id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 5 - 7 Uit artikel 7, § 2, tweede lid, Strafwetboek volgt dat de rechter, ook wanneer hij vaststelt dat de redelijke termijn is overschreden, binnen de grenzen van de wet, en dus met toepassing van artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen misdrijf en straf moet zoeken, maar dit verhindert de rechter niet om de straffen die hij zonder de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn als proportionele straffen zou hebben opgelegd, ter compensatie van de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn, op een reële en meetbare wijze te verminderen door straffen van dezelfde aard op te leggen maar met een mildere maat; noch uit artikel 7, § 2, eerste en tweede lid, Strafwetboek noch uit artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter verplicht is om te opteren voor een straf van een andere aard of om een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art.
7, § 2, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 27 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.26.0026.N P. W., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen
- J. B., burgerlijke partij,
- A. N., burgerlijke partij,
- I. V., burgerlijke partij,
- C. S., burgerlijke partij,
- C. C., burgerlijke partij,
- K. R., burgerlijke partij,
- R. J., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de op 17 maart 2026 ter griffie ingediende stukken
- Deze stukken die werden ingediend buiten de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn zijn niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest spreekt de eiser vrij voor de feiten omschreven onder de telastlegging C. Het oordeelt dat de appelrechters niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de vordering van de verweerder 1 in zoverre gegrond op die telastlegging. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerders, zoals nochtans vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke vordering van de verweerder 1 (voor het overige) en de verweerders 2 tot en met 7, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest kan op grond van de redenen die het ter zake bevat niet wettig het verzoek van de eiser afwijzen om tegen hem een eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken; de eenvoudige schuldigverklaring is een mogelijke sanctie voor de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij het uitgangspunt een reële en meetbare vermindering moet zijn van de straf die de rechter zonder de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn zou hebben opgelegd; dit betekent dat de straf die de rechter oplegt na de vaststelling van een manifeste overschrijding van de redelijke termijn noodzakelijkerwijze lager moet zijn dan de straf die de rechter zonder deze overschrijding proportioneel zou hebben bevonden voor de bewezenverklaarde feiten; de rechter, die geen overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, moet overeenkomstig artikel 7, § 2, tweede lid, Strafwetboek zoeken naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf, wat betekent dat hij bij de vaststelling van een manifeste overschrijding van de redelijke termijn in beginsel nog slechts een straf zal kunnen opleggen die in een wanverhouding staat tot de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten in die zin dat die straf lager is dan wat rechtvaardig en proportioneel zou zijn geweest zonder die manifeste overschrijding van de redelijke termijn; indien er geen sprake zou zijn van een wanverhouding ten opzichte van de aard en de ernst van de feiten zou dat immers betekenen dat de op zich proportionele straf niet reëel en meetbaar werd verminderd; het is mogelijk dat de straf die de rechter oplegt na de vaststelling van een manifeste overschrijding van de redelijke termijn niet meer volledig beantwoordt aan de in artikel 7, § 2, eerste lid, Strafwetboek bedoelde doeleinden van de bestraffing; de appelrechters weigeren om een eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken omdat dit niet zou beantwoorden aan de doeleinden van de strafwet en omdat de eiser in gebreke blijft om aan te tonen dat de opgelegde bestraffing zijn reclassering of toekomst op een overdreven wijze, in wanverhouding tot de aard en de ernst van de gepleegde feiten, zou hypothekeren; in zoverre zij hun beslissing steunen op de vaststelling dat de eiser in gebreke blijft om afdoende elementen aan te reiken die het hof van beroep toelaten te besluiten dat het opleggen van de bestraffing zijn toekomst of reclassering op een overdreven wijze in een wanverhouding tot de aard en de ernst van de gepleegde feiten zou hypothekeren, voegen zij een niet in artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalde voorwaarde toe aan die wetsbepaling; in zoverre zij eisers verzoek afwijzen op grond van de reden dat enkel een straf kan worden opgelegd die beantwoordt aan de doeleinden van de strafwet, gaan zij voorbij aan het gegeven dat de sanctionering van de redelijke termijn tot gevolg kan hebben dat de strafdoelen niet langer geheel kunnen worden bereikt.
- Artikel 7, § 2, eerste lid, Strafwetboek bepaalt welke doelen de rechter nastreeft bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat. Artikel 7, § 2, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat binnen de grenzen van de wet de rechter moet zoeken naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf.
- Uit artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat de rechter die een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt en bijgevolg een schending van het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op behandeling van een strafvervolging binnen een redelijke termijn, die hij niet zeer zwaarwichtig acht, die verdragsrechtelijke schending moet remediëren hetzij door het uitspreken van een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring, hetzij door het uitspreken van een straf die lager is dan de wettelijke minimumstraf, hetzij door het uitspreken van een straf die reëel en meetbaar lager is in vergelijking met de straf die de rechter zou hebben opgelegd bij niet-overschrijding.
- De rechter oordeelt onaantastbaar op welke wijze de door hem vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn moet worden geremedieerd.
- Hij kan bij die keuze de in artikel 7, § 2, eerste lid, Strafwetboek vermelde doelen van de straf en de strafmaat betrekken.
- Uit artikel 7, § 2, tweede lid, Strafwetboek volgt dat de rechter, ook wanneer hij vaststelt dat de redelijke termijn is overschreden, binnen de grenzen van de wet, en dus met toepassing van artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen misdrijf en straf moet zoeken.
- Dit verhindert de rechter niet om de straffen die hij zonder de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn als proportionele straffen zou hebben opgelegd, ter compensatie van de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn, op een reële en meetbare wijze te verminderen door straffen van dezelfde aard op te leggen maar met een mildere maat.
- Noch uit artikel 7, § 2, eerste en tweede lid, Strafwetboek noch uit artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter verplicht is om te opteren voor een straf van een andere aard of om een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest verwerpt eisers verzoek tot het uitspreken van een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring als remediëring van de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn en het motiveert de aan de eiser opgelegde bestraffing als volgt: - het uitspreken van een eenvoudige schuldigverklaring zou de eiser onvoldoende de bijzondere aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de maatschappelijke impact ervan duidelijk maken en beantwoordt dan ook niet aan de doeleinden van de strafwet; - de eiser blijft trouwens in gebreke om afdoende elementen aan te reiken die het hof van beroep kunnen toelaten aan te nemen dat het opleggen van de bestraffing zijn toekomst of reclassering op een overdreven wijze, in een wanverhouding tot de aard en de ernst van de gepleegde feiten, zou hypothekeren; - ware de redelijke termijn niet overschreden zou het hof van beroep aan de eiser een gevangenisstraf van dertig maanden en een geldboete van 3.000,00 euro (te vermeerderen met de opdeciemen) hebben opgelegd, alsook een bestuurdersverbod voor een termijn van tien jaar; - enkel de met het arrest opgelegde gevangenisstraf en geldboete kunnen de eiser de bijzondere ernst van de gepleegde feiten en de maatschappelijke impact ervan duidelijk maken. Alleen op die wijze kan uiting worden gegeven aan de maatschappelijke afkeuring voor wat betreft de door de eiser gepleegde overtredingen van de strafwet. Wel kan uitstel van tenuitvoerlegging worden verleend voor de hoofdgevangenisstraf, maar niet voor de geldboete. De eiser was immers enkel uit op gemakkelijk geldgewin en persoonlijke verrijking; - ter bescherming van het regulier economisch verkeer moet aan de eiser een bestuurdersverbod worden opgelegd voor een termijn van zeven jaar.
- Met die redenen bepalen en motiveren de appelrechters de aan de eiser opgelegde bestraffing in overeenstemming met artikel 7, § 2, eerste en tweede lid, Strafwetboek en artikel 27 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 272,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 17 maart 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260317.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div