← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Rolnummer: P.25.1673.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2026-02-02 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-18 06:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het bevelen van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel vereist dat de rechter vaststelt dat de veroordeelde op het ogenblik van zijn beslissing lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen; bovendien moet de rechter de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid om een motorvoertuig te besturen afleidt

(1).
(1)Cass. 30 januari 2024, AR P.23.1697.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.13, met concl. van advocaat-generaal A. WINANTS, RW 2024-25, 65; Cass. 9 januari 2024, AR P.23.1375.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3; Cass. 28 november 2023, AR P.23.1274.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17; Cass. 11 oktober 2022, AR P.22.0793.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8; Cass. 31 mei 2022, AR P.22.0211.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8, RW 2022-23, 418. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 5 De rechter beoordeelt onaantastbaar of een beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen; bij die beoordeling: - kan de rechter alle hem regelmatig overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens in aanmerking nemen, zoals de aard van de overtreding van de Wegverkeerswet waarvoor de beklaagde wordt vervolgd; -dient de rechter niet noodzakelijk een deskundigenonderzoek te bevelen of de beschikking te hebben over een medisch verslag, ook al kan zulks aangewezen zijn; en - kan de rechter rekening houden met een eerder uitgesproken vervallenverklaring van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid; dit belet niet dat de beklaagde elk door hem gewenst verweer kan voeren over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1).
(1)Cass. 30 januari 2024, AR P.23.1697.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.13, met concl. advocaat-generaal A. WINANTS, RW 2024-25, 65; GwH 20 maart 2025, arrest 47/2025, www.const-court.be; F. VAN VOLSEM, Het verval van het recht tot sturen uitgesproken wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, in En passant. Liber amicorum Philip Traest, Gompel & Svacina 2025, 179-220; J. MICHIELS, “Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid”, RW 2023-24, 962-
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1673.N L. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 oktober
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 42 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis spreekt een verval uit van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid zonder voorafgaand medisch of ander deskundigenonderzoek en op basis van een hypothetische en stereotiepe motivering; de ongeschiktheid wordt louter verondersteld op basis van eenmalige vaststelling van rijden onder invloed in 2021 en een eerdere maatregel in 2024; artikel 42 Wegverkeerswet laat niet toe om uit het enkele bestaan van een verkeersinbreuk een permanente ongeschiktheid af te leiden; een concrete en actuele beoordeling van de rijvaardigheid op basis van objectieve elementen is noodzakelijk; de motivering van het bestreden vonnis is bovendien intern tegenstrijdig; er wordt enerzijds gesteld dat er geen medische stukken zijn neergelegd; anderzijds spreekt de rechtbank zich met zekerheid uit over de ongeschiktheid van de eiser; het Hof kan de wettigheid van de maatregel niet controleren; de eiser wordt het recht ontnomen om tegenspraak te voeren over de maatregel van artikel 42 Wegverkeerswet.
  4. Het bevelen van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel vereist dat de rechter vaststelt dat de veroordeelde op het ogenblik van zijn beslissing lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. Bovendien moet de rechter de gegevens vermelden waaruit hij de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid om een motorvoertuig te besturen afleidt.
  5. De rechter beoordeelt onaantastbaar of een beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen.
  6. Bij die beoordeling: - kan de rechter alle hem regelmatig overgelegde en aan tegenspraak onderworpen gegevens in aanmerking nemen, zoals de aard van de overtreding van de Wegverkeerswet waarvoor de beklaagde wordt vervolgd; - dient de rechter niet noodzakelijk een deskundigenonderzoek te bevelen of de beschikking te hebben over een medisch verslag, ook al kan zulks aangewezen zijn; - kan de rechter rekening houden met een eerder uitgesproken vervallenverklaring van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid.
  7. Dit belet niet dat de beklaagde elk door hem gewenst verweer kan voeren over de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde maatregel.
  8. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. De door het middel aangevoerde tegenstrijdigheid is afgeleid uit de voormelde onjuiste rechtsopvatting dat het bevelen van de door artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel steeds de beschikking over medische stukken vereist. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  11. Het bestreden vonnis (p. 9, randnr. 3.5) oordeelt dat met zekerheid blijkt dat er bij de eiser een hoge mate van afhankelijkheid en overmatig gebruik van drugs blijkt en het grondt dat oordeel op het feit dat de eiser op de datum van de feiten plaatsnam achter het stuur onder invloed van drugs, alsook op de reeds opgelegde rijongeschiktheid in
  12. Die redenen zijn niet hypothetisch en stereotiep van aard, ze maken melding van objectieve elementen en stellen het Hof in staat zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de eiser op het ogenblik van de beslissing lichamelijk of geestelijk ongeschikt was en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 27 januari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.8 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221011.2N.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231128.2N.17 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240109.2N.3 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.