id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.5 Rolnummer: S.24.0018.N Zaak: STANDAARD BOEKHANDEL nv contra O. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-06-18 12:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260202.3N.5 Fiche 1 Een afdeling van een onderneming in de zin van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden is een onderdeel van de onderneming dat een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door een eigen technische onafhankelijkheid en door een onderscheiden duurzame activiteit of bedrijvigheid en personeelsgroep
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Cass. 4 februari 2002, AR S.00.0179.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4, AC 2002, nr. 80. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 5° en 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 3, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Fiche 2 Voor de toepassing van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden is er een sluiting van een afdeling van een onderneming wanneer de hoofdactiviteit van een afdeling van een technische bedrijfseenheid definitief wordt stopgezet; er is geen stopzetting van de hoofdactiviteit van een afdeling van de onderneming wanneer de werkgever de uitbating van de betreffende afdeling stopzet, maar een andere werkgever haar voortzet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 1, § 2, 5° en 6° - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 3, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Fiche 3 De vergoedingen van de artikelen 16 en 17 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden worden berekend op grond van het lopende loon, dit is het loon, inclusief alle krachtens de overeenkomst verworven voordelen, waarop de werknemer op het ogenblik van het ontslag recht heeft; daarin is ook het veranderlijke loon begrepen, op voorwaarde dat vaststaat dat de werknemer het in de relevante periode voorafgaand aan zijn ontslag ook werkelijk genoot; het staat aan de feitenrechter dit in feite te beoordelen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Wettelijke bepalingen: Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 16 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Wet 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden - 19-03-1991 - Art. 17 - 32 ELI link Pub nr 1991012215 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0018.N STANDAARD BOEKHANDEL nv, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Industriepark-Noord 28/A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0426.396.954, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen S.O., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 9 oktober 2023, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 24 januari
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 20 november 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 64, eerste lid, van de wet van 28 april 2022 houdende boek 5 “Verbintenissen” van het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet op 1 januari
- In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de artikelen 5.64, 5.69, 5.70, 5.71 en 5.103 Burgerlijk Wetboek terwijl die bepalingen nog niet van toepassing zijn op de arbeidsovereenkomst, gesloten op 25 augustus 2014, en op de cao, gesloten op 4 april 2016, is het niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 3, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet de werkgever die een personeelsafgevaardigde wil ontslaan om economische of technische redenen de zaak vooraf bij een ter post aangetekende brief aanhan-gig maken bij het bevoegd paritair comité. Bij ontstentenis van beslissing van het paritair orgaan binnen twee maanden vanaf de datum van de aanvraag mag de werkgever de personeelsafgevaardigde of de kandidaat-personeelsafgevaardigde enkel ontslaan in geval van sluiting van de onderneming of van een afdeling van de onderneming of in geval van het ontslag van een welbepaalde personeelsgroep. Behalve in het geval van sluiting van de onderneming of van een afdeling hiervan, mag de werkgever niet tot ontslag overgaan alvorens de arbeidsgerechten het bestaan van de economische of technische redenen erkend hebben. Krachtens artikel 1, § 2, 5°, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden verstaat men voor de toepassing van deze wet onder onderneming de technische bedrijfseenheid in de zin van de Bedrijfsorganisatiewet. Krachtens artikel 1, § 2, 6°, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden verstaat men voor de toepassing van deze wet onder sluiting elke definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan. Een afdeling van een onderneming in de zin van de voormelde wet is een onderdeel van de onderneming dat een zekere samenhang vertoont en zich onderscheidt van de rest van de onderneming door een eigen technische onafhankelijkheid en door een onderscheiden duurzame activiteit of bedrijvigheid en personeelsgroep.
- Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat er voor de toepassing van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden een sluiting van een afdeling van een onderneming is wanneer de hoofdactiviteit van een afdeling van een technische bedrijfseenheid definitief wordt stopgezet. Er is geen stopzetting van de hoofdactiviteit van een afdeling van de onderneming wanneer de werkgever de uitbating van de betreffende afdeling stopzet, maar een andere werkgever haar voortzet.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat er voor de toepassing van artikel 3, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden een sluiting van een afdeling van een onderneming is wanneer een filiaal van een onderneming niet langer met eigen personeel wordt uitgebaat, maar de uitbating van dat filiaal wordt overgelaten aan een andere, zelfstandige uitbater, gaat het uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
- Met geen van de redenen die het arrest bevat, oordelen de appelrechters dat er geen sprake is van een verzelfstandiging van het verkooppunt te Tielt-Winge. Het onderdeel berust in zoverre op een onjuiste lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.
- De aangevoerde schendingen van de artikelen 1134 en 1156 Oud Burgerlijk Wetboek, de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek en de artikelen 5 en 19 CAO-wet zijn volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 1, § 2, 6°, 2, § 1, en 3, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 16 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet de werkgever aan de onrechtmatig ontslagen beschermde werknemer wiens re-integratie niet is aangevraagd binnen de bij artikel 14 vastgestelde termijnen, onverminderd diens recht op de andere in het artikel vermelde vergoedingen, een vergoeding betalen gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van twee, drie of vier jaar, afhankelijk van de anciënniteit in de onderneming. Is de re-integratie wel aangevraagd en heeft de werkgever deze niet aanvaard, dan moet deze laatste, krachtens artikel 17 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, de vergoeding bedoeld bij artikel 16 betalen, evenals het loon voor het nog resterende gedeelte van de periode tot het einde van het mandaat van de personeelsafgevaardigden bij de verkiezingen waarbij de werknemer kandidaat is geweest. Deze vergoedingen worden berekend op grond van het lopende loon, dit is het loon, inclusief alle krachtens de overeenkomst verworven voordelen, waarop de werknemer op het ogenblik van het ontslag recht heeft. Daarin is ook het veranderlijke loon begrepen, op voorwaarde dat vaststaat dat de werknemer het in de relevante periode voorafgaand aan zijn ontslag ook werkelijk genoot. Het staat aan de feitenrechter dit in feite te beoordelen.
- De appelrechters stellen vooreerst vast dat: - de verweerster op 14 september 2014 bij de eiseres is in dienst getreden als polyvalente winkelbediende in het verkooppunt te Tielt-Winge, met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur van 25 augustus 2014; - de personeelsleden die werden aangeworven voor een tewerkstelling in Tielt-Winge van in den beginne ervan op de hoogte werden gesteld dat er verwacht werd dat zij prestaties leverden op zondag en dat zij op maandag een vaste rustdag zouden genieten; - een collectieve arbeidsovereenkomst op niveau van de onderneming van 6 maart 2016 erin voorziet dat voor prestaties op zon- en feestdagen in ver-kooppunten die zich bevonden buiten de erkende toeristische zones, een zondagstoeslag zou worden betaald van 100 pct., ook voor die uren die vallen binnen het uurrooster; - de eiseres bij aangetekend schrijven van 18 juli 2016 het paritair comité 311 verzocht om het ontslag van de verweerster als een technische of economische reden te erkennen; - de eiseres de activiteit van het filiaal te Tielt-Winge op 16 augustus 2016 stopzette; - omdat er op dat ogenblik nog geen beslissing was genomen door het paritair comité, overeen werd gekomen om de verweerster tijdelijk te werk te stellen in het filiaal te Brussel, ook al had de verweerster daartegen verschillende bezwaren; - het paritair comité per schrijven van 16 september 2016 liet verstaan dat het in de onmogelijkheid was om samen te komen binnen de termijn van twee maanden; - de eiseres na de ontvangst van dit schrijven op 23 september 2016 is overgegaan tot de verbreking van de arbeidsovereenkomst van de verweerster.
- De appelrechters die vervolgens oordelen dat de zondagstoeslagen geen uitzonderlijke en eenmalige toeslag betroffen en evenmin slechts occasioneel gepresteerde overuren betreffen aangezien de verweerster drie zondagen per maand tewerkgesteld werd in het filiaal te Tielt-Winge, verantwoorden op die gronden hun beslissing dat de zondagstoeslagen moeten opgenomen worden in de berekeningsbasis van de beschermingsvergoeding naar recht. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de artikelen 16 en 17 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, kan het niet worden aangenomen.
- In zoverre het onderdeel voorts aanvoert dat de appelrechters de bewijskracht miskennen en de bindende kracht schenden van artikel 4, § 6, van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 maart 2016, kan het niet tot cassatie leiden en is het mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 693,34 euro en op 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Michael Traest, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde en ere-sectievoorzitter Koen Mestdagh, plaatsvervangend magistraat, en in openbare rechtszitting van 2 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260202.3N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260202.3N.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020204.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div