← België

I.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251216.2N.34 Rolnummer: P.25.0063.N Zaak: I. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Unierecht Invoerdatum: 2026-01-06 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.34 Fiches 1 - 5 Voor de inperking van de tolkmogelijkheden voor de herstelexamens opgelegd op basis van artikel 38, § 6 Wegverkeerswet, ingevolge de artikelen 1, 14°, 32, § 3, eerste lid, en 39, § 8 KB Rijbewijs, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest, die inhouden dat het rijexamen alleen kan worden afgelegd in het Nederlands, Frans, Duits of Engels; met audiovertaling voor het theoretische rijexamen en met bijstand van een tolk voor het praktische rijexamen, worden de volgende redenen gegeven: 1) het besparen van kosten en de vereenvoudiging en rationalisering van de praktische organisatie van de rijexamens; 2) het verminderen van de fraudegevoeligheid van de getolkte rijexamens; 3) het bevorderen van de kennis van de officiële landstalen waardoor ook ingezet wordt op een betere integratie; 4) het verhogen van de veiligheid van de chauffeur, diens passagiers en de andere weggebruikers door het verplichten van een minimale kennis van de officiële landstalen of het Engels bij het afleggen van de rijexamens; en 5) en met betrekking tot de keuze voor het Engels als enige niet-officiële landstaal: het toegankelijk maken van het examen voor anderstaligen waarbij uit cijfermateriaal blijkt dat het Engels voorheen de meest gekozen taal was om het rijexamen met tolk af te leggen; gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie en het Gerecht van de Europese Unie over het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit of taal rijst de vraag of de voormelde regelgeving gerechtvaardigd is gelet op vermelde doelstellingen ten aanzien van EU-onderdanen die het Nederlands, Frans, Duits, noch het Engels als officiële landstaal hebben, aangezien voormelde regelgeving deze EU-onderdanen in een minder gunstige situatie plaatst dan Belgische onderdanen of EU-onderdanen die het Engels als officiële landstaal hebben, maar hen ondanks het verschil in nationaliteit of taal, toch gelijk behandelt; eveneens rijst de vraag of artikel 18.1 VWEU en artikel 21 Handvest Grondrechten EU aldus moeten worden uitgelegd dat zij, in een materie van Unierecht zoals de taal waarin herstelexamens worden afgelegd, zich verzetten tegen een nationale regelgeving waarbij het theoretisch en praktisch herstelexamen, ook in het kader van het afleggen van deze examens wegens een veroordeling voor een verkeersovertreding, zoals in het Vlaamse Gewest, enkel kunnen worden afgelegd in het Nederlands of, voor wat betreft het theoretische herstelexamen door middel van een audiovertaling in het Duits, Frans of Engels of, voor wat betreft het praktische herstelexamen, met bijstand van een tolk in één van die talen, maar niet, al dan niet met een tolk, in andere EU-talen kunnen worden afgelegd; het Hof stelt dan ook, vooraleer uitspraak te doen, bij toepassing van artikel 267 VWEU, aan het Hof van Justitie van de Europese Unie volgende prejudiciële vraag: “Moeten artikel 18.1 VWEU en artikel 21 Handvest Grondrechten EU aldus worden uitgelegd dat zij, in een materie van Unierecht zoals de taal waarin herstelexamens worden afgelegd, zich verzetten tegen een nationale regelgeving waarbij het theoretisch en praktisch herstelexamen, ook in het kader van het afleggen van deze examens wegens een veroordeling voor een verkeersovertreding, zoals in het Vlaamse Gewest enkel kunnen worden afgelegd in het Nederlands of, voor wat betreft het theoretische herstelexamen door middel van een audiovertaling in het Duits, Frans of Engels of, voor wat betreft het praktische herstelexamen, met bijstand van een tolk in één van die talen, maar niet, al dan niet met een tolk, in andere EU-talen kunnen worden afgelegd?”

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Artt. 1, 14°, 32, § 3, eerste lid, en 39, § 8 KB Rijbewijs, zoals van toepassing in het Vlaamse Gewest. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 18.1 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 21 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 14° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 32, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 39, § 8 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 18.1 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 21 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 14° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 32, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 39, § 8 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - PREJUDICIELE GESCHILLEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 18.1 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 21 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 14° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 32, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 39, § 8 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 18.1 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 21 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 14° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 32, § 3, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 39, § 8 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de conclusie P.25.0063.N Conclusie van advocaat-generaal Bart DE SMET: “De verenigbaarheid van de herstelexamens met het EU-recht in geval de veroordeelde bestuurder een EU-onderdaan is met onvoldoende kennis van het Nederlands, Frans, Duits of Engels (art. 38, § 6 Wegverkeerswet, artt. 32 en 39 KB Rijbewijs en artt. 18 en 20 Verdrag betreffende Werking van de Europese Unie)”. 1) Eiser, van Bulgaarse nationaliteit, wordt vervolgd wegens een snelheidsovertreding in Zaventem, Vlaams Gewest (143km/u op een weg met een snelheidsbeperking tot 100km/u), op 19 juni 2022, in staat van bijzondere herhaling, gelet op een eerdere veroordeling van de politierechtbank afd. Brugge van 12 juni 2020 wegens het besturen van een motorvoertuig zonder de verplichte aansprakelijkheidsverzekering (artt. 29, § 3, lid 1 en 2, en 38, § 6, lid 1, Verkeerswet (KB 16 maart 1968) en artikelen 5 en 68 Wegverkeersreglement (KB 1 december 1975)
(1). 2) De politierechtbank te Vilvoorde heeft eiser op verzet veroordeeld en hem een geldboete opgelegd van 640 euro, een rijverbod als straf van drie maanden, waarvan twee maanden met uitstel, met daaraan verbonden de vier beveiligingsmaatregelen. Het herstel van het recht tot sturen werd afhankelijk gemaakt van het slagen in een theoretisch en praktisch examen en het afleggen van een medisch en psychologisch onderzoek (art. 38, § 3, Wegverkeerswet). 3) Eiser stelde hoger beroep in met als grief ‘strafmaat’, in het bijzonder de opgelegde herstelexamens en -onderzoeken. In zijn beroepsconclusie zoals neergelegd ter griffie op 20 juni 2024 voerde hij aan dat hij “in de jaren 2000 met zijn gezin naar België is gekomen op zoek naar een beter leven”, maar de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal niet machtig is. Aangezien volgens artikel 32, § 3, KB Rijbewijs van 23 maart 1998 het theoretische en praktische rijexamen alleen kan worden afgelegd in één van deze drie officiële talen in België of in het Engels, met de hulp van een audiovertaling of tolk, zijn de herstelexamens in strijd met EU-normen met directe werking over het verbod van discriminatie op grond van taal of nationaliteit (art. 18 Verdrag Werking EU en artikel 21 Handvest Grondrechten EU). Gezien eiser alleen het Bulgaars of Turks beheerst, verkeert hij bij het ondergaan van herstelexamens in een minder gunstige positie dan een Belgische onderdaan of een EU-onderdaan met het Engels als landstaal in een vergelijkbare situatie. Met verwijzing naar o.a. het arrest Franco-Suisse Le Ski stelde eiser dat het de plicht is van de rechter om geen nationale wet toe te passen die in strijd is met een regel van internationaal of Europees recht die rechtstreeks toepasselijk is in de nationale rechtsorde
(2). Hij vroeg in hoofdorde om geen beveiligingsmaatregelen op te leggen, dus de toepassing van artikel 38, § 6, lid 1, Wegverkeerswet te weigeren, en in ondergeschikte orde om overeenkomstig artikel 267 Verdrag Werking van de EU volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie: “Zijn bepalingen van nationaal recht die de teruggave van het rijbewijs van een burger van de Europese Unie die onderdaan is van een andere lidstaat en die veroordeeld is voor een verkeersovertreding in het land waar hij verblijft, afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de burger slaagt voor rijexamens die hij niet mag afleggen in zijn nationale taal, overigens een officiële taal van de Europese Unie, of met bijstand van een tolk in die taal, in strijd met artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en/of artikel 21, lid 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, die elke discriminatie binnen de Europese Unie op grond van nationaliteit en/of taal verbieden?” 4) De correctionele rechtbank te Brussel heeft op 5 december 2024 het beroepen vonnis bevestigd en over het opleggen van de twee herstelexamens geoordeeld dat 1° eiser op dezelfde wijze wordt behandeld als andere EU-onderdanen die zich in een gelijke situatie bevinden, zodat er geen sprake is van enige vorm van discriminatie op basis van nationaliteit of taal, 2° de Engelse taal één van de meest gebruikte voertalen is binnen de EU en 3° er een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen EU-burgers zou ontstaan wanneer eiser, die al meer dan 20 jaar in België woont en werkt, een uitzondering zou kunnen verkrijgen op de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet (herstelexamens en -proeven) omdat hij (nog steeds) geen van de drie landstalen of de Engelse taal voldoende machtig is. Het verzoek tot het stellen van een prejudiciële vraag werd afgewezen omdat “het beslechten van het voorliggende geschil geen verdere uitleg over de verdragen of de handelingen van de Europese instellingen behoeft”. 5) Eiser in cassatie voert in zijn eerste middel aan dat het bestreden vonnis onverenigbaar is met het verbod van discriminatie op basis van nationaliteit of taal (artikel 18 Verdrag Werking EU (VWEU), artikel 21 Handvest Grondrechten EU en artikel 14 EVRM), omdat hij zich in een verschillende en minder gunstige situatie bevindt ten opzichte van andere EU-onderdanen met Engels als moedertaal en een Belgische onderdaan, die één van de drie officiële landstalen kan kiezen voor de herstelexamens. Een inbreuk op het vrij verkeer van personen in de EU (art. 20.2 VWEU) wordt niet aangevoerd. In zijn tweede middel voert eiser een schending aan van artikel 267 VWEU, aangezien de appelrechters weigerden om volgende prejudiciële vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie: “Schenden de bepalingen van nationaal recht van een lidstaat van de Europese Unie, die de teruggave van een rijbewijs – aan een onderdaan van een andere lidstaat die in eerstbedoeld land verblijft en die in dat land wegens verkeersovertredingen is veroordeeld – afhankelijk stellen van de voorwaarde dat die onderdaan eerst een theoretisch en praktisch examen dient af te legen, zonder dat hem evenwel wordt toegestaan dat examen af te leggen in zijn nationale taal, namelijk een officiële taal van de Europese Unie, of met behulp van een tolk die zijn nationale taal spreekt, artikel 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en/of artikel 21, eerste alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, die elke discriminatie binnen de Europese Unie op grond van nationaliteit en/of taal verbieden”? 6) In geval de rechter een rijverbod oplegt aan een bestuurder in staat van herhaling, moet het herstel van het recht tot sturen afhankelijk worden gemaakt van het slagen in een theoretisch examen, praktisch examen, medisch onderzoek en psychologisch onderzoek (art. 38, §§ 3 en 6, Wegverkeerswet). De verplichting om te slagen in de herstelexamens en -proeven heeft niet als doel om de bestuurder te bestraffen of leed te berokkenen, maar om de verkeersveiligheid te waarborgen en aldus de maatschappij te beschermen
(3). Voor het afleggen van het theoretische en praktische examen nodig voor het bekomen van het (Europees) rijbewijs of voor het herstel van het recht tot sturen (artt. 23 en 38 Wegverkeerswet) gelden dezelfde regels, uitgewerkt in het KB Rijbewijs van 23 maart 1998, zoals aangepast door Besluiten in elk van de drie Gewesten. 7) Voor het afleggen van de twee rijexamens in het Vlaams Gewest gelden volgende regels: Artikel 32, § 3, KB Rijbewijs, zoals gewijzigd door artikel 6, 3°, B. Vl. Reg 2 juli 2021 (BS 20 augustus 2021), zoals van toepassing vanaf 1 januari 2023, bepaalt: “Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, kan het theoretische examen met behulp van een audiovertaling afleggen.” Het gaat om een geïnformatiseerde vertaling met vooraf opgenomen audio-opnames van verschillende vragen van het examen in elk van de examencentra rijbewijs van het Vlaams Gewest, ter vervanging van het vroegere systeem van bijstand door een beëdigde tolk Frans, Duits of Engels. De instructies daarover stellen: “Het examen gebeurt via de computer met een vertaalsysteem waarbij de vragen eerst worden voorgelezen in het Nederlands en daarna in de taal van uw keuze (Frans, Duits of Engels). Omwille van de taalwetgeving zal de tekst op het scherm steeds in het Nederlands getoond worden. Om het theorie-examen af te leggen in een andere taal dan het Nederlands, betaalt u een toeslag”
(4). Artikel 39, § 8, KB Rijbewijs, zoals gewijzigd door artikel 12, 3° B. Vl. Reg 2 juli 2021, van toepassing vanaf 1 januari 2023: “Een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, mag het praktische examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Frans, Duits of Engels die door hem onder de beëdigde vertalers wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professioneel rijonderricht geven” (eerste lid)
(5)en “In afwijking van het eerste lid kan een kandidaat die het Nederlands niet machtig is, de proef gevaarherkenningstest tijdens het praktische examen voor categorie B met behulp van een audiovertaling afleggen.” (derde lid). Uit deze bepalingen volgt dat een kandidaat die alleen het Bulgaars machtig is één van de vier vermelde talen moet kiezen voor het afleggen van het praktisch rijexamen en zich mag laten bijstaan door een beëdigde tolk die zich alleen in één van deze talen uitdrukt. De kandidaat kan dus geen bijkomende tolk Bulgaars inschakelen om tijdens het praktisch rijexamen de instructies te begrijpen van de examinator gericht aan de gekozen beëdigde tolk Frans, Duits of Engels. Het is allicht ook praktisch moeilijk te realiseren dat de kandidaat tegelijk de wagen bestuurt met als passagiers een examinator, twee tolken en een meerderjarige begeleider (al dan niet verbonden aan de rijschool). 8) In de oorspronkelijke versie van het KB Rijbewijs van 23 maart 1998 (BS 1998) was de taalkeuze vrij soepel. Oud artikel 32, § 3, van dit KB bepaalde dat de kandidaat voor het theoretisch rijexamen die noch het Frans, noch het Nederlands, noch het Duits machtig is, het theoretisch examen mag afleggen, “bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum en door dit laatste wordt vergoed”. Voor de beperking van de kosten konden meerdere kandidaten die eenzelfde taal of idioom spreken en verstaan worden samengebracht voor een gezamenlijk examen, ten laatste twee maanden na de inschrijving (oud art. 32, § 3, KB Rijbewijs). Voor het praktisch rijexamen bepaalde oud artikel 39, § 8, KB Rijbewijs (BS 30 april 1998): “De kandidaat die, noch de Franse, noch de Nederlandse, noch de Duitse taal machtig is, kan zich op eigen kosten laten bijstaan door een tolk gekozen uit de beëdigde vertalers”. 9) Ingevolge de zesde Staatshervorming werden de drie Gewesten bevoegd voor deelaspecten van het verkeersbeleid, zoals “de reglementering inzake de scholing en examens betreffende de kennis en de vaardigheid die nodig zijn voor het besturen van voertuigen van elke categorie” (art. 6, § 1, XII, 6°, Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Instellingen, ingevoegd door art. 25 Bijzondere Wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de zesde staatshervorming, BS 31 januari 2014). In 2016 waren er in totaal 80 tolken actief in de examencentra in Vlaanderen en werden er in totaal 8.031 examens afgelegd met een tolk, waarbij ook niet-Europese talen werden toegestaan zoals het Turks en het Somalisch
(6). 10) Om redenen van efficiëntie en kostenbesparing achtte de Vlaamse Regering het nodig om vanaf 1 maart 2017 de bijstand van een tolk te beperken tot één van de officiële landstalen of het Engels
(7). Voor bepaalde talen kwam bijstand van een tolk tijdens het rijexamen amper voor. Het organiseren van rijexamens binnen een redelijke termijn in één van deze weinig gebruikte talen werd dan ook als praktisch moeilijk te realiseren bevonden
(8). 11) De Vlaamse Minister van Mobiliteit wees ook op andere redenen voor de vier beschikbare tolktalen, namelijk organisatorische redenen (beschikbaarheid van lokalen en examinatoren binnen de erkende examencentra), het verbeteren van de verkeersveiligheid, het uitsluiten van fraude tijdens de examens (aangezien sommige tolken de juiste antwoorden doorgaven aan de kandidaten in plaats van enkel te vertalen) en de aandacht voor de kennis van het Nederlands voor examens afgenomen in het Vlaamse Gewest
(9). Over dat laatste aspect stelde de Minister dat de ambitie voor het halen van een rijbewijs een perfecte motivatie en stimulans kan zijn voor iedereen om Nederlands te leren, wat ook de verkeersveiligheid ten goede komt
(10). In 2018 werden in Vlaanderen 1772 examens afgelegd in het Engels (slaagpercentage 34%), tegenover 46 in het Frans (slaagpercentage 26%) en geen enkele in het Duits
(11). Daarnaast wordt getracht de vragen in het Nederlands zo begrijpelijk mogelijk te formuleren
(12). Het aanbieden van het rijexamen in het Engels, met tolk, wordt beschouwd als tegemoetkoming aan kandidaten voor het rijbewijs, EU-burger of niet, die onvoldoende kennis hebben van één van de officiële landstalen in België. 12) De taalkeuze voor het afleggen van rijexamens in de andere Gewesten is eveneens aan beperkingen onderworpen. Artikel 32, § 3, eerste lid, KB Rijbewijs bepaalt voor het Waals Gewest (art. 8.1 Besluit Waalse Regering van 24 mei 2018, BS 22 juni 2018): “De kandidaat, die de Franse taal of de Duitse taal niet machtig is, kan het theoretisch examen in het Nederlands of het Engels afleggen, bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum en door de kandidaat betaald wordt”. Artikel 39, § 8, KB Rijbewijs bepaalt voor het Waalse Gewest: “De kandidaat, die noch de Franse, noch de Duitse taal machtig is, kan zich op eigen kosten laten bijstaan door een tolk in de Nederlandse taal of de Engelse taal gekozen uit de beëdigde vertalers door het examencentrum”. Voor het Duits kan de kandidaat zich wenden tot het examencentrum in Eupen, voor het Nederlands of Engels tot het examencentrum in Wandre of Couillet, met een opleg van 56 euro
(13). Artikel 3.1.4, eerste lid, Besluit Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 (BS 5 april 2018) bepaalt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: “Een kandidaat die het Nederlands of het Frans niet machtig is, mag het theoretisch examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Duits of Engels die onder de beëdigde tolken wordt gekozen door het examencentrum. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professionele scholing geven.” (eerste lid) en “Deze examens mogen derwijze georganiseerd worden dat meerdere kandidaten die eenzelfde taal spreken en verstaan, kunnen samengebracht worden; het examen mag niet meer dan twee maanden na de inschrijving plaatshebben” (derde lid). Artikel 3.2.3, eerste lid, van datzelfde besluit bepaalt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: “Een kandidaat die het Nederlands of Frans niet machtig is, mag het praktisch examen afleggen, bijgestaan door een tolk voor de talen Duits of Engels die door hem onder de beëdigde tolken wordt gekozen. De tolk wordt in alle gevallen door de kandidaat vergoed en mag geen betrekking uitoefenen in een erkende rijschool of op welke wijze ook professionele scholing geven”. 13) Problemen met de organisatie van de rijexamens binnen de vooropgestelde termijn van twee maanden, het verbeteren van de verkeersveiligheid en het uitsluiten van fraude werden eveneens ingeroepen door de Staatssecretaris Mobiliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Minister van Mobiliteit van het Waalse Gewest om de bijstand van een tolk tijdens het rijexamen te beperken tot het Frans, Nederlands, Duits en Engels
(14). De Brusselse Staatssecretaris achtte de beperkte taalkeuze ook verantwoord om de regels over het rijexamen af te stemmen op het Vlaamse en Waalse Gewest om te vermijden dat kandidaat-bestuurders “voor een rijbewijs gaan shoppen naar Brussel”, indien tolken in bijkomende talen toegelaten zouden zijn
(15). De keuze voor het Engels als enige andere taal dan een officiële taal in België werd verantwoord geacht om het rijexamen toegankelijk te maken voor anderstaligen, aangezien uit cijfermateriaal blijkt dat het Engels de meest gekozen taal is om het rijexamen met tolk af te leggen
(16). 14) De gewestelijke normen verschillen van deze van andere EU-lidstaten. Voor het praktisch rijexamen in Nederland kan de kandidaat een beroep doen op een beëdigde tolk naar keuze of op een begeleider die de gekozen taal en het Nederlands voldoende beheerst
(17). In Duitsland kan het theoretisch rijexamen in 12 talen worden afgelegd (o.a. Italiaans of Turks) bij bepaalde examencentra met bijstand van een erkende tolk, op kosten van de kandidaat (tot 100 euro)
(18). Voor het praktisch examen is evenwel geen tolk toegestaan, ook niet in het Engels
(19). 15) De vraag rijst of de actuele regeling voor rijexamens in België, in elk van de drie Gewesten, verenigbaar is met de beginselen van de Europese Unie, meer bepaald het verbod van discriminatie en het vrij verkeer van personen. - Artikel 20.2.a Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
(20)kent aan alle EU-burgers het recht toe om zich o.a. vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven. - Artikel 18, eerste lid, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt: “Binnen de werkingssfeer van de Verdragen en onverminderd de bijzondere bepalingen, daarin gesteld, is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden”
(21). Nationale bepalingen vallen reeds binnen de werkingssfeer van de Europese Unie, ook als het gaat om normen van straf(proces)recht, van zodra zij een negatief effect kunnen hebben op het vrij verkeer van goederen, diensten of personen in de Unie
(22). - Artikel 21.1 Handvest Grondrechten Europese Unie bepaalt
(23): “Iedere discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, is verboden”. - Artikel 21.2 Handvest Grondrechten EU voegt eraan toe dat binnen de werking van de Verdragen en onverminderd de bijzondere bepalingen ervan, iedere discriminatie op grond van nationaliteit verboden is. De waarborgen van het Handvest zijn slechts van toepassing op de EU-lidstaten wanneer zij het recht van de Europese Unie ten uitvoer brengen (art. 51.1 Handvest Grondrechten EU)
(24). De EG-Richtlijn 2004/38 bevat een aantal regels over het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familie in een andere lidstaat, voor korte of lange duur, maar geen verplichting om de officiële taal te leren van de Staat van verblijf
(25). In het Actieplan voor Integratie en Inclusie 2021-2027 van de Europese Commissie is bepaald: “EU-burgers met een migratieachtergrond kunnen niet worden onderworpen aan een inburgeringsplicht om toegang te krijgen tot de rechten die uit het EU-burgerschap voortvloeien”
(26), zoals vrij verkeer van personen en vestiging in een andere EU-lidstaat dan deze van de nationaliteit. Dit betekent dat EU-burgers dus niet kunnen worden verplicht tot een taalopleiding om onder andere een rijexamen af te leggen in de officiële taal van de verblijfsstaat. Het verplichte integratietraject voor nieuwkomers in het Vlaamse Gewest, dat bestaat uit onder meer taalopleidingen, is niet van toepassing op EU-burgers (art. 27, § 2 Vl. Decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie-en inburgeringsbeleid, BS 26 juni 2013). 16) Vervolgens stelt artikel 14 EVRM, van toepassing op lidstaten van de Raad van Europa: “Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moeten worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status”. Aangezien eiser niet verduidelijkt welk criterium van art. 14 EVRM van belang is om een mogelijke discriminatie te beoordelen en hoe en waarom het bestreden vonnis afbreuk zou doen aan deze waarborg, is het eerste middel m.i. onnauwkeurig geformuleerd en niet-ontvankelijk. 17) Uit de artikelen 3 en 4 Verdrag betreffende de Europese Unie en 2 tot 7 Verdrag Werking van de Europese Unie volgt dat de Europese Unie niet rechtstreeks bevoegd is voor het opleggen van straffen en beveiligingsmaatregelen naar aanleiding van verkeersinbreuken. Die bevoegdheid ligt bij de lidstaten, zij het dat de EU een ondersteunende en coördinerende rol speelt op het gebied van verkeersveiligheid
(27). In de EG-Richtlijn 2006/126 betreffende het rijbewijs van 20 december 2006
(28)is dan ook niet bepaald dat EU-lidstaten verplicht zijn het theoretisch of praktisch rijexamen aan te bieden in de taal van de kandidaat afkomstig van een andere lidstaat, tenzij die taal ook de officiële taal is in dat land van organisatie van het rijexamen. In de Preambule 15 is alleen bepaald: “Het is passend dat de lidstaten, om redenen die verband houden met de veiligheid van het wegverkeer, hun nationale bepalingen inzake de intrekking, schorsing, verlenging en nietigverklaring van het rijbewijs, kunnen toepassen op iedere houder van een rijbewijs die zijn gewone verblijfplaats op hun grondgebied heeft verworven”. Bijlage IV, punt 1.6 van de EG-Richtlijn 2006/126 over de “kwaliteit van de dienstverlening” houdt wel de verplichting in om duidelijk te communiceren aan de kandidaten voor het rijbewijs, naar inhoud en vorm, en om alle kandidaten met respect en gelijkheid te behandelen. De taal moet ook zijn afgestemd op de toehoorders en de context. 18) De EU-Commissaris voor Mobiliteit en Transport Apostolos Tzitzikostas gaf op 25 maart 2025 aan dat EU-Staten niet verplicht zijn in een nieuw voorgesteld systeem van erkenning van rijbewijzen om rijexamens te organiseren in een andere taal dan de officiële landstaal en dat EU-burgers niet het recht hebben op een tolk in de eigen taal bij het afleggen van een rijexamen. Als tegemoetkoming heeft de kandidaat wel de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden het rijexamen categorie B af te leggen in de EU-lidstaat van zijn nationaliteit in plaats van de EU-lidstaat van verblijf
(29). In het toekomstige systeem van rijbewijzen categorie B van art. 20.4 EU-Richtlijn 2025/2205 (van toepassing vanaf 26 november 2029) is deze aanpassing als volgt opgenomen, in Preambule 57: “De regel dat rijbewijzen alleen door de lidstaat van gewone verblijfplaats mogen worden afgegeven, kan in sommige gevallen een onevenredige taalbarrière vormen. Daarom moet het in gevallen waarin het in de lidstaat van gewone verblijfplaats niet mogelijk is de examens af te leggen in de officiële taal van de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is, voor de aanvrager mogelijk zijn het theorie-examen of het praktische examen, of beide, af te leggen in de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is. Die afwijking mag de lidstaten niet beletten op te treden tegen misbruik dat of fraude die zich met de nieuwe flexibiliteit zou kunnen voordoen”
(30). De regels van Bijlage IV, punt 6 EG-Richtlijn 2006/126 over een duidelijke communicatie naar inhoud en vorm, en een taal afgestemd op de toehoorders en de context, werd in de EU-Richtlijn 2025/2205 behouden. Over de beperking van de rijbevoegdheid stelt artikel 20.3, tweede lid, van deze Richtlijn: “De lidstaten zorgen ervoor dat alle voorwaarden die zij opleggen opdat een persoon de rijbevoegdheid of zijn of haar rijbewijs kan terugkrijgen, dan wel de erkenning van de geldigheid van zijn of haar rijbewijs kan terugkrijgen of een nieuw rijbewijs kan aanvragen, evenredig en niet-discriminerend zijn ten opzichte van houders van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs en dat die op zichzelf niet leiden tot een weigering voor onbepaalde tijd om een rijbewijs af te geven of een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs te erkennen”. 19) Een verschil in behandeling van EU-burgers volgens criteria als nationaliteit en taal betekent niet noodzakelijk een inbreuk op het verbod van discriminatie. Een dergelijk onderscheid kan immers objectief gerechtvaardigd zijn, dit is als de rechtvaardiging van het onderscheid berust op objectieve overwegingen die losstaan van criteria zoals nationaliteit en taal en die evenredig zijn aan de rechtmatige doelstellingen van het nationale recht
(31). 20) Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie komen volgende beginselen naar voor: - Wanneer een burger van een EU-lidstaat de keuze heeft tussen meerdere talen in rechtszaken, moet die keuzevrijheid ook worden toegekend aan andere EU-onderdanen
(32). - Lidstaten mogen maatregelen nemen om het gebruik van de officiële taal of talen te bevorderen en beschikken over een beoordelingsmarge om die doelstelling te bereiken. Overeenkomstig de artikelen 3 en 4 Verdrag betreffende de Europese Unie eerbiedigt de Unie haar rijke verscheidenheid van cultuur en taal en eveneens de nationale identiteit van haar lidstaten, waartoe de bescherming behoort van officiële landstaal van de lidstaat
(33). - Beperkingen op het toelaten van andere EU-talen, die het recht op vrij verkeer van personen in de EU belemmeren, mogen echter niet verder gaan dan wat noodzakelijk is voor het bereiken van de legitieme doelstelling van promotie van de officiële landstaal
(34). - Het strafrecht en het strafprocesrecht behoren in het algemeen weliswaar tot de bevoegdheid van de lidstaten, doch het EU-recht stelt grenzen stelt aan die bevoegdheid. Nationale bepalingen in die materie mogen namelijk niet leiden tot discriminatie van personen aan wie het gemeenschapsrecht het recht op gelijke behandeling toekent, noch de door het gemeenschapsrecht gewaarborgde fundamentele vrijheden beperken
(35). - Redenen van kostenbesparing of administratieve vereenvoudiging zijn op zich geen voldoende reden voor een maatregel die beperkingen oplegt aan het vrij verkeer van personen, goederen, diensten of werknemers in de Europese Unie
(36). Een beperking op het gebruik van talen in bestuurlijke of rechterlijke aangelegenheden in een EU-lidstaat is alleen gerechtvaardigd als zij is gebaseerd op objectieve overwegingen die losstaan van de nationaliteit of de taal van de betrokken personen en evenredig zijn aan de rechtmatige doelstellingen van het nationale recht
(37). - EU-normen over het gebruik van talen kunnen niet worden beschouwd als de uitdrukking van een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht dat elke burger kan eisen dat alles wat zijn belangen zou kunnen raken, onder alle omstandigheden in zijn eigen taal wordt gesteld
(38). Vanuit die optiek zou het aanbieden van het rijexamen in een andere taal dan de officiële taal geen verplichting zijn, maar enkel een tegemoetkoming voor EU-burgers die de officiële taal van het land waar zij verblijven nog niet machtig zijn. Die tegemoetkoming zou dan beperkt kunnen blijven tot een courante taal zoals het Engels. - Zelfs in materies van afhandeling van zaken door EU-instanties, zoals de bevoegde diensten in het merkenrecht, mogen diensten worden aangeboden aan de rechtsonderhorige in een taal behorend tot de meest verbreide talen binnen de EU, zoals het Engels. Deze beperking houdt dan een passende en evenredige beleidskeuze in
(39). Uit diverse documenten van EU-instellingen zelf blijkt dat het Engels de meest gesproken tweede taal is van EU-burgers en de voorkeur geniet als taal voor onderlinge contacten tussen EU-burgers die verschillende talen spreken
(40). 21) Vermelde EU-rechtspraak lijkt mij echter onvoldoende houvast te bieden om aan te nemen, zoals de appelrechters in deze zaak, dat eiser wordt behandeld als andere EU-onderdanen die zich in een gelijke situatie bevinden en dat de selectie van alleen een officiële landstaal of het Engels voor het afleggen van het theoretisch en praktisch rijexamen geen ongelijke behandeling inhoudt op grond van nationaliteit of taal. Een EU-burger die één van onze landstalen niet machtig is, maar wel het Engels, heeft immers een voordeel bij het afleggen van een rijexamen als beveiligingsmaatregel na een veroordeling in België. Zo kunnen onderdanen van Ierland en Malta, waar Engels de officiële landstaal is
(41), een rijexamen in België afleggen met bijstand van een tolk Engels. Verder hebben EU-onderdanen van een lidstaat waar het Nederlands, Frans of Duits de officiële taal is een voordeel bij het afleggen van een rijexamen in België ten opzichte van onderdanen uit EU-lidstaten die deze taal niet als officiële taal hebben. Deze eerste categorie van EU-onderdanen kunnen, naargelang het Gewest, de rijexamens afleggen in het Nederlands, Frans of Duits, al dan niet met bijstand van een tolk. EU-onderdanen die onvoldoende kennis hebben van het Nederlands, Frans, Duits of Engels, en een rijexamen in één van de Gewesten willen of moeten afleggen (voor het herstel van het recht tot sturen van een motorvoertuig) zijn genoodzaakt één van deze vier talen te kiezen en zich door een beëdigde tolk in één van deze vier talen te laten bijstaan. 22) Men kan zich afvragen of de barrière van een tolk beperkt tot één van de vier talen niet te hoog is en een vorm van discriminatie inhoudt op grond van taal of nationaliteit, wat indruist tegen het verbod van discriminatie op grond van onder meer taal en nationaliteit (art. 18 VWEU en 21 Handvest Grondrechten EU). Ook is er m.i. discussie mogelijk over de vraag of de beperkte taalkeuze voor rijexamens in elk van de Gewesten in België een gerechtvaardigde dan wel disproportionele beperking inhoudt op het vrij verkeer van personen in de EU (art. 20 VWEU), met als component de vrije vestiging van een EU-onderdaan in elke EU-lidstaat (EG-Richtlijn 2004/38). 23) Het Engels is een officiële taal in Ierland en Malta en wordt vaak als enige werktaal gebruikt in enkele EU-instellingen, maar heeft geen bijzonder status. Engels is niet de officiële taal van de EU en er bestaat geen rangorde van talen in de EU, wat betreft de verhouding tussen instellingen en EU-burgers. Het is m.i. niet duidelijk of een EU-lidstaat aan het vrij verkeer van personen en het verbod van discriminatie op grond van taal of nationaliteit voldoet door diensten aan te bieden in alleen de officiële landstaal en in het Engels, ten behoeve van EU-burgers die de officiële landstaal/landstalen onvoldoende machtig zijn. 24) Bovendien rijst de vraag of de doelstelling van fraudebestrijding tijdens de rijexamens niet kan worden bereikt op andere manieren dan door de erkenning van slechts vier talen. Vooral tijdens het theoretisch rijexamen kan het gebruik van audiovertaling (in alle EU-talen) een alternatief bieden. Er is dan geen gevaar meer van een tolk die antwoorden influistert zonder dat de examinatoren, die doorgaans alleen kennis hebben van een officiële landstaal of het Engels, deze fraude kunnen opmerken. Houdt het aanbieden van een examen met audiovertaling in enkele of alle erkende rijexamencentra in alle officiële talen van de EU een te zware kost in voor de lidstaten of hun deelstaten/gewesten? Daarbij is op te merken dat in Vlaanderen momenteel alleen een audiovertaling bestaat voor het Frans, Duits of Engels. 25) Voor het praktisch rijexamen is er allicht minder bezwaar tegen de beperking tot vier talen, al blijft er m.i. ruimte voor discussie. Wanneer de examinator de taal van de kandidaat-bestuurder geheel niet begrijpt en alleen via de beëdigde tolk kan communiceren, kan in gevaarlijke situaties reactietijd verloren gaan, met een groter risico op verkeersongevallen. Er kan sneller worden ingegrepen bij een onverantwoorde rijstijl als de kandidaat één van de officiële talen of het Engels voldoende beheerst. Bovendien bestaat er een gevaar voor fraude en bijgevolg de verkeersveiligheid als de gekozen tolk in plaats van de kandidaat antwoordt op vragen van de examinator over o.a. verkeersregels of technische vereisten voor het besturen van het voertuig, zonder dat de examinator deze fraude kan opmerken. 26) Bijgevolg rijst de vraag of de redenen die in elk van de Gewesten zijn aangehaald voor de beperking van de taal en bijstand van een tolk voor het afleggen van een theoretisch en/of praktisch rijexamen een gerechtvaardigde beperking inhouden op het vrij verkeer van personen en verenigbaar zijn met het verbod van discriminatie op grond van taal en nationaliteit. Is de beperkte taalkeuze evenredig is aan de rechtmatig nagestreefde doelstelling(en), zodat er geen sprake is van discriminatie? Deze vragen lijken mij relevant voor de beoordeling van de cassatiemiddelen en kunnen slechts worden beantwoord door uitlegging van artikelen 18.1 en 20.2 VWEU en eventueel artikel 21 Handvest Grondrechten EU, waarvoor het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd is. 27) Volgens artikel 267.3 Verdrag betreffende Werking Europese Unie zijn rechtscolleges die uitspraak doen in laatste aanleg verplicht een opgeworpen prejudiciële vraag over de toepassing van het EU-recht te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Niettemin valt die verplichting weg als 1° de interpretatie van de EU-norm duidelijk is of geen ruimte laat voor redelijke twijfel, 2° de vraag niet relevant is voor de zaak waarover de nationale rechter uitspraak moet doen of 3° de relevante Uniebepaling reeds door het Hof van Justitie is uitgelegd
(42). Over het aspect van een duidelijke norm stelde uw Hof dat er grond is voor een prejudiciële vraag “wanneer de correcte toepassing van het recht van de Europese Unie zozeer voor de hand ligt dat zij geen ruimte laat voor redelijke twijfel”
(43). Geen van deze beperkte weigeringsgronden lijkt mij van toepassing in deze zaak. 28) Conclusie. Ik meen dat het aangewezen voorkomt een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie over de taalkeuze voor rijexamens. Aangezien in de door eiser voorgestelde vraag geen melding wordt gemaakt. van de keuze tussen het Nederlands, Frans, Duits en Engels voor het afleggen van een rijexamen in elk Gewest, met of zonder audiovertaling, lijkt mij volgende prejudiciële vraag gepast: “Moeten de artikelen 18.1 en 20.2 Verdrag betreffende de Werking Europese Unie en eventueel artikel 21 Handvest Grondrechten Europese Unie aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regelgeving waarbij het theoretisch en praktisch examen voor het behalen van het rijbewijs nodig voor het herstel van het recht tot sturen na een veroordeling wegens een verkeersovertreding enkel kan worden afgelegd in het Nederlands, Frans, Duits of Engels, al dan niet met bijstand van een tolk in slechts één van die talen (waarbij evenwel het theoretisch rijexamen in het Vlaams Gewest kan worden afgelegd met audiovertaling in het Duits, Frans of Engels) en deze beperkte taalkeuze wordt opgelegd aan een EU-burger die stelt geen van deze vier talen voldoende te beheersen en verblijft in de lidstaat van organisatie van het rijexamen”? _________________________________________________________________
(1)Met dank aan Dr. Sanne JANSEN, referendaris bij het Hof van Cassatie, voor haar medewerking bij het opzoeken van juridische bronnen en de voorbereiding van deze tekst.
(2)Cass. 27 mei 1971, Pas. 1971, I, 886.
(3)Cass. 24 april 2024, AR P.23.1778.F, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240424.2F.9; GwH 28 mei 2019, arrest 88/2019, www.const-court.be
(4)Document “Examen afleggen in een vertraagde zitting of met een tolk?” van het overkoepelend orgaan GOCA Vlaanderen, www.gocavlaanderen.be.
(5)Zie ook www.vlaanderen.be/mobiliteit-en-openbare-werken/auto-en-motor/rijbewijzen-en-rijopleiding De kosten voor de bijstand van een erkende tolk zijn ten laste van de kandidaat-bestuurder (www.aibv.be).
(6)Antwoord op de Schriftelijke vraag nr. 1661 betreffende “Theoretisch rijexamen voor anderstaligen – Hulp van tolk” van dhr. PARYS L. aan minister WEYTS B., Vlaams Parlement, 11 augustus 2017, www.vlaamsparlement.be.
(7)Nota Vlaamse minister van Mobiliteit Ben WEYTS van 28 oktober 2016, VR 2016, 2810 DOC 1184/IBIS, www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/beslissingen-van-de-vlaamse-regering/vernieuwde-rijopleiding, p. 2: “De voorbije vijf jaren kregen kandidaten tijdens het rijexamen bijstand van een tolk voor niet minder dan 28 verschillende talen. Dit houdt een aanzienlijke extra werk- en organisatielast en bijgevolg ook kosten in voor de erkende rijexamencentra. Om redenen van kostenbeheersing en efficiëntieverbetering voor de examencentra beperkt het ontwerp van besluit de mogelijkheid van bijstand van een tolk tijdens het rijexamen”; Nota Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia PEETERS van 5 maart 2021, VR 2021 0503 DOC 0219/1BIS, p. 2 “Alle kandidaten zullen verder eenzelfde vertaling krijgen, wat met een tolk niet altijd het geval is. Bovendien zal fraude door tolken, waar gevallen van bekend zijn, onmogelijk worden. Er is ten slotte ook een organisatorische winst voor de examencentra” www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/beslissingen-van-de-vlaamse -regering/rijopleiding-en-examens-wijzigingsbesluit en Nota Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia PEETERS van 7 mei 2021, VR 2021 0705 DOC 0519/1BIS, p. 11 (gelijkaardige overweging) en met als perspectief (p. 4): “Eens de audiovertaling voor het Frans, Duits en Engels in de praktijk is gebracht, kan overwogen worden om het aantal talen uit te breiden…..Enkel talen die meermaals worden gevraagd zullen het voorwerp van een vertaling in functie van examen met audiovertaling kunnen uitmaken”, www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/beslissingen-van-de-vlaamse -regering/rijopleiding-en-examens-wijzigingsbesluit-0.
(8)Antwoord op de Schriftelijke vragen nr. 848 en nr. 1661 betreffende “Theoretisch rijexamen voor anderstaligen – Hulp van tolk” van dhr. PARYS L. aan minister WEYTS B., Vlaams Parlement, 17 maart 2016 en 11 augustus 2017, www.vlaamsparlement.be; Antwoord op de Schriftelijke vraag nr. 622 over het Theoretisch rijexamen-Anderstaligen van mevr. MOERENHOUT A. aan de ministers HOMANS L. en WEYTS B., VLAAMS PARLEMENT, 27 februari 2019, www.vlaamsparlement.be.
(9)Zie Antwoord van Vlaams Minister van Mobiliteit WEYTS B. op parlementaire vragen, VLAAMS PARLEMENT, vergadering van 17 maart 2016 (Doc nr. 848) en vergadering van 28 maart 2019 (Doc nr. 942), www.vlaamsparlement.be.
(10)Zie het antwoord op de Vraag om uitleg over het beperken van de tolkenondersteuning voor anderstaligen bij het afleggen van een theoretisch rijexamen van mevr. TURAN G. aan minister WEYTS B., Vlaams Parlement, 2018-19, vergadering van 28 maart 2019 (Doc nr. 942), www.vlaamsparlement.be.
(11)Antwoord op de Schriftelijke vraag nr. 622 over het Theoretisch rijexamen-Anderstaligen van mevr. MOERENHOUT A. aan de ministers HOMANS L. en WEYTS B., Vlaams Parlement, 27 februari 2019, p. 2, www.vlaamsparlement.be.
(12)Antwoord op de Schriftelijke vraag nr. 622 over het Theoretisch rijexamen-Anderstaligen van mevr. MOERENHOUT A. aan de ministers HOMANS L. en WEYTS B., Vlaams Parlement, 27 februari 2019, p. 3, www.vlaamsparlement.be, “Het is inderdaad niet altijd gemakkelijk voor kandidaten met slechts een basisbegrip van het Nederlands om te slagen voor het theoretisch examen. De vragen worden permanent gescreend en de formuleringen wordt aangepast met het oog op begrijpbaarheid. Dit komt zowel van oorsprong anderstaligen als Nederlandstaligen die minder taalvaardig zijn, ten goede”.
(13)www.readytoroad.be; www.autosecurité.be.
(14)Zie het antwoord op de Mondelinge vraag betreffende “De beperking van het aantal talen voor tolken bij rijexamens tot enkel Frans, Engels en Duits” van dhr. DE LILLE B. aan Brussels Staatssecretaris DE BAETS B., Brussels hoofdstedelijk parlement, commissie infrastructuur, 14 mei 2018, www.weblex.brussels.be; het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 251 over “La traduction de l’examen théorique du permis de conduire” van 23 november 2016 van mevr. DE BUE V. aan minister PRÉVOT M., Waals Parlement, 2 december 2016, www.parlement-wallonie.be en antwoord op de schriftelijke vraag nr. 104 over “les difficultés d’accès à l’examen théorique du permis de conduire pour des non francophones” van dhr. BAURAIN P. aan minister DI ANTONIO C., Waals Parlement, 12 november 2018, www.parlement-wallonie.be en het antwoord op de schriftelijke vraag nr. 70 van dhr. SCHONBRODT L., aan Waals minister voor Verkeersveiligheid DE BUE C., Waals Parlement, 15 januari 2024, www.parlement-wallonie.be.
(15)Zie het antwoord op de Mondelinge vraag betreffende “De beperking van het aantal talen voor tolken bij rijexamens tot enkel Frans, Engels en Duits” van dhr. DE LILLE B. aan Brussels Staatssecretaris DE BAETS B., Brussels hoofdstedelijk parlement, commissie infrastructuur, 14 mei 2018, www.weblex.brussels.be.
(16)Antwoord op de schriftelijke vraag nr. 210 betreffende ‘het afleggen van het rijexamen met behulp van tolken’ van dhr. DESTEXHE A. aan Brussels Staatssecretaris DE BAETS B., Brussels hoofdstedelijk parlement, 15 november 2016, www.weblex.brussels.be en antwoord van dezelfde Staatssecretaris op de mondelinge betreffende “De beperking van het aantal talen voor tolken bij rijexamens tot enkel Frans, Engels en Duits” van DE LILLE B., Brussels hoofdstedelijk parlement, commissie infrastructuur, 14 mei 2018, www.weblex.brussels.be.
(17)www.cbr.nl/veel-gestelde-vragen/mag-ik-een-tolk-meenemen-naar-mijn-praktijkexamen (CBR is het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, de instantie die in Nederland de verkeersbewijzen organiseert, in opdracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat).
(18)www.fuehrerschein-zentral.de/theoriepruefung-mit-uebersetzer-wer-hat-anspruch-darauf.
(19)www.tev-nord.de/de/wissel/explore/wie-gehts-zum-fuhrerschein.
(20)Geconsolideerde versie van 7 juni 2016, Publicatieblad C-202/3, www.eur-lex.europa.eu.
(21)Over de toepassing van vermeld art. 18 in de interne rechtsorde van de EU-lidstaten zie ALEN A. en MUYLLE K., Handboek van het Belgisch staatsrecht, Kluwer 2011, 901; DE BAERE G. en MEEUSEN J., Grondbeginselen van het recht van de Europese Unie, Intersentia 2020, 210-211; LENAERTS K. en VAN NUFFEL P., Europees recht, Intersentia 2023, 114-117.
(22)Zie hierover HvJ 24 november 1998, Bickel en Franz, C-274/96, al. 14-19, www.curia.europa.eu.
(23)Geconsolideerde versie van 7 juni 2016, Publicatieblad C-202/189, www.eur-lex.europa.eu.
(24)HvJ 10 oktober 2019, Krah t/Universiteit van Wenen, C-703/17, al.18, www.curia.europa.eu; Cass. 24 april 2024, AR P.23.1778.F ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240424.2F.9 (over herstelexamens), Cass. 28 februari 2017, AR P.16.0261.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.3, AC 2017, nr. 139; VAN DER JEUGHT S., EU language law, Europa Law Publ. 2025, 65.
(25)EG-Richtlijn 2004/38 van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG, Publicatieblad 30 april 2004, L 158/77, www.eur-lex.europa.eu. Over het verblijfsrecht zie ook HvJ 2 juni 2016, Bogendorff von Wolffersdorff, C-438/14, al.32-33, www.curia.europa.eu.
(26)Actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027, Mededeling van de Europese Commissie van 24 november 2020, p. 1, voetnoot 2, www.eur-lex.europa.eu.
(27)Voorbeeld is de EU-Richtlijn 2015/413 van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerateerde verkeersovertredingen, Publicatieblad van 13 maart 2015, L-68/9, www.eur-lex.europa.eu. Zie ook Preambule 2 EU-Richtlijn 2025/2205 en Cass. 24 april 2024, AR P.23.1778.F, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240424.2F.9 (over de verenigbaarheid van regels over herstelexamens met artikel 4 Handvest Grondrechten EU over het verbod op onmenselijke en vernederende behandelingen).
(28)Publicatieblad van 30 december 2016, L-403/16, www.eur-lex.europa.eu. Als rechtsgrond wordt in punt 2 Preambule aangehaald: “De voorschriften betreffende het rijbewijs zijn onontbeerlijke elementen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, dragen bij tot de veiligheid van het wegverkeer en vergemakkelijken het vrije verkeer van personen die zich in een andere lidstaat vestigen dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven. Gezien het belang van individuele vervoermiddelen, bevordert het bezit van een door de gastlidstaat naar behoren erkend rijbewijs aldus het vrije verkeer van personen”.
(29)Directorate-General for mobility and transport, 25 maart 2025, www.transport.ec.europa.eu/news-events/news/commission-welcomes-provisional-agreement-modernised-driving-licences-rules: “Allowing citizens to obtain their driving licence in their home Member State under certain conditions . Taking your driving licence should not be a language exam. Therefore, the new rules will allow citizens to obtain their driving licence in their Member State of citizenship in case the Member State they live in does not provide interpretation or translation in their (EU) language, when they wish to acquire their first category B (passenger car) driving licence”. (vrije vertaling): “Het mogelijk maken voor burgers om onder bepaalde voorwaarden hun rijbewijs te verkrijgen in hun eigen lidstaat. Het behalen van je rijbewijs mag geen taalexamen zijn. Daarom zullen de nieuwe regels burgers toestaan hun rijbewijs te verkrijgen in hun lidstaat van nationaliteit, indien de lidstaat waar zij wonen geen vertaling of tolkdiensten aanbiedt in hun (EU-)taal wanneer zij hun eerste rijbewijs categorie B (personenauto) willen behalen”.
(30)EU-Richtlijn 2025/2205 betreffende het rijbewijs, tot wijziging van de Verordening (EU) 2018/1724 en Richtlijn (EU) 2022/561 en tot intrekking van Richtlijn 2006/126/EG en Verordening (EU) 383/2012, Publ. 5 november 2025, www.eur-lex.europa.eu.
(31)HvJ 8 september 2009, Liga Portuguesa de Futebol Profissional en Bwin International, C 42/07, al. 60-61 (over kansspelen); HvJ 16 december 2010, Marc Michel Josemans t/Burgemeester van Maastricht, C-137/09, al. 58-60 (over beperkingen op het drugtoerisme in coffeeshops), HvJ 2 juni 2016, Bogendorff von Wolffersdorff, C-438/14, al. 48 (over naamkeuze) HvJ (grote kamer) 4 oktober 2024, Mirin, C-4/23 (over wijziging van genderidentiteit), www.curia.europa.eu; DE BAERE G. en MEEUSEN J., Grondbeginselen van het recht van de Europese Unie, Intersentia 2020, 210; LENAERTS K. en VAN NUFFEL P., Europees recht, Intersentia 2023, 117; VAN DER JEUGHT S., EU language law, Europa Law Publ., 2025, 104-105.
(32)HvJ 24 november 1998, Bickel en Franz, C-247/96 en HvJ 24 maart 2014, Grauel Rüffer, C-322/13, www.curia-europa.eu (over de regeling in de Italiaanse procedure Alto Adige (Bolzano)/Süd Tirol, die de keuze laat tussen het Italiaans en het Duits in rechtszaken, ook EU-burgers die niet de Italiaanse nationaliteit hebben maar zich beter in het Duits uitdrukken, moeten in die regio de keuze hebben het Duits als procestaal aan te wenden).
(33)HvJ 12 mei 2011, Rumevic-Vardyn en Wardyn, C-391/09, al. 86, HvJ 16 april 2013, Las t/PSA Antwerp NV, C-202/11, al. 26-31, www.curia.europa.eu.
(34)HvJ 28 november 1989, Anita Groener t/Minister for education and the city of Dublin Vocational Educational Committee, C-379/87, al. 18-19; HvJ 12 mei 2011, Rumevic-Vardyn en Wardyn, C-391/09, al. 86-87; HvJ 16 april 2013, Anton Las t/PSA Antwerp nv, C-202/11, al. 25-27, www.curia.europa.eu Over de vereiste van evenredigheid van een maatregel die een beginsel van EU-recht beperkt zie ook HvJ 16 december 2010, Marc Michel Josemans t/Burgemeester van Maastricht, C-137/09, al. 65 en 83.
(35)HvJ 24 november 1998, Bickel en Franz, C-247/96, al. 17, www.curia.europa.eu.
(36)HvJ 17 maart 2005, Kranemann t/Land Nordrhein Westfalen, C-109/04, al. 34; HvJ 1 maart 2012, O’Brien, al. 66; HvJ 27 maart 2014, Grauel Rüffer, C-322/13, al. 25, www.curia.europa.eu.
(37)HvJ 24 november 1998, Bickel en Franz, C-247/96, al. 27; HvJ 27 maart 2014, Grauel Rüffer, C-322/13, al. 23, www.curia.europa.eu.
(38)HvJ 9 september 2003, Kik t/Office for harmonization in the internal market (Trade Marks and Designs), C-361/01, al. 82, www.curia.europa.eu.
(39)HvJ 9 september 2003, Kik t/Office for harmonization in the internal market (Trade Marks and Designs), C-361/01, al. 94; VAN DER JEUGHT S., EU language law, Europa Law Publ., 2025, 64-65.
(40)VAN DER JEUGHT S., EU language law, Europa Law Publ., 2025, 90-91 en 150 met verwijzing naar o.a. het document Commission staff working paper 1234/2002, de Special Eurobarometer 2024 en de beslissingen in 2020 van Europol en het College of the European Public Prosecutor (EPPO) om het Engels als enige werktaal te gebruiken.
(41)VAN DER JEUGHT S., EU language law, Europa Law Publ., 2025, 110-111.
(42)HvJ 6 oktober 1982, Cilfit e.a. t/Ministerio della Sanità, C-283/81; HvJ 15 juni 2005, Intermodal Transports, C-495/03; HvJ 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management et Catania Multiservizi, C-561/1; HvJ (grote kamer) 4 oktober 2024, Mirin, C-4/23, al.32-33 www.curia.europa.eu; Cass. 23 juni 2020, AR P.20.0020.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.2, AC 2020, nr. 436; Cass. 27 mei 2020, AR P.20.0516.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200527.2F.5, AC 2020, nr. 326; Cass. 19 mei 2016, AR C.13.0256.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160519.2, AC 2016, nr. 330 met concl. van advocaat-generaal A. VAN INGELGEM; Cass. 11 maart 2015, AR P.14.1677.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150311.3, AC 2015, nr. 183; Cass. 29 april 2003, AR P.02.1459.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8, AC 2002, nr. 268; CORTHAUT T., “Help! Een prejudiciële vraag? Een eerste hulpdoos bij prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie” in Het recht van de Europese Unie en de Belgische rechter, Bruylant 2016, 115-142
(119); LENAERTS K. en VAN NUFFEL P., Europees recht, Intersentia 2017, 644-647; LENAERTS K. en ADAM S., “Le dialogue préjudiciel entre la Cour de justice et les juridictions suprêmes et constitutionnelles des Etats membres” in Het Hof van Cassatie in dialoog, Liber amicorum Beatrijs Deconinck & André Henkes, Larcier 2024, 629-651.
(43)Cass. 27 mei 2020, AR P.20.0516.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200527.2F.5, AC 2020, nr. 326; Cass. 11 maart 2015, AR P.14.1677.F ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150311.3, Pas. 2015, nr. 183, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251216.2N.34 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.34 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150311.3 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160519.2 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200527.2F.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200623.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240424.2F.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.