← België

D. contra LANDSBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKENFO

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260302.3N.2 Rolnummer: S.24.0003.N Zaak: D. contra LANDSBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKENFO Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 411 - laatst gezien 2026-06-18 06:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Met het oog op het bepalen van de belastbare bruto-inkomsten van het gezin in de zin van artikel 37, § 19, tweede lid, ZIV-wet, moeten de aftrekbare beroepskosten worden afgetrokken van de baten die worden verkregen uit een vrij beroep, met inbegrip van eventuele vergoedingen van alle aard die gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van baten. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Wettelijke bepalingen: Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 37, § 19, tweede lid - 38 ELI link Pub nr 1994071451 KB 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 - 15-01-2014 - Art. 27, eerste en vierde lid, 3° - 08 ELI link Pub nr 2014022013 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 23, § 1, 1° tot 3° Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 27, eerste en tweede lid, 4°, b Tekst van de beslissing Nr. S.24.0003.N P.D.M., eiser, aan wie rechtsbijstand is verleend (…) vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen LANDSBOND VAN DE ONAFHANKELIJKE ZIEKENFONDSEN, met zetel te 1070 Anderlecht, Lenniksebaan 788 A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.766.483, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 6 oktober

  1. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 37, § 19, eerste lid, ZIV-wet, zoals van toepassing, genieten gezinnen met een bescheiden inkomen een verhoogde verzekeringstegemoetkoming. Krachtens het tweede lid van die bepaling wordt rekening gehouden met de belastbare bruto-inkomsten van het gezin, waarbij men onder belastbare bruto-inkomsten het bedrag van de inkomsten verstaat zoals ze zijn vastgesteld inzake inkomstenbelasting voor elke aftrek, alsook elk ander bestaansmiddel bepaald volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning. Krachtens het vierde lid van die bepaling kan de Koning tevens nadere regels vaststellen voor de precisering van de voormelde inkomsten of bestaansmiddelen, alsook de voorwaarden vaststellen waaronder de voormelde inkomsten of bestaansmiddelen geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld.
  3. Krachtens artikel 27, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, hierna KB Verhoogde Tegemoetkoming, moet onder belastbare bruto-inkomsten worden verstaan het bedrag van de inkomsten zoals ze zijn vastgesteld inzake de inkomstenbelasting, vóór elke aftrek, vermindering, vrijstelling, immunisatie. Ingevolge artikel 27, vierde lid, 3°, KB Verhoogde Tegemoetkoming wordt het brutobedrag van de beroepsinkomsten bedoeld in artikel 23, § 1, 1° tot 3°, WIB92 evenwel fictief bepaald op 100/80ste van het verschil tussen de brutowinsten of -baten en de beroepslasten die daaraan zijn verbonden. Die berekeningswijze is een afwijking, specifiek voor de in artikel 23, § 1, 1° tot 3°, WIB92 bedoelde winsten en baten, van de algemene regel uit artikel 27, eerste lid, KB Verhoogde Tegemoetkoming dat onder belastbare bruto-inkomsten wordt verstaan het bedrag van de inkomsten zoals ze zijn vastgesteld inzake de inkomstenbelasting, vóór elke aftrek, vermindering, vrijstelling, immunisaties. De berekeningswijze houdt in dat van het brutobedrag van de baten de beroepskosten in de zin van artikel 49 WIB92 worden afgetrokken, en past vervolgens op het verschil tussen de baten en de kosten een fictieve verhoging van 100/80ste toe.
  4. Krachtens artikel 27, eerste lid, WIB92 zijn baten alle inkomsten uit een vrij beroep, een ambt of post en alle niet als winst of als bezoldigingen aan te merken inkomsten uit een winstgevende bezigheid. Krachtens artikel 27, tweede lid, 4°, b, WIB92 omvatten zij de vergoedingen van alle aard die gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van baten.
  5. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat, met het oog op het bepalen van de belastbare bruto-inkomsten van het gezin in de zin van artikel 37, § 19, tweede lid, ZIV-wet, de aftrekbare beroepskosten moeten worden afgetrokken van de baten die worden verkregen uit een vrij beroep, met inbegrip van eventuele vergoedingen van alle aard die gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van baten.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het gezin van de eiser een belastbaar bruto-inkomen heeft van 24.723 euro, zodat het op zijn gezin toepasselijke inkomensplafond van 20.763,88 euro is overschreden; - 6.999,84 euro van dat belastbaar bruto-inkomen afkomstig is van uitkeringen van een solidariteitsfonds voor advocaten; - van het bedrag van 6.999,84 euro geen enkele beroepskost kan worden afgetrokken met het oog op de berekening van het belastbaar bruto-inkomen in het kader van de verhoogde tegemoetkoming in de ziektekostenverzekering.
  7. De appelrechters die aldus, in omstandigheden waarin de door de eiser aangevoerde kostenaftrek het verschil maakt tussen een bruto-inkomen boven of onder het toepasselijke inkomensplafond, de uitkeringen die een advocaat ontvangt uit een aanvullende verzekering gewaarborgd inkomen of uit een solidariteitsfonds waarvan hij de begunstigde is wegens zijn hoedanigheid van advocaat volledig in rekening brengen als bruto-inkomen, zonder daarop de aftrekbaarheid van de beroepskosten toe te staan, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 2 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260302.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.