← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 7

, § 3, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 7

, § 3, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Uit artikel 7, § 3, tweede lid, Strafwetboek volgt dat de rechter voor de feiten strafbaar met een gevangenisstraf van meer dan zes maanden tot drie jaar enkel een effectieve gevangenisstraf kan opleggen indien hij motiveert waarom de in artikel 7, § 2, eerste lid, Strafwetboek vastgelegde strafdoelen niet kunnen worden bereikt door het opleggen van een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf, voor zover aan de wettelijke voorwaarden voor een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf is voldaan; niet naar recht verantwoord is de beslissing om voor die feiten een effectieve gevangenisstraf op te leggen beneden de drie jaar zonder dat daarin is vastgesteld dat de wettelijk bepaalde strafdoelen niet kunnen worden bereikt door het opleggen van één van de vermelde straffen

(1).
(1)Zie alg. J. DE HERDT, “De Noodwet overbevolking in de gevangenissen en de straftoemeting: de toekomst begint nu, maar nog (lang) niet helemaal”, NC 2025, 71-82. Thesaurus CAS: STRAF - VRIJHEIDSSTRAFFEN Wettelijke bepalingen:

Art. 7

, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen:

Art. 7, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.1519.N G, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 20, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 11 september 2025, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 3 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 7, § 3, Strafwetboek.
  2. Artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat voor feiten strafbaar met een maximale gevangenisstraf van zes maanden en indien de rechter overweegt om een effectieve gevangenisstraf op te leggen, hij een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf oplegt, indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies Strafwetboek.
  3. Artikel 7, § 3, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat voor feiten strafbaar met een gevangenisstraf van meer dan zes maanden tot drie jaar en indien de rechter een effectieve gevangenisstraf oplegt, hij met redenen omkleedt waarom de bestraffing niet door een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf kan worden bereikt, voor zover aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies Strafwetboek is voldaan.
  4. Het bestreden vonnis (p. 9, randnr. 4, derde alinea) neemt aan dat de feiten: - omschreven onder de telastleggingen G, AF en AG de opeenvolgende en de voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde opzet zodat daarvoor slechts één straf wordt opgelegd, namelijk de zwaarste. Op het feit omschreven onder de telastlegging AF (inbreuk op artikel 22, § 1, eerste lid, WAM) staat de zwaarste straf, namelijk een gevangenisstraf van zes maanden; - omschreven onder de telastleggingen A, B, C, D, E, F, H, I, J, K, L, M, O, P, Q, R, S, AC, AD, AE en AH de opeenvolgende en de voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde opzet zodat daarvoor slechts één straf wordt opgelegd, namelijk de zwaarste. Op de feiten omschreven onder de telastleggingen B, C, K, L, N, O, R, S, AD en AE staat de zwaarste straf, namelijk een gevangenisstraf van twee jaar.
  5. Uit artikel 7, § 3, eerste lid, Strafwetboek volgt dat de rechter voor de feiten omschreven onder de telastleggingen G, AF en AG slechts een effectieve gevangenisstraf kan opleggen indien hij vaststelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf niet is voldaan.
  6. Uit artikel 7, § 3, tweede lid, Strafwetboek volgt dat de rechter voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B, C, D, E, F, H, I, J, K, L, M, O, P, Q, R, S, AC, AD, AE en AH enkel een effectieve gevangenisstraf kan opleggen indien hij motiveert waarom de in artikel 7, § 2, eerste lid, Strafwetboek vastgelegde strafdoelen niet kunnen worden bereikt door het opleggen van een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf, voor zover aan de wettelijke voorwaarden voor een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf is voldaan.
  7. Het bestreden vonnis legt een effectieve gevangenisstraf van drie maanden op voor de feiten omschreven onder de telastleggingen G, AF en AG, zonder evenwel vast te stellen dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een werkstraf, een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf. Het kan dan ook voor de feiten omschreven onder de telastleggingen G, AF en AG geen gevangenisstraf opleggen.
  8. Het bestreden vonnis legt een effectieve gevangenisstraf van achttien maanden op voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B, C, D, E, F, H, I, J, K, L, M, O, P, Q, R, S, AC, AD, AE en AH, maar het motiveert niet dat de in artikel 7, § 2, Strafwetboek bepaalde strafdoelen niet kunnen worden bereikt door het opleggen van een straf onder elektronisch toezicht of een autonome probatiestraf. De beslissing om aan de eiser een effectieve gevangenisstraf op te leggen, is dan ook niet regelmatig met redenen omkleed. Het bestreden vonnis schendt dan ook artikel 7, § 3, Strafwetboek. Omvang van de cassatie
  9. De vernietiging van de aan de eiser opgelegde gevangenisstraffen leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het bestreden vonnis, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Middel van de eiser
  10. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 februari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260217.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.