← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.11 Rolnummer: P.25.1581.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-02-02 Raadplegingen: 538 - laatst gezien 2026-06-18 06:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, de overtredingen vaststellen door processen-verbaal die bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen; artikel 3, 1°, Wegverkeersreglement bepaalt dat het personeel van het operationele kader van de federale en lokale politie bevoegd is om toezicht uit te oefenen op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan; het is niet vereist dat de verbalisant ook in actieve dienst is op het ogenblik dat hij vaststellingen doet

(1).
(1)Cass. 1 februari 2006, AR P.05.1355.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060201.5, AC 2006, nr. 63, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, op datum in Pas.. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 3, 1° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 3 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 3, 1° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: POLITIE Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 3, 1° - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1581.N M. V., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan De Nef, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 10 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 62 Wegverkeerswet. Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert aan dat het bestreden vonnis ten onrechte oordeelt dat de verbalisant de feiten goed kon zien en dat er geen zweem van vermoedens of perceptie is; nochtans wordt nergens aangegeven waar de verbalisant zich bevond ten tijde van de vaststellingen en met welk voertuig hijzelf reed; hij kan de feiten niet goed hebben gezien gelet op de bocht; de motorfiets kwam plots voor de eiser gereden en vertraagde dan plots, waardoor hij moest uitwijken naar rechts; de verbalisant heeft dat ongetwijfeld niet gezien en de motorfietsbestuurder werd niet geïdentificeerd noch ondervraagd; de inbreuken die de verbalisant heeft genoteerd, zijn dan ook niet meer dan eigen gevolgtrekkingen en vermoedens, die niet onder de bijzonder bewijswaarde van het proces-verbaal kunnen vallen.
  4. In zoverre het onderdeel, dat geen miskenning van de bewijskracht van het proces-verbaal aanvoert, ervan uitgaat dat de verbalisant de feiten niet goed kan hebben gezien, gelet op de bocht, verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  5. Voor het overige is het onderdeel afgeleid en bijgevolg evenmin ontvankelijk. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert aan dat het niet vaststaat of de verbalisant in dienst was en aan welke afdeling hij gehecht was; het staat niet vast aan welke afdeling de verbalisant was gehecht en of hij wel of niet in dienst was; het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de verbalisant wel degelijk de nodige vaststellingen mocht doen en dat de omstandigheid dat zijn hoedanigheid niet kan worden beoordeeld onjuist en van geen belang is.
  7. Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, de overtredingen vaststellen door processen-verbaal die bewijswaarde hebben zolang het tegendeel niet is bewezen. Artikel 3, 1°, Wegverkeersreglement bepaalt dat het personeel van het operationele kader van de federale en lokale politie bevoegd is om toezicht uit te oefenen op de naleving van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het is niet vereist dat de verbalisant ook in actieve dienst is op het ogenblik dat hij vaststellingen doet. In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
  8. Het bestreden vonnis stelt vast dat de verbalisant inspecteur bij de lokale politie Antwerpen is. In zoverre het onderdeel aanvoert dat zijn hoedanigheid niet kan worden beoordeeld, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  9. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060201.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.