id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260224.2N.8 Rolnummer: P.26.0147.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2026-03-09 Raadplegingen: 403 - laatst gezien 2026-06-18 06:11 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de aanwezigheid van de in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzingen; uit het enkele feit dat de strafuitvoeringsrechtbank oordeelt dat de door artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten voorhanden is en zij daarbij redenen vermeldt die een veroordeelde onjuist of niet relevant acht, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechtbank blijk geeft van een gebrek aan onpartijdigheid; anders oordelen zou elke rechtsbedeling onmogelijk maken. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 5 - 6 De afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde is geen in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing en de strafuitvoeringsrechtbank moet het aspect reclassering dan ook niet betrekken bij de motivering van de beslissing over het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 7 - 8 Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank het oordeel over het voorhanden zijn van de in artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing grondt op andere veroordelingen dan die waarvoor de veroordeelde zich in strafuitvoering bevindt; het is daarbij zonder belang dat die veroordelingen niet uitdrukkelijk worden besproken in de verslaggeving van de PSD of uitdrukkelijk aan bod komen op de rechtszitting voor de strafuitvoeringsrechtbank; de veroordeelde moet ermee rekening houden dat de strafuitvoeringsrechtbank dergelijke veroordelingen bij haar beoordeling kan betrekken en hij kan, zo hij dat wenst, daarover verweer voeren op de rechtszitting. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 9 - 10 De afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied door de strafuitvoeringsrechtbank is regelmatig met redenen omkleed indien het vonnis ondubbelzinnig aangeeft welke van de in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing voorhanden is en de feitelijke gegevens vermeldt voor dat oordeel; de strafuitvoeringsrechtbank moet niet de redenen van haar redenen vermelden en zij moet niet uitdrukkelijk vermelden uit welke stukken van het strafuitvoeringsdossier die gegevens afkomstig zijn. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 2 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0147.N I. B., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 21 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijk en onpartijdig rechter: het vonnis motiveert de afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied met motieven die strijdig zijn met het vermoeden van onschuld en met de inhoud van het strafuitvoeringsdossier; het vonnis oordeelt dat de eiser vier veroordelingen uitboet, daar waar dit er slechts drie zijn en de vierde titel betreffende druginbreuken niet actief is; het vonnis verwijst naar veroordelingen die niet in uitvoering zijn en die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van enige bespreking door de psychosociale dienst (PSD) en op de rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank; het vonnis oordeelt dat de feiten hoofdzakelijk verklaarbaar zijn vanuit de antisociale persoonlijkheid van de eiser en dit zeker in combinatie met alcohol of andere verdovende middelen, terwijl er geen enkele veroordeling is voor alcohol of andere verdovende middelen; het vonnis oordeelt ook dat de eiser weinig tot geen empathie vertoont en geen respect heeft voor gevoelens, grenzen en wensen van vrouwen, zonder toe te lichten hoe dit een ernstig recidivegevaar inhoudt; het vonnis neemt ook aan dat de eiser een steekincident heeft gepleegd in de gevangenis te Leuven, waarvoor hij echter niet werd vervolgd of veroordeeld en waarvoor het vermoeden van onschuld geldt; het hanteren van deze motieven voor het aannemen van recidivegevaar kan niet anders dan worden beschouwd als een vooringenomen houding van de strafuitvoeringsrechtbank om de eiser, ondanks alle gunstige adviezen en zonder in te gaan op het aspect van de reclassering, de voorlopige invrijheidstelling te weigeren en de mogelijkheid om een nieuwe vraag daartoe in te dienen met één jaar uit te stellen; de eiser had geen schijn van kans om de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit te verkrijgen, het stond immers met zekerheid vast dat eisers verzoek zou worden afgewezen.
- Artikel 6.1 EVRM is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbank die immers geen uitspraak doet over de gegrondheid van een strafvervolging.
- De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de aanwezigheid van de in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzingen. Uit het enkele feit dat de strafuitvoeringsrechtbank oordeelt dat de door artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bepaalde tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten voorhanden is en zij daarbij redenen vermeldt die een veroordeelde onjuist of niet relevant acht, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechtbank blijk geeft van een gebrek aan onpartijdigheid. Anders oordelen zou elke rechtsbedeling onmogelijk maken.
- De afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de veroordeelde is geen in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing en de strafuitvoeringsrechtbank moet het aspect reclassering dan ook niet betrekken bij de motivering van de beslissing over het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied.
- Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank het oordeel over het voorhanden zijn van de in artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing grondt op andere veroordelingen dan die waarvoor de veroordeelde zich in strafuitvoering bevindt. Het is daarbij zonder belang dat die veroordelingen niet uitdrukkelijk worden besproken in de verslaggeving van de PSD of uitdrukkelijk aan bod komen op de rechtszitting voor de strafuitvoeringsrechtbank. De veroordeelde moet ermee rekening houden dat de strafuitvoeringsrechtbank dergelijke veroordelingen bij haar beoordeling kan betrekken en hij kan, zo hij dat wenst, daarover verweer voeren op de rechtszitting.
- De afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied door de strafuitvoeringsrechtbank is regelmatig met redenen omkleed indien het vonnis ondubbelzinnig aangeeft welke van de in artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing voorhanden is en de feitelijke gegevens vermeldt voor dat oordeel. De strafuitvoeringsrechtbank moet niet de redenen van haar redenen vermelden. Zij moet niet uitdrukkelijk vermelden uit welke stukken van het strafuitvoeringsdossier die gegevens afkomstig zijn.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit de motieven van het vonnis blijkt niet dat de strafuitvoeringsrechtbank op een vooringenomen wijze het verzoek van de veroordeelde op de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied heeft beoordeeld of dat de eiser geen enkele kans had op een gunstige beslissing. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Er blijkt niet dat de omstandigheid dat het vonnis vermeldt dat de eiser vier veroordelingen uitboet, terwijl dit er slechts drie zijn en de vierde titel niet actief is, de wettigheid van de beslissing aantast. In zoverre kan het middel niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk.
- Het vonnis oordeelt niet dat het gebruik door de eiser van alcohol of andere verdovende middelen blijkt uit een veroordeling. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Het vonnis oordeelt dat de eiser weinig tot geen empathie toont en hij geen respect heeft voor gevoelens, grenzen en wensen van vrouwen. De strafuitvoeringsrechtbank diende die vaststelling niet nader met redenen te omkleden of het verband met de door artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing te verduidelijken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het vonnis stelt weliswaar vast dat de eiser op 8 juni 2025 in Leuven-Centraal een ernstig steekincident heeft gepleegd, maar er blijkt niet dat die vaststelling bij het aannemen van de in artikel 47, § 2, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing een rol heeft gespeeld. Die tegenaanwijzing wordt aangenomen op grond van de vaststellingen van de gerechtsdeskundige en de psychosociale dienst waaruit de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de antisociale levensloop, het extreme geweld bij een aantal van de feiten, de instabiliteit op het vlak van werk en relaties en de geringe impact van voorgaande straffen blijken. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 6.2 EVRM en het vermoeden van onschuld kan het, ook al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 24 februari 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260224.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div