← België

Baloise Insurance contra G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260302.3N.3 Rolnummer: S.24.0022.N Zaak: Baloise Insurance contra G. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2026-03-30 Raadplegingen: 468 - laatst gezien 2026-06-18 10:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260302.3N.3 Fiche Het arbeidsgerecht dat in het kader van een prejudicieel geschil uitspraak moet doen over de vraag of een ongeval kwalificeert als een arbeidsongeval moet in de regel ook oordelen over het bestaan van een arbeidsovereenkomst

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - BEGRIP. BESTAAN. BEWIJS Wettelijke bepalingen: Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 7, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 74, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Tekst van de beslissing Nr. S.24.0022.N
  1. BALOISE BELGIUM nv, met zetel te 2600 Berchem, Posthofbrug 16, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0400.048.883,
  2. BELFIUS INSURANCE nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Rogier Tower, Karel Rogierplein 11, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0405.764.064,
  3. P&V VERZEKERINGEN cv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0402.236.531,
  4. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1000 Brussel, Troonplein 1, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0404.483.367,
  5. PREMIA INSURANCE EUROPE nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Entrepotkaai 5, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0404.454.168, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. J. Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  6. J.G.,
  7. GHYCO bv, met zetel te 3830 Wellen, Langstraat 18, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0877.015.206, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerders woonplaats kiezen, mede in zake
  8. S.L.,
  9. P.K.,
  10. FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR BEROEPSRISICO’S, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Sterrenkundelaan 1, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0206.734.318, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 6 november
  11. Advocaat-generaal Hugo Mormont heeft op 26 december 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Hugo Mormont heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  12. Krachtens artikel 74, tweede lid, Arbeidsongevallenwet worden prejudiciële geschillen die zich stellen voor de strafrechter in verband met de interpretatie van de Arbeidsongevallenwet, beslecht door het arbeidsgerecht.
  13. Een geschil over de vraag of een ongeval kwalificeert als een arbeidsongeval betreft een prejudicieel geschil in de zin van voormelde bepaling.
  14. Krachtens artikel 7, eerste lid, Arbeidsongevallenwet wordt voor de toepassing van deze wet als arbeidsongeval beschouwd elk ongeval dat een werknemer tijdens en door het feit van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst overkomt en dat een letsel veroorzaakt.
  15. Het arbeidsgerecht dat in het kader van een prejudicieel geschil uitspraak moet doen over de vraag of een ongeval kwalificeert als een arbeidsongeval moet in de regel ook oordelen over het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
  16. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat: - voor de correctionele kamer van het hof van beroep een prejudicieel geschil is gerezen met betrekking tot de kwalificatie van het ongeval van 26 augustus 2008; - deze kamer de strafvordering heeft geschorst tot na de beslechting van het prejudicieel geschil door een arbeidsgerecht; - het arbeidshof is gevat in het kader van een prejudicieel geschil overeenkomstig artikel 74, tweede lid, Arbeidsongevallenwet.
  17. De appelrechters die in het kader van een prejudicieel geschil over het bestaan van een arbeidsongeval oordelen dat geen arbeidsovereenkomst bestond tussen het slachtoffer en de verweerders en dat zich bijgevolg geen arbeidsongeval voordeed, schenden artikel 74, tweede lid, Arbeidsongevallenwet niet. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  18. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 74, tweede lid, Arbeidsongevallenwet en bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  19. Het is niet tegenstrijdig enerzijds vast te stellen dat het Hof in een arrest van 7 oktober 2015 heeft geoordeeld dat de strafrechter naar recht kon beslissen dat de getroffene op het ogenblik van het ongeval niet door een arbeidsovereenkomst was verbonden en anderzijds te oordelen dat het arbeidshof dat in het kader van een prejudicieel geschil uitspraak moet doen over de vraag of een ongeval kwalificeert als een arbeidsongeval, moet oordelen over het wel of niet bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen het slachtoffer van het ongeval en de verweerders. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 1.027,90 euro en op 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat en op 26 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 2 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Hugo Mormont, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260302.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260302.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.