← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260312.1N.4 Rolnummer: C.24.0369.N Zaak: D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2026-03-26 Raadplegingen: 663 - laatst gezien 2026-06-18 15:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Een natuurlijke persoon kan slechts failliet verklaard worden binnen zes maanden nadat de economische activiteiten werden stopgezet en voor zover de faillissementsvoorwaarden voldaan waren toen men die activiteiten nog uitoefende. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEGRIP. VEREISTEN VAN HET FAILLISSEMENT Fiche 2 Het feit handel te drijven onder de dekmantel van een vennootschap brengt niet met zich mee dat deze vennootschap louter fictief zou zijn en niet zou bestaan; de faillietverklaring van een dergelijke vennootschap heeft noodzakelijk tot gevolg dat de persoon die handel drijft onder de dekmantel van deze vennootschap deze als naamlener niet meer kan aanwenden en die persoon niet meer failliet kan worden verklaard indien meer dan zes maanden na de faillietverklaring van deze vennootschap zijn verlopen. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEGRIP. VEREISTEN VAN HET FAILLISSEMENT Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XX.99 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. 106, zesde lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0369.N P. D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 april 2024. Raadsheer Michael Traest heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel XX.99, tweede lid, WER kan degene die als natuurlijke persoon geen economische activiteit meer uitoefent failliet worden verklaard indien hij heeft opgehouden te betalen toen hij die activiteit nog uitoefende. Artikel XX.99, derde lid, WER bepaalt dat de natuurlijke persoon die overleden is nadat hij op duurzame wijze had opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt was kan failliet verklaard worden tot zes maanden na zijn overlijden. Krachtens artikel XX.105, eerste lid, WER wordt de gefailleerde geacht op te houden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring of vanaf de dag van zijn overlijden wanneer de faillietverklaring nadien is uitgesproken. Artikel XX.106, zesde lid, WER bepaalt dat het vonnis het tijdstip van staking van betaling niet mag vaststellen op meer dan zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring, tenzij dit vonnis het faillissement betreft van een meer dan zes maanden voor de faillietverklaring ontbonden rechtspersoon waarvan de vereffening al dan niet werd afgesloten, en waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze is of wordt bewerkstelligd met de bedoeling nadeel te berokkenen aan de schuldeisers. In dat geval kan het tijdstip van de staking van betaling worden vastgesteld op de dag van het ontbindingsbesluit. 2. Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat een natuurlijke persoon slechts kan failliet verklaard worden binnen zes maanden nadat de economische activiteiten werden stopgezet en voor zover de faillissementsvoorwaarden voldaan waren toen men die activiteiten nog uitoefende. 3. Het feit handel te drijven onder de dekmantel van een vennootschap brengt niet met zich mee dat deze vennootschap louter fictief zou zijn en niet zou bestaan. De faillietverklaring van een dergelijke vennootschap heeft noodzakelijk tot gevolg dat de persoon die handel drijft onder de dekmantel van deze vennootschap deze als naamlener niet meer kan aanwenden en die persoon niet meer failliet kan worden verklaard indien meer dan zes maanden na de faillietverklaring van deze vennootschap zijn verlopen. In zoverre het onderdeel aanvoert dat het gegeven dat een persoon die in eigen naam handel dreef onder de naam van een afgescheiden vermogen en er dus een vereenzelviging is tussen deze persoon en de vennootschap met als gevolg dat deze persoon wel meer dan zes maanden na het stopzetten van zijn zelfstandige beroepsactiviteit failliet kan worden verklaard, faalt het naar recht. 4. De appelrechters oordelen dat, “nog afgezien van de vraag of [de eiser] in zijn hoedanigheid van bestuurder van BV Blueval of anderszins kwalificeert als een ondernemer in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1ste (
  2. a)WER” de buitenbezitstelling ertoe leidt dat een einde komt aan zijn ondernemerschap dat hij zou ontlenen uit “het mandaat van bestuurder van de vennootschap of via zijn activiteiten in het kader van de vennootschap.” Aldus stellen de appelrechters niet vast dat de eiser een onderneming in de zin van voormelde wetsbepaling is. 5. In zoverre het onderdeel aanvoert dat het gegeven dat een natuurlijke persoon gerechtelijke procedures voert met betrekking tot de verbintenissen die hij als onderneming is aangegaan, wel tot gevolg heeft dat hij voor de duur van deze procedures zijn hoedanigheid van onderneming behoudt, verplicht het het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 24 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260312.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.