id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 21 oktober 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.3 Rolnummer: P.25.0605.N Zaak: S. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2025-11-28 Raadplegingen: 455 - laatst gezien 2026-06-18 17:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3 Fiches 1 - 7 Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé; digitale verspreiding van teksten, met inbegrip van de plaatsing van publiek toegankelijke berichten op sociale media, vormt een dergelijk gelijkaardig procedé; daaraan wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat het gaat om een bericht met een individuele strekking, dat is geplaatst op een persoonlijk account van een abonnee van het betrokken sociale medium; wezenlijk voor een drukpersmisdrijf is dat, om uit te maken of er sprake is van een strafbaar gestelde gedraging, de inhoud van het geschrift moet worden beoordeeld; niet vereist is dat de in het geschrift uitgedrukte gedachte of mening een bepaalde maatschappelijke relevantie of gewichtigheid heeft, dan wel in een bepaalde mate is beargumenteerd of uitgewerkt; zodoende komt elke gedachte of mening in aanmerking en kan een eenvoudige lasterlijke aantijging, zoals het omschrijven van een persoon als oplichter, een drukpersmisdrijf uitmaken; het feit dat een geschrift in het verlengde ligt van een publieke berichtgeving die als dusdanig niet het voorwerp van een drukpersmisdrijf kan uitmaken, zoals mondelinge uitlatingen tijdens een audiovisuele uitzending, doet geen afbreuk aan het feit dat dit geschrift het voorwerp van een drukpersmisdrijf kan uitmaken, in zoverre aan het geschrift zelf een effectieve publiciteit is gegeven; het is evenmin van belang of de dader het opzet had om de in zijn geschrift geviseerde persoon te belasteren, dan wel of om informatie over de betrokkene aan het publiek kenbaar te maken
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: DRUKPERS (POLITIE OVER DE) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 150 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: LASTER EN EERROOF Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 443 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 444 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 179 - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Fiches 8 - 14 De beweerde benadeelde van een drukpersmisdrijf moet geen burgerlijke vordering instellen voor de strafrechter; hij kan dat doen voor de burgerlijke rechter; aldus is noch de toegang van de betrokkene tot de rechter, noch de behandeling van zijn burgerlijke vordering binnen een redelijke termijn, onevenredig belemmerd door de omstandigheid dat overeenkomstig artikel 150 Grondwet drukpersmisdrijven in de regel behoren tot de bevoegdheid van het hof van assisen
(1).
(1)Zie concl. ‘in hoofdzaak' OM. Thesaurus CAS: DRUKPERS (POLITIE OVER DE) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 150 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOF VAN ASSISEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 150 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de conclusie P.25.0605.N Advocaat-generaal Bart DE SMET heeft in hoofdzaak gezegd: “De lasterlijke aantijging in een bericht op sociale media als drukpersmisdrijf” (art. 443-444 Sw. en art. 150 Grondwet)”. 1. Verweerder B.A (beklaagde) is een journalist bij de openbare omroep VRT die in 2017 negatieve commentaar gaf over eiser (burgerlijke partij) in een reportage van ‘Ter Zake’ en nadien op Twitterberichten. De reportage ging over contacten tussen eiser, veroordeeld wegens misbruik van vertrouwen, en Minister van Financiën V.O. Drie dagen na deze reportage, naar aanleiding van een polemiek in de media over die reportage, stelde verweerder in een Twitterbericht (thans platform X) dat eiser een “oplichter” is. Het ging om een bericht dan bedoeld was voor volgers van verweerder op Twitter (X). 2. De correctionele rechtbank te Brussel heeft verweerder op 7 juli 2023 veroordeeld wegens valsheid in informatica, meer bepaald vervalsing van een e-mail (A, artikelen 193, 210bis en 213 Sw. 1867) en hem vrijgesproken voor feiten belaging (B, art. 442bis Sw. 1867) en laster (C, artikelen 443 en 444 Sw. 1867). Op hoger beroep van alle partijen heeft het Hof van Beroep zich onbevoegd verklaard, omdat feiten B en C in samenhang met A een drukpersmisdrijf opleveren, waarvan de berechting toekomt aan het hof van assisen (art. 150 Grondwet). 3. Het bestreden arrest merkt over de onderzoeksopdracht (saisine) van het vonnisgerecht terecht op dat eiser alleen hoger beroep kan instellen wat zijn burgerlijke belangen betreft, voor de feiten B en C, en het hoger beroep van eiser op strafgebied niet-ontvankelijk is. Eiser voert aan dat het arrest ten onrechte stelt dat hij een grief aanbracht over de strafmaat, in strijd met de bewoordingen van zijn grievenschrift. Het eerste middel (over miskenning van de bewijskracht van het grievenschrift) lijkt mij niet tot cassatie te kunnen leiden en is bijgevolg niet-ontvankelijk. Ook zonder een grief over de strafmaat kon eiser op strafgebied geen ontvankelijk hoger beroep instellen (art. 202, 2° Sv.)
(1). 4. Het drukpersmisdrijf bedoeld in artikel 150 Grondwet vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé, zoals berichten gepost op de sociale media
(2). Aan het ‘procedé’ als voorwaarde kan een ruime opvatting worden gegeven. Het feit dat een bericht wordt verspreid op het persoonlijk Twitteraccount van de verdachte sluit een drukpersmisdrijf niet uit. Het bericht is immers bestemd voor iedereen die het account consulteert en krijgt daardoor de nodige publiciteit
(3). 5. Qua inhoud kan een eenvoudige lasterlijke aantijging (art. 443-444 Sw.), zonder verdere toelichting, een drukpersmisdrijf uitmaken
(4). Een drukpersmisdrijf is dus niet beperkt tot een mening die een maatschappelijk belang heeft
(5)of een ‘rationele’ mening, onderbouwd met voldoende argumenten, of een visie die in een ‘journalistiek kader’ tot stand komt. Vereist is wel dat het bekritiseerde bericht een strafbare ‘opinie’ bevat, en dus niet alleen een foto of adresgegevens
(6). Ook het doel van de verspreiding is niet relevant: het kan gaan om een bericht dat doelbewust is opgesteld om een persoon te belasteren, neer te halen, of om een bericht dat dient om aan derden informatie over die persoon bekend te maken, zonder enige bedoeling van laster of eerroof.
- Aan het bericht in kwestie mag ook een voorgeschiedenis voorafgaan van mondelinge strafbare meningen. Het is niet omdat de verspreider van het bericht in een televisiereportage lasterlijke woorden uitsprak, dat een later digitaal tekstbericht verzonden aan derden met dezelfde inhoud of strekking niet meer onder de noemer zou vallen van een drukpersmisdrijf. Een lasterlijk Twitterbericht dat alleen de weergave is van strafbare uitspraken in een reportage, waarvoor de gewone rechtscolleges bevoegd zijn, kan m.i. toch een drukpersmisdrijf zijn. In zoverre faalt het tweede middel naar recht.
- Het bestreden arrest maakt voldoende duidelijk dat de Twitterberichten van verweerder een strafbare meningsuiting bevatten die openbaar zijn gemaakt via een procedé dat gelijkaardig is aan een drukpers en die een opinie van de auteur bevatten. Verder zijn de drie tenlasteleggingen volgens het arrest onlosmakelijk met elkaar verbonden, door samenhang (art. 227, 3° Sv.), zodat het hof van beroep niet bevoegd is om over het geheel te oordelen. In geval van samenhang met een drukpersmisdrijf behoren immers ook ‘gewone misdrijven’ (zoals een mondelinge belediging) tot de bevoegdheid van het hof van assisen
(7). De beslissing lijkt mij naar recht verantwoord, zodat het tweede middel, eerste onderdeel (over de art. 150 Grondwet (drukpersmisdrijven die behoren tot de bevoegdheid van het hof van assisen) en art.179 Sv. over de materiële bevoegdheid van de correctionele rechtbank) niet kan worden aangenomen.
- Uit het geheel van de redenen blijkt voldoende dat de appelrechters de Twitterberichten beschouwen als een strafbare ‘meningsuiting’, en het (alleen) aan het hof van assisen toekomt om te oordelen of die mening strafbaar is. Verder geeft het arrest voldoende duidelijk aan, zonder enige tegenstrijdigheid, waarom feiten B en C een drukpersmisdrijf uitmaken en waarom het hof van beroep onbevoegd is om te oordelen, ook voor het samenhangende feit A. In zoverre kan het tweede onderdeel (over artikel 149 Grondwet) niet worden aangenomen.
- Voorts houdt een onjuiste toepassing van de wet geen motiveringsgebrek
(8)in en moet de rechter niet de redenen van zijn redenen opgeven
(9). In zoverre faalt het tweede onderdeel naar recht.
- De uitsluitende bevoegdheid van het hof van assisen voor drukpersmisdrijven (art. 150 Grondwet) houdt voor de benadeelde van een strafbare mening m.i. geen onoverkomelijke hindernis in, die zijn recht op toegang tot de rechter belemmert (art. 6.1 EVRM). De benadeelde kan immers zijn vordering tot schadevergoeding indienen voor de burgerlijke rechter. Het derde onderdeel over de artikelen 6.1 en 13 EVRM faalt bijgevolg naar recht.
- Eiser stelt ook ten onrechte dat hij een burgerlijke vordering instelde, en de behandeling daarvan ‘onredelijk wordt vertraagd of in de praktijk zelfs onmogelijk wordt’, indien de feiten moeten worden voorgelegd aan het Hof van Assisen. Uit de stukken blijkt immers dat hij de strafvordering op gang bracht, met als aanhangsel de burgerlijke vordering (art. 63 Sv.), terwijl hij evengoed het probleem van het drukpersmisdrijf kon omzeilen door een burgerlijke vordering in te stellen voor de burgerlijke rechter, gelet op art. 4 VT Sv.
(10). Mijn conclusie is verwerping van het cassatieberoep. ______________________________________________________________________
(1)Cass. 10 juni 2025, AR P.24.1797.N ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.26; Cass. 6 juni 2023, AR P.22.1305.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 8 maart 2022, AR P.21.0583.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.4, met concl. van advocaat-generaal D. SCHOETERS, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4; S. VAN OVERBEKE, Grievenstelsel en hoger beroep in strafzaken, Kluwer 2022, 128 en 173; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, II, 1948.
(2)Cass. 6 december 2023, AR P.23.1409.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231206.2F.8; Cass. 7 oktober 2020, AR P.19.0644.F, AC, 2020, nr. 613, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201007.2F.1, met concl. van advocaat-generaal Ph. DE KOSTER, op datum in Pas.; Cass. 8 november 2016, AR P.16.0958.N, AC 2016, nr. 632, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161108.8; Cass. 29 januari 2013, AR P.12.1988.N, AC 2013, nr. 71, ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130129.6, T. Strafr. 2014, 143 noot J. VRIELINK, Cass. 6 maart 2012, AR P.11.1374.N, AC 2012, nr. 153, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120306.5, met concl. van eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF, RW 2012-13, 144.
(3)Over het posten van een strafbare opinie op een digitaal platform (Facebook, Instagram, Twitter ed.) als vorm van verspreiding van een mening, en component van een drukpersmisdrijf, zie Brussel 10 januari 2018, T. Strafr. 2018, 377 noot T. DECAIGNY; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina 2022, 216; F. KUTY, Précis du droit pénal, Larcier 2024, 201.
(4)Cass. 7 oktober 2020, AR P.19.0644.F, AC 2020, nr. 613, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201007.2F.1.
(5)M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, II, 1453
(6)
(6)Cass. 4 juni 2025, AR P.25.0265.F, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250604.2F.1; Cass. 19 januari 2022, AR P.20.1182.F, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220119.2F.1; Cass. 18 januari 2022, AR P.21.1226.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.10, RW 2021-22, 1629, NC 2022, 143, T. Strafr. 2022, 98 noot J. PETERSEN, RABG 2022, 636 noot W. DE PAUW; Cass. 7 oktober 2020, AR P.19.0644.F, AC 2020, nr. 613, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201007.2F.1, met concl. van advocaat-generaal P. DE KOSTER, op datum in Pas. Zie ook S. ROYER, J. VRIELINK en F. VERBRUGGEN, “Wie haat zaait, zal wetswijzigingen oogsten. De (grenzen aan de) bestraffing van online haatspraak en -misdrijven”, Computerrecht 2021, 497-510; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina 2022, 211-217; S. ROYER, “Beledigingen via sociale media en het drukpersmisdrijf; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, II, 1452-1453.
(7)Vb. Cass. 6 juni 2023, AR P.22.1305.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 4 mei 2022, AR P.22.0032.F, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220504.2F.5; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, II, 1454.
(8)Vb. Cass. 17 juni 2025, AR P.24.1697.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.27; Cass. 7 november 2023, AR P.23.0713.N,ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.12.
(9)Vb. Cass. 16 september 2025, AR P.25.0374.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.11; Cass. 20 april 2021, AR P.20.1307.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.4.
(10)Over het recht op toegang tot de rechter van de burgerlijke partij zie R. VERSTRAETEN, “De houdbaarheidsdatum van de burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter”, in Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Die Keure 2011, 9661-965; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina 2022, 917-926; F. KUTY, Justice pénale et procès équitable, Larcier 2023, 561-564; M.A. BEERNAERT, D. VANDERMEERSCH en M. GIACOMETTI, Droit de la procédure pénale, die Keure 2025, I, 360-379. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120306.5 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130129.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161108.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201007.2F.1 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210420.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220119.2F.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220308.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220504.2F.5 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.12 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231206.2F.8 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250604.2F.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.26 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.27 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div