← België

Dr. S. c. BELGISCHE STAAT FINANCIËN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260122.1N.3 Rolnummer: F.24.0016.N Zaak: Dr. S. c. BELGISCHE STAAT FINANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-02-19 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-06-18 06:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.3 Fiche De motivering van een bezwaarschrift vereist dat daarin minstens één nauwkeurig omschreven grief wordt ingeroepen, met de betrokken aanslag als direct voorwerp, zodat de gewestelijk directeur het bezwaar kan onderzoeken; een aanvullend bezwaarschrift is slechts ontvankelijk als het initiële bezwaarschrift tijdig en gemotiveerd is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Bezwaar Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 371 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0016.N DR. S.W. bv, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal, centrumdirecteur van het Centrum KMO Leuven van de algemene administratie van de fiscaliteit, met kantoor te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51-57, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 13 december
  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 3 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 366 WIB92, zoals hier van toepassing, kan de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag worden ingevorderd tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd. Krachtens artikel 371 WIB92 moeten de bezwaarschriften worden gemotiveerd. Krachtens artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering inzake de geschillen, bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, tegen de belastingadministratie slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratieve beroep heeft ingesteld.
  3. De motivering van een bezwaarschrift vereist dat daarin minstens één nauwkeurig omschreven grief wordt ingeroepen, met de betrokken aanslag als direct voorwerp, zodat de gewestelijk directeur het bezwaar kan onderzoeken. Een aanvullend bezwaarschrift is slechts ontvankelijk als het initiële bezwaarschrift tijdig en gemotiveerd is.
  4. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek een filterfunctie vervult, zodat de rechtbanken niet overspoeld zouden worden met fiscale geschillen; - de burger zich slechts tot de rechter kan wenden, voor zover hij het door of krachtens de wet georganiseerd administratief beroep heeft ingesteld; - dit impliceert dat dit beroep geldig werd ingesteld, zodat een ongeldig of onregelmatig administratief beroep gelijkgesteld dient te worden met geen ingesteld administratief beroep; - het bezwaarschrift tijdig, in de juiste vorm en ondertekend werd ingediend; - een brief waarin enkel in algemene termen wordt gesteld dat een aanslag willekeurig zou zijn en dat het bedrag aan belastingen op dit ogenblik op 8.000 euro kan worden geraamd zonder één enkele concrete precisering of uitleg onvoldoende gemotiveerd is; - misschien op het eerste gezicht minstens één grief wordt opgeworpen, maar een dergelijke algemene stijlclausule in zodanige algemene bewoordingen zonder enige precisie niet ernstig kan worden genomen en gelijk staat met een onvoldoende of geen motivering; - daarbij komt dat uit het administratief dossier blijkt dat de eiser naliet verdere inlichtingen te verschaffen aan de fiscale administratie, zodat het haar onmogelijk werd gemaakt het bezwaarschrift te onderzoeken; - verwijzen naar “spookgegevens” die achteraf nooit worden neergelegd een onvoldoende motivering uitmaakt, die de wettelijke vereiste van een regelmatig ingesteld bezwaar compleet uitholt.
  5. De appelrechter die om deze redenen oordeelt dat de gewestelijke directeur terecht tot de niet-toelaatbaarheid van het bezwaar heeft besloten en dat de vordering in rechte met toepassing van artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek niet toelaatbaar is, verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  6. Met de redenen vermeld in r.o. 3 geeft de appelrechter geen uitleg van het bezwaarschrift maar trekt hij er juridische gevolgen uit. In zoverre het middel miskenning van de bewijskracht aanvoert, kan het niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 542,32 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260122.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260122.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.