← België

V. contra S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.3 Rolnummer: P.25.1642.N Zaak: V. contra S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2026-01-16 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-06-18 06:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 5 Een raadkamerbeschikking die beslist tot ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter om het onderzoek mee te delen aan het openbaar ministerie teneinde dit aanhangig te maken bij de onderzoeksrechter van een ander arrondissement en zonder dat de territoriale onbevoegdheid van de eerste onderzoeksrechter wordt vastgesteld, is een louter administratieve ordemaatregel aangezien met een dergelijke beslissing de raadkamer zich niet uitspreekt over de bevoegdheid van de onderzoeksrechter bij wie het openbaar ministerie het onderzoek zal aanhangig maken of van het onderzoeksgerecht dat vervolgens zal moeten oordelen; deze beslissing tast de rechten van de burgerlijke partij niet aan aangezien zij na het opnieuw aanhangig maken van de zaak bij de onderzoeksrechter van het andere arrondissement en vervolgens voor het betrokken onderzoeksgerecht alsnog elk door haar gewenst verweer kan aanvoeren; tegen de beslissing van ontslag van onderzoek staat dan ook in die omstandigheden voor de burgerlijke partij geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is

(1).
(1)Zie Cass. 15 oktober 2024, AR P.24.0814.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.21; Cass. 30 januari 2018, AR P.17.1146.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180130.5, AC 2018, nr. 66; Cass. 6 maart 2012, AR P.11.1273.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120306.4, AC 2012, nr. 152, RW 2012-13, nr. 18, 703-705, met noot B. DE SMET; Cass. 21 december 2011, AR P.11.1690.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111221.3, AC 2011, nr.
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging ONDERZOEKSGERECHTEN ONDERZOEKSRECHTER RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Tekst van de beslissing Nr. P.25.1642.N E. V., burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie Leuven, tegen G. S., inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beschikking van de raadkamer van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 17 oktober
  2. De eiser voert grieven aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de op 12 januari 2026 ter griffie van het Hof en op de rechtszitting ingediende pleitnota
  3. Artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een eiser in cassatie geen memorie meer kan indienen na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep. Het niet-respecteren van deze termijn wordt gesanctioneerd met de niet-ontvankelijkheid van de memorie.
  4. Op 12 januari 2026 is ter griffie van het Hof een door de eiser ingediende pleitnota ontvangen, waarin hij argumenteert betreffende de ontvankelijkheid van zijn cassatieberoep en ook een cassatiemiddel aanvoert tegen de bestreden beslissing. Hij heeft deze pleitnota ook ingediend op de rechtszitting van 13 januari
  5. De eiser hanteert de pleitnota aldus als een door artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde memorie, zonder evenwel de daarvoor geldende termijn in acht te nemen. Deze pleitnota is dan ook onontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. De bestreden beschikking ontlast de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van het gerechtelijk onderzoek nr. 2025/146 dat bij haar aanhangig was gemaakt door een klacht met burgerlijkepartijstelling. Het motiveert die beslissing door de vaststelling dat de feiten voorwerp van dit gerechtelijk onderzoek (valse getuigenis en laster) samenhangend zijn met feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek dat wordt gevoerd door een onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen (nr. 2023/110).
  7. De eiser heeft voor de raadkamer aangevoerd dat de onderzoeksrechter te Gent territoriaal bevoegd is en dat samenhang geen grondslag kan vormen voor de territoriale bevoegdheid van de onderzoeksrechter te Antwerpen.
  8. Een raadkamerbeschikking die beslist tot ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter om het onderzoek mee te delen aan het openbaar ministerie teneinde dit aanhangig te maken bij de onderzoeksrechter van een ander arrondissement en zonder dat de territoriale onbevoegdheid van de eerste onderzoeksrechter wordt vastgesteld, is een louter administratieve ordemaatregel.
  9. Met een dergelijke beslissing spreekt de raadkamer zich niet uit over de bevoegdheid van de onderzoeksrechter bij wie het openbaar ministerie het onderzoek zal aanhangig maken of van het onderzoeksgerecht dat vervolgens zal moeten oordelen.
  10. De beslissing van ontslag van onderzoek van de onderzoeksrechter tast de rechten van de burgerlijke partij niet aan. Zij kan immers na het opnieuw aanhangig maken van de zaak bij de onderzoeksrechter van het andere arrondissement en vervolgens voor het betrokken onderzoeksgerecht alsnog elk door haar gewenst verweer voeren.
  11. Tegen de beslissing van ontslag van onderzoek staat dan ook in die omstandigheden voor de burgerlijke partij geen rechtsmiddel open. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,21 euro, waarvan 29,21 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 13 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111221.3 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120306.4 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180130.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241015.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.