id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.10 Rolnummer: P.26.0222.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2026-03-17 Raadplegingen: 402 - laatst gezien 2026-06-18 06:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(
(1)Cass. 9 december 2025, AR P.25.1517.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.42; Cass. 26 november 2025, AR P.25.1466.F, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251126.2F.14; Cass. 18 november 2025, AR P.25.1422.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32; Cass. 14 oktober 2025, AR P.25.1279.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13; zie ook Parl. St. Kamer, DOC 56 0972/001, p. 21, www.dekamer.be. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststellingen steunt; die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering; uit het voorgaande volgt dat de strafuitvoeringsrechter het voorhanden zijn van de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing evenwel niet kan aannemen op grond van het gegeven dat de veroordeelde een werkstraf waartoe hij was veroordeeld niet heeft uitgevoerd, hij een rechtsmiddel heeft aangewend tegen een hem veroordelende beslissing of met de enkele verwijzing naar de feiten waarvoor hij tot straf werd veroordeeld die hij thans uitvoert. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0222.N D. P., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Dennis Van Overstraeten, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen nr. 26/557 en nr. 26/558 van de strafuitvoeringsrechter in de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 5 februari 2026. De eiser voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, respectievelijk een middel aan betreffende het vonnis nr. 26/557 en een middel met dezelfde strekking betreffende het vonnis nr. 26/558. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 98/13 Wet Strafuitvoering 1. Artikel 98/13, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toekent onder meer op voorwaarde dat de veroordeelde beschikt over een verblijfplaats en er bij de veroordeelde geen direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. 2. Artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat onder een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden wordt verstaan een risico dat op het eerste gezicht blijkt uit de actuele gedragingen van de veroordeelde of uit de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering. 3. Artikel 98/16, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur een dossier samenstelt dat naast een afschrift van de opsluitingsfiche het advies van de directeur bevat met daarin voor wat betreft de beperkte detentie de in het eerste lid, 2°,
- b)vermelde gegevens en voor wat betreft het elektronisch toezicht de in het eerste lid, 2°,
- a)vermelde gegevens, alsook de elementen die de directeur relevant acht voor de beoordeling van het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden en een voorstel tot toekenning of afwijzing en in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die hij noodzakelijk acht om het risico op recidive te beperken of die noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer. 4. Artikel 98/16, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank aan het dossier een geactualiseerd afschrift van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling en in voorkomend geval van de slachtofferfiches toevoegt. 5. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van deze tegenaanwijzing een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren: - op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes; - of, op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd. 6. De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststellingen steunt. 7. Die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering. 8. Uit het voorgaande volgt dat de strafuitvoeringsrechter het voorhanden zijn van de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing evenwel niet kan aannemen op grond van het gegeven dat de veroordeelde een werkstraf waartoe hij was veroordeeld niet heeft uitgevoerd, hij een rechtsmiddel heeft aangewend tegen een hem veroordelende beslissing of met de enkele verwijzing naar de feiten waarvoor hij tot straf werd veroordeeld die hij thans uitvoert. 9. De vonnissen gronden de afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht door overname van de redenen van het advies van het openbaar ministerie op het volgende: - de eiser werd bij arrest van het hof van beroep te Gent veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar wegens opzettelijke slagen en verwondingen met arbeidsongeschiktheid van meer dan vier maanden; - oorspronkelijk was hij veroordeeld tot een werkstraf, maar omdat hij die niet heeft uitgevoerd, wordt de vervangende straf uitgevoerd; - de eiser tekende hoger beroep aan tegen zijn veroordeling in eerste aanleg omdat hij de feiten ontkende, maar het hof van beroep oordeelde dat de bewezenverklaarde feiten ernstig zijn en bijzonder laakbaar; - de handelwijze van de eiser getuigt van een agressieve ingesteldheid en een manifest gebrek aan respect voor andermans psychische en fysieke integriteit. De strafuitvoeringsrechter kan de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing niet aannemen op grond van die elementen. De afwijzing van de door de eiser gevraagde strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht is niet naar recht verantwoord. Middel 10. Het middel van de eiser behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden vonnissen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde vonnissen. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter in de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.10 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251126.2F.14 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.42 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div