← België

V. contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260108.1N.10 Rolnummer: C.24.0386.N Zaak: V. contra L. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-01-22 Raadplegingen: 677 - laatst gezien 2026-06-18 15:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die daarop van toepassing zijn; hij moet de juridische aard en gevolgen van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven of de rechtsgevolgen die zij daaraan hebben verbonden, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, wijzigen of vervangen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, het voorwerp van de vordering niet wijzigt en daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent; de rechter heeft de plicht ambtshalve de rechtsgronden op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die de partijen in het bijzonder hebben aangevoerd tot staving van hun vorderingen of hun verweer

(1).
(1)Cass. 3 oktober 2022, AR S.17.0010.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221003.3N.1; Cass. 18 juni 2021, AR C.20.0321.N, ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210618.1N.
  1. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Tekst van de beslissing Nr. C.24.0386.N K. V., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen K. L., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 februari
  2. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede middel
  3. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die daarop van toepassing zijn. Hij moet de juridische aard en gevolgen van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven of de rechtsgevolgen die zij daaraan hebben verbonden, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen, wijzigen of vervangen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, het voorwerp van de vordering niet wijzigt en daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent. De rechter heeft de plicht ambtshalve de rechtsgronden op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die de partijen in het bijzonder hebben aangevoerd tot staving van hun vorderingen of hun verweer.
  4. De eiseres voert bij appelconclusie aan dat: - de verweerder de onverdeelde gezinswoning van de partijen bij de openbare verkoop ervan zelf heeft ingekocht tegen de prijs van 441.000 euro terwijl hij slechts de helft van deze prijs en meer precies 220.500 euro diende te betalen; - dit bedrag nog steeds staat geblokkeerd op een rubriekrekening bij de notaris-vereffenaar, die de vrijgave ervan weigert bij gebrek aan toestemming van de verweerder; - deze situatie bijzonder onrechtvaardig overkomt omdat de verweerder reeds de volle eigendom van de gezinswoning verkreeg doordat de eiseres haar onverdeelde helft aan de verweerder heeft overgedragen terwijl zij haar helft van de prijs ten bedrage van 220.500 euro nog niet heeft ontvangen; - zij bovendien financiële schade lijdt omdat zij haar aandeel in de gezinswoning heeft moeten overdragen zodat zij geen recht meer heeft op een woonstvergoeding omwille van de bewoning ervan door de verweerder terwijl zij evenmin kan beschikken over haar aandeel in de verkoopopbrengst van de gezinswoning; - zij hierdoor is gedwongen om verder te blijven huren, wat verstrekkende financiële gevolgen heeft gelet op de hoge inflatie. In lijn met die aanvoeringen vordert de eiseres de vrijgave van haar aandeel in de verkoopopbrengst van de gezinswoning met toepassing van het Zuid-Afrikaanse vermogensrecht.
  5. De appelrechter oordeelt dat: - de verrichtingen van vereffening-verdeling met de openbare verkoop van de gezinswoning van de partijen niet met toepassing van het Zuid-Afrikaanse vermogensrecht maar met toepassing van de Belgische procedurebepalingen inzake gerechtelijke vereffening-verdeling verlopen; - die Belgische procedurebepalingen niet zonder meer meebrengen dat de eiseres haar aandeel in de verkoopopbrengst van de gezinswoning kan ontvangen; - de eiseres weliswaar overeenkomstig de Belgische procedurebepalingen een voorschot inzake de vereffening-verdeling zou kunnen vragen, maar dit niet doet.
  6. De appelrechter die zodoende de vordering van de eiseres tot vrijgave van haar aandeel in de verkoopopbrengst van de gezinswoning afwijst, zonder ambtshalve, met eerbiediging van het recht van verdediging, deze vordering te beoordelen als een vordering tot toekenning van een voorschot inzake de vereffening-verdeling met toepassing van artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, terwijl die rechtsgrond zich onmiskenbaar aan hem opdrong door de feiten zoals zij in het bijzonder werden aangevoerd, miskent het algemeen rechtsbeginsel dat de rechter ertoe is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de rechtsregels die erop van toepassing zijn. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - oordeelt over
(1)de verwerking in de notariële staat van vereffening-verdeling van de waarde dan wel de verkoopopbrengst van het appartement te Zuid-Afrika en
(2)de vordering van de eiseres tot vrijgave van haar aandeel in de verkoopopbrengst van de gezinswoning; - de aangepaste notariële staat van vereffening-verdeling homologeert en de notaris-vereffenaar beveelt de werkzaamheden van vereffening-verdeling af te sluiten; - uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 8 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260108.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210618.1N.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221003.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.