← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026

Art. 92

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Straf - Algemeen Wettelijke bepalingen:

Art. 92

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Allerlei Wettelijke bepalingen:

Art. 92

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 187, § 1, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901

Art. 92

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 3, 3° en 4° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.1665.N M. P. O., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Yen Buytaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Op 20 februari 2026 heeft advocaat-generaal Bart De Smet ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 10 maart 2026 heeft raadsheer Peter Hoet verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 187, § 1, vierde lid, Wetboek van Strafvordering en artikel 92 Strafwetboek
  3. Artikel 187, § 1, vierde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien niet blijkt dat hij die bij verstek is veroordeeld, kennis heeft gekregen van de betekening, hij in verzet kan komen totdat de termijnen van de verjaring van de straf zijn verstreken.
  4. Artikel 92 Strafwetboek bepaalt dat correctionele straffen verjaren door verloop van vijf jaar te rekenen van de dag waarop het in eerste aanleg gewezen vonnis niet meer kan worden bestreden bij wege van hoger beroep.
  5. De door artikel 38, § 3, 3° en 4°, Wegverkeerswet bedoelde maatregel om het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen in een geneeskundig en een psychologisch onderzoek is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel. Op die beveiligingsmaatregel is artikel 92 Strafwetboek niet van toepassing. De omstandigheid dat de hoofd- en bijkomende straffen die met hetzelfde vonnis als de door artikel 38, § 3, 3° en 4°, Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel werden opgelegd, wel zijn verjaard volgens artikel 92 Strafwetboek, laat niet toe anders te oordelen. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord. Middelen
  6. De middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis waar het oordeelt dat eisers verzet niet ontvankelijk is, maar enkel in de mate dat die beslissing betrekking heeft op het afhankelijk maken van het herstel in het recht tot sturen van het slagen in een geneeskundig en een psychologisch onderzoek. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 134,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260310.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.