← België

CONTRACTING NV contra FORAX NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250918.1N.2 Rolnummer: C.24.0027.N Zaak: CONTRACTING NV contra FORAX NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2025-11-24 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-06-15 02:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250918.1N.2 Fiches 1 - 2 Een vonnis dat uitspraak doet over een vordering tot onttrekking is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep; er kan tegen dergelijk vonnis cassatieberoep wordt ingesteld

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Contra: Cass. 21 januari 2013, AR C.10.0483.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130121.1, AC 2013, nr.
  1. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Beslag - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot onttrekking - Vonnis Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1613, derde lid - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot onttrekking - Vonnis - Cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel V: BEWAREND BESLAG, MIDDELEN TOT TENUITVOERLEGGING EN COLLECTIEVE SCHULDENREGELING. (art. 1386 tot 1675/27) - 10-10-1967 - Art. 1613, derde lid - 05 ELI link Pub nr 1967101056 Tekst van de conclusie C.24.0027.N Conclusie van advocaat-generaal Frederic VROMAN: Eiseres komt op tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen, gewezen op 20 maart 2023 en 16 oktober
  2. Door de eiseres worden drie middelen aangevoerd. I. Situering. Verweerster laat op 8 april 2021 een bevel met omzetting van bewarend beslag in uitvoerend beslag op onroerend goed betekenen aan haar schuldenaar die volgens haar de werkelijke eigenaar zou zijn van het desbetreffende onroerend goed dat volgens de kadastrale legger echter ingeschreven is op naam van eiseres. Dit beslag werd overgeschreven op 14 april 2021 op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. Bij beschikking van 11 mei 2021 werd op verzoek van verweerster een notaris aangesteld om over te gaan tot veiling van het voormelde onroerend goed en tot de verrichtingen van rangregeling. Deze beschikking werd op 11 juni 2021 betekend aan de schuldenaar van verweerster en aangezegd aan eiseres. Bij dagvaarding van 24 juni komt de eiseres op tegen het exploot van 8 april 2021 en de beschikking van 11 mei
  3. Bij beschikking van 24 mei 2022 oordeelde de beslagrechter dat er sprake was van schending van artikel 1497 Gerechtelijk Wetboek omdat het bevel van 8 april 2021 niet binnen de 14 dagen betekend was aan eiseres. Verweerster stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. In het tussenarrest van 20 maart 2023 heropende de appelrechters het debat om de partijen toe te laten standpunt in te nemen over de vraag of de schuldenaar van verweerster, als beslagene, en de eventuele overige schuldeisers die aanspraak zouden kunnen maken op de uitwinning van het onroerend goed niet moest betrokken worden in het door eiseres ingestelde verzet, gelet op het oordeel dat het door eiseres ingestelde derdenverzet er in essentie toe strekte om het onroerend goed aan het beslag te onttrekken dat lastens de schuldenaar van verweerster was gelegd. In het arrest van 16 oktober 2023 verklaren de appelrechters de vordering van eiseres ontoelaatbaar omdat een van de partijen die had moeten worden betrokken bij deze vordering tot onttrekking, niet betrokken werd. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd heeft, betreft de vraag of cassatieberoep mogelijk is tegen een vonnis dat uitspraak doet over een vordering tot onttrekking zoals bedoeld in artikel 1613 Gerechtelijk Wetboek. II. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. In het derde middel verwijt eiseres de appelrechters artikel 1613 Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden door te oordelen dat eiseres haar vordering enkel heeft ingesteld op grond van 1613 Gerechtelijk Wetboek en zij er dan ook toegehouden was haar vordering in te stelen tegen de beslagen partij, de beslaglegger en tegen de eerste ingeschreven schuldeiser maar zij haar vordering enkel tegen verweerster (verweerster) heeft ingesteld zodat de vordering ontoelaatbaar is. Verweerster werpt een middel van niet-ontvankelijkheid op. Artikel 1613, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis dat uitspraak doet over een vordering tot onttrekking voor geen voorziening vatbaar is. Artikel 1613 Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “De vordering om alle goederen of een gedeelte ervan aan het beslag te onttrekken wordt ingesteld tegen de beslagen partij, tegen de beslaglegger, tegen de eerst ingeschreven schuldeiser en, zo deze de vervolgende partij is, tegen de schuldeiser wiens inschrijving onmiddellijk volgt. Die rechtsvordering wordt tegen de schuldeisers ingesteld bij exploot aan de bij de inschrijving gekozen woonplaats. Het vonnis wordt voor alle partijen geacht op tegenspraak te zijn gewezen en is voor geen voorziening vatbaar”. In het arrest van 21 januari 2013 besliste het Hof dat tegen het vonnis dat uitspraak doet over een vordering tot onttrekking geen cassatieberoep kan worden ingesteld
(1). In die zaak betrof het evenwel een cassatieberoep tegen een vonnis van de beslagrechter die de vordering tot onttrekking ongegrond verklaarde. In het bestreden arrest oordelen de appelrechters dat eiseres naliet haar vordering in te stellen tegen de beslagene en tegen de schuldeisers zoals voorzien bij artikel 1613 Gerechtelijk Wetboek en dat de vordering van eisers daarom ontoelaatbaar is. De vraag rijst of de regel opgenomen in artikel 1613, derde lid, Gerechtelijk Wetboek wel kan toegepast worden in dit geval. In het répertoire notariale verdedigt DE LEVAL het standpunt dat artikel 1613, lid 3, Gerechtelijk Wetboek enkel geldt wanneer de rechter effectief beslist tot onttrekking of in het geval dat dat wanneer een partij niet werd betrokken in de procedure, die eigenlijk had moeten betrokken zijn, derdenverzet kan aantekenen
(2). DIRIX
(3)en ENGELS
(4)verdedigen hetzelfde standpunt. Ook in het RDPB wordt hetzelfde standpunt verdedigd
(5). Deze auteurs vertrekken echter allen vanuit de idee dat enkel verzet en hoger beroep niet mogelijk is en dat artikel 1613, derde lid, Gerechtelijk Wetboek dus enkel de gewone rechtsmiddelen viseert. Het Hof oordeelde met het hogervermelde arrest van 21 januari 2013 echter dat artikel 1613, derde lid, Gerechtelijk Wetboek ook geldt voor het cassatieberoep zelf en dus ook geldt voor de buitengewone rechtsmiddelen. Of derdenverzet mogelijk is, zoals de hogervermelde auteurs verdedigen, valt dan ook volgens mij te betwijfelen. Ik meen dat gelet op de duidelijke tekst van artikel 1613, derde lid, Gerechtelijk Wetboek er geen cassatieberoep openstaat tegen de beslissing van de rechter waarbij de vordering tot onttrekking ontoelaatbaar wordt verklaard omdat een van de partijen die had moeten worden betrokken bij deze vordering, niet betrokken werd. Dergelijke beslissing kan immers geen schade toebrengen aan de rechten van partijen. De beweerde eigenaar kan steeds een nieuwe vordering tot onttrekking instellen waarbij alle partijen worden betrokken en derdenverzet is slechts mogelijk als de rechten van de derde benadeeld zijn wat niet het geval is wanneer de vordering tot onttrekking ontoelaatbaar werd verklaard. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk in zoverre het in zijn het derde middel opkomt tegen het voormelde oordeel van de appelrechters. III. Gegrondheid van het cassatieberoep. (…) Conclusie: Verwerping. ___________________________________________________________________
(1)Cass. 21 januari 2013, AR C.10.0483.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130121.1, AC 2013, nr. 39, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130121.1.
(2)DE LEVAL G., ‘La saisie immobilière’, 412, randnr. 573, in Rep.not., Tome XIII- Procédure notariale, livre II.
(3)DIRIX E., Beslag, APR, Wolters Kluwer Belgium, 2018, 580, randnr. 887.
(4)ENGELS C. Het uitvoerend beslag op onroerend goed en de daarbijhorende rangregeling, Kluwer, Antwerpen, 1981, 318-139, randnrs. 489-491.
(5)H. DE TERMICOURT, A. BERNARD, MAHUAX, CHARLES, L. SIMONT, J. DE GAVRE (eds.), Répertoire Pratique du Droit Belge, - Complément, Tome Huitième
(2), Bruylant, Brussel 1995, 754, randnr. 406. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250918.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250918.1N.2 citeert: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130121.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.