← België

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.6 Rolnummer: S.24.0046.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra L. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2026-02-27 Raadplegingen: 663 - laatst gezien 2026-06-18 20:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.6 Fiche 1 De werknemer die zelf een einde aan de arbeidsovereenkomst maakt, is niet werkloos wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, tenzij zijn ontslag het gevolg is van omstandigheden welke van die aard zijn dat van hem redelijkerwijze niet kan worden gevergd de dienstbetrekking te laten voortduren

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 44 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 51, tweede lid, § 1, 1° - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Fiche 2 Dat een bedrijfs-cao in het kader van een herstructurering de mogelijkheid biedt om het bedrijf te verlaten, is op zich geen omstandigheid die de werkloze verplicht om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen, tenzij wanneer aan de hand van de feiten wordt aangetoond dat de werknemer geen andere keuze had dan de arbeidsovereenkomst te beëindigen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - RECHT OP UITKERING Wettelijke bepalingen: KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 44 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 KB 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - 25-11-1991 - Art. 51, tweede lid, § 1, 1° - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0046.N RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.737.484, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen Y.L., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, van 16 mei
  1. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 11 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ann De Wolf heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Artikel 44 Werkloosheidsbesluit bepaalt dat, om uitkeringen te kunnen genieten, de werkloze wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil zonder arbeid en zonder loon moet zijn. Krachtens artikel 51, tweede lid, § 1, 1°, van hetzelfde besluit moet onder werkloosheid wegens omstandigheden afhankelijk van de wil van de werknemer worden verstaan, het verlaten van een passende dienstbetrekking zonder wettige reden.
  3. De werknemer die zelf een einde aan de arbeidsovereenkomst maakt, is niet werkloos wegens omstandigheden onafhankelijk van zijn wil, tenzij zijn ontslag het gevolg is van omstandigheden welke van die aard zijn dat van hem redelijkerwijze niet kan worden gevergd de dienstbetrekking te laten voortduren. Dat een bedrijfs-cao in het kader van een herstructurering de mogelijkheid biedt om het bedrijf te verlaten, is op zich geen omstandigheid die de werkloze verplicht om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen, tenzij wanneer aan de hand van de feiten wordt aangetoond dat de werknemer geen andere keuze had dan de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - hoewel de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord tot stand is gekomen en de werknemer deze beslissing bovendien niet onvoorbereid nam, dit moet bekeken worden in het licht van de heel grondige herstructurering, inclusief de afvloeiing van 1.000 voltijdse equivalenten, waartoe Belfius werd verplicht door de Europese Commissie en dewelke zij onder het toezicht van de NBB diende door te voeren; - uit de ondertekening van de ondernemings-cao blijkt dat de vakorganisaties akkoord gingen met de door Belfius vastgestelde slechte economische situatie van het bedrijf, zoals vermeld in het herstructureringsplan, met de noodzaak tot herstructurering met vrijwillige beëindigingen van de arbeidsovereenkomsten en/of gedwongen ontslagen; - de herstructurering bewezen is door de vele beëindigingen van arbeidsovereenkomsten die Belfius effectief doorvoerde; - de verweerder dus moest kiezen tussen ofwel meegaan in het herstructurerings-plan met de zekerheid van nog negen jaar in dienst te blijven dan wel allicht het risico lopen op een onmiddellijk ontslag; - zijn perspectieven beduidend minder aantrekkelijk waren indien hij niet meeging in de vertrekregeling; - elke rechtgeaarde, rationeel denkende werknemer dezelfde beslissing als verweerder zal nemen; - de ondernemings-cao hem geen andere keuze gaf dan op dit stelsel in te gaan en deze keuze zich aan hem opdrong.
  5. De appelrechters die hun beslissing dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst onvrijwillig was, laten steunen op de loutere reden dat de verweerder het risico liep te worden ontslagen en zijn perspectieven dus minder aantrekkelijk waren waardoor hij geen andere keuze had dan in te stemmen met de regeling van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Bart Wylleman, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Ann De Wolf en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 16 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260216.3N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260216.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.