id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260115.1N.10 Rolnummer: C.24.0470.N Zaak: AXA BELGIUM nv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2026-02-10 Raadplegingen: 1022 - laatst gezien 2026-06-18 21:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Opdat de verzekeraar van dekking is bevrijd, is het noodzakelijk maar voldoende dat de verzekerde door zijn handelen of nalaten vrijwillig en bewust schade heeft willen veroorzaken; de omstandigheid dat de verzekerde niet de aard of de omvang van het schadegeval heeft beoogd, doet niet ter zake. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel - 11-06-1874 - Art. 62, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1874061150 Fiche 2 Het feit dat de verzekerde brand sticht met de intentie om zelfmoord te plegen verhindert niet dat hij het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel - 11-06-1874 - Art. 62, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1874061150 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0470.N AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.483.367, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen J.V.R., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 mei
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 62, eerste lid, Verzekeringswet kan de verzekeraar, niettegenstaande enig andersluidend beding, niet verplicht worden dekking te geven aan hem die het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt. Opdat de verzekeraar op deze grond van dekking is bevrijd, is het noodzakelijk maar voldoende dat de verzekerde door zijn handelen of nalaten vrijwillig en bewust schade heeft willen veroorzaken. De omstandigheid dat de verzekerde niet de aard of de omvang van het schadegeval heeft beoogd, doet niet ter zake. Het feit dat de verzekerde brand sticht met de intentie om zelfmoord te plegen verhindert niet dat hij het schadegeval opzettelijk heeft veroorzaakt.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - op 19 januari 2017 brand is ontstaan in het door de verweerder gehuurde pand, waarna de eiseres, als brandverzekeraar van de eigenaar, overging tot vergoeding van de schade aan deze laatste; - de eiseres gesubrogeerd is in de rechten van de eigenaar en terugbetaling vordert van haar uitgaven lastens de verweerder; - de verweerder voorhoudt dat de eiseres als verzekeraar van de huurders-aansprakelijkheid, gehouden is hem te vrijwaren; - de eiseres aanvoert dat zij niet tot dekking gehouden is omdat de verweerder de brand met opzet heeft gesticht; - de verweerder heeft erkend dat hij de brand heeft aangestoken en op die manier zelfmoord heeft willen plegen; - de eiseres moet aantonen dat de verzekerde de intentie had schade te veroorzaken en het niet volstaat dat de verweerder met opzet de brand heeft gesticht; - de persoon die zelfmoord pleegt of een poging daartoe onderneemt, wel de wil heeft om schade te veroorzaken met name zijn eigen dood, maar dit geen schade is die gedekt wordt door de brandverzekeraar; - geconfronteerd met de bevindingen van de branddeskundige de verweerder een gewijzigde verklaring heeft afgelegd over de wijze waarop de brand is ontstaan, maar hij bevestigde dat hij dit deed om zelfmoord te plegen.
- De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat de brand opzettelijk werd aangestoken maar de verweerder niet de bedoeling had om schade te veroorzaken die voortvloeit uit de totstandkoming van een door de verzekeringsovereenkomst gedekte risico en er bijgevolg geen sprake is van opzet in de zin van art. 62, eerste lid, Verzekeringswet verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vordering tot vrijwaring van de verweerder en uitspraak doet over de hieraan verbonden kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 15 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260115.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div