id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Fiches 6 - 10 Wanneer de beklaagde wordt vervolgd voor strafbare feiten A en B, hij in hoger beroep alleen een grief over de strafmaat aanbracht en op moment van de bestreden eindbeslissing de strafvordering voor feit B is vervallen door verjaring, leidt cassatie van een tussenvonnis en de daaropvolgende beslissingen tot een beperkte verwijzing van de zaak, beperkt tot de bestraffing voor feit A, met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435
- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) -
Art. 435- 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr.
P.26.0094.N I, II en III K. A., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Baudeloostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het tussenvonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 11 februari 2022 (hierna het bestreden vonnis I). Het cassatieberoep II is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 13 december 2022 (hierna het bestreden vonnis II). Het cassatieberoep III is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 4 november 2025 (hierna het bestreden vonnis III). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan betreffende het cassatieberoep I. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDEN
- De eiser wordt bij vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 28 december 2020 veroordeeld tot straffen wegens het besturen van een motorvoertuig zonder houder te zijn van het vereiste rijbewijs (telastlegging A, inbreuk op de artikelen 21 en 30, § 1, 1°, Wegverkeerswet) en door te hebben deelgenomen aan het verkeer op de openbare weg als bestuurder van een voertuig zonder het kentekenbewijs aan boord van het voertuig te bewaren (telastlegging B, inbreuk op artikel 17, § 1, eerste lid, KB Inschrijving Voertuigen en artikel 29, § 2, Wegverkeerswet). Het vonnis van 28 december 2020 wordt op 9 maart 2021 aan de eiser betekend, maar niet aan hem persoonlijk.
- De eiser tekent op 7 april 2021 tegen dit vonnis hoger beroep aan. Als appelgrief wordt enkel de bestraffing vermeld.
- De zaak wordt op tegenspraak behandeld op de rechtszitting van 14 januari 2022 in de samenstelling D.P., B. en B. en voor uitspraak gesteld op de rechtszitting van 11 februari
- Op 11 februari 2022 wordt het door de rechters D. P., B. en V. D. S. gewezen vonnis uitgesproken, waarbij eisers hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard, wordt vastgesteld dat de strafvordering niet is verjaard, het debat wordt heropend met het oog op voeging van bepaalde stukken en de zaak in voortzetting gesteld naar de rechtszitting van 1 april
- Op 1 april 2022 wordt de zaak uitgesteld naar de rechtszitting van 8 april
- Op die rechtszitting wordt de zaak op tegenspraak behandeld en in voortzetting gesteld naar de rechtszitting van 15 september
- Op die rechtszitting wordt de zaak uitgesteld naar de rechtszitting van 15 november
- Op die rechtszitting wordt de zaak bij verstek behandeld en met het bij verstek gewezen vonnis van 13 december 2022 leggen de appelrechters dezelfde straffen op als de eerste rechter. Het verstekvonnis wordt op 9 februari 2023 betekend aan de eiser, maar niet aan hem persoonlijk.
- De eiser tekent op 19 september 2025 verzet aan tegen het verstekvonnis van 13 december
- Bij vonnis van 4 november 2025 wordt eisers verzet tegen het verstekvonnis van 13 december 2022 ongedaan verklaard. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I
- Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep I bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis I is gewezen door de rechters D. P., B. en V. d. S., terwijl de zetel op de rechtszitting van 14 januari 2022, waarop de zaak werd behandeld, volgens het proces-verbaal van die rechtszitting was samengesteld uit de rechters D. P., B. en B.; het bestreden vonnis I is gewezen in strijd met artikel 779 Gerechtelijk Wetboek en dus nietig.
- Het middel is om de erin vermelde redenen gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van het bestreden vonnis I, behoudens wat betreft het ontvankelijk verklaren van het hoger beroep van de eiser, leidt tot de vernietiging van de bestreden vonnissen II en III, die er een gevolg van zijn.
- Voor het feit omschreven onder de telastlegging B geldt volgens artikel 68 Wegverkeerswet een verjaringstermijn van twee jaar. De verjaring van de strafvordering werd volgens het toen toepasselijke artikel 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering gestuit op 15 oktober 2021, zodat de strafvordering vóór de inwerkingtreding van het huidige artikel 21 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering voor dat feit is vervallen. De verwijzing is derhalve beperkt tot de bestraffing voor het feit omschreven onder de telastlegging A, met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden vonnissen I, II en III, behoudens voor wat betreft het bestreden vonnis I waar dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis I en de vernietigde vonnissen II en III. Verwerpt het cassatieberoep I voor het overige. Veroordeelt de eiser tot betaling van een tiende van de kosten van het cassatieberoep I. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld, maar beperkt tot de beslissing over de bestraffing voor het feit omschreven onder de telastlegging A en de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Bepaalt de kosten in het geheel op 249,15 euro, waarvan op het cassatieberoep I 78,65 euro is verschuldigd, op het cassatieberoep II 81,95 euro is verschuldigd en op het cassatieberoep III 88,55 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 februari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260217.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div