id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251204.1N.8 Rolnummer: C.25.0149.N Zaak: HIDE nv contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2026-02-11 Raadplegingen: 351 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.8 Fiche Bij de uitoefening van het individueel onderzoeks- en controlerecht met betrekking tot een boekjaar waarvoor de jaarrekening nog niet werd goedgekeurd, kunnen ook de stukken in aanmerking worden genomen die ten grondslag liggen aan eerder goedgekeurde jaarrekeningen, in zoverre relevant voor de uitoefening van dit onderzoeks- en controlerecht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Wettelijke bepalingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 3:68 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 3:73 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Wetboek van vennootschappen en verenigingen 23 maart 2019 - 23-03-2019 - Art. 3:101 - 09 ELI link Pub nr 2019A40586 Tekst van de conclusie C.25.0149.N Conclusie van advocaat-generaal S. RAVYSE:
- Het cassatieberoep van eiseressen is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 december
- Het enig middel heeft betrekking op de omvang van het onderzoeks- en controlerecht dat krachtens artikel 3:101 van het Wetboek van Verenigingen en Vennootschappen (hierna afgekort: het WVV) wordt toegekend aan de vennoten of aandeelhouders. Situering. In het kader van de periodieke verslaggeving over de financiële gezondheid van vennootschappen is, benevens de rol inzake goedkeuring van de jaarrekeningen die aan de algemene vergadering wordt toebedeeld
(1), tevens een controlemechanisme voorzien dat naargelang de concrete omstandigheden toekomt aan een of meerdere commissarissen, dan wel aan de individuele aandeelhouders. In de gevallen waar de wet dit vereist
(2)berust de onderzoeks- en controlebevoegdheid krachtens artikel 3:73 van het WVV bij één of meerdere commissarissen. Het gaat om een doelgebonden bevoegdheid die ertoe strekt de juistheid van de jaarrekening en de financiële situatie te controleren, evenals de regelmatigheid van de verrichtingen die moeten worden opgenomen in de jaarrekening in het licht van de statuten en de bepalingen van het WVV. Wanneer een vennootschap er niet toe gehouden is een commissaris te benoemen en zij hier ook niet vrijwillig toe beslist, beschikt iedere vennoot of aandeelhouder krachtens artikel 3:101 van het WVV over de onderzoeks- en controlerechten van de commissaris. Dit recht om de rol van de commissaris uit te oefenen kan niet ingeperkt worden door de statuten en is niet afhankelijk van het bezit van een specifiek aantal aandelen
(3). De omvang van het controlerecht van de individuele vennoot of aandeelhouder dient men derhalve te bepalen aan de hand van het controlerecht van de commissaris, zoals voorzien door artikel 3:68 van het WVV
(4). Luidens deze bepaling kan de commissaris, om zijn opdracht naar behoren te vervullen, inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en in het algemeen van alle documenten en geschriften van de vennootschap. Deze bepaling is zeer ruim wat de aard van de te consulteren documenten betreft, maar zij verduidelijkt niet of de opgesomde documenten al dan niet betrekking moeten hebben op de nog te beoordelen jaarrekeningen en niet afgesloten boekjaren, dan wel of de inzagemogelijkheden zich ook uitstrekt tot stukken die teruggaan op reeds afgesloten boekjaren. In de rechtspraak en rechtsleer bestaan daarover verschillende standpunten. Bepaalde rechtspraak en rechtsleer gaat ervan uit dat het controle- en onderzoeksrecht van de individuele vennoot of aandeelhouder beperkt is tot het lopende boekjaar, alsook tot de boekjaren waarvan de jaarrekeningen nog niet zijn goedgekeurd
(5). Volgens deze opvatting dooft de mogelijkheid tot inzage van de boekhouding en andere relevante stukken, aangezien deze gericht is op de bespreking en de goedkeuring van een welbepaalde jaarrekening, uit van zodra er door de algemene vergadering werd overgegaan tot goedkeuring. Dit restrictieve standpunt wordt in recente rechtsleer evenwel meer en meer bekritiseerd. Diverse auteurs zijn van oordeel dat het controle- en onderzoeksrecht zich tevens uitstrekt tot de documenten die betrekking hebben op reeds afgesloten boekjaren, zij het in zoverre dat dit van belang is voor een goed inzicht in -en een correcte beoordeling van- het lopende boekjaar
(6). Deze auteurs verwijzen mijns inziens terecht naar de bevoegdheden van de commissaris, die geacht wordt kennis te mogen nemen van alle nuttige documenten ter beoordeling van het boekjaar, met inbegrip van de reeds afgesloten boekjaren
(7). Dit blijkt vooreerst uit de duidelijke bewoordingen van artikel 3:101 van het WVV, die de onderzoeks- en controlebevoegdheid van de commissaris toekent aan de vennoot of aandeelhouder
(8). Deze bevoegdheid van de commissaris is ruimer dan het louter nazicht van de jaarrekeningen, aangezien zij ook de financiële toestand en de gezondheid van de onderneming betreft
(9). Tevens is het precies de afwezigheid van een commissaris die de individuele aandeelhouders ertoe brengt om zelf kennis te nemen van bepaalde stukken om een nauwkeurig beeld te krijgen van de financiële situatie van de onderneming en om de juistheid en de regelmatigheid van de in de jaarrekening vermelde gegevens te beoordelen. Dat de individuele aandeelhouder dit zou moeten doen op grond van onvolledige informatie, terwijl een commissaris hier wel over zou kunnen beschikken, kan moeilijk worden volgehouden. Dat de belangen van een individuele vennoot daarbij fundamenteel verschillend zijn van deze van de commissaris, die een taak van algemeen belang uitoefent en die tevens gebonden is door een strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim, doet hieraan geen afbreuk. Wel is duidelijk dat de betrokken aandeelhouder zijn rechten moet uitoefenen op een redelijke wijze die geen nadeel toebrengt aan de vennootschap of die haar goed functioneren kan verstoren of verhinderen, wil hij niet tegen de grenzen van het rechtsmisbruik aanlopen
(10). Het komt mij dan ook voor dat de minder restrictieve strekking de voorkeur verdient, aangezien deze dichter aanleunt bij de taken van de commissaris en zij aan de aandeelhouder toelaat zijn onderzoeks- en controlerecht daadwerkelijk uit te oefenen, zonder dat dit recht te ruim wordt opgevat, gezien de vereiste band met de nog goed te keuren jaarrekening(en). Enig middel. Het enig middel, dat uitgaat van de rechtsopvatting dat het onderzoeks- en controlerecht van de vennoot of aandeelhouder zoals voorzien in artikel 3:101 van het WVV beperkt is tot het lopende boekjaar of tot voorgaande boekjaren wanneer de jaarrekeningen dienaangaande nog niet zijn goedgekeurd, faalt mijns inziens naar recht. Conclusie: verwerping. _____________________________________________________________________
(1)Zie artikel 3:1, § 1 van het WVV.
(2)Zie de artikelen 3:1, § 3, 1°, 2° en 4°, 3:58 en 3:72 van het WVV, in essentie bestaat voor grote vennootschappen en vennootschappen met effecten die op een gereglementeerde markt zijn genoteerd een verplichting om een commissaris te benoemen, voor de overige vennootschappen is een dergelijke benoeming facultatief. Voor een meer gedetailleerd overzicht, zie: VAN HAUTE S., JANSEN H., “Controleorgaan”, in X., De NV in de praktijk, WVV-I.4.3-1, 121; VAN GERVEN D., “E. – Controle” in Handboek Vennootschappen - Algemeen deel, 3e editie, Intersentia 2025, 934 en 966; BRAECKMANS H. EN HOUBEN R., “Hoofdstuk 4 – Controle”, in Handboek vennootschapsrecht (tweede uitgave), 2e editie, Intersentia 2021, 693; VAN GAVER W., “Individuele controle- en onderzoeksbevoegdheid van vennoten. Vertrouwen is goed, controle is beter, of omgekeerd?”, NjW, 2016, afl. 342, 363.
(3)VAN GERVEN D., “E. – Controle” in Handboek Vennootschappen - Algemeen deel, 3e editie, Intersentia 2025, 1025; HOUBEN R., Misbruik binnen de onderneming, 1e editie, Intersentia 2018, 36.
(4)BRAECKMANS H. EN HOUBEN R., “Hoofdstuk 4 – Controle”, in Handboek vennootschapsrecht (tweede uitgave), 2e editie, Intersentia 2021, 694.
(5)KG Kh. Brussel 20 december 1989, TRV 1990, 571; KG Kh. Brussel 13 oktober 1988, TRV 1989, 220; KG Kh. Brussel 27 september 1988 TRV 1989, 223; VAN GERVEN D., “E. – Controle” in Handboek Vennootschappen - Algemeen deel, 3e editie, Intersentia 2025, 1027; VANRAES T., “Hoofdstuk V - Individuele onderzoeks- en controlebevoegdheid van vennoten”, in BRULOOT D., BYTTEBIER K., CERFONTAINE J., DE WULF H. en MARESCEAU K. (EDS.), in: Wet 7 mei 1999: Duiding Vennootschappen, 2e editie, Intersentia 2017; VAN HAUTE S., JANSEN H., “Controleorgaan”, in X., De NV in de praktijk, WVV-I.4.3-3; VAN GAVER W., “Individuele controle- en onderzoeksbevoegdheid van vennoten. Vertrouwen is goed, controle is beter, of omgekeerd?”, NjW, 2016, afl. 342, 363.
(6)Kh Luik 17 november 2015, TRV-RPS 2016, 1136, KG Kh. Dendermonde 20 maart 1991, TRV 1991, 430; CLOTTENS C., COOLS S., DE DIER S., GEENS K., LE PAIGE Y., VAN BAELEN B., VAN EETVELDE J., WYCKAERT M., “Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen en verenigingen (2012-2019), TPR 2022, afl. 4, 1562; TILLEMAN B., “Het statuut van de commissaris. Benoeming, beëindiging, bezoldiging en onderzoeksbevoegdheden”, Die Keure 2007, 196; VANDEPITTE P., GOLLIER J.-M., “De individuele controlebevoegdheid van de vennoot in kleine en middelgrote vennootschappen: enkele beschouwingen” (noot onder KG Kh. Brussel 20 december 1989), TRV 1990, 575.
(7)ROSELLE G., VAN OUTRYVE O., “Art. 165-167 W.Venn.” in Comm.Venn., Kluwer 2001, 14.
(8)Dit artikel luidt als volgt: “Wordt geen commissaris benoemd, dan heeft, niettegenstaande andersluidende statutaire bepaling, iedere vennoot of aandeelhouder individueel de onderzoeks- en controlebevoegdheid van een commissaris. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een gecertificeerd accountant.”. Voordien bevatte artikel 166 van de wet van 7 mei 1999 houdende het wetboek van vennootschappen een identieke bepaling. ROELANTS, M., “Deskundigenonderzoek in vennootschapszaken”, in LYSENS T., e.a, Handboek Deskundigenonderzoek. 1e editie, Mechelen 2024, 571.
(9)HvB Brussel 14 januari 1999, RPS 1999, 301, Kh. Brussel 20 december 1989, TRV 1990, 571; BRAECKMANS H. en HOUBEN R., “Hoofdstuk 4 – Controle”, in Handboek vennootschapsrecht (tweede uitgave), 2e editie, Intersentia 2021, 696, DERIJCKE W., “Le pouvoir individuel d'investigation et de contrôle dans la société anonyme par ses actionnaires: amicitia furor brevis est?”, RPS 1999, 318; VANDEPITTE P., GOLLIER J.-M., “De individuele controlebevoegdheid van de vennoot in kleine en middelgrote vennootschappen: enkele beschouwingen” (noot onder KG Kh. Brussel 20 december 1989), TRV 1990, 575.
(10)KG Kh. Brussel 27 september 1988, TRV 1989, 223, Kh. Dendermonde 20 februari 2014, RW 2014-15, afl. 25, 988, CALUWAERTS M., PRIOUX R., “L'information légale des associés des S.A., S.R.L. et S.C”, in X., Guide juridique de l'entreprise - Traité théorique et pratique. 2ème édition , Brussel 2024, Livre 26–1, 34; BRULOOT, D. BYTTEBIER, K. CERFONTAINE, J. DE WULF, H. en MARESCEAU K. (EDS.), in Wet 7 mei 1999: Duiding Vennootschappen, 2e editie, Intersentia 2017. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251204.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251204.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div