← België

D. contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260212.1N.2 Rolnummer: F.24.0042.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 824 - laatst gezien 2026-06-18 23:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.2 Fiche 1 Krachtens artikel 6 Wet Motivering Bestuurshandelingen is deze wet slechts van toepassing op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de voorgaande artikelen van deze wet; artikel 346 WIB92 legt aan het bestuur inzake de motivering van een bericht van wijziging geen minder strenge verplichtingen op dan die, bepaald in de voormelde wet

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 346 Wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen - 29-07-1991 - Art. 6 - 36 ELI link Pub nr 1991000416 Fiche 2 Belastingen zijn van openbare orde; bijgevolg dient de rechter zelf, zowel in feite als in rechte, te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Fiche 3 Het bericht van wijziging dat volgens artikel 346 WIB92 moet worden toegezonden, is bedoeld om de belastingplichtige de gelegenheid te geven zijn opmerkingen naar voor te brengen of met kennis van zaken zijn akkoord te betuigen met de voorgenomen aanslag
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 346 Fiche 4 Artikel 346 WIB92 verzet zich niet ertegen dat de administratie tijdens de procedure bijkomende gegevens en argumenten aanvoert ter ondersteuning van wat in het bericht van wijziging van aangifte wordt aangevoerd; uit het enkele feit dat de administratie in de loop van de procedure de wijziging anders motiveert dan in het bericht van wijziging en de rechter die nieuwe motivering aanneemt als rechtvaardiging van de wijziging, kan niet worden afgeleid dat het bericht niet regelmatig is gemotiveerd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 346 Fiche 5 Artikel 356 WIB92 regelt de bevoegdheden van de administratie in geval van gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van een aanslag en strekt ertoe de vestiging van een subsidiaire aanslag mogelijk te maken met als doel de werkelijk verschuldigde belasting alsnog te kunnen innen; indien de rechter vaststelt dat de aanslag ten dele gewettigd is omdat de belastbare grondslag behouden kan blijven en enkel een ander tarief moet worden toegepast, is hij op grond van artikel 356 WIB92 niet verplicht om over te gaan tot vernietiging van de aanslag om een subsidiaire aanslag mogelijk te maken, maar mag hij oordelen dat de aanslag slechts wordt ontheven in de mate dat een hoger tarief werd opgelegd dan het wettelijk verschuldigd tarief
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0042.N
  1. M. D.V.,
  2. R. V.D.B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eisers woonplaats kiezen. tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het P Centrum Brussel 520, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 juni
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde middel Eerste onderdeel
  4. Krachtens artikel 6 Wet Motivering Bestuurshandelingen is deze wet slechts van toepassing op de bijzondere regelingen waarbij de uitdrukkelijke motivering van bepaalde bestuurshandelingen is voorgeschreven, in zoverre deze regelingen minder strenge verplichtingen opleggen dan die bepaald in de voorgaande artikelen van deze wet. Artikel 346 WIB92 legt aan het bestuur inzake de motivering van een bericht van wijziging geen minder strenge verplichtingen op dan die, bepaald in de voormelde wet. In zoverre het onderdeel de appelrechters verwijt de bepalingen van de Wet Motivering Bestuurshandelingen te hebben geschonden, kan het niet worden aangenomen.
  5. Belastingen zijn van openbare orde. Bijgevolg dient de rechter zelf, zowel in feite als in rechte, te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld. Het bericht van wijziging dat volgens artikel 346 WIB92 moet worden toegezonden, is bedoeld om de belastingplichtige de gelegenheid te geven zijn opmerkingen naar voor te brengen of met kennis van zaken zijn akkoord te betuigen met de voorgenomen aanslag. Artikel 346 WIB92 verzet zich niet ertegen dat de administratie tijdens de procedure bijkomende gegevens en argumenten aanvoert ter ondersteuning van wat in het bericht van wijziging van aangifte wordt aangevoerd. Uit het enkele feit dat de administratie in de loop van de procedure de wijziging anders motiveert dan in het bericht van wijziging en de rechter die nieuwe motivering aanneemt als rechtvaardiging van de wijziging, kan niet worden afgeleid dat het bericht niet regelmatig is gemotiveerd. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Artikel 356 WIB92 regelt de bevoegdheden van de administratie in geval van gehele of gedeeltelijke nietigverklaring van een aanslag en strekt ertoe de vestiging van een subsidiaire aanslag mogelijk te maken met als doel de werkelijk verschuldigde belasting alsnog te kunnen innen. Indien de rechter vaststelt dat de aanslag ten dele gewettigd is omdat de belastbare grondslag behouden kan blijven en enkel een ander tarief moet worden toegepast, is hij op grond van artikel 356 WIB92 niet verplicht om over te gaan tot vernietiging van de aanslag om een subsidiaire aanslag mogelijk te maken, maar mag hij oordelen dat de aanslag slechts wordt ontheven in de mate dat een hoger tarief werd opgelegd dan het wettelijk verschuldigd tarief. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 172, tweede lid, Grondwet is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 356 WIB92 en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 372,57 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 12 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260212.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.