← België

AKTUM bv contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.11 Rolnummer: C.24.0332.N Zaak: AKTUM bv contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-03-10 Raadplegingen: 473 - laatst gezien 2026-06-18 06:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het cassatieberoep staat onmiddellijk open tegen een eindbeslissing waarmee de rechter een geschilpunt definitief beslecht en daarmee zijn rechtsmacht over dat punt uitput; dergelijk cassatieberoep is niet afhankelijk van een vonnis waarmee de rechter het gehele voor hem hangende geschil beslecht zodat zijn rechtsmacht over het gehele geschil is uitgeput, noch van een cassatieberoep tegen een dergelijk vonnis. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Algemeen CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Allerlei Fiches 3 - 4 Tegen een beslissing alvorens recht te spreken staat niet onmiddellijk cassatieberoep open, doch slechts na een eindbeslissing over een geschilpunt waarop die beslissing alvorens recht te spreken betrekking had; dergelijk cassatieberoep is niet afhankelijk van een vonnis waarmee de rechter het gehele voor hem hangende geschil beslecht zodat zijn rechtsmacht over het gehele geschil is uitgeput, noch van een cassatieberoep tegen een dergelijk vonnis of van een cassatieberoep tegen de vermelde eindbeslissing. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Fiche 5 De rechter die in laatste aanleg een voorafgaande maatregel beveelt, hetzij om de vordering te onderzoeken hetzij om de toestand van de partijen voorlopig te regelen, zonder daarbij een beslissing te nemen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van de vordering, neemt een beslissing alvorens recht te spreken en geen eindbeslissing, ook al bestond over die maatregel tussen de partijen betwisting en hebben zij erover debat gevoerd. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Fiche 6 Het aandeel van de gemeenschappelijke delen dat aan ieder privatief deel is verbonden, moet op basis van de respectieve waarde van de privatieve delen worden bepaald, waarbij zowel de netto-vloeroppervlakte als, voor zover deze de waarde van de privatieve delen beïnvloeden, de bestemming en de ligging van de privatieve delen, in rekening worden gebracht. Thesaurus CAS: EIGENDOM Tekst van de beslissing Nr. C.24.0332.N AKTUM bv, geassocieerde notarissen, met zetel te 8790 Waregem, Zuiderlaan 71, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0477.250.490, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. H. V.,
  2. M. H., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen in aanwezigheid van: VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN HET GEBOUW RESIDENTIE (…), tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 23 mei
  3. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  4. In haar verzoekschrift verklaart de eiseres afstand te doen van haar cassatieberoep, zonder berusting in het bestreden vonnis, indien het Hof zou oordelen dat het cassatieberoep niet tegen een eindbeslissing is gericht.
  5. Artikel 1077 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat cassatieberoep tegen een vonnis alvorens recht te spreken slechts openstaat na het eindvonnis. Artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis een eindvonnis is voor zover daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt is uitgeput, behoudens de bij wet bepaalde rechtsmiddelen. Artikel 19, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter, alvorens recht te spreken, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel kan bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen.
  6. Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt dat cassatieberoep onmiddellijk openstaat tegen een eindbeslissing waarmee de rechter een geschilpunt definitief beslecht en daarmee zijn rechtsmacht over dat punt uitput. Dergelijk cassatieberoep is niet afhankelijk van een vonnis waarmee de rechter het gehele voor hem hangende geschil beslecht zodat zijn rechtsmacht over het gehele geschil is uitgeput, noch van een cassatieberoep tegen een dergelijk vonnis. Daarentegen staat tegen een beslissing alvorens recht te spreken niet onmiddellijk cassatieberoep open, doch slechts na een eindbeslissing over een geschilpunt waarop die beslissing alvorens recht te spreken betrekking had. Dergelijk cassatieberoep is niet afhankelijk van een vonnis waarmee de rechter het gehele voor hem hangende geschil beslecht zodat zijn rechtsmacht over het gehele geschil is uitgeput, noch van een cassatieberoep tegen een dergelijk vonnis of van een cassatieberoep tegen de vermelde eindbeslissing.
  7. Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt eveneens dat de rechter die in laatste aanleg een voorafgaande maatregel beveelt, hetzij om de vordering te onderzoeken hetzij om de toestand van de partijen voorlopig te regelen, zonder daarbij een beslissing te nemen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van de vordering, een beslissing neemt alvorens recht te spreken en geen eindbeslissing, ook al bestond over die maatregel tussen de partijen betwisting en hebben zij erover debat gevoerd.
  8. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerders als grief ontwikkelen dat de medeberekening voor de helft van de oppervlakte van de gemeenschappelijke tuinen, waarvan zij het exclusieve genot en gebruik hebben, om de aandelen in de gemeenschappelijke delen te berekenen, in strijd is met de wetgeving die van dwingend recht is; - de verweerders aanvoeren dat de berekening bovendien onrechtvaardig en disproportioneel is, vermits zij tweemaal moeten bijdragen, met name enerzijds rechtstreeks door de kosten van onderhoud van de tuinen, en onrechtstreeks via de toewijzing van de aandelen in andere kosten van de gemeenschappelijke delen, en dit concreet betekent dat de verweerders omwille van hun exclusief genots- en gebruiksrecht van de gemeenschappelijke tuin, 40 pct. meer moeten bijdragen in de gemeenschappelijke kosten van het hele gebouw; - de verweerders eveneens aanvoeren dat, rekening houdend met het in de basisakte gehanteerde enige objectief criterium, zijnde de netto-vloeroppervlakte, een nieuwe berekening en wijziging van de aandelen in de gemeenschappelijke delen zich opdringt; - de tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij zich op het standpunt stelt dat in de basisakte voor de toebedeling van de aandelen “rekening wordt gehouden met de respectieve waarde van deze delen, die wordt bepaald in functie van de netto-vloeroppervlakte, waarbij de oppervlakte van de terrassen en de tuinen meetellen voor de helft als bewoonbare oppervlakte van het privatieve deel”, waarbij de netto-vloeroppervlakte niet als “objectief criterium” werd gehanteerd, maar als onderdeel van de berekening, samen met de “bestemming” en het “nut”; - de tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij bovendien aanvoert dat niet enkel de netto-vloeroppervlakte in rekening moet worden gebracht, maar ook de andere criteria uit de basisakte en de wet, met name de bestemming en de ligging; - de eiseres aanvoert dat de netto-vloeroppervlakte, waarvan sprake in het verslag betreffende de verdeling van de gemeenschappelijke delen, niet als objectief criterium wordt gehanteerd, maar slechts een onderdeel van de berekening betreft waarbij volgens de wettelijke bepalingen ook elementen als de bestemming en de ligging mee in aanmerking moeten worden genomen; - de eiseres aanvoert dat de oppervlakte van de tuin niet als objectief gegeven bij de oppervlakte van het privatief werd gevoegd, maar dat van de oppervlakte van het appartement werd uitgegaan, waarbij de meerwaarde die de tuin biedt in de weging werd opgenomen door in abstracto de helft van de oppervlakte van deze tuin aan te nemen bij de berekening van het aandeel; - de eiseres meent dat het feit dat de verweerders, die het exclusieve genot van de tuin hebben, dienen in te staan voor het onderhoud ervan, betrekking heeft op het genot ervan, doch op zich niets te maken heeft met de waardering van de kavels en de verdeling van de aandelen; - de eiseres ondergeschikt aanvoert dat de aan te wijzen deskundige niet alleen rekening moet houden met vloeroppervlakte, maar ook met bestemming en ligging van de privatieve kavels; - de vordering van de verweerders onder toepassing van artikel 577-9, § 6, Oud Burgerlijk Wetboek, thans artikel 3.92, § 7, 1°, Burgerlijk Wetboek, valt; - de bijdrage in de lasten van een mede-eigendom wordt omgeslagen gelet op de aandelen die elke mede-eigenaar in de gemeenschappelijke delen bezit, tenzij de mede-eigenaars beslissen om die kosten om te slaan naar evenredigheid van het nut die deze accessoria hebben voor elk van de privatieve delen; - het verslag betreffende de verdeling van de gemeenschappelijke delen vermeldt dat de notaris zich “voor de berekening van de aandelen in de gemeenschappelijke delen per privatief (baseerde) op de bouwplannen opgemaakt door (een architect) (…) aangehecht aan de basisakte (…), alsook op de berekening van de oppervlaktes zoals in detail vermeld op de hieraan gehechte bijlagen”; - hetzelfde verslag vermeldt dat de notaris als volgt te werk ging: “de aandelen in de gemeenschappelijke delen die worden toegekend aan de veertien appartementen en aan de drieëntwintig ondergrondse garages in de kelderverdieping gebeurde op basis van hun netto-vloeroppervlakte zoals bepaald op voormelde bijlagen. De resterende aandelen van de tienduizend aandelen, na aftrek van de aandelen toegekend aan voormelde privatieven van Blokken B, C en D, werden bijgevolg verdeeld onder de resterende privatieven van Blok A (zijnde de 14 appartementen en de 23 ondergrondse garages), volgens hun netto-vloeroppervlakte, waarbij de terrassen en de tuinen, waarvan de aanpalende appartementen het exclusief gebruik en genot hebben, werden meegerekend voor de helft”; - de gemeenschappelijke gedeelten zoals terrassen en tuinen, niet kunnen worden meegeteld bij de berekening van de oppervlakte van de appartementen; - de aandelen worden bepaald op basis van de netto-vloeroppervlakte van het privatief; - de notaris met betrekking tot de appartementen in blok A enkel het criterium vloeroppervlakte in aanmerking nam en nergens wat betreft blok A verwees naar het criterium ‘ligging’ en/of ‘bestemming’; - ten onrechte door de tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij wordt voorgehouden dat de notaris de netto-vloeroppervlakte niet als een objectief criterium hanteerde, maar als onderdeel van een berekening; - het verslag van de notaris wat betreft blok A enkel verwijst naar de netto-vloeroppervlakte; - de verweerders bijdragen in de lasten van de tuinen, doordat zij dienen in te staan voor het onderhoud ervan, hetgeen overigens ook ten goede komt aan de bewoners van de andere appartementen die uitzicht hebben op de tuin; - in de gegeven omstandigheden een landmeter-expert dient te worden aangewezen teneinde een nieuwe berekening van de aandelen te maken, en dit conform het enige objectieve criterium van de netto-vloeroppervlakte; - de verdeling van de aandelen in de gemeenschappelijke delen in strijd is met de dwingende bepalingen van artikel 577-4, § 1, Oud Burgerlijk Wetboek; - de deskundige tot opdracht heeft om onder meer een correcte berekening op te maken waarbij enkel de netto-vloeroppervlakte van het privatieve gedeelte in aanmerking wordt genomen, alsook alle nuttige inlichtingen te verschaffen die kunnen bijdragen tot de beslechting van het geschil.
  9. De appelrechter die met deze redenen oordeelt dat het aandeel van de gemeenschappelijke delen dat aan ieder privatief deel is verbonden, moet worden bepaald op basis van enkel de netto-vloeroppervlakte van de privatieve delen, zonder de ligging en de bestemming mee in rekening te brengen, neemt een beslissing over de gegrondheid van de vordering.
  10. Het cassatieberoep is gericht tegen deze eindbeslissing. Er bestaat bijgevolg geen grond om akte te verlenen van de afstand. Middel Tweede onderdeel
  11. Artikel 577-4, § 1, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek, thans artikel 3.85, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de basisakte de beschrijving van het onroerend geheel en van de privatieve en gemeenschappelijke delen bevat, alsook de bepaling van het aandeel van de gemeenschappelijke delen dat aan ieder privatief deel is verbonden, waarbij voor die bepaling rekening wordt gehouden met de respectieve waarde van deze delen, die wordt bepaald in functie van de netto-vloeroppervlakte, de bestemming en de ligging van het privatieve deel, op grond van het met redenen omkleed verslag van een notaris, een landmeter-expert, een architect of een vastgoedmakelaar.
  12. Het aandeel van de gemeenschappelijke delen dat aan ieder privatief deel is verbonden, moet op basis van de respectieve waarde van de privatieve delen worden bepaald, waarbij zowel de netto-vloeroppervlakte als, voor zover deze de waarde van de privatieve delen beïnvloeden, de bestemming en de ligging van de privatieve delen, in rekening worden gebracht.
  13. De appelrechter die met de redenen vermeld in r.o. 5 oordeelt dat het aandeel van de gemeenschappelijke delen dat aan ieder privatief deel is verbonden, moet worden bepaald op basis van enkel de netto-vloeroppervlakte van de privatieve delen, zonder de ligging en de bestemming mee in rekening te brengen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  14. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Zegt dat geen grond bestaat om akte te verlenen van de afstand. Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen zitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 19 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.