoeld in artikel 2.15.3° van het Wegverkeersreglement. 35. Het bestreden vonnis geeft met verwijzing naar deze bepalingen aan dat het KB rijbewijs de e-step met een vermogen van hoogstens 0.25 kW uitdrukkelijk niet beschouwt als een motorvoertuig en dat de beklaagde (verweerder) die zo’n e-step bestuurde tijdens een periode van verval van het recht tot sturen voor alle motorvoertuigen niet schuldig is aan rijden spijts rijverbod (art. 48, lid 1, 1° Wegverkeerswet). Deze redenering lijkt mij niet correct, omdat de vrijstelling van de verplichting een rijbewijs te hebben voor het besturen van een specifiek voertuig niet noodzakelijk inhoudt dat dit voertuig geen motorvoertuig zou zijn, voor toepassing van andere wetsbepalingen. Overeenkomstig artikel 4, 11° KB Rijbewijs is iedere bestuurder van een bromfiets klasse A vrijgesteld van de verplichting om een rijbewijs AM te hebben. Dit belet de strafrechter evenwel niet om de bestuurder van een bromfiets klasse A of een ander gemotoriseerd toestel te veroordelen wegens inbreuk op artikel 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet
(29). 36. Artikel 38, § 7 Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter niet verplicht is het verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens of onderzoeken indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor vervallenverklaring of indien de overtreding werd begaan door een voetganger. De laatste termen over een voetganger werden ingevoegd ingevolge art. 2, 2° Wet van 8 mei 2019 (BS 22 augustus 2019), als gevolg van het arrest 129/2018 van het Grondwettelijk Hof
(30). In dat arrest stelde het Grondwettelijk Hof (overweging B.6): “De invoeging van artikel 38, § 7, van de Wegverkeerswet beoogt te voorkomen dat een verval van het recht tot sturen moet worden uitgesproken wanneer de beklaagde met een voertuig rijdt waarvoor geen rijbewijs noodzakelijk is. Volgens de wetgever is het ‘zinloos en niet verantwoord om een schorsing, examens en proeven op te leggen aan iemand die geen rijbewijs heeft’ (Parl. St., Kamer, 2014-2015, DOC 54-0440/001, p. 4). Daarom heft hij ‘de verplichting voor de rechter op om een verval uit te spreken, indien de overtreding werd begaan met een voertuig waarop geen verval kan worden toegepast. Het betreft de facto zowel de niet-gemotoriseerde als de gemotoriseerde voertuigen, zoals de fietsen (ook de elektrische fietsen), maar niet de bromfietsen klasse A, die voor het verval van het recht tot sturen worden gelijkgesteld met de bromfietsen klasse B, waarvoor een rijbewijs AM is verplicht’ (Parl. St., Kamer, 2016-2017, DOC 54-0440/002, p. 3)”.
  1. Volgens het bestreden vonnis volgt uit dit arrest en de bepalingen van o.a. het Wegverkeersreglement “dat het de intentie was van de wetgever om een elektrische step met een maximumsnelheid van 25 km per uur ook in de Wegverkeerswet niet te beschouwen als een motorvoertuig” (p. 13). Het was wel de bedoeling van de wetgever om “de bestuurder van een motorvoertuig die lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen, alsnog toe te laten te laten zich te verplaatsen met voertuigen die niet in aanmerking komen voor een vervallenverklaring”. Vervolgens stelt het vonnis: “Het valt naar het oordeel van de rechtbank niet te begrijpen dat in eenzelfde wet wordt gesteld dat er sprake is van voertuigen die niet in aanmerking komen voor vervallenverklaring (zie artikel 38, § 7 Wegverkeerswet) om vervolgens te besluiten dat bij inbreuk op de vervallenverklaring deze zelfde voertuigen wél in aanmerking komen om bestraft te worden wegens de miskenning van het verval (zie artikel 30, § 1, 4° of 48 Wegverkeerswet)”.
  2. Anders dan het bestreden vonnis aangeeft, lijkt mij de interpretatie van artikel 38, § 7 Wegverkeerswet aan de hand van de parlementaire bespreking niet in te houden dat de term ‘voertuig’ van artikel 48 Wegverkeerswet of de term ‘motorvoertuig’ van artikel 42 Wegverkeerswet onderworpen zou zijn aan een strikte interpretatie, die zou inhouden dat het rijverbod niet geldt voor voertuigen uitgerust met een motor waarvoor geen rijbewijs vereist is, zoals een e-step met een vermogen tot 0,25 kW.
  3. Eiser stelt m.i. terecht (p. 14) dat: “Het feit dat de rechtbank niet verplicht is een verval als straf (art. 38, § 1 Wegverkeerswet) uit te spreken wanneer de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet voor vervallenverklaring in aanmerking komt, betekent geenszins dat de beklaagde tegen wie een verval van het recht tot sturen is uitgesproken zich met een motorvoertuig zou mogen verplaatsen waarvoor geen rijbewijs noodzakelijk is-wat ook niet hetzelfde is als een voertuig dat niet voor vervallenverklaring in aanmerking komt”. Deze visie sluit aan op vermeld arrest van uw Hof over het strafrechtelijk gesanctioneerde verbod om tijdens de periode van vervallenverklaring een motorvoertuig te besturen dat geldt voor alle motorvoertuigen en dit ongeacht of voor het besturen ervan een rijbewijs is vereist
(31). Het eerste middel is m.i. ook op dit punt gegrond. 40. Bijkomend kan uit artikel 38, § 7 Wegverkeerswet alleen een facultatief rijverbod worden afgeleid, als bijkomende straf, in de eerste plaats bedoeld voor personen die een niet-gemotoriseerd voertuig besturen onder invloed van alcohol
(32). De strafrechter kan een bestuurder van een e-step die onder invloed is van alcohol veroordelen tot een rijverbod, aangezien een e-step een voertuig is in de zin van artikel 34, § 2 Wegverkeerswet
(33). Het besturen van een e-step onder invloed van alcohol kan ook aanleiding geven tot een rijverbod wegens ongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet)
(34). Anders dan de visie van het bestreden vonnis, lijkt mij artikel 38, § 7 Wegverkeerswet geen beletsel te zijn voor toepassing van artikel 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet op een bestuurder van een e-step uitgerust met een motor die door bediening van een gashendel een snelheid haalt van 25 km/u en die snelheid houdt zonder enige spierkracht.
  1. Het besturen van een motorvoertuig terwijl men lijdt aan een lichaamsgebrek of aandoening (feit E).
  2. Artikel 30, § 1, 4° Wegverkeerswet, ondergebracht onder de rubriek “Overtreding van de bepalingen betreffende het rijbewijs en de leervergunning” bestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en/of met geldboete van 200 euro tot 2000 euro hij “die een motorvoertuig bestuurt terwijl hij lijdt aan een van de lichaamsgebreken of aandoeningen, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 23, § 1, 3°, of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek, door de Koning opgelegd in de gevallen die Hij bepaalt”. Artikel 23, § 1, 3° Wegverkeerswet bepaalt: “§
  3. Het Belgisch rijbewijs wordt afgegeven indien de verzoeker aan de volgende voorwaarden voldoet: (…) 3° een verklaring hebben ondertekend waarin bevestigd wordt dat hij niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken en aandoeningen bepaald door de Koning. De Koning kan deze verklaring aanvullen met of vervangen door de verplichting om zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen”.
  4. Uit deze bepalingen volgt dat iedere bestuurder strafbaar is die zich voortbeweegt met een motorvoertuig terwijl hij daarvoor niet over de nodige lichaamsgeschiktheid beschikt of lijdt aan één van de lichaamsgebreken of aandoeningen die bepaald zijn in bijlage 6 van het KB Rijbewijs van 23 maart 1998
(35). Deze bijlage beschrijft “de functionele stoornissen en aandoeningen die de uitsluiting tot gevolg hebben en de geneeskundige normen waaraan de kandidaat voor een rijbewijs of een voorlopig rijbewijs en de houder van een rijbewijs, moeten voldoen”.
  1. De artikelen 23 en 30 Wegverkeerswet bevatten geen definitie van ‘een motorvoertuig’ en geen verwijzing naar vermeld artikel 1.3° KB Rijbewijs, dat een gemotoriseerd voortbewegingstoestel voor toepassing van dat KB niet als een motorvoertuig aanmerkt. Ook voor toepassing van de strafbaarstelling van artikel 30, § 1, 4° Wegverkeerswet lijkt het mij verantwoord de term ‘motorvoertuig’ in zijn gewone betekenis te gebruiken, namelijk elk vervoermiddel uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat een e-step die na het in beweging zetten door een fysieke step door bediening van een gashendel een snelheid kan halen van 25 km/u geen motorvoertuig is in de zin van artikel 30, § 1, 4° Wegverkeerswet, is m.i. niet naar recht verantwoord. Ook op dit punt is het middel gegrond.
  2. Onoverwinnelijke rechtsdwaling.
  3. De vrijspraak van verweerder wegens de feiten van rijden spijts verval van het recht tot sturen (D) en rijden in een staat van ongeschiktheid (E) steunt niet alleen op de reden dat een e-step met een vermogen van 0,25 kW geen motorvoertuig is in de zin van de artikelen 30, 38 en 48 Wegverkeerswet. Bijkomend, “ten overvloede”, oordeelde de correctionele rechtbank dat verweerder minstens aannemelijk maakt dat hij zich kan beroepen op een onoverwinnelijke rechtsdwaling. Hij kon terecht aannemen, zoals ieder en voorzichtig persoon gesteld in zijn positie, dat hij met de elektrische step met een vermogen van 0.25 kW mocht rijden, ondanks zijn verval van het recht tot sturen, zodat ook in deze hypothese de vrijspraak “zich zou opdringen”.
  4. Het bestreden vonnis baseert zijn standpunt over rechtsdwaling op 1°lacunes in de wetgeving (Wegverkeersreglement, WAM-wet en KB Rijbewijs), waaruit men kan afleiden dat een e-step met een maximumsnelheid van 25 km/uur ook in de Wegverkeerswet niet te beschouwen is als een motorvoertuig en 2°op eigen opzoekingen van de rechtbank. Uit die opzoekingen (waaronder www.politie.be en www.wegcode.be) blijkt volgens het vonnis dat “de gebruiker van een elektrische step telkens gelijkgesteld wordt met een fietser en dat er verschillende artikelen circuleren die uitdrukkelijk stellen dat men tijdens een verval met een elektrische step mag rijden”.
  5. Overtreding van de artikelen 30, § 1, 4° en 48, eerste lid, 1° Wegverkeerswet vereist een wetens en willens handelen. Voor de component ‘wetens’ wordt aanvaard dat de overtreder zich kan beroepen op de schulduitsluitingsgrond van de ‘rechtsdwaling’ als hij de strafbaarheid van zijn gedraging redelijkerwijze niet kon inschatten. Het is vaststaande rechtspraak dat dwaling of onwetendheid over de strafbaarheid van een gedraging slechts schulduitsluitend kan zijn als ze onoverwinnelijk of onoverkomelijk is. Deze vereiste houdt in dat uit de omstandigheden kan worden afgeleid dat de persoon die zich op de dwaling beroept, heeft gehandeld zoals ieder redelijk en voorzichtig persoon in dezelfde situatie zou hebben gehandeld
(36). 47. De beklaagde dient zijn verweer over de rechtsdwaling aannemelijk te maken en de vonnisrechter beoordeelt in feite of de beklaagde zich in een toestand van onoverkomelijke dwaling bevond, waarbij het Hof nagaat of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten onoverkomelijke dwaling mocht afleiden
(37). Goede trouw van de beklaagde bij de interpretatie van een strafwet volstaat dus niet om dwaling op te leveren
(38). De omstandigheid dat de beklaagde voorhoudt dat de draagwijdte van de strafwet niet duidelijk is, levert als dusdanig geen onoverkomelijke dwaling op
(39). Men mag immers van de beklaagde verwachten dat hij vooraf naging of zijn gedraging strafbaar is. 48. Het verbod een motorvoertuig te besturen terwijl men ongeschikt is (art. 30, § 1, 4° Wegverkeerswet) of men een verval van het recht tot sturen wegens rijongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet) moet naleven hebben als doel de maatschappij te beveiligen tegen bestuurders van motorvoertuigen die fysiek of geestelijk ongeschikt zijn om nog op een veilige manier aan het verkeer deel te nemen
(40). Deze wetsbepaling maakt geen uitzondering voor motorvoertuigen die volgens het Wegverkeersreglement behoren tot de categorie van de ‘voortbewegingstoestellen’ of die zijn vrijgesteld van de verplichting een aansprakelijkheidsverzekering aan te gaan of een rijbewijs te behalen. Mocht de bestuurder die rijongeschikt is verklaard twijfels hebben over het besturen van een e-step, had hij het begrip ‘motorvoertuig’ in zijn gewone betekenis kunnen opvatten, uit voorzichtigheid, om zich daarna te onthouden van verplaatsingen op de openbare weg met elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden.
  1. Eiser voert in zijn tweede middel over artikel 71 Sw. en de schulduitsluitende dwaling m.i. terecht aan dat als een bestuurder weet dat het hem verboden is “alle motorvoertuigen” te besturen en dit begrip voor hem onduidelijk zou zijn, hij de regels niet zomaar in zijn voordeel kan interpreteren. Het feit dat er geen verzekering nodig is voor het besturen van een e-step met een vermogen van 0.25 kW is nog geen reden om aan te nemen dat de bestuurder ermee mag rijden terwijl hij lichamelijk of geestelijk ongeschikt is of hij van verval van het recht tot sturen moet naleven. De vrijspraak wegens de telastleggingen D en E lijkt mij op dat punt niet naar recht verantwoord, zodat het middel gegrond is.
  2. In zijn derde middel stelt eiser dat de appelrechters hun oordeel over een onoverwinnelijke rechtsdwaling steunen op “verschillende artikelen”, zonder concrete bronvermelding, die buiten het debat zijn verkregen, zonder dat de partijen daarover tegenspraak konden voeren, wat in strijd is met de artikelen 149 Grondwet en 154, 189 en 190 Wetboek van Strafvordering.
  3. In een strafzaak waarin de vonnisrechter verwees naar ‘talrijke vrij consulteerbare bronnen” oordeelde het Hof: “Behoudens voor wat feiten betreft die algemeen bekend zijn of berusten op algemene ervaring en daarom steeds tot het debat behoren, verbiedt het recht van verdediging, waartoe het recht op tegenspraak behoort, de rechter zijn beslissing te laten steunen op feitelijke elementen die niet voortspruiten uit de gegevens van het strafdossier of het onderzoek ter rechtszitting, maar die hij slechts ingevolge eigen vaststellingen of persoonlijke ervaring buiten het debat heeft vernomen, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren”
(41). 52. Naar mijn mening is het standpunt van de appelrechters dat een e-step met een vermogen van 0.25km geen motorvoertuig is in de zin van de Verkeerswet niet op te vatten als een feit van algemene bekendheid, maar net als een gegeven waarover in de rechtspraak en rechtsleer discussie bestaat. Een feit van algemene bekendheid is een feit dat zodanig vanzelfsprekend is dat het geen verdere toelichting vereist
(42), wat in deze zaak niet het geval is. Bovendien gaat het om verwijzingen naar websites waarop tal van bijdragen zijn gepubliceerd over verkeersrecht en laat de formulering van het vonnis niet toe te achterhalen welke bron precies het standpunt van verweerder vertolkt dat “men tijdens een verval met een elektrische step mag rijden”. Het middel komt mij eveneens gegrond voor. 53. Ondergeschikt lijkt mij de informatie opgenomen op www.wegcode.be niet voldoende accuraat om het standpunt van de appelrechters te ondersteunen. Invoering van de zoekterm “elektrische step” levert meerdere resultaten op, waaronder het artikel van 15 mei 2022 met als titel “Vanaf 1 juli striktere verkeersregels voor ‘gemotoriseerde voortbewegingstoestellen’ zoals elektrische steps”. Daarin is te lezen dat: “Gebruikers van deze toestellen worden voortaan gelijkgesteld met fietsers, ongeacht hoe snel ze met het toestel rijden. Tot nog toe werden gebruikers bij stapvoets rijden gezien als voetgangers. Maar daar stapt de regering nu definitief van af. Voortaan mag je dus niet meer op het voetpad met bijvoorbeeld een elektrische step. Tenzij je de step aan de hand houdt en er niet op rijdt. In dat geval beschouwd de wetgeving het toestel immers niet als voertuig”. Men kan daaruit afleiden dat alleen voor toepassing van het wegverkeersreglement, meer bepaald de plaats van weggebruikers op de openbare weg, de elektrische step te beschouwen is als een elektrische fiets. Het artikel biedt geen antwoord op de vraag of een bestuurder die een rijverbod ondergaat voor alle categorieën van motorvoertuigen een elektrische step van 0.25kW (zoals in deze zaak) mag besturen. Bovendien oordeelde het Hof dat ook een elektrische step die een voetganger aan de hand houdt en voortduwt een voertuig is in de zin van de Verkeerswet (art. 34)
(43). Conclusie: Ik heb geen ambtshalve middelen aan te voeren en concludeer tot gedeeltelijke cassatie met verwijzing van de zaak, beperkt tot de vrijspraak van verweerder wegens de telastleggingen D en E, en verwerping van het cassatieberoep voor het overige. ______________________________________________________________________
(1)Www.desdalex.be/e-steps.
(2)Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0345.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8.
(3)Zie alg. R. BEIRINCKX, Het verval van het recht tot sturen herbekeken, Kluwer 2014, 174-182.
(4)Cass. 12 september 2023, AR P.23.0540.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16 met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS; J. MICHIELS, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 970.
(5)I. BRUGGEMAN, “Art. 38 t/m 41. Commentaar en rechtspraak”, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2015, p. 5.
(6)I. BRUGGEMAN, “Art. 38 t/m 41. Commentaar en rechtspraak”, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2015, p. 4.
(7)Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0345.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8; I. BRUGGEMAN, “Art. 38 t/m 41. Commentaar en rechtspraak“, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2015, p. 5.
(8)Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0345.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8; In dezelfde zin zie Pol. Oost-Vlaanderen, afd. Aalst, 25 oktober 2021, VAV 2022, 72.
(9)Over toepassing van art. 48 Wegverkeerswet op een bromfiets klasse A zie T. PAPART en B. CEULEMANS, Vademecum du Tribunal de Police, Kluwer 2021, 186; J. MICHIELS, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 970. Voor een bromfiets met een maximale snelheid van 25 km/u is geen rijbewijs meer vereist (art. 4, 11° KB Rijbewijs van 23 maart 1998).
(10)Cass. 30 april 2024, AR P.24.0183.N,ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7, VAV 2024/4, 65 noot K. HAENEBALCKE.
(11)Cass. 30 april 2024, AR P.24.0183.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7, VAV 2024/4, 65, noot K. HAENEBALCKE. Over de uitlegging volgens de gewone betekenis zie ook Cass. 4 juni 2019, AR P.19.0080.N, AC 2019, nr. 344, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4, VAV 2019/4, 71, NC 2021, 252 noot M. STERKENS. Zie ook I. BRUGGEMAN, “Alcohol in het verkeer. Strafbaar gestelde gedragingen”, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2022, p. 15.
(12)I. BRUGGEMAN, “Art. 38 t/m 41. Commentaar en rechtspraak“, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2015, p. 6.
(13)M. STERKENS en P. LENVAIN, “Artikel 2 Wegverkeersreglement”, in Bestendig Handboek Verkeer, Kluwer 2024, IV.2, 30p.
(14)Voor een toepassing zie Cass. 22 januari 2008, AR P.07.1699.N, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.8 (pocketbike)
(15)T. GLORIEUX, “Commentaar bij art. 2 Wegcode”, in Wegverkeer. Larcier Wet&Duiding, 2012, 69; R. VANBERGEN, “Elektrische step, éénwieler, enz.: verzekerings- en aansprakelijkheidskwesties voor deze nieuwe voortbewegingstoestellen”, in Verzekeringsnieuws, Kluwer, Januari 2020, 1-5.
(16)I. BRUGGEMAN, “Art. 7bis- Gebruikers van voortbewegingstoestellen”, in Postal-Wegverkeer, Kluwer 2022, 9p.
(17)Pol. Brussel, 8e K, 19 juni 2023, VAV 2023/4, 71 (een elektrische autoped die niet sneller kan rijden dan 25 km/u is een ‘gemotoriseerd voortbewegingstoestel’, geen ‘motorrijtuig’) en Pol. Brugge, 9e K, 22 december 2004, VAV 2005/4, 227 (een elektrisch aangedreven step van 0,24 kW is een motorvoertuig en meer bepaald een bromfiets klasse A). Zie ook H.V., “E-step is geen gemotoriseerd voertuig”, zegt rechter: twintiger onder invloed ontsnapt aan erger”, HLN 30 december 2024.
(18)Vb. Cass. 4 juni 2019, AR P.19.0080.N, AC 2019, nr. 344, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4, VAV 2019/4, 71, NC 2021, 252 noot M. STERKENS, “Uit de aanhef van artikel 2 Wegverkeersreglement blijkt dat de definitie van ‘bestuurder’ uit artikel 2.13 Wegverkeersreglement enkel van toepassing is op het Wegverkeersreglement zelf en geen toepassing vindt op de Wegverkeerswet. Bij gebrek aan wettelijke definitie dient het begrip bestuurder in de gewone betekenis van het woord te worden begrepen”. Zie ook I. BRUGGEMAN, “Alcohol in het verkeer. Strafbaar gestelde gedragingen”, in De Postal. Het Wegverkeer, Kluwer 2022, p. 16.
(19)Verslag aan de Koning bij het KB van 13 februari 2007 betreffende de voortbewegingstoestellen, BS 23 februari 2007.
(20)Wetsvoorstel van 1 december 2021 tot wijziging van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, wat de reglementering van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen betreft, ingediend door Dhr. J. VANDENBROECKE, Parl.St. Kamer 22021-22, Doc 55-2354/001, p. 7.
(21)Over de opsplitsing van elektrische fietsen in fietsen met een elektrische hulpmotor, een gemotoriseerd rijwiel en een speedpedelec zie L. HELSEN, Verkeerszakboekje, Kluwer 2024, 18-19.
(22)M. STERKENS en P. LENVAIN, “Artikel 2 Wegverkeersreglement”, in Bestendig Handboek Verkeer, Kluwer 2024, IV.2, 10, met verwijzing naar Pol. Oost-Vlaanderen, afd. Aalst, van 7 november 2022, onuitg., nr. 22A00211.
(23)www.esteprijden.com (vb. M1 Colibri-step).
(24)Zie alg. S. VEREECKEN en S. SUYS, “Elektrische fietsen. Nieuwe vormen van mobiliteit zorgen voor juridische spanning”, Verzekeringsnieuws, Kluwer, februari 2017, 6-10; R. VANBERGEN, “Elektrische step, éénwieler, enz.: verzekerings- en aansprakelijkheidskwesties voor deze nieuwe voortbewegingstoestellen”, in Verzekeringsnieuws, Kluwer, Januari 2020, 1-5.
(25)B. DEWIT en V. KATZ, Précis de droit de la circulation routière, Anthémis, 2014, 143; L. HELSEN, Verkeerszakboekje, Kluwer, 2024, 21.
(26)HvJ 12 oktober 2023, nr. C286/22, KBC Verzekeringen NV t/ P&V Verzekeringen CVBA, ECLI:EU:C:2023:767, www.curia.europa.eu Zie D. DECOSTER, “Het gemotoriseerd ‘duwtje in de rug’ maakt van de elektrische fiets nog geen motorrijtuig”, VAV 2024/1, 14-17.
(27)Cass. 20 september 2024, AR C.21.0376.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240920.1N.1 met concl. van advocaat-generaal VROMAN, ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240920.1N.1. Over het aspect spierkracht stelde advocaat-generaal F. VROMAN: “Van zodra er spierkracht nodig is, als was het maar om de boostfunctie te kunnen activeren, is die fiets geen voertuig/motorrijtuig. Met spierkracht wordt daarbij evident niet de spierkracht bedoeld die nodig is om de mechanische kracht van de motor via het bedieningspaneel ervan in werking te stellen”.
(28)De termen ‘anders dan een voertuig’ waren per vergissing weggelaten in de ingediende conclusie OM.
(29)Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0345.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8. In dezelfde zin zie Pol. Oost-Vlaanderen, afd. Aalst, 25 oktober 2021, VAV 2022, 72.
(30)GwH 4 oktober 2018, arrest 129/2018, www.const-court.be.
(31)Cass. 25 mei 2021, AR P.21.0345.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8.
(32)Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat betreft het verval van het recht tot sturen voor niet gemotoriseerde voertuigen, Amendement 1 ingediend door Mevr. S. Lahaye-Battheu en cs. op 13 juni 2007, Parl.St. Kamer, Doc 54-440/002, p. 2.
(33)Cass. 30 april 2024, AR P.24.0183.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7.
(34)De beveiligingsmaatregel van art. 42 Wegverkeerswet moet worden uitgesproken in geval van o.a. veroordeling wegens overtreding van de politie over het wegverkeer (C. DE ROY, “Beschouwingen over enkele beveiligingsmaatregelen”, in La CVDW. Liber amicorum Chris Van den Wyngaert, Maklu 2017, 129; J. Michiels, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 965).
(35)L. DEBEN en S. STALLAERT, “Commentaar bij art. 30 Wegverkeerswet”, in Wegverkeer. Duiding, Larcier 2016, 19; I. BRUGGEMAN, “Artikel 30 t/m 32.Commentaar en rechtspraak”, in De Postal-Wegverkeer, Kluwer 2015, 19.
(36)Cass. 30 november 2022, AR P.22.0635.F, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221130.2F.5; Cass. 22 december 2021, AR P.21.1311.F, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211222.2F.6, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE, RDPC 2022, 679, JLMB 2022, 1622; Cass. 15 september 2020, AR P.20.0150.N, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.11; Cass. 6 september 2017, AR P.17.0489.F, AC 2017, nr. 449, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170906.2; Cass. 28 maart 2012, AR P.11.2083.F, AC 2012, nr. 202, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120328.3; M. FAURE, “De onoverkomelijke rechtsdwaling in milieustrafzaken”, RW 1991-92, 937-950; A. DE NAUW en F. DERUYCK, Overzicht van het Belgisch algemeen strafrecht, die Keure 2017, 100-103; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit penal, Die Keure 2019, 179-182; F. KUTY, Principes généraux du droit pénal belge, T.II: L’infraction pénale, Larcier 2020, nrs. 1504-1520.
(37)Cass. 20 februari 2024, AR P.23.1418.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.22 met concl. van advocaat-generaal A. WINANTS; Cass. 15 september 2020, AR P.20.0150.N, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.11; Cass. 18 oktober 2016, AR P.14.1969.N, AC 2016, nr. 580, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.1; Cass. 6 september 2017, AR P.17.0489.F, AC 2017, nr. 449, ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170906.2.
(38)C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina 2022, 354.
(39)Cass. 15 september 2020, AR P.20.0150.N, AC 202, nr. 537, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.11.
(40)C. DE ROY, “Beschouwingen over enkele beveiligingsmaatregelen in het Belgische verkeers(straf)recht”, in la CVDW. Liber amicorum Chris Van den Wyngaert, Maklu 2017, 133; J. MICHIELS, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 964.
(41)Cass. 13 september 2016, AR P.16.0396.N, AC 2016, nr. 484, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.6, NC 2018, 384 noot A. WINANTS, “De strijd tegen het terrorisme en de eerbiediging van algemene rechtsbeginselen”. Zie ook Cass. 13 februari 2007, AR P.06.1533.N, AC 2007, nr. 84, ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070213.2; Cass. 12 augustus 2020, AR P.20.0849.N, AC 2020, nr. 476, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200812.VAK.6, RW 2021-22, 242; Cass. 28 juni 2023, AR P.23.0610.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230628.2F.6.
(42)Vb. Cass. 3 mei 2022, AR P.22.0021.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.5, met concl. OM; Cass. 23 juni 2020, AR 20.0346.N, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.1.
(43)Cass. 30 april 2024, AR P.24.0183.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070213.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080122.8 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120328.3 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161018.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170906.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200812.VAK.6 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200915.2N.11 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210525.2N.8 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211222.2F.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221130.2F.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230628.2F.6 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.16 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.22 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240920.1N.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240920.1N.1 ECLI:EU:C:2023:767 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.