← België

V.C.D. nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.13 Rolnummer: P.25.1511.N Zaak: V.C.D. nv Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-01-09 Raadplegingen: 702 - laatst gezien 2026-06-18 06:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 67ter, vierde lid, Wegverkeerswet verplicht de rechtspersoon, alsook de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, als kentekenplaathouder of houder van het voertuig de nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan de in artikel 67ter, eerste tot derde lid, Wegverkeerswet opgenomen verplichtingen; deze bepaling laat de betrokken rechtspersoon en natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt niet toe om zich aan die verplichting te onttrekken door de verantwoordelijkheid voor de met het voertuig begane overtreding op zich te nemen

(1).
(1)Over de informatieplicht die voortvloeit uit art. 67ter, vierde lid, Wegverkeerswet, zie Cass. 4 maart 2025, AR P.24.0766.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.8; Cass. 11 januari 2022, AR P.21.1259.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.8; Cass. 9 november 2021, AR P.21.0894.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.3; C. DE ROY, “De verplichting tot identificatie van de bestuurder van een voertuig op grond van artikel 67ter Wegverkeerswet: het Hof van Cassatie verzet de bakens”, RABG 2022, 634-
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67ter, vierde lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1511.N
  2. V. D., beklaagde, eiseres,
  3. V.C.D. nv, met zetel te 1500 Halle, Edingsesteenweg 20, ON 0404.062.903, beklaagde, eiseres, beiden met als raadsman Mick Brichaux, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 9 oktober
  4. De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 67ter, eerste en vierde lid, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat de eiseressen niet hebben voldaan aan artikel 67ter Wegverkeerswet; het stelt de constitutieve bestanddelen van het bewezenverklaarde misdrijf niet vast, zodat de beslissing niet met redenen is omkleed; het bestreden vonnis houdt geen rekening met de mogelijkheid waarin artikel 67ter Wegverkeerswet voorziet dat indien de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon vertegenwoordigt de bestuurder van het voertuig niet kent, hij louter de identiteit meedeelt van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig; daardoor is de beslissing niet naar recht verantwoord.
  6. Artikel 67ter, vierde lid, Wegverkeerswet verplicht de rechtspersoon, alsook de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, als kentekenplaathouder of houder van het voertuig de nodige maatregelen te nemen om te voldoen aan de in artikel 67ter, eerste tot derde lid, Wegverkeerswet opgenomen verplichtingen. Deze bepaling laat de betrokken rechtspersoon en natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt niet toe om zich aan die verplichting te onttrekken door de verantwoordelijkheid voor de met het voertuig begane overtreding op zich te nemen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het bestreden vonnis (p. 5-6, randnr. 8) stelt vast dat de eiseressen een inbreuk hebben gepleegd op artikel 67ter, vierde lid, Wegverkeerswet, het verklaart de aan de eiseressen verweten feiten bewezen in de bewoordingen van de strafwet en stelt zo de constitutieve bestanddelen van dit misdrijf vast en het vermeldt de feitelijke gegevens voor dit oordeel. Aldus is de schuldigverklaring van de eiseressen aan de hen ten laste gelegde feiten regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.3 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.8 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.