← België

Stad Gent contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 10, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent - 23-04-2019 - Art. 6, §§ 2 en 3 Thesaurus CAS: GEMEENTE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

- 30 Link Justel databank 19501104-30 Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 10, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent - 23-04-2019 - Art. 6, §§ 2 en 3 Fiches 3 - 5 Het bij artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter en het daaruit voortvloeiend beginsel dat een administratieve sanctie met een repressief karakter in de zin van artikel 6.1 EVRM ter controle moet kunnen worden voorgelegd aan een rechter met volle rechtsmacht, houdt niet in dat de rechter de administratieve geldboete kan verminderen tot beneden het wettelijk minimum of tot beneden het door de wet opgelegde vaste boetetarief; aan het vereiste dat de rechter de administratieve boete moet kunnen toetsen met volle rechtsmacht is immers voldaan indien alles wat onder de beoordelingsbevoegdheid van het bestuur valt, door de rechter kan worden getoetst

(1).
(1)Cass. 25 april 2025 (voltallige zitting), AR F.22.0162.N-F.22.0166.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.1. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 10, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent - 23-04-2019 - Art. 6, §§ 2 en 3 Thesaurus CAS: GEMEENTE Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 10, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent - 23-04-2019 - Art. 6, §§ 2 en 3 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 6

.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Decreet 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones - 27-11-2015 - Art. 10, § 1 - 09 ELI link Pub nr 2015036551 Reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent - 23-04-2019 - Art. 6, §§ 2 en 3 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0216.N STAD GENT, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met zetel te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen A. R., verweerder, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beslissing van 7 augustus 2024 (nr. G.24.0138.N), vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 8 februari

  1. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vierde onderdeel
  2. Artikel 10, § 1, van het decreet van 17 november 2015 betreffende lage-emissiezones, hierna LEZ-decreet, bepaalt dat de gemeenteraad administratieve geldboeten kan bepalen voor de inbreuken op zijn reglementen die in toepassing van dit decreet werden vastgesteld. Deze administratieve geldboete komt voor rekening van de overtreder. Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt minimaal 15 euro en maximaal 60 euro. Het voormelde bedrag wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten.
  3. Artikel 6, § 2, van het reglement van 23 april 2019 voor een lage-emissiezone (LEZ) in Gent bepaalt dat een overtreding wordt gesanctioneerd met een administratieve geldboete of onmiddellijke inning zoals bedoeld in artikel 10 LEZ-decreet die ten laste wordt gelegd van de overtreder. Artikel 6, § 3, van hetzelfde reglement bepaalt dat de administratieve geldboete 150 euro per overtreding bedraagt.
  4. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve geldboete die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6.1 EVRM, te toetsen, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Het bij artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter en het daaruit voortvloeiend beginsel dat een administratieve sanctie met een repressief karakter in de zin van artikel 6.1 EVRM ter controle moet kunnen worden voorgelegd aan een rechter met volle rechtsmacht, houdt niet in dat de rechter de administratieve geldboete kan verminderen tot beneden het wettelijk minimum of tot beneden het door de wet opgelegde vaste boetetarief. Aan het vereiste dat de rechter de administratieve boete moet kunnen toetsen met volle rechtsmacht is immers voldaan indien alles wat onder de beoordelingsbevoegdheid van het bestuur valt, door de rechter kan worden getoetst.
  5. De politierechter stelt vast dat: - op 8, 24, 25, 26, 27, 28, 29 en 30 maart 2023 te Gent werd vastgesteld dat het voertuig van de verweerder de lage-emissiezone van de eiseres binnenreed; - de verweerder per aangetekende brieven van 15, 30 en 31 maart 2023 en 3, 4 en 5 april 2023 in kennis is gesteld van de vastgestelde inbreuken met de melding dat deze overeenkomstig artikel 6 LEZ-reglement gesanctioneerd worden met een administratieve geldboete van telkens 150 EUR. Hij oordeelt dat de boetetarieven op zich niet onevenredig zijn maar dat de opeenvolging van de boetes op korte termijn zonder consequent waarschuwings- en verwittigingsbeleid van de eiser, de willekeur inzake het al dan niet seponeren van bepaalde gelijkaardige boetes en de moeilijk te vinden toegangscriteria voor de burger dit wel zijn en leiden tot een disproportioneel en onevenredig karakter van de boetes. Hij herleidt vervolgens het globaal bedrag van de geldboetes van 1.200 euro tot een globaal bedrag van 200 euro.
  6. Door aldus boetes kwijt te schelden of te verminderen tot beneden het in uitvoering van het LEZ-decreet bepaalde tarief van 150 euro per inbreuk, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de politierechtbank West-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, Bart Wylleman, sectievoorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260129.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240617.3N.7 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240617.3N.7 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.