← België

N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.10 Rolnummer: P.25.1625.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2026-01-16 Raadplegingen: 523 - laatst gezien 2026-06-18 06:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De rechter kan voor de weigering om tegen meerdere beklaagden een werkstraf uit te spreken eenzelfde motivering hanteren, voor zover die motivering voor elk van die beklaagden geldt. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Werkstraf Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1625.N I. N., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 37quinquies, § 3, Strafwetboek: het arrest motiveert de weigering om de eiser te veroordelen tot een werkstraf samen met de weigering om die straf ook aan een andere beklaagde op te leggen; de weigering een werkstraf op te leggen moet evenwel afzonderlijk worden gemotiveerd; daardoor is de motivering van die weigering onduidelijk, niet met redenen omkleed en niet naar recht verantwoord.
  3. Artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter die een door een beklaagde gevraagde werkstraf weigert uit te spreken, die beslissing met redenen moet omkleden.
  4. Die weigering behoeft niet noodzakelijk een autonome motivering. De rechter kan de weigering een werkstraf uit te spreken ook gronden of medegronden op redenen die hij vermeldt ter verantwoording van het opleggen van een andere straf.
  5. De rechter kan voor de weigering om tegen meerdere beklaagden een werkstraf uit te spreken eenzelfde motivering hanteren, voor zover die motivering voor elk van die beklaagden geldt.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Het arrest wijst op de ernst van de feiten, de doelstellingen van de straftoemeting en de elementen waarmee bij de straftoemetingsbeslissing rekening wordt gehouden. Het oordeelt op basis daarvan dat enkel een effectieve bestraffing voor de eiser een rechtvaardig proportionele straf is en dat deze straf de eiser het nodige bewustzijn zal bijbrengen over het ontoelaatbare van zijn handelen en om herhaling te vermijden. Het voegt daaraan toe dat een werkstraf een onvoldoende krachtig signaal zou inhouden en de eiser onvoldoende zou wijzen op het ontoelaatbare van zijn handelen. Met die redenen, die niet onduidelijk zijn, omkleedt het arrest de weigering om tegen de eiser een werkstraf uit te spreken regelmatig met redenen en verantwoordt het naar recht die beslissing en dit ongeacht dat die redenen ook gelden voor een medebeklaagde. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 133,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.