← België

K. contra N.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.16 Rolnummer: C.25.0091.N Zaak: K. contra N. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht - Unierecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2026-03-10 Raadplegingen: 896 - laatst gezien 2026-06-18 18:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.16 Fiches 1 - 2 Artikel 16 Grondwet is van toepassing in geval van onteigening ten algemenen nutte, die een gedwongen eigendomsoverdracht onderstelt waaruit een eigendomsverlies, en bijgevolg een daadwerkelijke beroving van een goed voortvloeit

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 16 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 16 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 16 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 3 - 4 Artikel 17 Handvest Grondrechten EU kan slechts worden ingeroepen bij de toepassing van het Unierecht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 51, eerste lid Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 17 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 12 december 2007 - 12-12-2007 - Art. 51, eerste lid Fiches 5 - 7 Een inmenging in de uitoefening van het recht op het ongestoord genot van de eigendom is toegelaten voor zover daarvoor een wettelijke basis bestaat, de inmenging het algemeen belang beoogt en ze een redelijk verband van evenredigheid heeft tot het nagestreefde doel, dit wil zeggen indien ze het billijke evenwicht tussen de vereisten van het algemeen belang en die van de bescherming van dat recht niet verbreekt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952, te Parijs - 13-05-1955 - Art. 1, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1955051306 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952, te Parijs - 13-05-1955 - Art. 1, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1955051306 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952, te Parijs - 13-05-1955 - Art. 1, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1955051306 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.25.0091.N W. K., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. R. N.,
  2. Y. S.,
  3. M.A. R., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 25 november
  4. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft op 19 januari 2026 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het niet ter discussie staat dat de eiseres bij vonnis van 20 december 2022 van de correctionele rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, werd veroordeeld voor feiten van belaging van de verweerders; - de correctionele rechter stelt dat de objectieve gegevens van het vooronderzoek en het ter zitting gevoerde onderzoek wijzen “op een niet aflatende houding van beklaagde waarbij zij de slachtoffers onder meer meermaals heeft bedreigd en uitgescholden, herhaaldelijk op de deuren heeft geklopt, schade heeft toegebracht aan hun eigendommen, alsook aan de gemeenschappelijke eigendommen, vuilniszakken en hondenuitwerpselen heeft achtergelaten, lawaaihinder veroorzaakte, en zaken vanop haar eigen terras op het onderliggende terras heeft gegooid”; - de correctionele rechter van oordeel is dat de eiseres door haar handelingen onmiskenbaar de verweerders heeft lastiggevallen “op een wijze die voor hen een zeer ernstige vorm van overlast meebracht, zelfs in die mate dat het duidelijk is dat de situatie voor de slachtoffers onleefbaar was geworden”; - in het vonnis van 20 december 2022 ook nog wordt benadrukt dat de eiseres “wist dat zij door haar gedrag de rust van de slachtoffers op een ernstige wijze verstoorde, nu er meermaals klachten werden neergelegd, en zij meermaals door hen werd aangesproken op haar gedrag. Dit weerhield beklaagde er niet van haar gedragingen verder te zetten alsook deinsde zij er niet voor terug om verwijten en bedreigingen te uiten”; - de correctionele rechter de eiseres heeft veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van twee jaar (zijnde de maximumstraf) met uitstel gedurende een proefperiode van twee jaar mits naleving van zeven probatievoorwaarden, alsook tot betaling van schadevergoeding aan de verweerders; - de eerste rechter in het beroepen vonnis van 1 juni 2023 heeft vastgesteld dat, ondanks de voornoemde correctionele veroordeling, “het ongepast en extreem storend gedrag” van de eiseres blijft aanhouden; - hierbij wordt gesteld dat het aanhoudend laakbaar gedrag van de eiseres extreem is en dat de ernstige correctionele veroordeling in strenge bewoordingen haar niet heeft kunnen overtuigen om haar storende houding bij te sturen noch om zich te onthouden van belagend gedrag; - niet kan worden betwist dat de eiseres volkomen ongepast en extreem storend gedrag ten aanzien van haar naburen stelt; - dit ontegensprekelijk blijkt uit de voormelde correctionele veroordeling van 20 december 2022, de door de verweerders bijgebrachte stukken, waaronder het weliswaar eenzijdige chronologisch overzicht van klachten/meldingen in de periode 29 juni 2021 tot 15 oktober 2023, de met de lokale politie gemaakte afspraken die niet naar aanleiding van iedere uitspatting van de eiseres konden tussenkomen, de foto’s van beschadigingen en vervuiling en in het bijzonder de geluidsopnames; - deze opnames aantonen dat de eiseres haar bijzonder laakbaar en maatschappelijk verwerpelijk gedrag niet alleen heeft voortgezet ondanks een strenge correctionele veroordeling, maar eveneens na het beroepen vonnis van de vrederechter van het kanton Tongeren; - geluidsopnames van na dit vonnis worden bijgebracht, daterend van oktober 2023 en het voorjaar 2024, waarop onder meer te horen is dat de eiseres onophoudelijk minutenlang zit te roepen en te tieren; - zij hierbij herhaaldelijk scheldwoorden en beledigingen (“smerige tang”, “smerig wijf”, enz.) en bedreigingen (“kapot maak ik u”) uit; - het voorgaande niet wordt tegengesproken door de stukken die de eiseres bijbrengt en die betrekking hebben op de naleving van de haar door de correctionele rechter opgelegde probatievoorwaarden; - hieruit enkel kan worden afgeleid dat de eiseres (behoudens drie keer) op de afspraken met de justitie-assistent is geweest en “sedert geruime tijd” (hoe lang precies is niet geweten) in behandeling is bij vzw Integra; - de aard en resultaten van deze behandeling evenwel niet gekend zijn; - de voormelde geluidsopnames bovendien dateren van tijdens de begeleiding door de justitie-assistente en de behandeling bij vzw Integra, zodat kan worden vastgesteld dat deze begeleiding/behandeling weinig impact heeft (gehad) op de eiseres; - de door de eiseres bijgebrachte stukken dan ook niet volstaan om de rechtbank ervan te overtuigen dat de eiseres tot de nodige inzichten is gekomen (of zelfs kan komen) dat haar gedrag, dat er kennelijk enkel op gericht is het samenleven met haar in een appartementsgebouw voor haar naburen volstrekt onmogelijk te maken, niet kan worden getolereerd en dat hier een einde aan moet komen; - de eerste rechter dient te worden bijgetreden daar waar hij stelt dat een geldelijke compensatie voor het veroorzaakte leed niet volstaat, evenmin als een verbod om dergelijk gedrag nog te vertonen of hinderlijke handelingen te stellen, zelfs onder verbeurte van een dwangsom, nu de eiseres heeft aangetoond zich niet aan dergelijk verbod te zullen kunnen houden.
  6. Op deze gronden oordeelt de appelrechter dat de correctionele veroordeling van de eiseres, de beslissing van de eerste rechter en de stukken van de verweerders bewijzen dat de eiseres haar gedrag niet heeft bijgesteld en met voldoende mate van zekerheid aantonen dat ze haar gedrag in de toekomst niet zal bijstellen, welk bewijs de eiseres niet ontkracht. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechter de bewijslast omkeert door van de eiseres het bewijs te vergen dat de toekomstige verderzetting van haar gedrag uitgesloten is, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het aldus feitelijke grondslag.
  7. Voor het overige is het onderdeel afgeleid van de tevergeefs aangevoerde onwettige omkering van de bewijslast en is het niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. Artikel 16 Grondwet is van toepassing in geval van onteigening ten algemenen nutte, die een gedwongen eigendomsoverdracht onderstelt waaruit een eigendomsverlies, en bijgevolg een daadwerkelijke beroving van een goed voortvloeit. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 16 Grondwet in geval de uitoefening van het eigendomsrecht van een goed wordt beperkt, waaruit geen eigendomsverlies en daadwerkelijke beroving van dat goed voortvloeit, faalt het naar recht.
  9. Krachtens artikel 51, eerste lid, Handvest Grondrechten EU zijn de bepalingen van dat Handvest gericht tot de lidstaten, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Hieruit volgt dat artikel 17 Handvest Grondrechten EU slechts kan worden ingeroepen bij de toepassing van het Unierecht. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 17 Handvest Grondrechten EU in geval de appelrechter toepassing maakt van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, faalt het naar recht.
  10. Artikel 1, eerste lid, Eerste Aanvullend Protocol EVRM bepaalt dat alle natuurlijke of rechtspersonen recht hebben op het ongestoord genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het internationaal recht. In zijn tweede lid bepaalt deze verdragsbepaling dat de voorgaande bepalingen op geen enkele wijze het recht zullen aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren.
  11. Uit deze verdragsbepaling volgt dat een inmenging in de uitoefening van het recht op het ongestoord genot van de eigendom toegelaten is voor zover daarvoor een wettelijke basis bestaat, de inmenging het algemeen belang beoogt en ze een redelijk verband van evenredigheid heeft tot het nagestreefde doel, dit wil zeggen indien ze het billijke evenwicht tussen de vereisten van het algemeen belang en die van de bescherming van dat recht niet verbreekt.
  12. Naast de redenen vermeld in r.o. 1, stelt de appelrechter vast en oordeelt hij dat: - de door de eiseres gemaakte fout, meer bepaald de door haar veroorzaakte hinder, zodanig extreem en ongepast, willekeurig, aanhoudend, herhaald is dat de enige rechtmatige en passende compensatie bestaat in het verwijderen van het foutief gedrag opdat het evenwicht tussen de naburen en de schade die deze naburen ten gevolge hiervan lijden kan worden hersteld; - dit inhoudt dat de eiseres uit haar appartement moet verhuizen; - het feit dat er geen andere maatregel is die strekt tot het herstel in natura van de door de verweerders geleden schade ook meteen impliceert dat het niet gaat om een disproportionele maatregel; - de opgelegde maatregel geen schending inhoudt van artikel 16 Grondwet nu de eigendom van de eiseres haar geenszins wordt ontnomen; - zij immers slechts naakte eigenaar van het betreffende appartement is en haar eigendomsrechten op dit appartement geenszins worden aangetast; - het eigendomsrecht het meest omvattende recht is dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon kan hebben met betrekking tot een goed of een zaak, zodat eigendomsrechten an sich veel ruimer zijn dan louter het recht op bewoning van het appartement dat men in eigendom heeft; - dit recht inhoudt dat men niet alleen het genot heeft van het goed in kwestie maar ook de beschikking erover heeft; - dit beschikkingsrecht aan de eiseres niet wordt ontnomen door haar te dwingen te verhuizen; - de rechtbank van oordeel is dat de vordering van de verweerders in zoverre gesteund op artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek, thans artikel 6.5 Burgerlijk Wetboek, gegrond is; - het verbod voor de eiseres om haar appartement te bewonen, een herstelmaatregel betreft, in casu zelfs de enige mogelijke maatregel, die toelaat om het door het foutieve gedrag van de eiseres gecreëerde onevenwicht tussen haar en de verweerders en in het bijzonder de daaruit voor de verweerders voortvloeiende schade, te herstellen; - de rechtbank geen enkele reden ziet om in een evaluatie te voorzien; - aan de eiseres meer dan genoeg kansen werden gegeven, welke zij niet heeft willen benutten en zij ruimschoots de mogelijkheid heeft gehad om zich te bewijzen; - aangetoond is dat zij, ondanks twee gerechtelijke uitspraken, haar wangedrag heeft voortgezet.
  13. De appelrechter die met deze redenen de eiseres op grond van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek onbeperkt in de tijd verbiedt om haar appartement zelf te bewonen omdat enkel het aldus beperkte eigendomsrecht van de eiseres toelaat om de eigendomsrechten van de verweerders en de belangen van de mede-eigendom, als legitieme doelstellingen van algemeen belang, te beschermen, schendt niet artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en verantwoordt zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  14. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de tevergeefs aangevoerde schending van de artikel 16 Grondwet, artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en artikel 17 Handvest Grondrechten EU en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.015,81 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 19 februari 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Sofie Cammaert. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260219.1N.16 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.