← België

A.

Obsah (5)Art. 22Art. 23Art. 47Art. 130Art. 135

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 oktober 2025

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 9 De onderzoeksrechter wordt regelmatig gelast door de vordering tot het instellen van een gerechtelijk onderzoek van de procureur des Konings van hetzelfde arrondissement, die op het moment van de vordering territoriaal bevoegd is op grond van artikel 23 Wetboek van Strafvordering; het onderzoeksgerecht van hetzelfde arrondissement als de onderzoeksrechter die het gerechtelijk onderzoek heeft gevoerd, is territoriaal bevoegd om vervolgens de rechtspleging te regelen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 47- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 130- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 47- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 130- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 47- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 130- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 47- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 130- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 22- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 23- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 47- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 130- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art.

8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de conclusie P.25.1203.N Conclusie van advocaat-generaal Bart DE SMET: “De territoriale bevoegdheid van de procureur des Konings en de overdracht van een strafdossier na de eerste onderzoeksdaden (art. 22 en 23 Sv.)”.

  1. Eiser stelde hoger beroep in tegen de verwijzingsbeschikking van de raadkamer, omdat hij niet was opgeroepen voor het debat over de bezwaren (art. 127 en 135, § 2 Sv.). Het bestreden arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling (K.I.) te Antwerpen verklaart het hoger beroep ontvankelijk en bevestigt de verwijzing van eiser naar de correctionele rechtbank van het arrondissement Antwerpen, afdeling Antwerpen, wegens A) invoer van verdovende middelen in vereniging en B) leidend persoon in een criminele organisatie. De plaats van feit A is in het bestreden arrest omschreven als “Te Antwerpen en bij samenhang te Beveren”.
  2. Eiser voerde als verweer voor de K.I. dat de onderzoeksrechter te Antwerpen territoriaal (ratione loci) onbevoegd was, omdat eerst een opsporingsonderzoek was gevoerd door de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen (afd. Dendermonde), die een machtiging tot observatie had verleend met betrekking tot vier containers die gelost werden op een kaai in Beveren (arrondissement Oost-Vlaanderen). Aangezien die containers bestemd waren voor een firma met zetel te Aartselaar (arrondissement Antwerpen) en de verdachten werden gearresteerd in een loods in het Antwerps district Wilrijk, waar één container werd binnengereden, werd een gerechtelijk onderzoek ingesteld en gevoerd te Antwerpen, op vordering van de procureur des Konings te Antwerpen. Deze overdracht van de zaak is volgens eiser in strijd met de regels over territoriale bevoegdheid vervat in art. 23 Wetboek van Strafvordering (Sv.).
  3. Volgens artikel 420, 1° Sv. zijn voorbereidende beslissingen inzake bevoegdheid vatbaar voor onmiddellijk cassatieberoep. Een beslissing inzake bevoegdheid is een beslissing waarbij een rechter die kennis neemt van de strafvordering zich de bevoegdheid van een andere rechter toe-eigent of zich onbevoegd verklaart, waardoor er een geschil over nationale rechtsmacht ontstaat dat de rechtsgang belemmert en waaraan slechts met een regeling van rechtsgebied een einde kan worden gesteld.

(1)Tegen een arrest van de K.I. over de verwijzing van de zaak naar het vonnisgerecht is onmiddellijk cassatieberoep toegelaten, voor zover de K.I. uitspraak deed over een tijdig opgeworpen exceptie van onbevoegdheid en de eiser in cassatie de bevoegdheid van de onderzoeksrechter of het onderzoeksgerecht betwist
(2). Ik meen dat deze situatie van toepassing is en het Hof geen akte kan verlenen van de afstand van het cassatieberoep, ingegeven door de reden dat het cassatieberoep voorbarig zou zijn
(3).
  1. Eiser voert in cassatie aan dat er voorafgaand aan de uitvoering van de observatie geen verdachten in Antwerpen in beeld kwamen en er ook geen link was met plaatsen in Antwerpen. Een proces-verbaal van inlichtingen waarin melding wordt gemaakt van een firma en een zaakvoerder in Antwerpen is onvoldoende om te besluiten dat de procureur des Konings te Antwerpen territoriaal bevoegd zou zijn. Het is niet omdat een container met drugs is onderschept in Antwerpen of verdachten zijn gearresteerd in Antwerpen, na een onderzoeksdaad bevolen door de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, dat de procureur des Konings te Antwerpen territoriaal bevoegd was om de zaak over te nemen en de onderzoeksrechter te Antwerpen in te schakelen (eerste onderdeel). Voorts stelt het bestreden arrest niet vast dat de procureur des Konings zijn onderzoek formeel overdroeg aan zijn ambtsgenoot te Antwerpen (tweede onderdeel). De overheveling van het dossier naar het parket te Antwerpen is volgens eiser in strijd met artikel 23 Sv., omdat hij wordt onttrokken aan zijn natuurlijke rechter, verbonden aan de rechtbank van Oost-Vlaanderen.
  2. Overeenkomstig artikel 22 Sv. zijn de procureurs des Konings belast met de opsporing en vervolging van misdrijven. Welke procureur de zaak aan zich trekt hangt af van de criteria vermeld in artikel 23, eerste lid, Sv., dat stelt dat voor het uitoefenen van de ambtsverrichtingen van opsporing en vervolging gelijktijdig bevoegd zijn de procureur des Konings van de plaats van het misdrijf, van de verblijfplaats van de verdachte, van de maatschappelijke zetel of bedrijfszetel van de rechtspersoon-verdachte en van de plaats waar de verdachte kan worden aangetroffen
(4). Tussen deze aanknopingspunten bestaat er geen rangorde
(5). Voor de territoriale bevoegdheid van de onderzoeksrechter gelden dezelfde criteria (art. 62bis en 69 Sv.)
(6). 6. Het eerste criterium van de plaats van het misdrijf houdt naar mijn mening niet in dat alleen mag worden gelet op de plaats van het misdrijf zoals die is omschreven door de opsteller van de klacht, aangifte of proces-verbaal van inlichtingen. Het opsporingsonderzoek is een dynamisch gegeven. Op basis van gegevens ontdekt tijdens dat onderzoek kan blijken dat er zich strafbare feiten voordoen in een ander arrondissement of dat verdachten zich in een ander arrondissement schuil houden. Het is ook mogelijk dat de inleidende akte van het opsporingsonderzoek melding maakt van gepleegde of beraamde misdrijven in een ander arrondissement of van verdachten met woonplaats of maatschappelijke zetel in een ander arrondissement, naast gegevens over misdrijven of de woonplaats van verdachten die te situeren zijn in het arrondissement waar het opsporingsonderzoek start. In dit geval is de procureur des Konings aan wie de klacht, de aangifte of het proces-verbaal van inlichtingen wordt overgemaakt niet uitsluitend bevoegd om bewijsmateriaal te verzamelen of de vervolging in te stellen, door de onderzoeksrechter te vorderen (art. 47 Sv.)
(7)of de verdachte rechtstreeks te dagvaarden voor het bevoegde vonnisgerecht (art. 145 en 182 Sv.). 7. Op basis van de informatie bekomen bij aanvang of tijdens zijn onderzoek over verdachten of misdrijven in een ander arrondissement kan de procureur des Konings beslissen de zaak verder te behandelen, voor opsporing of vervolging, of de zaak over te dragen aan zijn ambtgenoot van een ander arrondissement, wat in de praktijk gebeurt na overleg met deze ambtgenoot
(8). Aangezien er volgens vermelde criteria van artikel 23 Sv. meerdere procureurs ‘gelijktijdig’ bevoegd zijn, is het evenwel niet vereist dat de procureur des Konings van de eerste (vermoedelijke) plaats van het misdrijf, aangegeven in de initiële akte, formeel het onderzoek overdraagt aan de procureur des Konings van het arrondissement waar nieuwe strafbare feiten zijn worden ontdekt of waar verdachten verblijven of worden gearresteerd, alvorens deze ambtgenoot zelf kan optreden. Ook volgt uit artikel 23 Sv. m.i. niet dat als meerdere procureurs des Konings gelijktijdig bevoegd zijn, de procureur des Konings die een gerechtelijk onderzoek instelt vooraf de toelating moet hebben van een ambtgenoot die in dezelfde zaak een opsporingsonderzoek verrichtte. Evenmin moet in deze situatie het strafdossier een stuk bevatten over een voorafgaand overleg tussen de procureurs des Konings van verschillende arrondissementen.
  1. Waar het op aankomt, is dat het opsporingsonderzoek best wordt gecentraliseerd in één arrondissement en de procureur des Konings van dat arrondissement bevoegd is voor de opsporing en de vervolging van de misdrijven volgens één van de criteria bepaald in artikel 23 Wetboek van Strafvordering, om nutteloze onderzoeksdaden te vermijden. Dat de procureur des Konings te Antwerpen de zaak overneemt en een vervolging instelt op basis van informatie ontdekt tijdens de uitvoering van een onderzoeksdaad bevolen door de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, lijkt mij geen beletsel te zijn voor de territoriale bevoegdheid van de procureur des Konings te Antwerpen en nadien de onderzoeksrechter en de onderzoeksgerechten te Antwerpen. Voorwaarde is wel dat de strafbare feiten ontdekt bij aanvang of tijdens het opsporingsonderzoek gevoerd in het arrondissement Oost-Vlaanderen kunnen worden gelokaliseerd in het arrondissement Antwerpen en/of de verdachten in dat arrondissement verblijven of worden gearresteerd. Het maakt m.i. geen verschil uit of het aanknopingspunt met het arrondissement Antwerpen is vermeld in een proces-verbaal van inlichtingen, overgemaakt aan de procureur des Konings van een ander arrondissement, of in een navolgend proces-verbaal dat wordt opgesteld tijdens het opsporingsonderzoek onder leiding van de procureur des Konings van een ander arrondissement. In zoverre faalt het middel naar recht.
  2. Voorts gaat er eiser er m.i. onterecht van uit dat het overmaken van een proces-verbaal van inlichtingen aan de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen impliceert dat alleen deze procureur territoriaal bevoegd is om het opsporingsonderzoek te starten, verder te zetten en om een onderzoeksrechter te vorderen, verbonden aan de rechtbank van eerste aanleg te Oost-Vlaanderen. Dit proces-verbaal van inlichtingen kan immers al informatie bevatten over verdachten met woonplaats in een ander arrondissement die betrokken zouden zijn bij de feiten omschreven in dat proces-verbaal. Indien naar aanleiding van bijkomend onderzoek er meer duidelijkheid komt over de betrokkenheid van deze verdachten bij de oorspronkelijke feiten in Oost-Vlaanderen of bij reeds vermelde of nieuw ontdekte en samenhangende feiten in Antwerpen, kan het onderzoek zonder enige formaliteit worden overgedragen aan de procureur des Konings te Antwerpen. Het is dan aan de onderzoeks-en vonnisgerechten te Antwerpen om na te gaan of de territoriale bevoegdheid van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter te Antwerpen steunt op voldoende concrete gegevens over misdrijven of verdachten die te situeren zijn in Antwerpen en/of, bij samenhang, in een ander arrondissement. Daarbij kunnen deze rechtscolleges rekening houden met de informatie vermeld in het proces-verbaal van inlichtingen en met informatie verzameld tijdens het opsporingsonderzoek verricht in een ander arrondissement, opgenomen in een navolgend proces-verbaal. In zoverre faalt het middel naar recht.
  3. Het enkele feit dat de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen een observatie heeft bevolen staat een overheveling van het onderzoek naar de procureur des Konings te Antwerpen niet in de weg. De “eerdere bevoegdheid van de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen”, zoals aangehaald door eiser, is immers niet noodzakelijk een exclusieve bevoegdheid. Zowel bij aanvang van zijn opsporingsonderzoek of tijdens dat onderzoek kunnen er immers gegevens bekend zijn over strafbare feiten of verdachten in Antwerpen, die toelaten het onderzoek over te dragen aan de procureur des Konings te Antwerpen. De onderzoeks-en vonnisgerechten van de plaats waar de vervolging is ingesteld oordelen onaantastbaar over de waarde van deze gegevens, als basis voor een grond van territoriale bevoegdheid opgesomd in artikel 23 Sv., waarbij het Hof toeziet op de wettigheid van de motieven. In zoverre faalt het middel naar recht. Het bestreden arrest oordeelt m.i. naar recht dat het overmaken van het aanvankelijk proces-verbaal aan de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen en de machtiging tot observatie verleend door deze procureur niet op exclusieve wijze de territoriale bevoegdheid bepaalt van de procureur des Konings en de onderzoeksrechter die na uitvoering van de observatie is gevorderd.
  4. Voor zover eiser aanvoert dat 1°de firma K. met zetel te Aartselaar en haar zaakvoerder E.A met woonplaats te Antwerpen nog geen verdachten waren tijdens het opstellen van het aanvankelijk PV dat werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen, 2°er ten tijde van het aanvankelijk proces-verbaal en de vaststellingen van de douanediensten er geen enkele link was met een plaats in het arrondissement Antwerpen, 3°het proces-verbaal over de uitvoering van de observatie door de politie op eigen handelen werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Antwerpen, 4°er geen overdracht plaatsvond van het onderzoek tussen de procureurs des Konings van Oost-Vlaanderen en Antwerpen, 5°de firma K. en haar zaakvoerder E.A. niet doorheen het gerechtelijk onderzoek in verdenking zijn gesteld en 6°de territoriale bevoegdheid van de procureur des Konings te Antwerpen is beoordeeld aan de hand van ‘navolgende vaststellingen die aanvankelijk niet gekend waren en nooit gekend zouden zijn mocht de bevoegdheid door de procureur des Konings te Oost-Vlaanderen zijn uitgevoerd’, verplicht het middel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het niet-ontvankelijk.
  5. Voor zover eiser opkomt tegen het oordeel dat de verblijfplaats van mogelijke verdachten (firma K en zaakvoerder E.A.) in het arrondissement Antwerpen “reeds van bij het aanvankelijk proces-verbaal gekend was”, waardoor “het vaststaat dat de procureur des Konings te Antwerpen eveneens bevoegd was terzake” en de onderzoeksrechter te Antwerpen eveneens territoriaal bevoegd was, is het middel niet-ontvankelijk, omdat het gaat om een beoordeling van feiten. Ik heb geen ambtshalve middelen aan te voeren en concludeer tot verwerping. ____________________________________________________________________
(1)Beschikking Voorzitter Cass. 3 februari 2023, AR P.23.0140.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230203.BSAV.1; Cass. 14 juni 2022, AR P.22.0599.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.5; Cass. 27 april 2021, AR P.21.0274.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2, RDPC 2021, 743. Zie F. VAN VOLSEM, “De voor cassatieberoep in strafzaken vatbare beslissingen”, in De cassatieberoepen, Larcier 2024, 170-175; H. VAN BAVEL, “Ontvankelijkheid van het cassatieberoep in strafzaken”, in Procederen voor het Hof van Cassatie, Knops Publ. 2023, 87-88.
(2)Cass. 24 oktober 2012, AR P.12.0807.F, AC 2012, nr. 562, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121024.4;Cass. 29 mei 1990, AR 4514, AC 1989-90, 1241; Zie ook R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer 2014, 452, met verwijzing naar Cass. 24 november 1947, Pas. 1947, I, 499.
(3)De akte van afstand is opgenomen in p.3 van de memorie, voorafgaand aan de bespreking van het middel. Zie over art. 420, 1° Sv. en het arrest van de K.I. over het afsluiten van het gerechtelijk onderzoek zie F. VAN VOLSEM, “De voor cassatieberoep in strafzaken vatbare beslissingen”, in De cassatieberoepen, Larcier 2024, 170-175. Tegen de beslissing van de K.I. over een niet-ontvankelijk hoger beroep van de inverdenkinggestelde is geen onmiddellijk cassatieberoep mogelijk, zie Cass. 15 oktober 2024, AR P.24.0814.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.21; Cass. 12 oktober 2021, AR P.21.1121.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.15; Cass. 11 maart 2008, AR P.07.1717.N, AC 2008, nr. 168, ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2.
(4)R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer, 2014, 199; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina 2022, 978.
(5)R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu 2012, 279; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 470.
(6)R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer 2014, 258-259; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, 470 en 809.
(7)Over het instellen van het gerechtelijk onderzoek als daad van vervolging zie R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu 2012, 148; R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Kluwer 2014, 261.
(8)R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu 2012, 279; S. VANDROMME, “Commentaar bij art. 23 Sv.”, in Strafprocesrecht. Wet en duiding, Larcier 2017, 108. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.17 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.17 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080311.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121024.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210427.2N.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.15 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230203.BSAV.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.