← België

TWO WAY MEDIA Ltd contra PROXIMUS nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 602

, 1° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 602

, 1° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Fiches 6 - 7 De algemene bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel om kennis te nemen van het hoger beroep tegen beslissingen van de ondernemingsrechtbank te Brussel belet geenszins de verwijzing door het Hof naar een ander rechtscollege van een ander rechtsgebied met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: UITVINDINGSOCTROOI - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 602

, 1° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN.

OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 602

, 1° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 8 - 9 De rechter is slechts bevoegd binnen de grenzen van het rechtsgebied dat hem door de wet is toegekend, behalve in de gevallen waarin de wet anders bepaalt; artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek aangaande de verwijzing na cassatie vormt dergelijke andere wetsbepaling

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Plaatselijke bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN.

OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) -

Art. 622

- 03 ELI link Pub nr 1967101054 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 10 - 11 De in artikel XI.337 WER bedoelde exclusieve bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank te Brussel blijft niet derwijze gelden in hoger beroep dat het Hof zou verplicht zijn in geval van cassatie van een arrest van het hof van beroep te Brussel inzake een octrooigeschil, de zaak met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek te verwijzen naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld; het Hof kan in geval van cassatie van een arrest van het hof van beroep te Brussel inzake een octrooigeschil, de zaak met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek ook verwijzen naar een ander hof van beroep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: UITVINDINGSOCTROOI - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.337 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 1110

, eerste lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.337 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0125.N TWO-WAY MEDIA Ltd., vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te Colorado (Verenigde Staten van Amerika), 1821 Redwood Avenue, Boulder, verzoekster tot verbetering van het arrest van 10 maart 2023 inzake C.22.0126.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Drie Koningenstraat 3, waar de verzoekster woonplaats kiest, met als tussenkomende partij, PROXIMUS nv, met zetel te 1030 Brussel (Schaarbeek), Koning Albert II laan 27, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0202.239.951, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar deze partij woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek strekt tot verbetering van het arrest gewezen door de eerste kamer van het Hof op 10 maart 2023 in de zaak gekend onder het rolnummer C.22.0126.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5 tussen PROXIMUS nv als de eiseres en TWO-WAY MEDIA Ltd. als de verweerster. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 15 januari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. VERZOEK TOT VERBETERING Het verzoek tot verbetering is in de volgende bewoordingen gesteld: “De aanwijzing, in een cassatiearrest, van de rechter naar wie de zaak verwezen wordt, is een daad van gerechtelijke administratie die het Hof ofwel op vorderingen van de procureur-generaal, ofwel op verzoek van de partijen of een van hen te allen tijde kan verbeteren of wijzigen als die op een vergissing berust, ongeacht de aard ervan en ongeacht of het belang van de partijen dit gebiedt. Het arrest van uw hof van 10 maart 2023 met rolnummer C.22.0126.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5 vernietigt het bestreden arrest gewezen door het hof van beroep te Brussel van 28 juni 2021 en verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 juni 2021 behandelt het hoger beroep tegen een vonnis van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel over een geschil betreffende inbreuken op octrooirechten. Boek XI van het Wetboek van Economisch Recht (WER) handelt over intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen. Titel 10 van boek XI draagt als opschrift: “Aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en bedrijfsgeheimen” en hoofdstuk 1 van die Titel 10 gaat over de bevoegdheid inzake uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten (art. XI.337 t.e.m. 338/3 WER). Artikel XI.337, § 1, van het WER luidt dat, onverminderd de bevoegdheid van een eengemaakt octrooigerecht bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, de ondernemingsrechtbank te Brussel kennis neemt van alle vorderingen inzake octrooien of aanvullende beschermingscertificaten, ongeacht het bedrag van de vordering. Artikel XI.337, § 2, van het WER bepaalt dat elke met de bepalingen van de vorige paragraaf strijdige overeenkomst van rechtswege nietig is. Evenwel staan die bepalingen niet eraan in de weg dat de geschillen betreffende het houderschap van een octrooiaanvraag of van een octrooi de geldigheid of de inbreuk op een octrooi of betreffende de vaststelling van de in artikel XI.35 bedoelde vergoeding alsook die welke de licenties op octrooien betreffen, andere dan de gedwongen licenties, voor de scheidsgerechten gebracht worden. Uit die bepalingen volgt dat, tenzij de partijen ervoor kiezen hun geschil voor een scheidsgerecht te brengen, de ondernemingsrechtbank te Brussel exclusief bevoegd is om kennis te nemen van inbreuken op een octrooi. De exclusieve bevoegdheid blijft gelden in graad van beroep: enkel het Hof van beroep te Brussel kan op grond van de artikelen 156 van de Grondwet, 186, § 1, eerste alinea, en 602, eerste alinea, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 1, afdelingen 3 tot 5 van het bijvoegsel van dat wetboek, als appelrechter oordelen over het hoger beroep tegen een vonnis van de ondernemingsrechtbank te Brussel inzake inbreuken op een octrooi. Wanneer het rechtscollege dat de bestreden beslissing heeft gewezen een exclusieve bevoegdheid heeft, is er na cassatie van die beslissing slechts een terugverwijzing naar datzelfde rechtscollege, anders samengesteld, mogelijk. Dit volgt uit artikel 1110, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. De aanwijzing van het Hof van beroep te Antwerpen als verwijzingsgerecht in het arrest van uw Hof van 10 maart 2023 met rolnummer C.22.0126.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5 berust derhalve op een vergissing die moet worden verbeterd. De verzoekster vraagt uw Hof tot die verbetering over te gaan.” III. BEOORDELING

  1. Zoals aangegeven in het verzoekschrift tot verbetering, volgt uit artikel XI.337 WER dat, tenzij de partijen ervoor kiezen hun geschil voor een scheidsgerecht te brengen, de ondernemingsrechtbank te Brussel exclusief bevoegd is om kennis te nemen van octrooigeschillen. Die exclusieve bevoegdheid impliceert dat ook het hof van beroep te Brussel in de regel bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen beslissingen van de ondernemingsrechtbank te Brussel. Die bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel volgt evenwel uit de algemene regel, neergelegd in de artikelen 602, 1°, en 622 Gerechtelijk Wetboek, dat het hof van beroep te Brussel bevoegd is om kennis te nemen van de hogere beroepen tegen beslissingen van de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken die in zijn rechtsgebied zijn gelegen. Deze algemene bevoegdheid belet geenszins de verwijzing door het Hof naar een ander rechtscollege van een ander rechtsgebied met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek. Artikel 622 Gerechtelijk Wetboek bepaalt immers dat de rechter slechts bevoegd is binnen de grenzen van het rechtsgebied dat hem door de wet is toegekend, behalve in de gevallen waarin de wet anders bepaalt. Artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek aangaande de verwijzing na cassatie vormt dergelijke andere wetsbepaling. Anders dan in het verzoekschrift tot verbetering verder aangegeven, blijft de in artikel XI.337 WER bedoelde exclusieve bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank te Brussel niet derwijze gelden in hoger beroep dat het Hof zou verplicht zijn in geval van cassatie van een arrest van het hof van beroep te Brussel inzake een octrooigeschil, de zaak met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek te verwijzen naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld. Het Hof kan in geval van cassatie van een arrest van het hof van beroep te Brussel inzake een octrooigeschil, de zaak met toepassing van artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek ook verwijzen naar een ander hof van beroep. Het verzoek tot verbetering faalt derhalve naar recht.
  2. Het arrest van het Hof van 10 maart 2023 inzake C.22.0126.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5 vernietigt het bestreden arrest gewezen door het hof van beroep te Brussel en verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Die verwijzing na cassatie berust niet op een vergissing die moet worden verbeterd. Het verzoek tot verbetering moet worden verworpen. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek tot verbetering. Veroordeelt de verzoekster tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de verzoekster op 444,80 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 19 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230310.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.