← België

BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251211.1N.3 Rolnummer: F.22.0157.N Zaak: BELGISCHE STAAT, FINANCIEN contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-01-13 Raadplegingen: 741 - laatst gezien 2026-06-18 17:52 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251211.1N.3 Fiche De bij de overdracht onder bezwarende titel van aandelen gerealiseerde meerwaarden die niet voortkomen uit de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en die niet voortvloeien uit normale verrichtingen van beheer van een privévermogen, zijn in hun geheel belastbaar als diverse inkomsten op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92, ook wanneer die meerwaarden deels voortvloeien uit een normaal beheer van het privévermogen; de artikelen 90, 9°, eerste streepje, WIB92 en 102 WIB92 laten immers niet toe dat meerwaarden gerealiseerd op de overdracht onder bezwarende titel van aandelen worden opgesplitst in, enerzijds, een belastbaar abnormaal of buitenproportioneel gedeelte dat voortvloeit uit een abnormaal beheer van een privévermogen, en, anderzijds, een vrijgesteld normaal of proportioneel gedeelte dat voortvloeit uit normale verrichtingen van beheer van een privévermogen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Diverse inkomsten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 90 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 102 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de conclusie F.22.0157.N Conclusie van advocaat-generaal J. VAN DER FRAENEN: (…)
  1. Bespreking van het tweede middel. (…) TWEEDE ONDERDEEL. 3.
  2. Volgens eiser hebben de appelrechters niet wettig slechts een beperkt gedeelte van de door verweerder gerealiseerde meerwaarden bij de verkoop van de litigieuze aandelen in hoofde van verweerders belastbaar gesteld als diverse inkomsten op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje WIB92, zijnde het gedeelte van de meerwaarden dat voortvloeit uit het abnormaal beheer van het privévermogen, terwijl de op grond van deze bepaling geviseerde meerwaarden in hun geheel belastbaar zijn zodra wordt vastgesteld dat minstens een gedeelte van die meerwaarden voortkomt uit het abnormaal beheer van het privévermogen. In zoverre de appelrechters het bestaan vaststelden van meerwaarden die voortvloeien uit abnormale verrichtingen met betrekking tot het privévermogen, hebben zij bijgevolg niet wettig, met bevestiging van het vonnis van de eerste rechter, slechts het “niet proportioneel” of “abnormaal” gedeelte van de gerealiseerde meerwaarde belastbaar gesteld als divers inkomen, en het andere gedeelte niet wettig van belastingen vrijgesteld (Schending van de artikelen 90, 9°, eerste streepje en 102 WIB92). 3.
  3. Overeenkomstig artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92 zijn meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen, als diverse inkomsten belastbaar. Artikel 102 WIB92 bepaalt dat de in artikel 90, 9°, vermelde meerwaarden in aanmerking worden genomen naar het verschil tussen de in geld, in effecten of in enige andere vorm voor de overgedragen aandelen ontvangen prijs en de prijs waartegen de belastingplichtige of zijn rechtsvoorganger die aandelen onder bezwarende titel heeft verkregen. 3.
  4. Zoals eiser toelicht in de voorziening konden meerwaarden op aandelen die vóór 12 januari 2009 werden gerealiseerd en waarbij de realisatie werd aangemerkt als een abnormaal beheer van het privévermogen (zonder dat er sprake was van speculatie) op basis van artikel 90, 1° WIB92 worden belast. Het Hof oordeelde in zijn arrest van 30 november 2006 evenwel dat enkel het bedrag van de meerwaarden dat de belastingplichtige bijkomend heeft kunnen verkrijgen omwille van het abnormaal beheer, belastbaar is, m.a.w. enkel de winst of baten uit een dergelijke verrichting. Wanneer de verkoop van de aandelen aldus had plaatsgevonden voor een normale prijs, kon de gerealiseerde meerwaarde niet worden belast
(1). Als reactie op deze rechtspraak greep de wetgever, bij de invoering van de nieuwe fusiewet van 11 december 2008, in: meerwaarden die vanaf 12 januari 2009 werden gerealiseerd op aandelen, werden uit het toepassingsgebied gehaald van artikel 90, 1°, WIB92 en ondergebracht onder artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92
(2). Met de invoering van de nieuwe fusiewet werd de leer van het cassatiearrest van 30 november 2006 niet langer toegepast op meerwaarden op aandelen in privébezit. Terwijl de belastbare basis van artikel 90, 1° WIB92 beperkt bleef tot winsten en baten, werd de belastbare basis van 9° terug uitgebreid tot het volledige bedrag van de meerwaarden. In artikel 90, 9° is er expliciet sprake van meerwaarden en niet van winst of baten
(3). Eiser stelt met reden dat de bij de verkoop van aandelen gerealiseerde meerwaarden die niet voortkomen uit de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en die niet voortvloeien uit normale verrichtingen van privébeheer, op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje WIB92 belastbaar zijn en dit integraal. Ook wanneer meerwaarden, gerealiseerd bij de verkoop van aandelen, deels voortvloeien uit een normaal beheer van het privévermogen en deels voortvloeien uit een abnormaal beheer van het privévermogen, zijn de aldus gerealiseerde meerwaarden als diverse inkomsten in hun geheel belastbaar op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje WIB
  1. De artikelen 90, 9°, eerste streepje en 102 WIB92 staan immers niet toe om meerwaarden gerealiseerd op de verkoop van aandelen op te splitsen in, enerzijds, een belastbaar “abnormaal” of “buitenproportioneel” gedeelte, dat voortvloeit uit abnormale verrichtingen van privébeheer, anderzijds, een vrijgesteld “normaal” of “proportioneel” gedeelte, dat voortvloeit uit normale verrichtingen van privébeheer. Zodra is vastgesteld dat er sprake is van meerwaarden die deels voortvloeien uit abnormale verrichtingen van privébeheer, kunnen die meerwaarden enkel in hun totaliteit als diverse inkomsten worden belast op grond van artikel 90, 9° WIB92, zonder opsplitsing tussen een “normaal” en “abnormaal” gedeelte nu artikel 102 WIB92 duidelijk omschrijft wat voor de toepassing van artikel 90, 9° WIB92 onder meerwaarden op aandelen moet worden verstaan, met name het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs van de aandelen. Wanneer de realisatie van meerwaarden op aandelen gekoppeld kan worden aan abnormale verrichtingen van privébeheer vertoont de volledige bij de verkoop gerealiseerde meerwaarde voor de toepassing van artikel 90, 9°, eerste streepje WIB92 derhalve een abnormaal karakter, ook al zou er bij een normaal beheer van die aandelen een zekere, proportionele meerwaarde zijn gerealiseerd. De bij die verkoop gerealiseerde meerwaarden dienen dan volledig als het resultaat te worden beschouwd van die abnormale verrichtingen waardoor ze integraal belastbaar zijn op grond van artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB
  2. Het zou overigens praktisch bijzonder moeilijk zijn een onderscheid te maken tussen het abnormaal en normaal gedeelte van de gerealiseerde meerwaarden, zoals eiser terecht opmerkt. 3.
  3. Volgens de appelrechters blijkt uit de feiten dat verweerder “zonder dat het was gepland of voorzien, plots naar aanleiding van de uitkering van de verkoopopbrengst van de aandelen, proportioneel meer ontvangt dan hetgeen waarop hij volgens zijn participatie recht had.” (p. 25, laatste al.) De appelrechters oordelen tevens dat de eerste rechters terecht vaststelden “dat het niet normaal is dat de (verweerder) als gecertificeerd minderheidsaandeelhouder proportioneel gezien een hoger bedrag ontving uit de verkoop van de aandelen van de PRIMUS groep dan andere aandeelhouders, te meer daar dienaangaande vooraf geen aandeelhoudersovereenkomsten bestonden.” (p. 25, eerste al.) De appelrechters besluiten dat “dat deel van de meerwaarde wel [voortvloeit] uit een abnormale verrichting met betrekking tot het privévermogen van de [verweerders]” en dat de eerste rechter de meerwaarde die voortvloeit uit het abnormaal beheer van het privévermogen “terecht heeft aangemerkt als een divers inkomen zoals bedoeld in artikel 90, 9° WIB
  4. (p. 25, laatste al.) 3.
  5. De appelrechters stellen derhalve het bestaan vast van meerwaarden die niet voortvloeien uit normale verrichtingen van beheer van een privévermogen, maar nemen niettemin slechts een beperkt gedeelte van de door verweerder bij de verkoop van de aandelen gerealiseerde meerwaarden als diverse inkomsten in de zin van artikel 90, 9°, eerste streepje, WIB92 in aanmerking, met name het gedeelte ervan dat voortvloeit uit het abnormaal beheer van het privévermogen. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing m.i. niet naar recht. Het onderdeel komt mij gegrond voor.
  6. Besluit: Vernietiging. ______________________________________________________________________
(1)Cass. 30 november 2006, AR F.05.0066.F, AC 2006, nr. 614, ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061130.2
(2)Wet 11 december 2008 houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005, BS 12 januari 2009.
(3)Zie bv. TIBERGHIEN, Handboek voor fiscaal recht, 2017-2028, Kluwer, p. 339: “De wijziging van artikel 90, 1° WIB92 naar artikel 90, 9° WIB92 heeft volgende wijzigingen meegebracht: (…) het volledig bedrag van de meerwaarde wordt belast, en niet meer (zoals Cass. 30 november 2006) louter het abnormale deel”). PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251211.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251211.1N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061130.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.