id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260212.1N.3 Rolnummer: F.24.0035.N Zaak: ORION DYNAMIC contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 709 - laatst gezien 2026-06-18 06:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.3 Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 75, 3°, WIB92 blijkt dat deze bepaling bedoeld is als antimisbruikbepaling, met name om te voorkomen dat de investeringsaftrek wordt toegekend aan een belastingplichtige die de vaste activa verworven heeft, maar die het gebruiksrecht ervan afstaat aan een derde die niet aan de voorwaarden van de investeringsaftrek voldoet; hieruit volgt evenwel niet dat deze bepaling enkel kan worden toegepast op voorwaarde dat dergelijk misbruik concreet wordt vastgesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Andere aftrekbare posten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 75 Fiche 2 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 75, 3°, WIB92 en de samenhang van deze bepaling met artikel 75, 2°, WIB92 volgt dat de belastingplichtige niet van de investeringsaftrek kan genieten wanneer in het jaar van de verwerving van de vaste activa niet blijkt dat de belastingplichtige de bedoeling heeft om ze blijvend ter beschikking te stellen van belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de investeringsaftrek
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Andere aftrekbare posten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 75 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0035.N ORION DYNAMIC bv, met zetel te 8730 Beernem, Hoornstraat 22A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0888.841.979, eiseres, met als raadsman mr. Johan Speecke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 8A/001, waar de eiseres woonstplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.159, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het KMO Centrum Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, Gustave Vincke Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 68 WIB92 worden winsten en baten vrijgesteld tot beloop van een deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de materiële vaste activa die in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand gebracht en van de nieuwe immateriële vaste activa, indien die vaste activa in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt. Krachtens artikel 75 WIB92 is deze investeringsaftrek niet van toepassing op: 2° vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht met het doel het recht van gebruik ervan bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht of opstal, of een gelijkaardig onroerend recht aan een derde over te dragen, ingeval die vaste activa kunnen worden afgeschreven door de onderneming die het recht heeft verkregen; 3° vaste activa indien het recht van gebruik ervan anders dan op de wijze als vermeld sub 2° is overgedragen aan een andere belastingplichtige, tenzij de overdacht gebeurt aan een natuurlijke persoon of aan een vennootschap, die zelf aan de voorwaarden, criteria en grenzen voor de toepassing van de investeringsaftrek tegen eenzelfde of een hoger percentage voldoet, die de vaste activa in België gebruikt voor het behalen van winst of baten en die het recht van gebruik daarvan geheel noch gedeeltelijk aan een derde overdraagt.
- Uit de wetsgeschiedenis van artikel 75, 3°, WIB92 blijkt dat deze bepaling bedoeld is als antimisbruikbepaling, met name om te voorkomen dat de investeringsaftrek wordt toegekend aan een belastingplichtige die de vaste activa verworven heeft, maar die het gebruiksrecht ervan afstaat aan een derde die niet aan de voorwaarden van de investeringsaftrek voldoet. Hieruit volgt evenwel niet dat deze bepaling enkel kan worden toegepast op voorwaarde dat dergelijk misbruik concreet wordt vastgesteld. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het onderdeel een motiveringsgebrek aanvoert, is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 75, 3°, WIB92 en bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Uit de wetsgeschiedenis van artikel 75, 3°, WIB92 en de samenhang van deze bepaling met artikel 75, 2°, WIB92 volgt dat de belastingplichtige niet van de investeringsaftrek kan genieten wanneer in het jaar van de verwerving van de vaste activa niet blijkt dat de belastingplichtige de bedoeling heeft om ze blijvend ter beschikking te stellen van belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden om te genieten van de investeringsaftrek.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat bij de beoordeling of aan de voorwaarden van de investeringsaftrek van artikel 75, 3°, WIB92 is voldaan, enkel rekening mag gehouden worden met het gebruik van die vaste activa in het jaar van de verwerving ervan, faalt het naar recht.
- Het onderdeel dat aanvoert dat het tegenstrijdig is om eenzelfde bepaling zowel letterlijk als in functie van de ratio legis ervan te lezen, voert in werkelijkheid een onwettigheid aan en geen motiveringsgebrek in de zin van artikel 149 Grondwet en is in zoverre niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 351,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 12 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260212.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div