← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2

Art. 1

- 30 ELI link Pub nr 1955051306 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 73, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952,

Art. 1

- 30 ELI link Pub nr 1955051306 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 73, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952,

Art. 1

- 30 ELI link Pub nr 1955051306 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 73, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: EIGENDOM Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952,

Art. 1

- 30 ELI link Pub nr 1955051306 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 73, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 13 mei 1955 houdende goedkeuring van het EVRM, ondertekend op 4 november 1950, te Rome, en van het Additioneel Protocol bij dit Verdrag, ondertekend op 20 maart 1952,

Art. 1

- 30 ELI link Pub nr 1955051306 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 73, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0172.N F. D.G., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie Brussel, en mr. Amber Nabli, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter in de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 28 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM en artikel 16 Grondwet, alsook miskenning van de proportionaliteits- en subsidiariteitsvereisten vervat in artikel 75 Wet Strafuitvoering en van het evenwicht tussen het algemeen belang en individuele rechten: het vonnis eist dat de eiser zijn binnen- en buitenlandse vennootschappen laat vereffenen, wat de wettelijke ontbinding en liquidatie van de vennootschappen inhoudt; daardoor worden de controle- en beheersingsrechten van de eiser beperkt, verliezen de vennootschappen hun economische meerwaarde en gaan de naam, de klantenrelaties, de lopende overeenkomsten en de meerwaarde verloren; de aandelen van de vennootschappen verliezen hun aantrekkelijkheid bij een mogelijke overdracht, wat een negatieve impact heeft op de eigendomsrechten van de eiser; de strafuitvoeringsrechter kan een passief aandeelhouderschap niet verbieden; door zonder enige beperking aan de eiser het gebod op te leggen zijn binnen- en buitenlandse vennootschappen te vereffenen, doet het vonnis op onevenredige wijze afbreuk aan het eigendomsrecht van de eiser; het vonnis miskent het evenwicht tussen het algemeen belang (recidivebestrijding) en de bescherming van het individuele eigendomsrecht door een maatregel op te leggen die neerkomt op de ontmanteling van het volledige professionele en patrimoniale kader van de eiser, zonder onderzoek naar minder ingrijpende alternatieven, zoals het verbod op een bestuurdersmandaat of een operationele functie.
  3. Artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM bepaalt: “Alle natuurlijke of rechtspersonen hebben recht op het ongestoord genot van hun eigendom. Niemand zal van zijn eigendom worden beroofd behalve in het algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het internationaal recht. De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren.”
  4. Daaruit volgt dat afwijkingen op het ongestoord genot van eigendom toegelaten zijn voor zover daarvoor een wettelijke basis bestaat en zij het algemeen belang beogen.
  5. Artikel 73, 1°, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de rechter de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen aan de veroordeelde kan toekennen voor zover er geen tegenaanwijzing bestaat dat de veroordeelde ernstige strafbare feiten zal plegen.
  6. De strafuitvoeringsrechter die in het kader van de toetsing van deze tegenaanwijzing en in het licht van de feiten waarvoor de verzoeker om de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen werd veroordeeld, oordeelt dat die geen activiteiten in binnen- of buitenlandse vennootschappen mag verrichten, legt aldus een beperking op aan het eigendomsrecht van de veroordeelde waarvoor een wettelijke basis bestaat.
  7. De strafuitvoeringsrechter dient er echter over te waken dat een beperking van het eigendomsrecht niet onevenredig is met het nagestreefde doel van algemeen belang.
  8. Uit de redenen die het vonnis aanneemt ter verantwoording van de afwijzing van eisers verzoek om voorlopige invrijheidstelling om medische redenen blijkt dat de strafuitvoeringsrechter oordeelt dat de tegenaanwijzing van het plegen van ernstige strafbare feiten enkel niet voorhanden kan zijn indien de veroordeelde zijn binnen- en buitenlandse vennootschappen vereffent. De strafuitvoeringsrechter motiveert niet waarom niet kan worden volstaan met het gebod om niet langer actief te zijn in die vennootschappen als bestuurder of via een operationele functie. De beslissing tot afwijzing van de voorlopige invrijheidstelling om medische redenen is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 24 februari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260224.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241224.2N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.