← België

H. contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1287

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1288

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 90, eerste lid, 3° Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE - Echtscheiding door onderlinge toestemming Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1287

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1288

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 90, eerste lid, 3° Tekst van de beslissing Nr. F.24.0084.N A. H., eiseres, met als raadsman mr. Jo Boes, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3583 Paal, Paalsesteenweg 296/1, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0308.357.159, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 april

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 90, eerste lid, 3°, WIB92 zijn diverse inkomsten, onderhoudsuitkeringen die aan de belastingplichtige regelmatig zijn toegekend door personen van wier gezin hij geen deel uitmaakt, wanneer ze worden toegekend ter uitvoering van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek of van een gelijkaardige wettelijke verplichting in een buitenlandse wetgeving, alsmede kapitalen die zulke uitkeringen vervangen. Krachtens artikel 1287 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing moeten de echtgenoten die besloten hebben tot echtscheiding door onderlinge toestemming over te gaan, hun wederzijdse rechten, waaromtrent het hun vrijstaat een vergelijk te treffen, vooraf regelen. Krachtens artikel 1288, eerste lid, 4°, Gerechtelijk Wetboek zijn echtgenoten die door onderlinge toestemming uit de echt willen scheiden ertoe gehouden hun overeenkomst bij geschrift vast te leggen, onder meer voor wat betreft het bedrag van de eventuele uitkering, te betalen door de ene echtgenoot aan de andere, tijdens de procedure en na de echtscheiding, de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud, de omstandigheden waaronder dit bedrag na de echtscheiding kan worden herzien en de nadere bepalingen ter zake, dan wel het feit dat men van die uitkering afstand doet.
  3. Uit deze wetsbepalingen volgt dat het onderhoudsgeld dat op grond van een overeenkomst van echtscheiding door onderlinge toestemming wordt toegekend aan de voormalige echtgenoot, de uitvoering betreft van een verplichting op grond van het Burgerlijk of het Gerechtelijk Wetboek in de zin van artikel 90, eerste lid, 3°, WIB
  4. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.
  5. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 203ter Oud Burgerlijk Wetboek wordt niet aangegeven in welke zin het arrest deze bepaling schendt, zodat het onderdeel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk is. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel dat het arrest verwijt geen rekening te houden met de door de eiseres aangehaalde rechtspraak, maar nalaat de hierdoor geschonden wettelijke bepalingen aan te duiden, is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  7. Het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde kritiek en is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 861,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 12 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260212.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.