← België

D. contra Federale Verzekering Gemeenschappelijke

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.2 Rolnummer: S.23.0009.N Zaak: D. contra Federale Verzekering Gemeenschappelijke Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 547 - laatst gezien 2026-06-18 20:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche De door een arbeidsongeval getroffene die tijdelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, geniet tot de dag van zijn volledige tewerkstelling of van consolidatie de vergoeding voor tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid, telkens als, om welke reden ook, hem geen wedertewerkstelling wordt aangeboden of hem geen behandeling met het oog op zijn wederaanpassing wordt voorgesteld; dit is inzonderheid het geval wanneer de werkgever de getroffene buiten diens toedoen ontslaat en de arbeidsovereenkomst zodoende buiten toedoen van de getroffene eindigt

(1).
(1)Cass. 2 november 1998, AR S.97.0171.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981102.8, AC 1998, nr. 469; Cass. 24 oktober 1994, AR S.93.0144.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941024.8, AC 1994, nr. 448 en Cass. 10 juni 1991, AR 7505, AC 1990-91, nr. 520, met concl. van procureur-generaal Lenaerts. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Algemeen Wettelijke bepalingen: Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 22, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 23, eerste tot vijfde lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0009.N J.D.P., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FEDERALE VERZEKERING, gemeenschappelijke kas voor verzekering tegen arbeidsongevallen, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0407.963.786, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 6 januari
  1. Ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Het arbeidshof laat zijn beslissing dat de tijdelijke arbeidsongeschiktheid slechts een aanvang nam op 10 september 2012 niet steunen op de omstandigheid dat de eiser blijkbaar verder werkte als zelfstandige tot hij ook dit niet meer kon en opnieuw zijn arts raadpleegde, maar op de vaststelling dat de eiser zijn werk bij zijn werkgever verderzette tot 3 september 2012 en daar ook voor werd vergoed en de periode van tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid door zijn behandelende arts werd geattesteerd met ingang van 10 september 2012 wegens een verwikkeling van het letsel als gevolg van het arbeidsongeval op 31 juli
  3. Het onderdeel dat op een onjuiste lezing van het arrest berust, mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  4. Overeenkomstig artikel 22, eerste lid, Arbeidsongevallenwet heeft de getroffene, wanneer het ongeval een tijdelijke en algehele arbeidsongeschiktheid veroorzaakt, vanaf de dag die volgt op het begin van die arbeidsongeschiktheid, recht op een dagelijkse vergoeding gelijk aan 90 pct. van het gemiddeld dagbedrag. Artikel 23, eerste lid, Arbeidsongevallenwet bepaalt dat ingeval de tijdelijke arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk is of wordt, de verzekeringsonderneming aan de werkgever kan vragen de mogelijkheid van een wedertewerkstelling te onderzoeken, hetzij in het beroep dat de getroffene voor het ongeval uitoefende, hetzij in een passend beroep dat voorlopig aan de getroffene kan worden opgedragen. Krachtens artikel 23, tweede lid, Arbeidsongevallenwet heeft de getroffene, indien hij de wedertewerkstelling aanvaardt, recht op een vergoeding die gelijk is aan het verschil tussen het loon verdiend vóór het ongeval en het loon dat hij ingevolge zijn tewerkstelling ontvangt. Krachtens artikel 23, derde lid, Arbeidsongevallenwet geniet de getroffene tot de dag van zijn volledige wedertewerkstelling of van de consolidatie, de vergoeding voor tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid: 1° wanneer hij niet opnieuw te werk wordt gesteld maar zich onderwerpt aan een behandeling die hem met het oog op zijn wederaanpassing wordt voorgesteld; 2° wanneer hij niet opnieuw aan het werk wordt gesteld en hem geen behandeling met het oog op zijn aanpassing wordt voorgesteld; 3° wanneer hij de hem aangeboden wedertewerkstelling of de voorgestelde behandeling om een geldige reden weigert of stopzet. Overeenkomstig artikel 23, vierde lid, Arbeidsongevallenwet heeft de getroffene, ingeval hij zonder geldige reden de hem aangeboden tewerkstelling weigert of voortijdig verlaat, recht op een vergoeding die overeenstemt met zijn graad van arbeidsongeschiktheid, berekend naar zijn arbeidsmogelijkheden in zijn oorspronkelijk of voorlopig aangeboden beroep. Artikel 23, vijfde lid, Arbeidsongevallenwet bepaalt dat ingeval de getroffene zonder geldige redenen de behandeling die hem met het oog op zijn wederaanpassing wordt voorgesteld weigert of voortijdig verlaat, hij dan recht heeft op een vergoeding die overeenstemt met zijn graad van arbeidsongeschiktheid, berekend naar zijn arbeidsmogelijkheden in zijn oorspronkelijk beroep of in een voorlopig beroep dat hem, op de wijze bepaald in het eerste lid, schriftelijk toegezegd wordt voor het geval hij de behandeling zou volgen.
  5. Uit het geheel van de voormelde wetsbepalingen volgt dat de door een arbeidsongeval getroffene die tijdelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, tot de dag van zijn volledige tewerkstelling of van consolidatie de vergoeding voor tijdelijke algehele arbeidsongeschiktheid geniet, telkens als, om welke reden ook, hem geen wedertewerkstelling wordt aangeboden of hem geen behandeling met het oog op zijn wederaanpassing wordt voorgesteld. Dit is inzonderheid het geval wanneer de werkgever de getroffene buiten diens toedoen ontslaat en de arbeidsovereenkomst zodoende buiten toedoen van de getroffene eindigt.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiser op 31 juli 2012 door een arbeidsongeval werd getroffen; - hij zijn werk bij zijn werkgever verderzette tot 3 september 2012 en daarvoor ook werd vergoed; - de eiser op 3 september 2012 door zijn werkgever werd ontslagen omdat door de werkgever toen werd vastgesteld dat hij ongeschikt was om het werk uit te voeren; - hij met ingang van 10 september 2012 tijdelijk volledig arbeidsongeschikt werd wegens een verwikkeling van het letsel als gevolg van het arbeidsongeval op 31 juli 2012; - niet betwist wordt dat de eiser 100 pct. tijdelijk algeheel ongeschikt was van 10 september 2012 tot en met 31 oktober 2012, van 23 oktober 2017 tot en met 3 december 2017 en van 31 juli 2018 tot en met 30 september 2018; - hij tijdelijk 15 pct. gedeeltelijk arbeidsongeschikt was van 1 november 2012 tot en met 22 oktober 2017 en van 4 december 2017 tot en met 30 juli 2018; - de consolidatie van de letsels is ingetreden op 1 oktober 2018, met een blijvende arbeidsongeschiktheid van 8 pct.
  7. De appelrechters die oordelen dat de eiser zich niet in de voorwaarden bevond om met toepassing van artikel 23, derde lid, 2°, Arbeidsongevallenwet aanspraak te kunnen maken op een vergoeding voor tijdelijke algehele ongeschiktheid tot de datum van consolidatie, op grond dat de tijdelijke arbeidsongeschiktheid pas dateert vanaf 10 september 2012, dus na het ontslag, en een vraag tot wedertewerkstelling of aangepast werk vanaf dan niet meer mogelijk was, schenden zodoende de artikelen 22 en 23 Arbeidsongevallenwet. Het onderdeel is gegrond. Kosten
  8. Overeenkomstig artikel 68 Arbeidsongevallenwet dient de verweerster te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het beslist dat de eiser voor de periodes van tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geen aanspraak kan maken op een vergoeding voor tijdelijke algehele ongeschiktheid. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerster tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 269,81 euro. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde en ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 2 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941024.8 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981102.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.