← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.12 Rolnummer: P.26.0223.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2026-03-17 Raadplegingen: 401 - laatst gezien 2026-06-18 06:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van de tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden, waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden, een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren:
  2. a)op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes;
  3. b)of op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd

(1).
(1)Cass. 9 december 2025, AR P.25.1517.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.42; Cass. 26 november 2025, AR P.25.1466.F, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251126.2F.14; Cass. 18 november 2025, AR P.25.1422.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32; Cass. 14 oktober 2025, AR P.25.1279.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13; zie ook Parl. St. Kamer, DOC 56 0972/001, p. 21, www.dekamer.be. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststellingen steunt; die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering; de strafuitvoeringsrechter kan zijn beoordeling over het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing gronden op eerdere veroordelingen van de veroordeelde; het Hof gaat na de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/16 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 5 - 7 Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van de individuele motivering van de toekenning of de afwijzing per strafuitvoeringmodaliteit; geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechter zich voor het voorhanden zijn van de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing baseert op dezelfde feitelijke gegevens en de afwijzing van verzoeken om meerdere strafuitvoeringsmodaliteiten op identieke wijze motiveert. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) - 10-10-1967 - Art. 608 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13, derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) - 10-10-1967 - Art. 608 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13, derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel III: BEVOEGDHEID (Art. 556 tot 663) - 10-10-1967 - Art. 608 - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 98/13, derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0223.N M. M., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Dennis Van Overstraeten, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen nr. 26/551 en nr. 26/552 van de strafuitvoeringsrechter in de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 5 februari 2026. De eiser voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, respectievelijk een middel aan betreffende het vonnis nr. 26/551 en een middel met dezelfde strekking betreffende het vonnis nr. 26/552. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste en derde onderdeel 1. Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 98/13 en 98/16 Wet Strafuitvoering: het vonnis motiveert niet waarom geen rekening wordt gehouden met het positief advies van de directeur; uit het verslag van psycholoog N. kunnen onmogelijk actuele gedragingen worden afgeleid; de motivering is beperkt tot het vermelden van de wettekst. Het derde onderdeel voert schending aan van de artikelen 98/13 en 98/16 Wet Strafuitvoering: het bestreden vonnis vermeldt niet de feitelijke elementen die de grondslag vormen voor de vaststelling van de tegenaanwijzing, minstens kan daaruit geen actuele waarneembare gedraging worden afgeleid. 2. Artikel 98/13, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de strafuitvoeringsmodaliteiten van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toekent onder meer op voorwaarde dat de veroordeelde beschikt over een verblijfplaats en er bij de veroordeelde geen direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. 3. Artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat onder een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden wordt verstaan een risico dat op het eerste gezicht blijkt uit de actuele gedragingen van de veroordeelde of uit de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering. 4. Artikel 98/16, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur een dossier samenstelt dat naast een afschrift van de opsluitingsfiche het advies van de directeur bevat met daarin voor wat betreft de beperkte detentie de in het eerste lid, 2°,
  1. b)vermelde gegevens en voor wat betreft het elektronisch toezicht de in het eerste lid, 2°,
  2. a)vermelde gegevens, alsook de elementen die de directeur relevant acht voor de beoordeling van het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden en een voorstel tot toekenning of afwijzing en in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die hij noodzakelijk acht om het risico op recidive te beperken of die noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer. 5. Artikel 98/16, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank aan het dossier een geactualiseerd afschrift van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling en in voorkomend geval van de slachtofferfiches toevoegt. 6. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van deze tegenaanwijzing een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren: - op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes; - of, op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd. 7. De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie en het elektronisch toezicht toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststellingen steunt. 8. Die feitelijke gegevens moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering. De strafuitvoeringsrechter kan zijn beoordeling over het voorhanden zijn van de tegenaanwijzing gronden op eerdere veroordelingen van de veroordeelde. 9. Het Hof gaat na de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. 10. In zoverre de onderdelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht. 11. De vonnissen gronden het oordeel over het voorhanden zijn van de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing door overname van de redenen van het advies van het openbaar ministerie op het gegeven dat de veroordeelde reeds zesendertig keer werd veroordeeld, onder andere in 2023 eveneens wegens partnergeweld, alsook dat in het vonnis van 7 mei 2025 wordt vermeld dat volgens de psycholoog de eiser typologisch de kenmerken heeft van een afgewezen stalker, er sprake is van een hoog risico op volharding van de belaging en geweld, alsook van antisociale en narcistische trekken, er geen behandelmotivatie is en dat daardoor de therapeutische prognose ongunstig is. Op grond van die motieven, die niet beperkt zijn tot het citeren van de wettekst maar wel degelijk feitelijke gegevens bevatten, kan de strafuitvoeringsrechter wettig oordelen dat de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing telkens voorhanden is. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. 12. Met die redenen geven de vonnissen ook aan waarom aan het positief advies van de directeur, waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen, moet worden voorbijgegaan. In zoverre missen de onderdelen feitelijke grondslag. Tweede onderdeel 13. Het onderdeel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van de individuele motivering van de toekenning of de afwijzing per strafuitvoeringsmodaliteit: het vonnis dat het verzoek afwijst om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht is identiek gemotiveerd als het afwijzend vonnis betreffende het verzoek om beperkte detentie, terwijl het verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten betreft. 14. Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van de individuele motivering van de toekenning of de afwijzing per strafuitvoeringmodaliteit. 15. Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechter zich voor het voorhanden zijn van de door artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing baseert op dezelfde feitelijke gegevens en de afwijzing van verzoeken om meerdere strafuitvoeringsmodaliteiten op identieke wijze motiveert. 16. Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek 17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.12 Gerelateerde publicatie(
  3. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.13 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.32 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251126.2F.14 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251209.2N.42 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.