id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260120.2N.6 Rolnummer: P.25.1312.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-02-02 Raadplegingen: 757 - laatst gezien 2026-06-19 00:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(
- en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Tekst van de beslissing Nr. P.25.1312.N A. R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Maastrichterstraat 99, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 17 september 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Isabelle De Tandt heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 28quater, tweede lid en 56, § 1, zesde lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat uit de vaststelling dat de onderzoeksrechter op onregelmatige wijze twee gerechtelijke onderzoeken heeft gevoegd, niet kan worden afgeleid dat er bij die onderzoeksrechter een schijn van partijdigheid bestond, die de niet-ontvankelijkheid van de ingestelde strafvordering tot gevolg zou hebben; uit de samenlezing van de artikelen 28quater, tweede lid en 56 § 1, zesde lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat de onderzoeksrechter zelf zijn saisine in een lopend gerechtelijk onderzoek niet kan uitbreiden; door het initiatief van de onderzoeksrechter zijn voor de eiser belastende onderzoeksresultaten van het ene onderzoek deel gaan uitmaken van het andere onderzoek; het arrest verwerpt ten onrechte het verweer dat zodoende de onderzoeksrechter minstens een schijn van partijdigheid heeft gewekt doordat de indruk wordt gewekt dat het onderzoek louter werd gevoegd teneinde de belastende elementen uit het andere onderzoek te gebruiken ter motivering van het bestaan van aanwijzingen van schuld; aldus miskent het arrest het recht op een eerlijk proces van de eiser. 2. Uit geen enkele wettelijke bepaling volgt dat de voeging door een onderzoeksrechter van twee gerechtelijke onderzoeken die beide tot zijn saisine behoren, een onregelmatigheid oplevert. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 3. Voor het overige is het middel afgeleid uit die onjuiste rechtsopvatting en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding 5. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep, heeft het arrest kracht van gewijsde. Hieruit volgt dat in zoverre ingesteld tegen de beslissing over eisers onmiddellijke aanhouding, het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 216,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Isabelle De Tandt, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260120.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.