← België

V. c. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS VZW

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 2, 6° - 32 Link Justel databank 19710504-32 Verordening (EG) nr.

864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) - 11-07-2007 - Art. 19 KB 11 juli 2003 houdende de vaststelling van de toelatingsvoorwaarden en de werking van het Belgisch Bureau en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds - 11-07-2003 - Art. 4, § 4 - 98 ELI link Pub nr 2003011513 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, opgemaakt te 's-Gravenhage op 4 mei 1971. - Bekrachtiging. -

Art. 2, 6° - 32 Link Justel databank 19710504-32 Verordening (EG) nr.

864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) - 11-07-2007 - Art. 19 KB 11 juli 2003 houdende de vaststelling van de toelatingsvoorwaarden en de werking van het Belgisch Bureau en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds - 11-07-2003 - Art. 4, § 4 - 98 ELI link Pub nr 2003011513 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, opgemaakt te 's-Gravenhage op 4 mei 1971. - Bekrachtiging. -

Art. 2, 6° - 32 Link Justel databank 19710504-32 Verordening (EG) nr.

864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) - 11-07-2007 - Art. 19 KB 11 juli 2003 houdende de vaststelling van de toelatingsvoorwaarden en de werking van het Belgisch Bureau en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds - 11-07-2003 - Art. 4, § 4 - 98 ELI link Pub nr 2003011513 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0494.N T. V. H., eiser, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beschikking van 27 november 2024 (G.24.0159.N). vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS vzw, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33 bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0409.280.711, verweerster,
  2. S. V., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 18 april
  3. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 16 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel in zijn geheel
  4. Artikel 2, 6°, van het Verdrag van 4 mei 1971 inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg, bepaalt dat het verdrag niet van toepassing is op vorderingen, daaronder begrepen regresvorderingen, die worden ingesteld door of tegen onder meer openbare waarborgfondsen voor automobielen.
  5. Volgens artikel 19 van de Verordening 864/2007/EG van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen bepaalt, in het geval dat een persoon (“de schuldeiser”) een niet-contractuele vordering heeft jegens een andere persoon (“de schuldenaar”) en een derde verplicht is de schuldeiser te voldoen of de schuldeiser reeds heeft voldaan, het recht dat op de verplichting van de derde jegens de schuldeiser van toepassing is, of en in welke mate de derde tegen de schuldenaar de rechten kan uitoefenen die de schuldeiser jegens de schuldenaar heeft overeenkomstig het recht dat op hun betrekkingen van toepassing is.
  6. Artikel 4, § 4, van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 houdende de vaststelling van de toelatingsvoorwaarden en de werking van het Belgisch Bureau en het Gemeenschappelijk Waarborgfonds bepaalt dat het Bureau slechts ertoe is gehouden de verplichtingen van de §§ 1 tot 3 van dit artikel te eerbiedigen wat betreft de te regelen schadegevallen die gebeurd zijn hetzij in België hetzij buiten het Belgisch grondgebied en die te zijnen laste blijven ingevolge overeenkomsten getekend met andere bureaus.
  7. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat het Belgische recht bepaalt of en in welke mate het Belgisch Bureau tegen de bestuurder van een in België gewoonlijk gestald voertuig, die aansprakelijk is voor een verkeersongeval in Nederland, de rechten kan uitoefenen die de benadeelde overeenkomstig het toepasselijke Nederlandse recht jegens de aansprakelijke bestuurder heeft.
  8. Het middel dat in elk van zijn onderdelen ervan uitgaat dat het Nederlandse recht bepaalt of en in welke mate het Belgisch Bureau de rechten van de benadeelde tegen de aansprakelijke bestuurder kan uitoefenen, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser in debet op 443,35 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 29 januari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260129.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260129.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.