← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.5 Rolnummer: P.25.1508.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-01-09 Raadplegingen: 562 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 In geval het dossier toegezonden aan het Hof een afschrift bevat van de bestreden beslissing die volgens dat afschrift elektronisch werd ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en van een blad waarin de griffier bevestigt dat er cassatieberoep is ingesteld en dat de digitale handtekening van de griffier bevat, moet dit afschrift worden beschouwd als een uitgifte in de zin van artikel 430 Wetboek van Strafvordering; dit laat het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen

(1).
(1)Artikel 430 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de griffier van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen, het openbaar ministerie onverwijld de processtukken en de uitgifte van de bestreden beslissing bezorgt. Het begrip ‘uitgifte' is niet gedefinieerd. Het OM heeft in deze zaak bijkomende stukken opgevraagd en gevoegd aan het dossier van de rechtspleging van het Hof, met voorafgaande kennisgeving aan de eiser, meer bepaald een afschrift van het vonnis dat digitaal is ondertekend door de drie rechters en de griffier en een bijkomend stuk waarin de griffier van de correctionele rechtbank met stempels en een gewone handtekening aangeeft dat er tegen het vonnis cassatieberoep is ingesteld en dat van het vonnis een gelijkvormig afschrift is afgeleverd aan de procureur des Konings. Het OM was van mening dat door toevoeging van deze stukken de aangevoerde onwettigheid niet langer bestaat, het Hof zijn wettigheidstoezicht kan uitoefenen en het middel bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk is. (BDS) Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 430 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 430 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1508.N M. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 25 september
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 430 Wetboek van Strafvordering: het aan het Hof toegestuurd dossier bevat geen uitgifte van het bestreden vonnis, zodat het Hof in de onmogelijkheid is zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen.
  3. Het dossier zoals het aan het Hof is toegestuurd bevat een afschrift van de bestreden beslissing die volgens dat afschrift elektronisch werd ondertekend door de drie rechters die het hebben gewezen, alsook door de griffier. Aan dit afschrift is een blad toegevoegd waaruit blijkt dat tegen deze beslissing cassatieberoep werd ingesteld. Dit blad bevat onderaan de vermelding “Digitaal ondertekend door J. S., griffier, op 10-10-2025 om 11.28.
  4. Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel”.
  5. Een dergelijk afschrift dat blijkens de vermeldingen door de griffier werd uitgereikt onder zijn elektronische handtekening moet worden beschouwd als een uitgifte in de zin van artikel 430 Wetboek van Strafvordering. Dit laat het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260106.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.