id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.11 Rolnummer: P.25.1360.N Zaak: D. contra RIZIV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-01-16 Raadplegingen: 584 - laatst gezien 2026-06-18 20:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Volgens artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering mag de eiser in cassatie na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep geen memorie meer indienen; de omstandigheid dat de memorie werd afgegeven aan de postdiensten en de bezorging door onvoorziene omstandigheden niet heeft plaatsgevonden binnen de voormelde termijn van twee maanden maakt geen overmacht uit; de eiser moet immers ermee rekening houden dat de postdiensten de stukken niet zullen kunnen bezorgen op de door hem verwachte datum. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 429, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1360.N P. D., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Toon De Schepper, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Monterreystraat 16, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- RIZIV, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Galileelaan 5 bus 1, ON 0206.653.946, inverdenkinggestelde,
- G. O., inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 september
- De eiser voert in een memorie grieven aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie Volgens artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering mag de eiser in cassatie na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep geen memorie meer indienen. Eisers memorie werd volgens de door de griffier bij toepassing van artikel 429, voorlaatste lid, Wetboek van Strafvordering aangebrachte vermelding ontvangen ter griffie op dinsdag 16 december 2025, dit is buiten de voormelde termijn van twee maanden na de verklaring van cassatieberoep van 13 oktober 2025, welke een einde nam op maandag 15 december
- De eiser heeft op de rechtszitting van 13 januari 2026 overmacht ingeroepen ter rechtvaardiging van deze laattijdigheid. Hij legt in dat verband een stuk neer waaruit blijkt dat hij op 12 december 2025 de memorie heeft afgegeven aan de postdiensten, de bezorging was voorzien op 15 december 2025, volgens de postdiensten deze bezorging door onvoorziene omstandigheden niet heeft plaatsgevonden en de bezorging uiteindelijk pas op 16 december 2025 is gebeurd. Dit maakt geen overmacht uit. De eiser moet immers ermee rekening houden dat de postdiensten de stukken niet zullen kunnen bezorgen op de door hem verwachte datum. De memorie is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 77,41 euro, waarvan 42,41 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div