id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251204.1N.6 Rolnummer: C.24.0384.N Zaak: N. contra AXA BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2026-01-16 Raadplegingen: 496 - laatst gezien 2026-06-18 06:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.6 Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de herinnering aan de aanvang van de termijn, waaraan de ingebrekestelling door de verzekeraar van de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen moet voldoen in geval van niet-betaling van de premie, het voor de bestemmeling mogelijk moet maken het precieze tijdstip te bepalen waarop de schorsing of de opzegging uitwerking heeft; het volstaat derhalve dat de ingebrekestelling de aanvang van de termijn kenbaar maakt voor de verzekeringnemer
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 70 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Fiche 2 De ingebrekestelling herinnert aan de gevolgen van niet-betaling, zonder in dat verband exacte bewoordingen op te leggen; het volstaat dat de ingebrekestelling de gevolgen van niet-betaling op zodanige wijze benoemt dat de verzekeringsnemer in staat is deze te begrijpen; het is niet vereist dat de ingebrekestelling de precieze inhoud ervan uitlegt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 70 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Tekst van de conclusie C.24.0384.N Conclusie (andersluidend) van advocaat-generaal S. RAVYSE: Het cassatieberoep van eiseres is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 juni 2024. Situering en context. Het middel heeft betrekking op artikel 70 van de Verzekeringswet
(1), dat de voorschriften bevat waaraan de ingebrekestelling door de verzekeraar van de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen moet voldoen in geval van niet-betaling van de premie. Dit artikel vormt een uitzondering op de gemeenrechtelijke regel dat een ingebrekestelling niet aan bijzondere vormvereisten is onderworpen. Het artikel beoogt het creëren van een evenwicht tussen de verzekeraar en de verzekerde, die in geval van niet-betaling van de premie tegenstrijdige belangen hebben. De verzekeraar is er toe gehouden de overeenkomst, niettegenstaande de niet-betaling verder uit te voeren en alle schadegevallen te dekken die zich voordoen in de wachtperiode (zie infra). Tevens achtte de wetgever het van belang om de verzekerde, die ernstige gevolgen riskeert, duidelijkheid te verschaffen en de nodige kansen te bieden om zich nog in regel te stellen opdat hij deze gevolgen zou kunnen vermijden
(2). De beschermingsgedachte van de consument, maar ook van de begunstigden van het verzekerd risico staan daarbij centraal
(3). Een en ander verklaart ook waarom de bepalingen van deel 4 van de Verzekeringswet, waar artikel 70 deel van uitmaakt, van dwingend recht zijn, behoudens wanneer uit de bewoordingen ervan blijkt dat de mogelijkheid wordt gelaten om ervan af te wijken door bijzondere bedingen
(4). Op grond van artikel 69 van de Verzekeringswet kan de niet-betaling door de verzekerde van de premie op de vervaldag een grond vormen tot schorsing van de dekking of tot opzegging van de overeenkomst, in zoverre de schuldenaar voorafgaand in gebreke wordt gesteld. De ingebrekestelling moet volgens artikel 70 van de Verzekeringswet gebeuren bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief. Er moet aangemaand worden om de premie te betalen binnen de termijn bepaald in de ingebrekestelling, die niet korter mag zijn dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening of de dag volgend op de afgifte van de aangetekende brief. Voorts bepaalt het artikel dat de verzekeraar in de ingebrekestelling aan de premievervaldag en aan het premiebedrag herinnert, alsook aan de gevolgen van niet-betaling van de premie binnen de gestelde termijn en aan “de aanvang van die termijn”. Er moet in de aanmaning zelf ook worden vermeld dat de schorsing van de dekking of de opzegging van de overeenkomst uitwerking hebben vanaf de dag volgend op de dag waarop de termijn eindigt, zonder dat dit afbreuk mag doen aan de dekking voor een verzekerd voorval dat zich voor die datum voordoet. Voor een goed begrip past het deze bepalingen te beschouwen in het licht van de vroegere toepasselijke regelingen. De Verzekeringswet van 1874
(5)regelde de gevolgen van de niet-betaling van de verschuldigde premie niet uitdrukkelijk, waardoor dit aspect aan de contractuele vrijheid van de partijen werd overgelaten. Onder invloed van rechtspraak en rechtsleer werd vooropgesteld dat een uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst veronderstelt dat een verzekeraar de schorsing van de dekking slechts kan laten ingaan na een aangetekend schrijven waarin de gevolgen van de wanbetaling worden vermeld en waarin de verzekeringsnemer een ultieme mogelijkheid werd geboden om alsnog over te gaan tot betaling
(6). Bij de totstandkoming van de Wet Landverzekeringsovereenkomst werd ervoor geopteerd deze aangelegenheid wettelijk te regelen
(7). De tot dan gangbare praktijk werd in een wettelijke bepaling gegoten die voorzag in een verplichting tot schriftelijke ingebrekestelling, waarbij wordt aangemaand om de premie te betalen binnen de termijn van (minstens) vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de betekening of de afgifte ter post van de aangetekende brief. De ingebrekestelling diende voorts te herinneren aan de vervaldag van de premie en aan de gevolgen van niet-betaling binnen de gestelde termijn. Bij de totstandkoming van de op heden geldende Verzekeringswet werd artikel 15 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst grotendeels hernomen, maar werden er met het oog op de bescherming van de consument en de uitbreiding van de rechtszekerheid, een aantal preciseringen aan toegevoegd
(8). In de memorie van toelichting
(9)werd daarover gesteld dat, naast de gegevens die in de aanmaning reeds verplicht moesten worden vermeld krachtens de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst, de ingebrekestelling voortaan ook het premiebedrag moet vermelden dat de verzekeringsnemer verschuldigd is, evenals “alle gegevens die het mogelijk maken het precieze tijdstip te bepalen waarop de schorsing of de opzegging uitwerking hebben”. Hierbij werd gepreciseerd dat het gaat om “de aanvang van de termijn en de vermelding dat de schorsing of de opzegging uitwerking hebben vanaf de dag volgend op de dag waarop de termijn eindigt”. In de ingebrekestelling moeten, steeds volgens de memorie van toelichting “in elk geval de gegevens worden vermeld die opgesomd zijn in artikel 70”
(10). Het is duidelijk dat de wetgever bij de invoering van deze bepalingen beoogde de verzekerde alle informatie te laten verschaffen over de gevolgen van de verdere niet-betaling van de premie en de termijnen die daarbij van belang zijn. Gezien de evolutie van deze wetsbepaling en de stellingname in de parlementaire voorbereidingen is het duidelijk dat het de bedoeling van de wetgever was om de bijkomende gegevens verplicht te laten opnemen in de ingebrekestelling. Enig middel. Eerste onderdeel. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eiser een verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor een motorrijtuig had afgesloten bij de verweerster. Laatstgenoemde ging, wegens niet-betaling van de premie, op 30 december 2019 over tot het versturen van een ingebrekestelling in de zin van artikel 70 van de Verzekeringswet. Deze ingebrekestelling luidt onder meer als volgt: “[…] Wij vragen u daarom uw premie te betalen, plus de inningskosten, binnen de 15 dagen, meer bepaald voor 16 januari 2020 om 0.00 uur. Als u het totaal bedrag niet binnen de termijn betaalt zullen we de waarborgen van uw contract schorsen vanaf 16 januari 2020 om 0:00 u zonder dat dit afbreuk doet aan de dekking van een verzekerd schadegeval dat zich vóór deze datum voordoet. […]”. Deze ingebrekestelling vermeldt op welk tijdstip de schorsing uitwerking zal hebben, maar niet de aanvangsdatum van de termijn, hoewel artikel 70 van de Verzekeringswet uitdrukkelijk de vermelding voorschrijft van die aanvangsdatum. Aldus beantwoordt de ingebrekestelling niet aan de uitdrukkelijke voorschriften van artikel 70 van de Verzekeringswet. Zoals vermeldt, is deze bepaling uitdrukkelijk gericht op de bescherming van de verzekerde en heeft deze bepaling een dwingend karakter waarvan niet kan worden afgeweken. Artikel 70 van die wet verzet zich ertegen dat de verzekerde ertoe gebracht wordt om deze aanvangstermijn zelf te moeten afleiden uit de overige gegevens die in de ingebrekestelling zijn opgenomen. De appelrechter, die op pagina’s 4 en 5 van het betreden vonnis in hoger beroep (onder randnummer 3.3.3.) oordeelt dat “het voor de verzekeringnemer duidelijk was dat die termijn noodzakelijk aanving 15 dagen eerder” en dat “de kwestieuze ingebrekestelling [geen] enkele onduidelijkheid [liet] bestaan over de aanvang van de (maximale) betalingstermijn van 15 dagen”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel. In de ingebrekestelling van 30 december 2019 schreef de verweerster onder meer: “We hebben nog steeds geen betaling ontvangen van […]. De betalingstermijn is verstreken op 23 november 2019. We willen vermijden dat we de waarborgen van uw contract moeten schorsen. Wij vragen u daarom uw premie te betalen, plus de inningskosten, binnen de 15 dagen, meer bepaald voor 16 januari 2020 om 0.00 uur. Als u het totaal bedrag niet binnen de termijn betaalt zullen we de waarborgen van uw contract schorsen vanaf 16 januari 2020 om 0:00 u zonder dat dit afbreuk doet aan de dekking van een verzekerd schadegeval dat zich vóór deze datum voordoet. Daarna betalen we geen schadegevallen meer uit. We zullen eventuele uitbetalingen aan de benadeelden na die datum van u terugvorderen. Heeft u de betaling intussen uitgevoerd? Dan kunt u deze brief negeren […]. Nog vragen? Uw verzekeringstussenpersoon staat voor u klaar”. Voor de toepassing van artikel 70 van de Verzekeringswet is vereist dat de verzekerde aan de premievervaldag en het premiebedrag wordt herinnerd en dat hem duidelijk wordt meegedeeld wat de gevolgen zijn van niet-betaling binnen de vooropgestelde termijn. Dit artikel legt aan de verzekeraar niet op om bepaalde bewoordingen te gebruiken. Het is met andere woorden niet omdat de ingebrekestelling niet letterlijk de bewoordingen “schorsing van de dekking” of “opzegging van de overeenkomst” vermeldt, dat de ingebrekestelling ongeldig is. Gelet op de beschermingsgedachte die de grondslag vormt voor deze wetsbepaling is mijns inziens vereist dat de ingebrekestelling in voor de verzekerde voldoende duidelijke bewoordingen is opgesteld, zonder dat er overdreven ingewikkeld juridisch jargon wordt gebruikt
(11). Tevens mag er geen sprake zijn van onduidelijke of contradictorische terminologie die tot verwarring kan leiden bij de verzekeringnemer. Evenmin kan worden verwacht dat de verzekeraar zou uitleggen wat bepaalde termen zoals “schorsing” of “opzegging” betekenen, hetgeen zou neerkomen op de toevoeging van een bijkomende voorwaarde aan de wet
(12)en wat ook een te grote impact zou hebben op de rechtsverhouding tussen de partijen, die reeds erg in het voordeel van de verzekerde overhelt. Immers heeft de verzekerde, die zijn contractuele verbintenis tot betaling van de premie niet is nagekomen, reeds een betalingsherinnering ontvangen voorafgaand aan de ingebrekestelling. De verzekeringnemer wordt aldus niet verrast door de ingebrekestelling en hij beschikt bovendien nog over de mogelijkheid om bijkomende inlichtingen in te winnen en alsnog tot betaling over te gaan. Gelet op de bewoordingen van de ingebrekestelling, met name “We willen vermijden dat we de waarborgen van uw contract moeten schorsen” en vervolgens “Als u het totaal bedrag niet binnen de termijn betaalt zullen we de waarborgen van uw contract schorsen vanaf 16 januari 2020 om 0:00 u zonder dat dit afbreuk doet aan de dekking van een verzekerd schadegeval dat zich vóór deze datum voordoet. Daarna betalen we geen schadegevallen meer uit.” dient het voor de verzekerde duidelijk te zijn welk gevolg zou worden verbonden aan de niet-tijdige betaling van de vervallen premie. Het onderdeel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Conclusie: vernietiging. _______________________________
(1)Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, BS 30 april, 35.487.
(2)WUYTS D., “Art. 70 Wet Verzekeringen”, in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, I. Algemeen, Kluwer, losbl., 2018, 3; VANSWEEVELT T.-I. en WEYTS B., “Hoofdstuk 6 - Looptijd, wijziging en einde van de verzekeringsovereenkomst”, in Handboek Verzekeringsrecht, 1e editie, Intersentia 2016, 629, JOCQUÉ G., “De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen”, RW 2014-2015/13, 487.
(3)Wetsontwerp van 13 februari 2014 betreffende de verzekeringen, Parl. St. Kamer 2013-2014, DOC 53, nr. 3361/001, 4; HEIRMAN G., “De Verzekeringswet 2014 en de bescherming van de consument”, DCCR, 2018/3-4, nr. 121, 5, SCHUERMANS L., “Hoofdstuk V. - Algemene kenmerken van de WLVO”, in Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht, 2e editie, Intersentia 2008, 243.
(4)Art. 56 Verzekeringswet. HEIRMAN G., “De Verzekeringswet 2014 en de bescherming van de consument”, DCCR 2018/3-4, nr. 121, 7.
(5)Wet van 11 juni 1874 betreffende de verzekeringen, BS 14 juni 1874, 1.785, artikel 15.
(6)WUYTS D., “Art. 70 Wet Verzekeringen”, in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, I. Algemeen, Kluwer, losbl., 2018, 2.
(7)Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 20 augustus 1992, 18.283; VERHEES W., De landverzekeringsovereenkomst. Een kwarteeuw becommentarieerde cassatierechtspraak 1992-2017, 341, VAN SCHOUBROECK C., JOCQUÉ G., DE GRAEVE A., DE GRAEVE M. en COUSY H., “Overzicht van rechtspraak. Wet op de landverzekeringsovereenkomst (1992-2003)”, TPR 2003, 1871.
(8)BREWAEYS L., “Commentaar bij artikel 70”, in JOCQUÉ G. en SIERENS R., Duiding Wegverkeer, 3e editie, Intersentia 2016, JACQUEMIN H., “Le formalisme du contrat d’assurance: analyse des règles en vigueur à l’aune des progrès techniques et de certaines pratiques contractuelles”, in La loi sur le contrat d'assurance terrestre, 1e édition, Bruylant 2012, 37.
(9)Wetsontwerp van 13 februari 2014 betreffende de verzekeringen, Parl. St. Kamer 2013-2014, DOC 53, nr. 3361/001, 40.
(10)Wetsontwerp van 13 februari 2014 betreffende de verzekeringen, Parl. St. Kamer 2013-2014, DOC 53, nr. 3361/001, 41; JOCQUÉ G., “De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen”, RW 2014-2015/13, 487.
(11)WUYTS D., “Art. 70 Wet Verzekeringen”, in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, I. Algemeen, Kluwer, losbl., 2018, 7, VAN DESSEL G., “Onduidelijke opstelling vanwege de verzekeraar”, Verzekeringsnieuws, 2014, afl. 1, 3.
(12)COLLE P., De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Algemene beginselen van het Belgisch verzekeringsrecht, Intersentia 2015, 71. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251204.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div