id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.10 Rolnummer: C.25.0185.N Zaak: MUCC nv contra F.N.A.C. BELGIUM nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 873 - laatst gezien 2026-06-18 12:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.10 Fiche Aangezien, bij gebrek aan regelmatig antwoord van de verhuurder, de huurhernieuwing plaatsvindt onder de door de huurder vastgestelde voorwaarden, moeten die voorwaarden in overeenstemming met de wet zijn en kunnen zij enkel betrekking hebben op de nieuwe huurovereenkomst en niet op de lopende huurovereenkomst
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - HANDELSHUUR - Einde (Opzegging. Huurhernieuwing. Enz) Wettelijke bepalingen: Wet van 30 april 1951 BURGERLIJK WETBOEK. - BOEK III - TITEL VIII - HOOFDSTUK II, Afdeling 2bis : Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder - 30-04-1951 - Art. 14, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1951043003 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0185.N MUCC nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Lange Gasthuisstraat 35-37, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0454.021.762, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen FNAC BELGIUM nv, met zetel te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, Slesbroekstraat 101, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0421.506.570, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 20 februari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 14 januari 2026 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 14, eerste lid, Handelshuurwet bepaalt dat de huurder die het recht op hernieuwing verlangt uit te oefenen, dit op straffe van verval bij exploot van gerechtsdeurwaarder of bij aangetekende brief ter kennis van de verhuurder moet brengen, ten vroegste achttien maanden, ten laatste vijftien maanden voor het eindigen van de lopende huur. Deze kennisgeving moet, op straffe van nietigheid, de voorwaarden opgeven waaronder de huurder zelf bereid is om de nieuwe huur aan te gaan en de vermelding bevatten dat de verhuurder geacht zal worden met de hernieuwing van de huur onder de voorgestelde voorwaarden in te stemmen, indien hij niet op dezelfde wijze binnen drie maanden kennis geeft ofwel van zijn met redenen omklede weigering van hernieuwing, ofwel van andere voorwaarden of van het aanbod van een derde.
- Aangezien, bij gebrek aan regelmatig antwoord van de verhuurder, de huurhernieuwing plaatsvindt onder de door de huurder vastgestelde voorwaarden, moeten die voorwaarden in overeenstemming met de wet zijn en kunnen zij enkel betrekking hebben op de nieuwe huurovereenkomst en niet op de lopende huurovereenkomst.
- De appelrechters stellen vast dat de aangetekende aanvraag tot huurhernieuwing met ingang van 1 januari 2024 onder meer de voorwaarde bevatte van “een bijkomende korting op de huurprijs voor de periode 01/01/2022-31/12/2023, waardoor de totale huurprijs verminderd wordt tot een vast bedrag van 70 euro/ m²/ jaar”.
- De appelrechters die vervolgens oordelen dat het de verweerster niet verboden kan worden om in haar huurhernieuwingsaanvraag een voorwaarde te formuleren die betrekking heeft op de lopende handelshuurovereenkomst, zoals het toestaan van een korting op de lopende huurprijs, en dit geen afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de huurhernieuwingsaanvraag, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, anders samengesteld, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 16 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div