← België

BALOISE VIE LUXEMBOURG SA contra STEVECA bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 september 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250918.1N.7 Rolnummer: C.24.0139.N Zaak: BALOISE VIE LUXEMBOURG SA contra STEVECA bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-06-17 15:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250918.1N.7 Fiches 1 - 2 Een schadegeval in de zin van artikel 89, §3, Wet Verzekeringen is de gebeurtenis die een aanspraak op het vermogen van de verzekeraar doet ontstaan; bij een vordering op grond van contractuele aansprakelijkheid is het schadegeval de contractuele wanprestatie van de verzekeraar

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LEVENSVERZEKERING Vrije woorden: Verjaring - Stuiting - Geschil tussen verzekerde en verzekeraar - Wanprestatie verzekeraar - Aanmelding schadegeval - Schadegeval - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 89, § 3 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting Vrije woorden: Levensverzekering - Geschil tussen verzekerde en verzekeraar - Wanprestatie verzekeraar - Aanmelding schadegeval - Schadegeval - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 89, § 3 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Tekst van de conclusie C.24.0139.N Conclusie van advocaat-generaal Frederic VROMAN: Eiseres komt op tegen het arrest van het hof van beroep te Gent gewezen op 19 januari
  1. Door de eiseres wordt er één middel aangevoerd. I. Situering. De problematiek die aan het Hof wordt voorgelegd betreft de vraag naar het begrip schadegeval bedoeld in artikel 89, § 3 Wet Verzekeringen dat betrekking heeft op de stuitingsgrond “aanmelding van het schadegeval”. II. Enig middel. II.
  2. Eerste onderdeel. In het eerste onderdeel verwijt eiseres de appelrechter artikel 149 Grondwet, artikelen 34, § 1, lid 1, en 35, § 3, Wet Landverzekeringsovereenkomst, thans artikelen 88, § 1 en 89, § 3, Wet Verzekeringen, artikelen 1319, 1320 en 1322 Oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek en artikel 1138, 4° Gerechtelijk Wetboek te hebben geschonden door te beslissen dat de driejarige verjaringstermijn werd gestuit omdat de eerste tot en met de vijfde verweerders een vordering tot schadevergoeding hebben ingesteld tegen eiseres wegens beweerde contractuele tekortkomingen en geenszins melding deden van een schadegeval in het raam van de gesloten verzekeringsovereenkomst en gelet op het feit dat in casu eiseres werd aangesproken voor fouten in de contractuele relatie en niet wegens het overlijden van de verzekerde, zijnde het schadegeval in het raam van een levensverzekeringsovereenkomst. Niet betwist in deze zaak is dat de driejarige verjaringstermijn van artikel 88, § 1, Wet Verzekeringen van toepassing is op de onderhavige vordering ingesteld door de verzekerde tegen de verzekeraar wegens contractuele fouten door de verzekeraar. In het arrest van 27 januari 2020 besliste het Hof inderdaad reeds dat de rechtsvordering voortvloeit uit de verzekeringsovereenkomst wanneer zij betrekking heeft op het bestaan van de overeenkomst en de daaruit voorvloeiende verplichtingen, zowel voor de contractanten als ten aanzien van derden, en dit ongeacht de rechtsgrond waarop de vordering is gesteund
(1). Artikel 88. § 1, Wet Verzekeringen bepaalt: “De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst bedraagt drie jaar. In de levensverzekering bedraagt de termijn dertig jaar voor wat betreft de rechtsvordering aangaande de reserve die op de datum van opzegging of op de einddatum gevormd is door de betaalde premies, onder aftrek van de verbruikte sommen. De termijn begint te lopen vanaf de dag van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval, behoudens bedrog. In de aansprakelijkheidsverzekering begint de termijn, wat de regresvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar betreft, te lopen vanaf het instellen van de rechtsvordering door de benadeelde, onverschillig of het gaat om een oorspronkelijke eis tot schadeloosstelling dan wel om een latere eis naar aanleiding van een verzwaring van de schade of van het ontslaan van een nieuwe schade. In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de verzekeringsprestaties opeisbaar doet worden”. Artikel 89, § 3, Wet Verzekeringen bepaalt: “Indien het schadegeval tijdig is aangemeld, wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn beslissing”. Deze stuitingsgrond is enkel van toepassing op relaties tussen verzekeraar en verzekerde
(2). Deze bepaling is ingegeven uit de bezorgdheid van de wetgever om de verzekerde te beschermen tegen het misbruik van de verzekeraar om de discussie omtrent het al dan niet ten laste nemen van het schadegeval dermate te verlengen dat de korte verjaringstermijn van drie jaar verstreek
(3). VAN SWEEVELT schrijft over artikel 89, § 3, Wet Verzekeringen: “Betwistingen zijn er ook gerezen over het begrip “schadegeval”. In een aansprakelijkheidsverzekering is er slechts sprake van een schadegeval indien en zodra een benadeelde een aanspraak op het vermogen van de verzekerde formuleert. De verjaring kan dan ook pas worden gestuit indien en zodra een schadegeval in die zin wordt aangegeven. De loutere aangifte van het feit dat men schade heeft veroorzaakt zonder dat iemand aanspraak maakt op een schadevergoeding, is dus nog geen schadegeval in de zin van de artikel 89, § 3 Verzekeringswet 2014”
(4). Deze bepaling wordt in verband gebracht met artikel 74, § 1, Wet Verzekeringen dat bepaalt dat de verzekerde, zodra mogelijk en in elk geval binnen de termijn bepaald in de overeenkomst het schadegeval aan de verzekeraar moet melden
(5). Onder schadegeval in het kader van een geschil tussen een verzekerde en zijn verzekeraar waarbij de verzekerde contractuele wanprestaties verwijt aan zijn verzekeraar, dient te worden verstaan de contractuele wanprestatie. Of nog meer algemeen gesteld is een schadegeval in de zin van voormeld artikel 89, § 3, Wet Verzekeringen de gebeurtenis die een aanspraak lastens de verzekeraar doet ontstaan. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat in het kader van een levensverzekeringsovereenkomst het schadegeval in de zin van artikel 89, § 3, Wet betreffende de verzekeringen steeds het overlijden van de verzekerde is, faalt naar recht. II.2. Tweede onderdeel. (…) III. De vorderingen tot bindendverklaring. (…) Conclusie: Verwerping ___________________________________________________________________
(1)Cass. 27 januari 2020, AR C.19.0090.N, AC 2020, nr. 76, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.10.
(2)Mvt bij het wetsontwerp op de landverzekeringsovereenkomst, KAMER, 1990-1991, 28 april 1991, nr. 1586/1, 36.
(3)PARIS C., Manuel de droit des assurances, Larcier 2021, 348, nr. 350.
(4)VAN SWEEVELT T., “Commentaar bij art. 89 wet 4 april 2014”, in VAN SCHOUBROECK C. (ed.), Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, 2016,
(1)12-13.
(5)VAN HEES W., De landverzekeringsovereenkomst, Wolters Kluwer 2018, 531; VAN SWEEVELT T., “Commentaar bij art. 89 wet 4 april 2014”, in VAN SCHOUBROECK C. (ed.), Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium 2016,
(1)11. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250918.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250918.1N.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200127.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.