id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.5 Rolnummer: C.25.0163.N Zaak: STAD LEUVEN contra VANGROOTLOON T O nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 475 - laatst gezien 2026-06-18 18:56 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 22sexies.1, eerste lid, Wegverkeersreglement heeft tot doel de voetgangers in die zone te beschermen zonder dat evenwel de in deze zone gevestigde handelsondernemingen belemmerd worden in de uitoefening van hun hoofdactiviteit, die bestaat in het uitvoeren van leveringen; hieruit volgt dat enkel de voertuigen van een handelsonderneming met als hoofdactiviteit het uitvoeren van leveringen vanuit de voetgangerszone en die zelf gevestigd is in de voetgangerszone, gebruik kunnen maken van die zone onder de in deze bepaling bedoelde voorwaarden
(1).
(1)Vergelijk Cass. 4 december 2023, AR C.23.0214.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231204.3N.8. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 22 - Artikel 22sexies Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 22sexies.1, eerste en tweede lid, 1°,
- f)- 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0163.N STAD LEUVEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.521.503, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VANGROOTLOON T&O nv, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Sint-Jorisstraat 4020, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0438.290.045, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de Nederlandstalige politierechtbank Brussel van 15 januari 2025 gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 4 december 2023. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 8 december 2025 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel 1. Krachtens artikel 22sexies.1, eerste lid, Wegverkeersreglement hebben alleen voetgangers toegang tot voetgangerszones. Evenwel hebben op grond van artikel 22sexies.1, tweede lid, 1°, f), Wegverkeersreglement toegang tot die zones, in geval van absolute noodzaak, de voertuigen van handelsondernemingen die in die zones gevestigd zijn en slechts via die zones toegankelijk zijn, wanneer deze voertuigen zijn bestemd voor leveringen en indien die leveringen een hoofdactiviteit van deze ondernemingen uitmaken. Deze bepaling heeft tot doel de voetgangers in die zone te beschermen zonder dat evenwel de in deze zone gevestigde handelsondernemingen belemmerd worden in de uitoefening van hun hoofdactiviteit, die bestaat in het uitvoeren van leveringen. Hieruit volgt dat enkel de voertuigen van een handelsonderneming met als hoofdactiviteit het uitvoeren van leveringen vanuit de voetgangerszone en die zelf gevestigd is in de voetgangerszone, gebruik kunnen maken van die zone onder de in deze bepaling bedoelde voorwaarden. 2. De rechter stelt vast en oordeelt dat: - de bakkerij, gevestigd in de voetgangerszone destijds ressorteerde onder Vangrootloon nv en behoorde tot de algemene groep Bakkerij Vangrootloon; - de voertuigen die de voetgangerszone zijn ingereden eigendom zijn van de verweerster, die eveneens deel uitmaakt van deze groep; - het uitvoeren van leveringen een hoofdactiviteit uitmaakt van de verweerster aangezien zij haar maatschappelijk doel niet kan nastreven zonder het leveren van goederen; - niet is vereist dat de voertuigen eigendom zijn van de handelsonderneming die in de zone is gevestigd, het volstaat dat het gaat om voertuigen die worden gebruikt voor leveringen; - het volstaat dat de voertuigen die een voetgangerszone inrijden toebehoren aan een groep van handelsondernemingen die in deze zone een handelsonderneming hebben, deze voertuigen bestemd zijn voor leveringen, en deze leveringen een hoofdactiviteit van een andere handelsonderneming van de groep vormen. 3. De rechter die aldus oordeelt dat de verweerster zich kan beroepen op artikel 22.sexies, tweede lid, 1°, f), Wegverkeersreglement, zonder vast te stellen dat de verweerster een in de voetgangerszone gevestigde handelsonderneming is met als hoofdactiviteit het uitvoeren van leveringen vanuit de voetgangerszone, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre dit het beroep ontvankelijk verklaard. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank van Leuven, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 16 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.5 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231204.3N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div