id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 september 202
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 18
- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 18
- 01 ELI link Pub nr 1967101052 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 8 Uit de artikelen 2.4, 3.4 en 9.3 van het verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (hierna Verdrag van Aarhus) volgt dat artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek derwijze dient te worden uitgelegd dat aan verenigingen die de bevordering van de milieubescherming tot doel hebben, de toegang tot de rechter is verzekerd met het oog op de betwisting van het handelen en het nalaten van privépersonen en overheidsinstanties die strijdig zijn met bepalingen van het nationale recht betreffende het milieu, voor zover die verenigingen daartoe voldoen aan de in het nationale recht neergelegde criteria, zodat een verdragsconforme uitlegging van artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek vereist dat dergelijke verenigingen, in het kader van het instellen van burgerlijke rechtsvorderingen tot bevordering van de milieubescherming, moeten worden geacht het vereiste eigen belang te hebben; de bevordering of de vrijwaring van het dierenwelzijn is echter geen milieu-aangelegenheid zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus; de bevordering of de vrijwaring van het dierenwelzijn is echter als dusdanig geen milieu-aangelegenheid zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus; dat verdrag streeft immers niet de bevordering en de vrijwaring van het dierenwelzijn na, maar wel, zoals onder meer blijkt uit de preambule, de bevordering en de vrijwaring van het welzijn en de gezondheid van de mens; dat bepaalde milieuaspecten, zoals biologische diversiteit en componenten daarvan, als onderdeel van de toestand van elementen van het milieu waarvan sprake in artikel 2.3.a) van het verdrag, ook een impact kunnen hebben op het welzijn van bepaalde in het wild levende dieren en dierlijke organismen, doet daaraan geen afbreuk; aldus dient artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek zo te worden uitgelegd dat het een vereniging toelaat in rechte op te treden ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, wanneer dat doel de bescherming beoogt van het milieu zoals vooropgesteld in het Verdrag van Aarhus, maar niet wanneer haar doel als dusdanig de bescherming of de vrijwaring van het dierenwelzijn beoogt
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: MILIEURECHT Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 9 - 14 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 137 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, en het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 133/2013 van 10 oktober 2013 blijkt dat artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek beoogt aan rechtspersonen een vorderingsrecht toe te kennen dat overeenstemt met hun statutair doel en ter bescherming van de fundamentele rechten zoals zij zijn erkend in de Grondwet of in de internationale verdragen waarbij België partij is, maar tevens beoogt dit vorderingsrecht hoofdzakelijk te beperken tot de zaken waarin de fundamentele rechten op het spel staan om een verveelvoudiging van geschillen te vermijden; artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek vereist aldus dat de rechtsvordering van de rechtspersoon, in zoverre die rechtspersoon voldoet aan de voor het overige gestelde voorwaarden, de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden; de bescherming van het dierenwelzijn is erkend in internationale instrumenten die België binden, zoals de EG-Verordening nr. 1099/2009, evenwel zonder dat die instrumenten aan België de verplichting opleggen om de toegang tot de rechter te verzekeren aan verenigingen die zich het dierenwelzijn of bepaalde aspecten daarvan tot maatschappelijk doel hebben gesteld, met het oog op de betwisting van gedragingen die strijdig zijn met bepalingen betreffende het dierenwelzijn; evenmin is het bevorderen of vrijwaren van het dierenwelzijn een doelstelling die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of van fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet; aldus dient artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek zo te worden uitgelegd dat het een vereniging toelaat in rechte op te treden ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, wanneer dat doel de bescherming beoogt van de rechten van de mens of de fundamentele vrijheden zoals erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, maar niet wanneer haar doel als dusdanig de bescherming of de vrijwaring van het dierenwelzijn beoogt
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 15 - 21 De uitlegging van artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek als grondslag voor een vorderingsrecht voor verenigingen die de bescherming beogen van de rechten van de mens of van fundamentele vrijheden beperkt de toegang tot de gewone rechtscolleges waardoor een vereniging in beginsel niet in rechte kan optreden ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, zoals dat het geval is bij de bescherming of de vrijwaring van het dierenwelzijn, maar wel als dit maatschappelijk doel de bescherming beoogt van de rechten van de mens of de fundamentele vrijheden zoals erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden; deze beperking is evenredig met het nagestreefde wettige doel, namelijk een goede rechtsbedeling verzekeren door de actio popularis te weigeren en het beginsel in acht te doen nemen dat is uitgedrukt in het adagium “nul ne plaide par procureur”, aldus volgt uit de omstandigheid dat de wetgever een vorderingsrecht beoogt toe te kennen aan rechtspersonen overeenstemmend met hun statutair doel en dit ter bescherming van de fundamentele rechten zoals zij zijn erkend in de Grondwet of in de internationale verdragen waarbij België partij is en aldus beoogt dit vorderingsrecht hoofdzakelijk te beperken tot de zaken waarin de fundamentele rechten op het spel staan, dat er een objectieve en redelijke verantwoording bestaat voor de verschillende behandeling van deze verenigingen met betrekking tot het verschil in toegang tot de rechter, zodat de voormelde uitlegging van artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van niet-discriminatie vervat in de artikelen 10 en 11 Grondwet, al dan niet samen gelezen met artikel 6.1 EVRM, klaarblijkelijk niet miskent
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1831 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1831 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 22 - 24 Het recht op toegang tot een rechter is een algemeen rechtsbeginsel dat met inachtneming van artikel 6 EVRM en artikel 47 Handvest Grondrechten EU aan eenieder moet worden gewaarborgd; aldus waarborgen deze internationale instrumenten het recht om een vordering met betrekking tot burgerlijke rechten en verplichtingen voor een rechtbank te brengen; ook verenigingen hebben dat recht; uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, zoals onder meer het arrest van 19 oktober 2005 inzake het verzoek nr. 32555/96, het arrest van 14 september 2017 inzake het verzoek nr. 56665/09 en het arrest van 9 april 2024 inzake het verzoek nr. 53600/20, blijkt dat artikel 6.1 EVRM niet de inhoud of het bestaan bepaalt van burgerlijke rechten in het nationale materiële recht van de verdragsluitende staten, waartoe de toegang tot de rechter openstaat; dit wordt in beginsel overgelaten aan het nationale recht
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 47 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 47 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 47 Fiches 25 - 33 Het Hof kan overeenkomstig artikel 26, § 4, tweede lid, 2°, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof onderzoeken of de betwiste wetsbepaling artikel 13 Grondwet klaarblijkelijk niet schendt; de toegang tot de rechter, zoals gewaarborgd bij artikel 13 Grondwet, artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR, kan worden onderworpen aan ontvankelijkheidsvoorwaarden, zoals een belangenvereiste; die voorwaarden mogen de toegang tot de rechter niet dermate beperken dat afbreuk wordt gedaan aan de essentie zelf ervan; dat zou het geval zijn wanneer een beperking niet redelijk evenredig zou zijn met het gewettigde doel; de hiervoor vermelde uitlegging van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek beperkt, door middel van de ontvankelijkheidsvoorwaarde van het hebben van een eigen belang, de toegang tot de gewone rechtscolleges, zodat een vereniging in beginsel niet in rechte kan optreden ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel, zoals dit het geval is bij de bescherming of de vrijwaring van het dierenwelzijn, maar dat wel kan doen wanneer dit maatschappelijk doel de bescherming beoogt van de rechten van de mens of de fundamentele vrijheden zoals erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden zoals voorzien in artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek of in een verdragsbepaling, zoals het Verdrag van Aarhus, België verplicht dergelijke toegang tot de rechter te verlenen; deze beperking is evenredig met het nagestreefde wettige doel, namelijk een goede rechtsbedeling verzekeren door de actio popularis te weigeren en het beginsel in acht te doen nemen dat is uitgedrukt in het adagium “nul ne plaide par procureur”; aldus schendt de vermelde uitlegging van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek artikel 13 Grondwet met betrekking tot het recht op toegang tot de bevoegde rechter, zoals tevens gewaarborgd door artikel 6.1 EVRM, klaarblijkelijk niet
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 13 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 4, tweede lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Gerechtelijk Wetboek - Eerste deel: ALGEMENE BEGINSELEN. (art. 1 tot 57) -
Art. 17
, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 34 - 35 Uit de artikelen 5, 36, 14° en 41 Dierenwelzijnswet, in hun versie voor en na het Vlaams Decreet van 13 juli 2018, de artikelen 17, § 2, eerste en vijfde lid, en 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn en de artikelen 3, 5, § 4 en 5, § 5, 3° KB van 27 april 2007 (Kennelbesluit) en hun parlementaire voorbereidingen volgt dat de inbreuken op artikel 5, § 4 en § 5, Kennelbesluit in uitvoering van artikel 5, § 2, Dierenwelzijnswet en sinds 1 januari 2025 ter uitvoering van artikel 17, § 2, Vlaamse Codex Dierenwelzijn strafbaar waren:
- a)vóór 20 augustus 2018 op grond van artikel 41 Dierenwelzijnswet;
- b)vanaf 20 augustus 2018 tot en met 31 december 2024 op grond van artikel 36, 14°, Dierenwelzijnswet; en
- c)vanaf 1 januari 2025 op grond van artikel 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn; waarbij overeenkomstig artikel 2 Strafwetboek de mildere straf in artikel 41 Dierenwelzijnswet diende te worden toegepast op inbreuken begaan vóór 20 augustus 2018
(1)
(2).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM.
(2)Artt. 5, 36, 14° en 41 Wet Dierenwelzijn, in hun versie voor en na het Vlaams Decreet van 13 juli 2018 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 5 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 36, 14° - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 41 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 17, § 2, eerste en vijfde lid - 54 ELI link Pub nr 2024006400 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 66 - 54 ELI link Pub nr 2024006400 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 3 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 5, §§ 4 en 5, 3° - B0 ELI link Pub nr 2007022825 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 5 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 36, 14° - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 41 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 17, § 2, eerste en vijfde lid - 54 ELI link Pub nr 2024006400 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 66 - 54 ELI link Pub nr 2024006400 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 3 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 5, §§ 4 en 5, 3° - B0 ELI link Pub nr 2007022825 Fiches 36 - 37 Uit de artikelen 5, § 2 en 36, 14° Dierenwelzijnswet, in hun versie voor en na het Vlaams Decreet van 13 juli 2018, de artikelen 17, § 2, eerste en vijfde lid, en 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn, de artikelen 6, §1 en § 2 en 12 KB van 27 april 2007 (Kennelbesluit) en hun parlementaire voorbereidingen volgt dat de inbreuken op de artikelen 6, § 1 en 12, § 1, Kennelbesluit, ter uitvoering van artikel 5, § 2, Dierenwelzijnswet en sinds 1 januari 2025 ter uitvoering van artikel 17, § 2, Vlaamse Codex Dierenwelzijn, strafbaar waren: a) vanaf 20 augustus 2018 tot 31 december 2024 op grond van artikel 36, 14°, Dierenwelzijnswet; en b) vanaf 1 januari 2025 op grond van artikel 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn; waarbij overeenkomstig artikel 2 Strafwetboek de mildere straf in artikel 36, 14°, Dierenwelzijnswet diende te worden toegepast op inbreuken begaan vóór 1 januari 2025
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 5, § 2 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 36, 14° - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 17, § 2, eerste en vijfde lid - 54 ELI link Pub nr 2024006400 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 66 - 54 ELI link Pub nr 2024006400 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 6, §§ 1 en 2 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 12 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 5, § 2 - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Wet 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren - 14-08-1986 - Art. 36, 14° - 34 ELI link Pub nr 1986016195 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 17, § 2, eerste en vijfde lid - 54 ELI link Pub nr 2024006400 Decreet van de Vlaamse Overheid van 16 mei 2024 over dierenwelzijn - 16-05-2024 - Art. 66 - 54 ELI link Pub nr 2024006400 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 6, §§ 1 en 2 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 KB 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren - 27-04-2007 - Art. 12 - B0 ELI link Pub nr 2007022825 Tekst van de conclusie P.25.0400.N Advocaat-generaal Bart DE SMET heeft in hoofdzaak gezegd: “De toelaatbaarheid van een burgerlijke vordering ingesteld door een vereniging die is opgericht met het dierenwelzijn als doel in een strafzaak van inbreuken op de Dierenwelzijnswet, thans Vlaamse Codex Dierenwelzijn (art. 17 Ger.W. en art. 9.3 Verdrag van Aarhus)” 1) Middelen van eiseres 1, burgerlijke partij. 1. Eiseres 1 is een VZW met zetel te Brussel die zich aansloot als burgerlijke partij bij een rechtstreekse dagvaarding uitgebracht door de procureur des Konings te Antwerpen wegens inbreuken op de Dierengezondheidswet (van 24 maart 1987) en de Dierenwelzijnswet (14 augustus 1986), naar aanleiding van vaststellingen over import van te jonge honden en gebrek aan verzorging in een hondenkennel
(1).
- De eerste rechter verklaarde de vordering van eiseres ontvankelijk en deels gegrond. Het bestreden arrest heeft de vordering van eiseres gericht tegen beklaagde (eerste verweerster) Bolkshof Bv niet-ontvankelijk verklaard. Een VZW met als maatschappelijk doel dierenbescherming kan volgens het beroepen vonnis geen vordering instellen in het algemeen belang en dierenbescherming is te onderscheiden van milieubescherming, dat wel de grondslag kan zijn van een vordering.
- Eiseres voert in één middel aan dat 1°een vereniging die dierenbescherming nastreeft net als een vereniging met als doel milieubescherming beschikt over een vorderingsrecht (eerste onderdeel), 2°het Verdrag van Aarhus een vorderingsrecht toekent aan milieuverenigingen en er geen objectieve reden is om daarbij verenigingen uit te sluiten die het welzijn nastreven van wilde en tamme dieren, gelet op het gelijkheidsbeginsel (tweede onderdeel), 3°artikel 7bis Grondwet verenigingen toelaat een vordering in te stellen voor de bescherming van mensenrechten en het uitsluiten van een vorderingsrecht voor dierenwelzijn een miskenning inhoudt van het gelijkheidsbeginsel (derde onderdeel) en 4°een wettig opgerichte VZW (Vereniging zonder winstoogmerk) met als doel dierenbescherming in rechte moet kunnen optreden tegen privépersonen en overheidsinstanties die leed berokkenen aan dieren, zo niet is het recht op toegang tot de rechter miskend (vierde onderdeel). Het bestreden arrest is volgens eiseres in strijd met onder meer de artikelen 7bis en 10 Grondwet, 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek, 6 EVRM en 47 EU-Handvest Grondrechten.
- Eiseres verzoekt het Hof desnoods drie prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof over het gelijkheidsbeginsel (art. 10 en 11 Grondwet) toegespitst op het vorderingsrecht van verenigingen die opkomen voor dierenwelzijn, in functie van volgende legitieme doelen: 1°milieubescherming versus dierenwelzijn, 2°de bescherming van wilde dieren en van dieren die leven onder bescherming van de mens, en 3°de bescherming van mensrenrechten en dierenwelzijn.
- Eiseres heeft alleen incidenteel beroep ingesteld (art. 203, § 4 Sv.) en is niet veroordeeld tot een deel van de kosten van de strafvordering. Zij heeft dan ook geen belang bij het aanvechten van de beslissingen op strafgebied tegen verweerders (beklaagden). Haar cassatieberoep is alleen ontvankelijk wat betreft de burgerlijke vordering
(2). 6. De voorliggende zaak GAIA VZW heeft overeenkomsten met de zaak Animal Rights VZW, waarin het Hof op 11 juni 2024 uitspraak deed
(3). Kan een vereniging die zich inzet voor het dierenwelzijn een schadevergoeding vorderen voor inbreuken op de Dierengezondheidswet of de Dierenwelzijnswet, thans de Vlaamse Codex Dierenwelzijn? 7. Volgens art. 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering komt de rechtsvordering tot herstel van de schade, veroorzaakt door een misdrijf, toe aan zij die schade hebben geleden. Het Hof nam aan dat art. 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, over de vereisten van belang en hoedanigheid, inhoudt dat de persoon die een burgerlijke rechtsvordering instelt een eigen belang moet hebben, dit betekent een persoonlijk en rechtstreeks belang
(4). Deze regel geldt ook voor een rechtspersoon die in het strafproces optreedt als burgerlijke partij (art. 2 Ger.W.)
(5). 8. Een rechtspersoon heeft slechts een eigen belang om een vergoeding te vorderen voor schade die bestaat in hetzij materiële schade ontstaan door de aantasting van zijn vermogen, hetzij morele schade veroorzaakt door de aantasting van zijn goede naam of reputatie
(6). Aldus verkrijgt een rechtspersoon, behoudens een uitzondering bepaald bij wet of verdrag, geen eigen belang door het enkele feit dat een misdrijf schade toebrengt aan een collectief belang waarvan hij volgens zijn statuten de vrijwaring of de bevordering nastreeft
(7). Deze regel is gekend als het verbod op een actio popularis, dit is een (burgerlijke) vordering die alleen gericht is op bescherming van het algemeen belang
(8). Het is immers de taak van de overheid, en niet van de burgers, om de samenleving te beschermen
(9). 9. Uitzonderingen op dat verbod zijn mogelijk, bepaald in de wet of in een verdrag, zoals het optreden van UNIA in zaken van racisme
(10). Buiten die uitzonderingen, die een strikte interpretatie vergen
(11), geldt als regel dat alleen het Openbaar Ministerie de hoedanigheid heeft om namens een algemeen belang, zoals dierenwelzijn, een vordering in te stellen
(12). Op 10 mei 2023 stelde het Hof dat verenigingen die opkomen voor het dierenwelzijn geen eigen subjectief recht hebben op schadevergoeding voor dierenleed
(13). Deze regel werd bevestigd in vermeld arrest van 11 juni 2024 (Animal Rights VZW). 10. Een eerste poort naar de strafrechter voor een vereniging die geen rechtstreekse schade lijdt, die met haar vordering alleen een collectief belang nastreeft, is artikel 9.3 Verdrag van Aarhus (van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden
(14)). Het Hof nam aan dat een vereniging die milieubescherming als doel heeft, in rechte kan optreden tegen privépersonen en overheidsinstanties die bepalingen van het nationale milieurecht overtreden. Dergelijke vereniging kan dus een vordering instellen voor een schadevergoeding wegens een misdrijf dat milieuschade heeft veroorzaakt
(15). 11. Het Hof oordeelde op 11 juni 2024 dat de bevordering of de vrijwaring van het dierenwelzijn geen milieu-aangelegenheid is zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus
(16). Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen dieren die leven in de natuur (fauna) en dieren die onder de hoede staan van de mens, namelijk huisdieren en dieren in de landbouw en veeteelt. In zoverre eiseres uitgaat van het tegendeel, falen het eerste en tweede onderdeel naar recht. 12. Het verdrag van Aarhus maakt geen melding van dierenwelzijn als na te streven doelstelling, maar wel van ‘de biologische diversiteit en componenten daarvan’, onder het luik ‘milieu-informatie’ (art. 2.3.a). Verder houden de artikelen 2.4 en 9.3 in dat ‘leden van het publiek’, waaronder verenigingen, in rechte moeten kunnen optreden tegen privé-personen of overheidsinstanties die nationale bepalingen betreffende “het milieu” overtreden. Eiseres en sommige auteurs geven aan de termen ‘biodiversiteit’ en ‘milieu’ een ruime interpretatie toelaten, die inhoudt dat verenigingen een rechtsvordering kunnen instellen voor het welzijn van dieren die leven in de natuur (fauna)
(17)en bij uitbreiding zelfs voor dieren die leven onder controle van de mens. Reden is dat alle dieren een gevoel hebben en een vorderingsrecht beperkt tot ‘wilde dieren’ discriminerend zou zijn voor de dierenverenigingen die in rechte willen optreden. 13. Ik meen dat deze visie niet strookt met vermeld Verdrag van Aarhus, dat bestemd is voor verenigingen die opkomen voor bescherming van de natuur in zijn geheel, bestaande uit de planten (vegetatie) en de erin levende (wilde) dieren. Daarbij lijkt het vorderingsrecht van verenigingen alleen gericht op het belang van de mens. In de Preambule wordt gewezen op 1°de bescherming van het milieu als “wezenlijk belang is voor het welzijn van de mens en het genot van de fundamentele mensenrechten, waaronder het recht op leven zelf” en op 2°het recht van ieder op “het leven in een milieu dat passend is voor zijn of haar gezondheid en welzijn”. Voorts lijken mij het dierenwelzijn en de milieubescherming geen belangen te zijn die elkaar noodzakelijk overlappen of aanvullen
(18). Het tweede onderdeel, dat voor een deel overigens is afgeleid uit het eerste onderdeel, kan niet worden aangenomen. 14. Een tweede aanknopingspunt voor een vorderingsrecht van verenigingen (die zich inzetten voor een collectief belang en geen rechtstreekse schade leden door een misdrijf) is artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing vanaf 10 januari 2019
(19). Deze bepaling stelt dat een rechtspersoon die de bescherming beoogt van “de rechten van de mens of fundamentele vrijheden, zoals erkend in de Grondwet en in internationale instrumenten die België binden”, een ontvankelijke rechtsvordering kan instellen. Het moet wel gaan om een rechtspersoon die op duurzame en effectieve wijze een maatschappelijk doel nastreeft van bijzondere aard, dat niet samenvalt met het algemeen belang. De vordering op grond van deze bepaling is alleen ontvankelijk als zij uitgaat van een vereniging die zich inzet voor mensenrechten
(20). Dierenwelzijn is een legitiem doel, maar valt niet onder deze noemer. 15. Het belang van het dierenwelzijn vloeit voort uit artikel 13 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) over ‘het welzijn van dieren als wezens met gevoel’, de preambule van de Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof
(21). Dierenwelzijn is ook een ethische waarde in de zin van de artikelen 9.2 en 10.2 EVRM (over godsdienstvrijheid en vrijheid van vergadering)
(22). 16. Er zijn evenwel geen Europese normen die aan België de verplichting opleggen om toegang tot de rechter toe te kennen aan verenigingen die dierenwelzijn als statutair doel hebben en geen rechtstreekse schade leden
(23). Er ontbreekt ook een nationaal aanknopingspunt voor een vorderingsrecht in die zin. Artikel 7bis Grondwet, aangenomen door de Wet van 15 mei 2024 (BS 24 mei 2024), stelt ‘de bescherming van en de zorg voor dieren’ alleen voorop als een algemene beleidsdoelstelling
(24). Deze bepaling is volgens het Hof niet bedoeld om afdwingbare subjectieve rechten in het leven te roepen, maar dient alleen als richtlijn voor de diverse overheden en als leidraad bij de rechterlijke uitlegging van regelgeving
(25). 17. De artikelen 7bis Grondwet en 3.39 Burgerlijk Wetboek erkennen dieren als “wezens met gevoel”, die bescherming verdienen, maar dat betekent niet dat die bescherming afdwingbaar is door een vordering in rechte van verenigingen, los van enige actie van de overheid. Daarbij komt dat volgens het Hof (arrest van 11 juni 2024) het dierenwelzijn een doelstelling is die verschilt van de bescherming van mensenrechten, zoals zij erkend zijn in de Grondwet
(26). De slotsom is dus dat in de huidige stand van de wetgeving, noch het Verdrag van Aarhus, noch artikel 17 (eerste en tweede lid) Ger.W., kunnen dienen als wettelijke basis voor een rechtsvordering ingesteld door een vereniging met dierenwelzijn als statutair doel die geen persoonlijk belang kan doen gelden
(27). In zoverre faalt het derde onderdeel naar recht. 18. Het is niet omdat dierenwelzijn een wettig doel is, dat verenigingen die dit doel nastreven toegang zouden moeten hebben tot de rechter. Uit de rechtspraak van het EHRM blijkt dat het in beginsel aan de lidstaten toekomt om te bepalen onder welke voorwaarden rechtspersonen in rechte kunnen optreden om een algemeen belang te vrijwaren, dat aansluit op hun statutaire doelstelling
(28). In zaken van klimaat en milieubescherming, die evenwel gericht zijn op mensenrechten en niet of minder op dierenrechten, gelden er evenwel minder strenge barrières
(29). In zoverre faalt het vierde onderdeel (over onder meer artikelen 6.1 EVRM en 9.7 Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) naar recht.
- Het bestreden arrest dat vaststelt dat het maatschappelijk doel van eiseres Gaia Vzw bestaat in het bevorderen van het dierenwelzijn en oordeelt dat zij zich niet op artikel 17 Gerechtelijk Wetboek of op het Verdrag van Aarhus kan beroepen om de burgerlijke vordering tegen verweerster Bolkshof BV in te stellen (blz. 50), lijkt mij naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel (in zijn vier onderdelen) niet worden aangenomen.
- Gelet op de interpretatie van vermelde wets- en verdragsbepalingen in het arrest van het Hof van 11 juni 2024, lijkt het mij niet nodig prejudiciële vragen te stellen aan het Grondwettelijk Hof over 1°de kwesties van dierenwelzijn als wettig doel, 2°de bescherming die het Verdrag van Aarhus biedt aan wilde dieren en 3°het vorderingsrecht van verenigingen in zaken van mensenrechten.
- De artikelen 10 en 11 Grondwet (over het gelijkheidsbeginsel en niet-discriminatiebeginsel) houden in dat al wie zich in een voldoende vergelijkbare situatie bevindt, op dezelfde wijze moet worden behandeld. Er mag een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van personen, op basis van een criterium dat objectief en redelijk gerechtvaardigd kan worden
(30). 22. Het is vaste rechtspraak dat het Hof overeenkomstig artikel 26, § 4, tweede lid, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof niet verplicht is een prejudiciële vraag te stellen over het gelijkheidsbeginsel, wanneer er in een discussie van samenloop met andere grondrechten ‘klaarblijkelijk’ geen schending is van deze artikelen 10 en 11 Grondwet
(31). 23. Het Grondwettelijk Hof oordeelde reeds op 10 oktober 2013 dat de beperking op het recht op toegang tot de rechter voor verenigingen die alleen optreden voor de bescherming van een algemeen belang, dus zonder enige persoonlijke schade, een wettig doel nastreeft, namelijk het “verzekeren van een goede rechtsbedeling”, dit is het voorkomen van een overvloed aan procedures
(32). De goede werking van het gerecht kan in het gedrang komen door een “actio popularis” toe te laten of het beginsel te verlaten van “nul ne plaide par procureur”
(33). Weliswaar kan de wetgever, bij wijze van uitzondering, een vorderingsrecht toekennen aan rechtspersonen een specifiek doel nastreven
(34).
- België heeft door ratificatie van het Verdrag van Aarhus alleen de verplichting op zich genomen om milieuverenigingen de toegang tot de rechter te verzekeren, niet verenigingen die louter dierenbescherming tot doel hebben. Voorts kan het vorderingsrecht voor verenigingen die zich inzetten voor mensenrechten (art. 7bis GW) geen grondslag vormen voor een vorderingsrecht gericht op dierenbescherming, wat van een andere orde is. De uitsluiting van een vorderingsrecht voor verenigingen die zich inzetten voor dierenbescherming is m.i. evenredig met het nagestreefde wettig doel, namelijk de goede rechtsbedeling, het vermijden dat het gerechtelijk apparaat dichtslibt door een toevloed van zaken. Mij komt voor dat deze situatie geen klaarblijkelijke schending inhoudt van de artikelen 10 en 11 Grondwet, zodat er geen reden is om de voorgestelde prejudiciële vragen te stellen. In zoverre kunnen het eerste, tweede en derde onderdeel niet worden aangenomen. 2) Middelen van eiser 2, de Procureur-generaal te Antwerpen.
- Eiser 2 voert aan dat de vrijspraak van verweerster Bolkshof NV wegens meerdere inbreuken op het Kennelbesluit (KB van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, BS 6 juli 2007), onverenigbaar is met onder meer artikel 2 Strafwetboek over de voorafgaande strafbaarstelling en de terugwerkende kracht van de milde strafwet.
- De artikelen 5, § 4 en 5, 5, 3° Kennelbesluit, opgenomen in de tenlasteleggingen D1 en D2, houden de verplichting in van het toedienen van veterinaire zorgen (art. 5, § 4, op 17 april 2018) en van voldoende reiniging van de dierenverblijven en van materialen bestemd voor dieren (art. 5, § 5, op 17 januari 2017). Deze normen geven uitvoering aan de artikelen 5 en 10 Dierenwelzijnswet van 14 augustus 1986 (BS 3 december 1986) over de erkenning van onder meer hondenkwekerijen, gewijzigd door artikel 5 Vlaams Decreet van 13 juli 2018, waarbij niet langer de Koning, maar de Vlaamse Overheid instaat voor de erkenning. Dit artikel 5 behoort tot het hoofdstuk III over ‘de voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen’.
- Inbreuken op de Dierenwelzijnswet gaven aanleiding tot een geldboete tot 500 euro, gelet op (oud) artikel 41 Dierenwelzijnswet, gewijzigd door artikel 8 Vlaams Decreet 4 februari 2022 (BS 10 maart 2022). Het gaat om een ‘passe partout-bepaling’, gezien alle “overtredingen op de Dierenwelzijnswet of op haar uitvoeringsbesluiten” (zoals het Kennelbesluit) aanleiding geven tot bestraffing. Ook de overtredingen van hoofdstuk III over erkende bedrijven vallen onder deze strafbaarstelling.
- Vanaf 20 augustus 2018 werd de (algemene) strafbaarstelling ingevolge het Decreet van 13 juli 2018 (BS 10 augustus 2018) verplaatst naar artikel 36, 14° Dierenwelzijnswet, dat voor de overtreding van onder meer het Kennelbesluit een geldboete bepaalt tot 2.000 euro. Deze bepaling gold voor zowel bedrijven zonder erkenning (oorspronkelijke versie) als voor erkende bedrijven die regels over dierenwelzijn overtreden. Met ingang van 1 januari 2025 is de nieuwe (algemene) strafbaarstelling artikel 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn (Decreet 16 mei 2024, BS 2 juli 2024)
(35), dat nog zwaardere straffen bevat, namelijk een gevangenisstraf tot vijf jaar en een geldboete tot 100.000 euro.
- Ik meen dat ten tijde van feiten D1 en D2, in 2017 en begin 2018, de geldboete bepaald in (oud) artikel 41 Dierenwelzijnswet van toepassing was, als milde strafwet, en het bestreden arrest dat verweerster daarvoor vrijspreekt, bij gebrek aan rechtsgrond, niet naar recht verantwoord is. Eiser 2 haalt terecht aan dat feiten D1 en D2 betrekking hebben op Hoofdstuk III over een erkende inrichting voor dieren, dat verweerster Bolkshof Nv toen een erkenning had en de feiten zijn gepleegd vóór 20 augustus 2018, toen (oud) artikel 41 Dierenwelzijnswet nog van toepassing was. Bovendien had deze bepaling een algemene draagwijdte, in die zin dat zij ook gold voor het behoud van de erkenning van hondenkennels. Het bestreden arrest stelt ten onrechte (blz. 27) dat overtredingen door erkende bedrijven alleen strafbaar zijn ingevolge artikel 36, 14° Dierenwelzijnswet, vanaf 20 augustus
- Het eerste middel is bijgevolg gegrond.
- Eenzelfde problematiek is aan de orde voor de latere feiten D7 en D9, begaan op 19 september 2019, over het ontbreken van maandelijkse controles door een erkende dierenarts en over het verzuim de nagels van honden te knippen, wat een inbreuk vormt op respectievelijk artikel 6 Kennelbesluit, gewijzigd door het Besluit Vlaamse Regering van 15 februari 2019 (BS 18 maart 2019, met ingang op 1 oktober 2019) en op artikel 12 Kennelbesluit.
- Eiser 2 stelt terecht dat ten tijde van de feiten (16 september 2019) deze inbreuken op het Kennelbesluit strafbaar waren op grond van artikel 5, § 2 Dierenwelzijnswet over erkende bedrijven, met daaraan gekoppeld (oud) artikel 36, 14° Dierenwelzijnswet, zoals van toepassing vanaf 20 augustus 2018 (Vl. Decr. 13 juli 2018). Deze normen zijn weliswaar opgeheven door de Vlaamse Codex Dierenwelzijn, maar gelden nog steeds als mildere strafwet, aangezien inbreuken door erkende bedrijven (zoals hondenkwekerijen) strafbaar bleven, ingevolge de artikelen 17, § 2 en 66 Vlaamse Codex Dierenwelzijn (over respectievelijk de erkenningsvoorwaarden en de algemene strafbaarstelling). Ook het tweede middel komt mij gegrond voor. Mijn conclusie is gedeeltelijke cassatie met verwijzing van de zaak, beperkt tot 1°de vrijspraak van verweerster Bolkshof NV wegens feiten D1, D2, D7 en D9, en 2°de straf opgelegd aan deze verweerster (voor de overige feiten, zoals C en D6) en verwerping voor het overige. _______________________________________________________________________
(1)Met dank aan Dr. Sanne JANSEN, referendaris bij het Hof van Cassatie, voor haar documentatie en medewerking bij de uitwerking van deze tekst.
(2)Cass. 25 februari 2025, AR P.24.1651.N, arrest niet gepubliceerd.
(3)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS. Zie hierover Jaarverslag van het Hof van Cassatie 2024, Larcier 2024, 74-75. Over dit arrest zie P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 443-458; P. HERBOTS en M. DRIESSEN, “Het lot van dieren ligt in handen van het Europees Hof van Justitie”, NjW 2024, 779-780; S. VAN EEKERT en S. VOET, “De vorderingen van milieuverenigingen ten behoeve van milieubelangen bij de civiele rechter”, RW 2024-25, 803-821; E. VERNIERS en L. LENAERTS, “Duurzaamheid en dierenwelzijn in de Belgische Grondwet”, NJW 2025, 362-374; H. SCHOUKENS, “‘Animal farm’ in de rechtbank: dierenwelzijn de das omgedaan”, De Standaard 17 juli 2024; L. LENAERTS, “Dierenwelzijn, milieurecht en Aarhus: snijdt Cassatie de bocht niet te kort af?”, Juristenkrant 12 februari 2025, 13; P. THIRIAR, “Geen rechtsvordering voor dierenwelzijn?”, Juristenkrant 2024, afl. 493, 11; S. VAN EEKERT en S. VOET, De Eikendaeldoctrine elf jaar na haar afschaffing terug van nooit weg geweest?, Juristenkrant, afl. 492, 12-13.
(4)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS, ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21. Over de vereisten van belang en hoedanigheid zie ook Cass. 5 mei 2025, AR S.24.0049.N, RW 2024-25, 1676; Cass. 28 februari 2025, AR C.23.0482.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250228.1N.4.
(5)GwH 27 februari 2025, arrest 36/2025, B.7, www.const-court.be. Zie ook Cass. 25 oktober 2006, AR P.06.1082.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061025.7, AC 2006, nr. 515.
(6)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS.
(7)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS; Cass. 13 december 2018, AR C.15.0405.F, AC 2018, nr. 709, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181213.3 met concl. van advocaat-generaal DE KOSTER op datum in Pas.; Cass. 4 april 2014, AR C.13.0026.F, AC 2014, nr. 268, ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140404.2 met concl. van procureur-generaal LECLERCQ toen eerste advocaat-generaal, op datum in Pas.; Cass. 4 april 2005, AR C.04.0336.F, AC 2005, nr. 194, ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21 met concl. van eerste advocaat-generaal LECLERCQ; Cass. 19 september 1996, AR C.95.0386.F, AC 1996, nr. 319 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960919.5; Cass. 16 oktober 1991, AR 9048, AC 1991, nr. 93, ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19911016.11; Cass. 24 november 1982, AR 2237, AC 1982, nr. 186, ECLI:BE:CASS:1982:ARR.19821124.9 (Eikendael-arrest), RW 1983-84, 2029 noot J. LAENENS; KI Gent 14 september 2015, TGR 2015, 365.
(8)A. DE NAUW, “Groepsbelangen en strafproces”, in Liber amicorum Frédéric Dumon, Kluwer 1983, 415-436; E. BREWAEYS, “De actio popularis”, Proces&Bewijs, 2001, 191-192; S. VERHELST, “Is er nood aan privatisering van het straf(proces)recht? Een aanzet tot reflectie vanuit rechtseconomische invalshoek”, NC 2010, 28-29; F. DERUYCK, “De burgerlijke vordering voor de strafrechter”, in CBR Jaarboek 2010-11, 389-392; R. VERSTRAETEN, D. VAN DAELE, A. BAILLIEUX en J. HUYSMANS, De burgerlijke partijstelling: analyse en toekomstperspectief, Intersentia 2012, 23, 27 en 298; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer 2014, 1211; C. ROMAINVILLE en F. DE STEXHE, “L'action d'intérêt collectif”, JT 2020, 189-201; P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 443-457; S. VAN EEKERT en S. VOET, “De vorderingen van milieuverenigingen ten behoeve van milieubelangen bij de civiele rechter”, RW 2024-25, 805-809; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 339-341. Zie ook EHRM 24 februari 2009, L’Erablière asbl/België, § 29, www.echr.coe.int.
(9)Cass. 25 oktober 1985, AR 4651, AC 1985, nr. 125 met concl. van procureur-generaal KRINGS, RW 1985-86, 2411; P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 445.
(10)Vb. Art. 79 Wet 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk; art. 32 Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden; art. 11 Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel; R. VERSTRAETEN, D. VAN DAELE, A. BAILLIEUX en J. HUYSMANS, De burgerlijke partijstelling: analyse en toekomstperspectief, Intersentia 2012, 23, 27 en 298; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 1209-1211; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 340-341.
(11)Concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS in de zaak Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, p. 3, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21.
(12)R. VERSTRAETEN, D. VAN DAELE, A. BAILLIEUX en J. HUYSMANS, De burgerlijke partijstelling: analyse en toekomstperspectief, Intersentia 2012, 27 en 298; S. VAN EEKERT en S. VOET, “De vorderingen van milieuverenigingen ten behoeve van milieubelangen bij de civiele rechter”, RW 2024-25, 808.
(13)Cass. 10 mei 2023, AR P.23.0236.F, met concl. van advocaat-generaal VANDERMEERSCH, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230510.2F.5, “Si une association peut avoir pour objet social la protection des animaux, elle ne peut, pour autant, se revendiquer d’un droit subjectif à leur bien-être”.
(14)www.eur-lex.europa.be Zie F. SCHRAM, “Verdrag van Aarhus. Omzetting voor het verdrag op het niveau van de Europese Unie”, NJW 2012, 614-632.
(15)Cass. 11 juni 2013, AR P.12.1389.N, AC 2013, nr. 361, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130611.12, TMR 2013, 392 noot P. LEFRANC. Zie ook concl. van advocaat-generaal SCHOETERS in de zaak Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, p. 4, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21; P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 447; S. VAN EEKERT en S. VOET, “De vorderingen van milieuverenigingen ten behoeve van milieubelangen bij de civiele rechter”, RW 2024-25, 814; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 340. Zie ook Cass. 10 november 2021, AR P.21.0862.F, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211110.2F.4 “De artikelen 9.2 en 9.3 van het Verdrag van Aarhus bepalen in essentie dat elke verdragsluitende partij waarborgt dat, binnen het kader van haar nationale wetgeving, de leden van het betrokken publiek een beroep kunnen instellen tegen akten die deel uitmaken van elke vorm van milieubesluitvorming” en Wetsvoorstel houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid van het Burgerlijk Wetboek, 8 maart 2023, Parl. St. Kamer doc 55-3213/001, 134-136 en doc 55-3213/007, 80-86, www.dekamer.be.
(16)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS, ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21.
(17)P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 450; L. VANQUATHEM en J. VUYLSTEKE, “Dierenverenigingen gemuilkorfd”, NjW 2024, 1002. Zie ook Corr. Rb. Oost-Vlaanderen, afd. Gent, 12 april 2016, RW 2016-17, 1392 (morele schadevergoeding toegekend aan VZW Vogelbescherming Vlaanderen, op basis van het Verdrag van Aarhus, in een zaak van vangen en houden van vogels).
(18)In die zin P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 451.
(19)Art. 137 Wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, BS 31 december 2018. Zie ook T. DE JAEGER, T., Algemene erkenning rechtsvordering voor verenigingen ter bescherming van collectief belang?, NJW 2017, 447-448; M. KRUITHOF, “Privaatrechtelijke facetten van algemeenbelangacties bij de justitiële rechter”, TPR 2022, 21-129; P. LEFRANC, “Artikel 17, tweede lid Ger.W.: Hooglied van het algemeen collectiefvorderingsrecht voor de hoven en rechtbanken of de zwanengang van de Eikendael-doctrine”, TMR 2019, 239-261; R. VERSTRAETEN en F. VERBRUGGEN, Inleiding tot het Belgische strafrecht en strafprocesrecht, Larcier 2024, 209-210; L. VANQUATHEM en J. VUYLSTEKE, “Dierenverenigingen gemuilkorfd”, NjW 2024, 1001-1002; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 340-341.
(20)Zie concl. van advocaat-generaal SCHOETERS in de zaak Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, p. 4-10, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21.
(21)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS, ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21.
(22)Zie o.a. HvJ 17 december 2020, C-336/19, Centraal Israëlitisch Consistorie van België e.a., ECLI:EU:C:2020:1031, nr. 63; EHRM 13 februari 2024, nr. 16760/22, Executief van de Moslims van België e.a. t. België, nrs. 93-94; GwH 30 september 2021, nr. 117/2021, ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.117, B.19.3; P. BEKAERT, “Verbod op onverdoofd slachten houdt stand in Straatsburg”, in De Juristenkrant, 20 maart 2024, 1-2; E. BERNET KEMPERS, “Dierwaardigheid als rechtsbeginsel van continentaal recht”, NJW 2024, 961.
(23)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS; S. VAN EEKERT en S. VOET, “De vorderingen van milieuverenigingen ten behoeve van milieubelangen bij de civiele rechter”, RW 2024-25, 813.
(24)Voor een ruimte interpretatie van dierenrechten en van rechten voor verenigingen die opkomen door dierenrechten zie E. BERNET KEMPERS, “Dierwaardigheid als rechtsbeginsel van continentaal recht”, NJW 2024, 954-968. Over art. 7bis GW. Zie E. VERNIERS en L. LENAERTS, “Duurzaamheid en dierenwelzijn in de Belgische Grondwet”, NJW 2025, 370-371
(25)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal SCHOETERS. Zie ook Verslag namens de commissie voor Grondwet en Institutionele vernieuwing bij Ontwerp van herziening van artikel 7bis van de Grondwet, om een lid toe te voegen dat het dierenwelzijn regelt en Voorstel tot herziening van artikel 7bis van de Grondwet, teneinde er het welzijn van de dieren als wezens met gevoel in op te nemen als algemene beleidsdoelstelling van het federale België, de gemeenschappen en de gewesten, Parl.St. Kamer, 2023-2024, nr. 55-3719/002.
(26)Cass. 11 juni 2024, AR P.23.1538.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21, met concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS.
(27)Zie hierover het wetsvoorstel van 16 september 2024 ‘tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek teneinde de dierenbeschermingsverenigingen de bevoegdheid toe te kennen om in rechte op te treden’, Parl.St. Kamer, 16 september 2024, Doc. 56-0226/001 en het wetsvoorstel van 11 oktober 2024 ‘teneinde de dierenbeschermingsverenigingen de bevoegdheid toe te kennen om in rechte op te treden’, Parl.St. Kamer, doc. 56-0378/001. Deze Wetsvoorstellen werden verworpen in de commissie voor Justitie (Parl.St. Kamer, doc. 56- 0226/008) met 10 tegen 2 stemmen en 2 onthoudingen, waardoor de commissie besliste om de wetsvoorstellen als vervallen te beschouwen (zie pp. 17-18).
(28)Over het verschil tussen substantiële rechten en procedurele beperkingen van het recht op toegang tot de rechter, zie oa EHRM 19 oktober 2005, Roche/VK, § 117; EHRM, 14 december 2006, Markovic e.a;/Italië, § 93; EHRM 23 juni 2016, Baka/Hongarije; EHRM 29 november 2016, § 100-102; Lupeni Greek Catholic Parish and others/Roemenië, §§ 87-88; EHRM 14 september 2017, Károly Nagy/Hongarije, § 61; EHRM 18 maart 2018, Naït-Liman/Zwitserland, § 106; EHRM 8 februari 2019, Frezadou/Griekenland, §22; EHRM 5 augustus 2020, Kövesi/Roemenië, § 106; EHRM 9 juni 2021, Bilgen/Turkije, §§ 47-48; EHRM 22 november 2021, Gumenyuk e.a./Oekraïne, §§ 45-47; EHRM 15 maart 2022, Grzeda/Polen, §§ 258-259; EHRM 22 juni 2023, Lorenzo Bragado e.a./Spanje, §§ 77-78; EHRM 9 april 2024, Verein Klimaseniorinnen Schweiz and others/Zwitserland, §§ 595-598; EHRM 4 juni 2024, Zoubouldidis/Griekenland, § 35; EHRM 25 juli 2024, Couso Permuy/Spanje, §§ 107-108.
(29)Op dit punt zie o.a. EHRM 24 februari 2009, L’Erablière asbl/België , §29; EHRM 10 november 2004, Gorraiz Lizarraga e.a./Spanje, §§ 45-48; EHRM 9 april 2024, Verein Klimaseniorinnen Schweiz and others/Zwitserland, § 618, www.echr.coe.int; G. LETSAS, “The European Court’s Legitimacy After KlimaSeniorinnen”, ECHR L. Rev. 2024, 444-453.
(30)Cass. 10 januari 2023, AR P.22.1081.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.10; Cass. 9 maart 2020, AR C.19.0077.N, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200309.3N.1; Cass. 12 december 2016, AR S.14.0104.F, AC 2016, nr. 711, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161212.2 met concl. van advocaat-generaal GENICOT, op datum in Pas.; Vb. GwH 14 september 2023, arrest 119/2023, B.3 en GwH 14 september 2023, arrest 114/2023, B.9, www.const-court.be.
(31)Zie Cass. 29 november 2011, AR P.10.1766.N, ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111129.1; Cass. 5 november 2019, AR P.19.0635.N, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191105.5; Cass. 15 januari 2019, AR P.18.0722.N, ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.2; Cass. 14 december 2021, AR P.21.1141.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.3.
(32)Zie hierover P. CHRISTIAENSSEN, “Geen rechterlijke toegang voor dierenwelzijnsverenigingen: Cassatie blaast Eikendael ten onrechte nieuw leven in”, RW 2023-24, 453-454.
(33)GwH, 10 oktober 2013, nr. 133/2013, www.const-court.be, B.8. Over art. 17 Ger.W. en het verzekeren van de goede rechtsbedeling zie ook GwH 19 september 2024, arrest 125/2014, B.6, www.const-court.be; P. MARTENS, “Vers quelle action d’intérêt collectif?”, JLMB 2014, 356-363.
(34)GwH 6 juli 2017, nr. 87/2017, B.7, www.const-court.be.
(35)Deze norm vervangt in het Vlaams Gewest de Dierenwelzijnswet van 14 augustus 1986. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.9 citeert: ECLI:BE:CASS:1982:ARR.19821124.9 ECLI:BE:CASS:1991:ARR.19911016.11 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960919.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061025.7 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111129.1 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130611.12 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140404.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161212.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181213.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190115.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191105.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211110.2F.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211214.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230510.2F.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250228.1N.4 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.117 ECLI:EU:C:2020:1031 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div