id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260108.1N.9 Rolnummer: C.24.0313.N Zaak: M. contra BALOISE BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2026-01-22 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-06-18 09:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 29bis, §1, eerste en zesde lid, WAM blijkt dat de uitsluiting van slachtoffers die het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, strikt moet worden uitgelegd en dat enkel slachtoffers worden bedoeld die de bij het ongeval geleden schade hebben gewild
(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2022, AR C.22.0022.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.4. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1, eerste en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiches 2 - 3 De rechter oordeelt onaantastbaar of een slachtoffer het ongeval en zijn gevolgen heeft gewild; het Hof gaat niettemin na of de rechter op grond van zijn vaststellingen tot zijn beslissing is kunnen komen
(1).
(1)Zie Cass. 7 oktober 2022, AR C.22.0022.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.
- Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1, eerste en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1, eerste en zesde lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0313.N
- C. M., (…), in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen en de persoon van R. M.,
- HR RAIL, naamloze vennootschap naar publiek recht, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Frankrijkstraat 85, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0541.691.352,
- KAS DER GENEESKUNDIGE VERZORGING VAN HR RAIL, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Frankrijkstraat 85, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0250.871.001, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0400.048.883, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van 9 februari
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM wordt, bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, op de plaatsen bedoeld in artikel 2, § 1, eerste lid, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade geleden door de slachtoffers en hun rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, met inbegrip van de kledijschade, hoofdelijk vergoed door de verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van de motorrijtuigen overeenkomstig deze wet dekken. Krachtens het zesde lid van deze bepaling kunnen slachtoffers die ouder zijn dan veertien jaar en het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, zich niet beroepen op de bepalingen van het eerste lid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de uitsluiting van slachtoffers die het ongeval en zijn gevolgen hebben gewild, strikt moet worden uitgelegd en dat enkel de slachtoffers worden bedoeld die de bij het ongeval geleden schade hebben gewild.
- De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een slachtoffer het ongeval en zijn gevolgen heeft gewild. Het Hof gaat niettemin na of de rechter op grond van zijn vaststellingen tot zijn beslissing is kunnen komen.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - R. M. ernstig gekwetst ingevolge het schadegeval waarbij hij als passagier vanuit het rijdende voertuig bestuurd door R. T. en verzekerd bij de verweerster, op het voetpad terechtkwam; - de hypothese dat R. M. flauwviel en daarbij onbedoeld het portier opende, niet geloofwaardig is en hij ook niet per ongeluk uit het voertuig kan zijn gevallen; - de enige aanvaardbare uitleg is dat R. M. zelf actief het portier heeft geopend op een ogenblik dat hij bij bewustzijn was; - het mogelijk is dat R. M. zich op dat ogenblik misselijk voelde wegens wagenziekte, stress of een andere reden en daarom zo snel mogelijk het voertuig wilde verlaten; - R. M. zich steeds bewust moet geweest zijn van de gevaren van het verlaten van een aan 60 km per uur rijdend voertuig; - het verlies van de vrije wil in de mate dat de inschattingsmogelijkheid zou verloren zijn, maar zonder bewustzijnsverlies, niet aannemelijk is; - R. M. zelf en vrijwillig ervoor koos het rijdende voertuig te verlaten en het niet relevant is of dat was omdat hij zelfmoord wilde plegen of zichzelf wilde verwonden, of omwille van de stress, wagenziekte of een andere reden; - een mogelijke maar geenszins zekere hypothese kan zijn dat R. M. door het verlaten van het voertuig een tijdelijke arbeidsongeschiktheid wilde veroorzaken, om zo verlost te zijn van de stress op het werk; - het mogelijk is dat R. M. niet de bedoeling had om op zijn hoofd te landen, maar daar niet is in geslaagd.
- De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat R. M. het ongeval heeft gewild maar niet vaststelt dat hij ook de gevolgen heeft gewild, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 8 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260108.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div